Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEABES:2017:3

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
10-03-2017
Datum publicatie
04-04-2017
Zaaknummer
KG 2017/34
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Zeerecht. Kort geding. Conservatoir beslag op lading olie. Lading dient onder voorwaarden te worden overgepompt naar bunker zodat het schip weer kan varen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2017/85
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 10 maart 2017 (bij vervroeging)

Zaaknummer: KG 2017/34

Vonnisnr.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Zittingsplaats Sint Eustatius

Vonnis in kort geding

inzake

de vennootschap naar het recht van Venezuela PDVSA PETROLEO S.A.,

gevestigd te Caracas, Venezuela,

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie,

gemachtigde: mr. H.A. Seferina,

tegen

de vennootschappen naar vreemd recht:

SIGMA NAVIGATION CORPORATION,

VITAL SHIPPING CORPORATION,

WATERMARK MARITIME INC,

WATERCOUSE MARITIME,

STRAITS SHIPHOLDING CORPORATION,

ROMANTIC NAVIGATION INC,

NS POINT SHIPPING INC,

GLEFI SHIPPING XXXI COMPANY LIMTED,

GLEFI SHIPPING XXX COMPANY LIMITED,

DAINFORD NAVIGATION INC,

allen gevestigd te Monrovia, Liberia,

gedaagden sub 1 tot en met 10 in conventie,

eiseressen sub 1 tot en met 10 in reconventie,

en

de heer [de kapitein],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Sint Eustatius maar verblijvende aan scheepsboord te Sint Eustatius,

gedaagde sub 11 in conventie,

voor allen: gemachtigde: mr. M.R.B. Gorsira.

Partijen worden achtereenvolgens aangeduid als “PVDSA”, “de scheepseigenaren” en “[de kapitein]”, tenzij hierna anders is vermeld.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het Gerecht heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

  1. verzoekschrift met producties d.d. 21 februari 2017,

  2. akte tot wijzigen eis van PVDSA met producties,

  3. akte overlegging producties in conventie en reconventie tevens conclusie van eis in reconventie van de scheepseigenaren en [de kapitein],

  4. pleitnota namens PVDSA,

  5. pleitnota namens de scheepseigenaren en [de kapitein],

  6. proces-verbaal van de zitting d.d. 6 maart 2017.

1.2.

Met instemming van partijen heeft de zitting plaatsgevonden op Sint Maarten en wordt de uitspraak op Sint Maarten gedaan.

1.3.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

2.1.

Ingevolge een Tanker Time Charter Party d.d. 14 augustus 2013 met Sigma Navigation Corporation (hierna: Sigma) heeft PDVSA de olietanker NS Columbus van Sigma gecharterd. PDVSA is onder deze Charter Party onder andere huurpenningen verschuldigd aan Sigma. De huurprijs per dag bedraagt USD 29.387,00.

2.2.

Op de Charter Party is Engels recht van toepassing verklaard. Tevens bevat de Charter Party een beding inhoudende dat geschillen tussen partijen bij de Charter Party worden berecht door arbitrage in Londen. In de Charter Party is verder een “lien” (een zekerheidsrecht naar Engels recht) op de lading opgenomen als zekerheid voor de nakoming door PDVSA van haar contractuele verplichtingen.

2.3.

Ingevolge verlof van dit Gerecht d.d. 14 oktober 2016 heeft Sigma op 20 oktober 2016 conservatoir verhaalsbeslag gelegd op de lading olie van PDVSA die zich aan boord van de NS Columbus bevond. De vordering van Sigma op PVDSA ziet op achterstallige huurpenningen van USD 2.764.326,47. Voordien, namelijk op 15 of 16 oktober 2016, heeft Sigma de “lien” ingeroepen jegens PVDSA.

2.4.

De andere scheepseigenaren, die behoren tot “dezelfde rederij”, te weten Sovcomflot, hebben op 3 november 2016 eveneens conservatoir beslag doen leggen op voormelde lading olie. Zij hebben vorderingen betreffende door PDVSA onbetaald gelaten facturen betreffende de verhuur van hun schepen. De totale vorderingen van alle tien de scheepseigenaren op PDVSA bedragen ongeveer 30 miljoen dollar. De waarde van de olie aan boord van de NS Columbus beloopt ongeveer 20 miljoen dollar.

2.5.

Als gevolg van de gelegde beslagen ligt de NS Columbus sinds 20 oktober 2016 aan de ketting in de haven van Sint Eustatius. Door de deurwaarder is een gerechtelijk bewaarder, te weten de kapitein van het schip [de kapitein] aangesteld. Bij beschikking van dit Gerecht d.d. 24 januari 2017 is Sigma als opvolgend bewaarder aangesteld.

2.6.

Op 10 november 2016 heeft Sigma de arbitrage in Londen aanhangig gemaakt. Daarin vordert zij, onder andere, de achterstallige huurpenningen.

2.7.

PDVSA huurt van het op Sint Eustatius gevestigde olieopslagbedrijf Nustar opslagbunkers. Op Sint Eustatius zijn geen andere opslagmogelijkheden voor de lading olie.

2.8.

Sigma heeft, na verkregen toestemming van de arbiter, het High Court (Queens Bench Division, Commercial Court) in Londen om een Sale Order betreffende de lading olie gevraagd. De beslissing hierop wordt op, of kort na, 10 april 2017 verwacht.

2.9.

In de e-mail d.d. 14 februari 2017 van Sovcomflot aan PDVSA wordt het volgende bericht:

“Charterers are placed on notice that the class certificates of “NS COLUMBUS” are set to expire on 22 May 2017. Owners have made enquiries with the vessel’s class to check whether an extension could be granted and were advised by class that an extension is unlikely to be granted. (…)”

2.10.

Het is noodzakelijk dat de NS Columbus wordt gedokt voor inspectie, onderhoud en daarna certificering.

3 De vorderingen en het verweer in conventie en in reconventie

De vorderingen in conventie van PVDSA tegen de scheepseigenaren en [de kapitein]

3.1.

PVDSA vraagt, na eiswijziging, het Gerecht om, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, de volgende beslissingen te nemen:

“Primair

Gedaagden hoofdelijk te bevelen om te gehengen en te gedogen dat PDVSA de lading olie die zich op NS COLUMBUS bevindt, verplaatst, meer in het bijzonder te gehengen en te gedogen dat PDVSA de lading overpompt en opslaat in de bunkers op Sint Eustatius, die PDVSA tot haar beschikking heeft, op straffe van verbeurte van een dwangsom van USD 1,000,000.- (…) per dag of gedeelte van een dag dat elk van gedaagden, hoofdelijk, nalaat om aan het bevel te voldoen, met veroordeling van gedaagden hoofdelijk in de kosten van deze procedure.

Subsidiair

PDVSA althans een door Uw Gerecht in goede justitie te bepalen derde tot bewaarder van de in dit verzoekschrift omschreven lading olie aan te stellen en gedaagden te veroordelen om te gehengen en te gedogen dat PDVSA, althans deze derde op verzoek van PDVSA, de lading olie die zich op NS COLUMBUS bevindt, verplaatst, meer in het bijzonder te gehengen en te gedogen dat PDVSA de lading overpompt en opslaat in de bunkers op Sint Eustatius, die PDVSA tot haar beschikking heeft, op straffe van verbeurte van een dwangsom van USD 1,000,000.- (…) per dag of gedeelte van een dag dat elk van gedaagden, hoofdelijk, nalaat om aan het bevel te voldoen, met veroordeling van gedaagden hoofdelijk in de kosten van deze procedure.”

De vorderingen in reconventie van de scheepseigenaren tegen PVDSA

3.2.

De scheepseigenaren vragen het Gerecht om, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, de volgende beslissingen te nemen:

“primair:

de Beslagleggers, althans Sigma, toe te staan de Lading door tussenkomst van PVM, althans door tussenkomst van een door Uw Gerecht in goede justitie aan te wijzen gerenommeerde oliemakelaar, te verkopen aan een derde tegen de best mogelijke voorwaarden, waaronder een zo hoog mogelijke prijs, waarbij de opbrengst zal worden gestort op een door het Gerecht te bepalen en door een derde gehouden escrowrekening, onder door het Gerecht te bepalen voorwaarden, totdat in de aanhangige arbitrageprocedures onherroepelijke einduitspraken zijn gegeven, althans totdat deze onherroepelijke einduitspraken uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard in Sint Eustatius, al naar gelang de uitkomst daarvan de opbrengst onverwijld zal worden overgemaakt op een door de Beslagleggers respectievelijk PDVSA op te geven bankrekening;

PDVSA te bevelen zonder enig voorbehoud of voorwaarde hieraan alle nodige medewerking te verlenen, waaronder, maar niet uitsluitend, het verstrekken van alle voor de verkoop en transport benodigde documenten;

subsidiair:

de Beslagleggers, althans Sigma, toe te staan de Lading door tussenkomst van PVM, althans door tussenkomst van een door Uw Gerecht in goede justitie aan te wijzen gerenommeerde oliemakelaar, te verkopen aan een derde tegen de best mogelijke voorwaarden, waaronder een zo hoog mogelijke prijs, waarbij de opbrengst zal worden gestort op een door het Gerecht te bepalen en door een derde gehouden escrowrekening, onder door het Gerecht te bepalen voorwaarden, totdat in de aanhangige arbitrageprocedures onherroepelijke einduitspraken zijn gegeven, althans totdat deze onherroepelijke einduitspraken uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard in Sint Eustatius, al naar gelang de uitkomt daarvan de opbrengst onverwijld zal worden overgemaakt op een door de Beslagleggers respectievelijk PDVSA op te geven bankrekening, een en ander onder de voorwaarde dat de Engelse rechter Sigma (eveneens) zal toestaan de Lading te verkopen;

PDVSA te bevelen hieraan zonder enig voorbehoud of voorwaarde alle nodige medewerking te verlenen, waaronder, maar niet uitsluitend, het verstrekken van alle voor de verkoop en transport benodigde documenten,

meer subsidiair:

Te bepalen dat de Lading kan worden opgeslagen in opslagtanks van een derde, althans in opslagtanks van NuStar die worden gehuurd door PDVSA, met dien verstande dat (i) een ander dan PDVSA – bij voorkeur NuStar – door Uw Gerecht wordt aangewezen als gerechtelijke bewaarder van de Lading, (ii) dat de beslgen hoeveelheid olie separaat van andere hoeveelheden olie wordt opgeslagen en opgeslagen blijft zolang één of meer van) de beslagen nog van kracht zijn (iii) dat de tank(s) waarin de lading wordt opgeslagen worden vergrendeld en verzegeld zodat PDVSA, noch derden, hiertoe geen toegang kan (kunnen) hebben zonder medewerker van de door Uw Gerecht aangewezen bewaarder, dit alles zoveel mogelijk met inachtneming van de huidige rechtsposities van de Beslagleggers, waaronder die van Sigma op basis van haar contractuele lien onder de Overeenkomst;

uiterst subsidiair:

Met inachtneming van de huidige rechtsposities van de Beslagleggers in goede justitie een beslissing te nemen met betrekking tot de Lading die Uw Gerecht gerade voorkomt;

zowel primair, subsidiair, meer subsidiair en uiterst subsidiair:

te bepalen dat PDVSA een dwangsom verbeurt van USD 5.000.000 voor elke keer of elke dag of gedeelte daarvan dat zij met de nakoming van de door Uw Gerecht te geven bevelen of verboden geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft.”

De verweren in conventie en in reconventie

3.3.

Partijen concluderen over en weer tot afwijzing van de over en weer ingestelde vorderingen, met proceskostenveroordeling.

4. De (kort en zakelijk weer te geven) standpunten van partijen in conventie en in reconventie

4.1.

PDVSA legt de volgende argumenten aan haar vorderingen in conventie ten grondslag. Zolang de lading olie niet kan worden gelost ziet PDVSA zich geconfronteerd met een huurverplichting van USD 29.387,00 per dag zonder dat zij de NS Columbus kan gebruiken ten behoeve van haar bedrijfsexploitatie. Daarom brengt de redelijkheid met zich dat de scheepseigenaren moeten meewerken aan het overpompen van de olie in een van de bunkers van Nustar op Sint Eustatius. Het beslag en de lien blijven daarop natuurlijk rusten en het schip kan weer worden ingezet. Deze opslag kost ook het nodige maar is veel goedkoper dan de lading olie in de NS Columbus laten. Zie ook de e-mail van 14 februari 2017 namens de scheepseigenaren zelf waaruit volgt dat de NS Columbus opnieuw moeten worden gecertificeerd hetgeen van belang is voor de voortzetting van de verzekering. De scheepseigenaren handelen onrechtmatig door hun medewerking niet te verlenen aan de opslag in de bunkers van Nustar op Sint Eustatius.

4.2.

De scheepseigenaren verweren zich als volgt tegen de vorderingen in conventie van PDVSA. Opslag lost de kwestie van de oplopende kosten niet op. Bovendien heeft dat als effect dat de lading olie in de macht van PDVSA wordt gebracht omdat die zou moeten worden opgeslagen in door haar van Nustar gehuurde bunkers. Dit brengt de lien van Sigma in gevaar omdat het naar Engels recht zo is dat die vervalt als de lading het schip verlaat, waardoor de vorderingen van PDVSA leiden tot haar toerekenbaar tekort schieten onder de Charter Party. Verder komt de lading dan ook onder het retentierecht (warehouse lien) van Nustar te liggen, dat terwijl bekend is dat PDVSA in zeer zwaar weer verkeert en dat zij, blijkens berichten in de vakpers, dit jaar wel eens in staat van faillissement zou kunnen worden verklaard. Denk ook aan het gevaar van vermenging van deze partij olie met een andere partij olie waardoor de eigendom PDVSA, en dus ook de beslagen, teloor zou kunnen gaan. De vorderingen van PDVSA zijn in strijd met de wet; de beslaglegger en evenmin de bewaarder kunnen worden verplicht de beslagen zaken terug te geven aan de beslagene. Onduidelijk is overigens of Nustar wil meewerken aan de opslag van de olie in de door haar verhuurde bunkers. Overigens: de impasse is ontstaan omdat PDVSA niet meer beschikt over liquiditeiten. Als zij een bankgarantie stelt worden de beslagen natuurlijk direct opgeheven.

4.3.

Aan hun reconventionele vorderingen leggen de scheepseigenaren het volgende ten grondslag. Omdat verkoop van de olie het beste is voor iedereen, en onduidelijk blijft wat PDVSA hiertegen in redelijkheid zou kunnen inbrengen, hebben de scheepseigenaren het High Court om de Sales Order gevraagd. Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad (18 december 1992, NJ 1993, 571) kan goed huisvaderschap over de beslagen goederen met zich brengen dat deze moeten worden verkocht in afwachting van de beslissing in de hoofdzaak, als er sprake is van waardevermindering van de beslagen zaken of oplopende kosten. Zie ook artikelen 8:490 en 8:491 BW, alsmede 632 Rv, waarin in deze mogelijkheid ook is voorzien.

4.4.

Hiertegenover stelt PDVSA dat een spoedeisend belang ontbreekt. Immers, het High Court zal binnen afzienbare termijn een beslissing geven op het verzoek van de scheepseigenaren om de lading olie te mogen verkopen. Aldus is er ook geen materieel belang om de Statiaanse kort geding rechter op deze beslissing vooruit te laten lopen. Op grond van de Charter Party is immers Engels recht en een rechtsgang in Londen overeengekomen zodat deze moet worden afgerond. Ook zijn de tegenvorderingen in strijd met de openbare orde. Als de Engelse rechter de Sale Order mocht afgeven dan kunnen de scheepseigenaren op grond van 985 e.v. Rv in verband met het Verdrag van New York houdende erkenning van arbitrale uitspraken dan wel in verband met het Brits-Nederlandse Executieverdrag dit Gerecht verzoeken deze uitspraak op Sint Eustatius ten uitvoer te leggen. Dan moet wel het dwingend voorgeschreven executierecht van de BES-eilanden in acht worden genomen waarin waarborgen zijn gegeven voor zowel beslagene als beslaglegger. Een veroordeling tot verkoop doorkruist de voorgeschreven rechtsgang en verkort de rechten van PDVSA op onaanvaardbare wijze. De zaak is ook te complex voor de kort geding rechter. PDVSA is verder beducht dat een toewijzend vonnis in reconventie in de Engelse procedure gebruikt kan worden tegen haar als een bewijs dat de Statiaanse rechter de “contractual lien” heeft goedgekeurd.

5 De beoordeling in conventie en in reconventie

Spoedeisend belang

5.1.

Voor zover nodig overweegt het Gerecht dat het spoedeisend belang met de aard van de vorderingen is gegeven.

De vordering tot verkoop van de scheepseigenaren

5.2.

Beide partijen zijn het erover eens dat sprake is van een impasse die moet worden doorbroken. Volgens de scheepseigenaren is verkoop van de lading olie de enige reële optie. Vandaar dat zij de Engelse rechter hebben gevraagd om een Sales Order, bij wijze van voorlopige oplossing in afwachting van de uitkomst van de arbitrage procedure. Ter zitting is duidelijk geworden dat de beslissing op de Sales Order rond 10 april 2017 wordt verwacht. Nu dit op afzienbare termijn is en partijen in de Charter Party Engels recht en een Engelse rechtsgang zijn overeengekomen, is het voorlopig oordeel van het Gerecht dat het passend is dat partijen de beslissing van de Engelse rechter afwachten. Het Gerecht neemt daarbij ook in aanmerking dat de beslagen dateren van 20 oktober en 3 november 2016 terwijl de scheepseigenaren sindsdien zelf geen aanleiding hebben gezien om dit Gerecht om toestemming tot verkoop te vragen maar dat zij zich hebben gewend tot de Engelse rechter om die toestemming te verkrijgen. Pas in dit door PDVSA aangevangen kort geding vragen de scheepseigenaren dit Gerecht om een Sales Order.

5.3.

Dit betekent dat het Gerecht niet hoeft in te gaan op de argumentatie over de (on)mogelijkheden van de (niet executoriale) verkoop van de olie. Alle reconventionele vorderingen die strekken tot verkoop van de olie worden dus afgewezen.

Overpompen en opslaan

5.4.

Beide partijen achten het wenselijk dat de impasse wordt doorbroken. Duidelijk is dat dit het geval is als de lading olie wordt overgepompt naar de bunkers van Nustar. Door de scheepseigenaren worden hiertegen de nodige bezwaren aangetekend, met name het vervallen van de lien van Sigma, het mogelijk verliezen van de eigendom (en dus de beslagen) als de voorraad olie uit haar macht en in die van PDVSA komt als die wordt opgeslagen in door haar van Nustar gehuurde bunkers alsmede het risico dat Nustar haar retentierecht (warehouse lien) op de lading olie uitoefent. Tegenover deze bezwaren van de scheepseigenaren staat het belang van PDVSA die de NS Columbus niet kan gebruiken en elke dag huurpenningen voor het schip verschuldigd wordt.

5.5.

De uitoefening van de bevoegdheden van beslaglegger en bewaarder van de beslagen goederen dient te geschieden in overeenstemming met artikel 3:13 lid 2 BW. Naar voorlopig oordeel van het Gerecht geldt dat ongewijzigde handhaving van de beslagen op de voorraad olie, tegen de hiervoor omschreven achtergrond, onevenredig is zodat de scheepseigenaren naar redelijkheid niet tot de voortdurende uitoefening van deze beslagbevoegdheid mogen besluiten. Het Gerecht is van oordeel dat de scheepseigenaren dus gehouden zijn om mee te werken aan het overpompen en opslaan van de olie in de bunkers van Nustar. Daarbij geldt uiteraard dat hun rechten als beslagleggers gehandhaafd dienen te blijven en om dat te waarborgen geldt het volgende.

5.6.

Nustar en PDVSA dienen aan de scheepseigenaren te garanderen dat de conservatoire beslagen op de overgepompte lading olie worden gerespecteerd. Verder dienen Nustar en PDVSA aan de scheepseigenaren te garanderen dat de voorraad olie in een separate bunker wordt opgeslagen en dat in die bunker geen andere olie zal worden toegevoegd. Tevens dienen zij zich te verplichten jegens de scheepseigenaren dat zij de aanwijzingen van bewaarder Sigma zullen opvolgen, en, als zij het daar niet mee eens zijn, zij het Gerecht om een beslissing in kort geding zullen vragen. PDVSA dient te garanderen dat zij de kosten van opslag betaalt aan Nustar, zulks ter mogelijke verrekening met de scheepseigenaren als in de arbitrageprocedure daartoe wordt beslist. Nustar dient aan de scheepseigenaren te garanderen dat zij beschikt over voldoende fondsen c.q. voldoende zekerheden verstrekt door PDVSA om deze opslag 6 maanden lang te continueren.

5.7.

Het Gerecht kan niet uitsluiten dat door het overpompen van de olie het lien van Sigma komt te vervallen. Of dat zo zal blijken te zijn moet naar Engels recht worden beoordeeld in de arbitrageprocedure. PDVSA dient aan Sigma te garanderen dat het overpompen van de lading olie niet door haar als argument wordt gebruikt om in de arbitrageprocedure, of in een andere procedure tussen partijen, te stellen dat de lien verloren is gegaan. Nustar dient aan Sigma te garanderen dat de lien van Sigma boven haar warehouse lien gaat. Meer zekerheid daarover kan thans aan Sigma niet worden verschaft.

5.8.

Zodra Nustar en PDVSA aan de scheepseigenaren ieder voor zich schriftelijk aan ieder van de scheepseigenaren deze garanties en verplichtingen hebben bevestigd, dienen de scheepseigenaren hun medewerking te verlenen aan het overpompen van de lading olie naar een bunker van Nustar.

5.9.

Het Gerecht zal de verzochte dwangsommen toewijzen, zij het gemaximeerd zoals in de beslissing is vermeld.

Bewaarder

5.10.

Om redenen die hier geen weergave behoeven wordt de benoeming d.d. 24 januari 2017 van Sigma als bewaarder door PDVSA in twijfel getrokken. Het Gerecht bevestigt voor de goede orde hierbij dat Sigma rechtsgeldig als bewaarder is benoemd en dat dit betekent dat [de kapitein] per deze datum is ontslagen als zodanig.

[de kapitein]

5.11.

Gelet op hetgeen in de vorige alinea is overwogen dienen de vorderingen van PDVSA, voor zover ingesteld tegen [de kapitein] te worden afgewezen. PDVSA dient in de proceskosten van [de kapitein] te worden veroordeeld. Deze worden echter begroot op nihil.

Proceskosten

5.12.

Het Gerecht ziet aanleiding te bepalen dat partijen de kosten van dit geding ieder voor eigen rekening dienen te houden.

6 De beslissing in conventie en in reconventie

Het Gerecht in Eerste Aanleg:

rechtdoende in kort geding:

in conventie en in reconventie:

veroordeelt ieder van de scheepseigenaren hoofdelijk om, binnen twee dagen nadat PDVSA en Nustar de garanties als bedoeld in 5.6. en 5.7. schriftelijk aan ieder van hen hebben verstrekt, hun medewerking te verlenen aan het overpompen en opslaan van de lading olie in een bunker van Nustar op Sint Eustatius,

bepaalt dat de scheepseigenaren dwangsommen van USD 100.000,00 per dag verbeuren indien zij in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen,

maximeert de totaal door de scheepseigenaren te verbeuren dwangsommen op USD 20.000.000,00,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

bepaalt dat PDVSA en de scheepseigenaren de proceskosten voor eigen rekening dienen te houden,

wijst de vorderingen van PDVSA tegen [de kapitein] af en veroordeelt PDVSA in de proceskosten, aan de zijde van [de kapitein] begroot op nihil,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.