Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEABES:2017:27

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
22-08-2018
Zaaknummer
AR 86 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Partijen hebben een overeenkomst van opdracht gesloten gericht op het verrichten van beveiligingswerkzaamheden. Gedaagde heeft deze overeenkomst opgezegd tegen een datum die ligt binnen drie maanden na de datum waarop de opzegging is gedaan. Eiseres is van mening dat de opzegging in strijd is met de redelijkheid en de billijkheid en onaanvaardbaar. Daarnaast is er volgens eiseres geen sprake van een tekortkoming die een ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt, noch van enig verzuim. aldus eiseres. Het Gerecht oordeelt dat de grens die de opzeggende partij bij haar opzegging in acht te nemen heeft die van misbruik van bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 BW BES is. Daarvan is geen sprake. Voorts zijn de (kennelijke) verwijzing naar de tekortkoming en het verzuim ex artikel 6:265 BW BES zonder gevolg, omdat de beëindiging niet op een tekortkoming van SSF is gegrond. De conclusie is dat van een opzegging die naar de maatstaf van artikel 6:248 BW onaanvaardbaar is geen sprake is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Burgerlijke zaken over 2017

Registratienummer: AR 86 van 2016

Datum uitspraak: 27 september 2017

VONNIS

in de zaak van

de naamloze vennootschap Sheriff Security Force N.V.,

gevestigd te Sint Maarten, mede kantoorhoudend te Bonaire,

eiseres, verder te noemen: SSF,

gemachtigde: mr. C. Marica-Henderson,

tegen

de naamloze vennootschap Flamingo Enterprides N.V.,

gevestigd te Bonaire,

gedaagde, verder te noemen: Flamingo,

gemachtigde: mr. C. de Bres en mr. W.J. de Nijs.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

- het inleidend verzoekschrift van SSF van 16 december 2016;

- de conclusie van antwoord van Flamingo van 29 maart 2017;

- de conclusie van repliek van SSF van 24 mei 2017;

- de conclusie van dupliek van Flamingo van 30 augustus 2017.

Partijen hebben vonnis gevraagd, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

De vaststaande feiten

De volgende feiten staan tussen partijen vast:

- Op 16 november 2015 hebben SSF als Contractor and Flamingo als Principal een overeenkomst van opdracht met het oog op het verlenen van security service gesloten, waarin onder meer is vermeld:

Article 1 – Term

  1. This Agreement is entered into for a period of three (3) years, commencing on december 1, 2015 and consequently ending on November 30, 2018 (…)

  2. (…)

Article 2 – Services

Contractor shall provide the services outlined in attached Schedule A. (…)

(…)

Article 7- Interim Termination of the Agreement

Either party may terminate this Agreement with all its terms and conditions for any reason upon providing three (3) months prior written notice to the other party.

- Op grond van Schedule B (n.b. schedule A is niet overgelegd) staat vast dat Flamingo zal betalen voor Resort Service, 24 hrs Package, voor K-9 Service, 8 hrs package, voor Casino Service 8 hrs Package en voor Armoured Transport Service.

- Overleg tussen partijen heeft geleid tot een overall reduction van de aanvankelijk overeengekomen vergoeding met 25%.

- Bij brief van 14 juli 2016 heeft Flamingo de overeenkomst, onder verwijzing naar artikel 7 van de overeenkomst, opgezegd tegen 11 oktober 2016.

- SSF heeft op 19 september 2016 bij brief van haar gemachtigde bij Flamingo tegen “the premature termination” geprotesteerd en, voor het geval Flamingo die opzegging niet ongedaan zou maken, aanspraak gemaakt op een schadevergoeding.

De vordering

SSF heeft gevorderd, na vermindering van eis bij haar conclusie van repliek:

- een verklaring voor recht dat de opzegging van de tussen partijen bestaande overeenkomst door Flamingo bij brief van 14 juli 2016 in strijd is met de beginselen van redelijkheid en billijkheid, althans dat de opzegging onaanvaardbaar is;

- een verklaring voor recht dat Flamingo jegens SSF schadeplichtig is voor alle geleden schade ten gevolge van de opzegging en haar te veroordelen tot betaling van die schade welke nader opgemaakt zal worden bij schadestaat en vereffend volgend de wet, althans dat Flamingo gehouden is tot (door)betaling van de maandelijkse vergoeding aan SSF gedurende een redelijke door het Gerecht vast te stellen periode;

- de veroordeling van Flamingo tot betaling aan SSF van een bedrag van US$ 5.000,- aan buitengerechtelijke kosten en kosten voor de vaststelling van aansprakelijkheid en verhaal ex artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek BES (verder: BW) voor het bedrag van haar verrijking, door het Gerecht vast te stellen, althans nader vast te stellen bij deskundigenrapport.

- de veroordeling van Flamingo in de proceskosten.

Flamingo heeft tegen die vordering verweer gevoerd met conclusie tot integrale afwijzing en de veroordeling van SSF in de proceskosten.

De beoordeling van het geschil

1. De datum waartegen de overeenkomst is opgezegd, 11 oktober 2016, ligt binnen drie maanden na de datum van de opzegging, 14 juli 2016. Nu Flamingo in haar conclusie van antwoord onder 2.2. heeft gesteld dat de overeenkomst per 14 oktober 2016 is beëindigd en SSF daarop niet is teruggekomen, gaat het Gerecht ervan uit tussen partijen niet in geschil is dat de termijn van opzegging op zichzelf is nageleefd.

2. SSF heeft als bezwaren tegen de opzegging, kort weergegeven, aangevoerd:

SSF is gevestigd op Sint Maarten en Flamingo was de eerste klant op Bonaire. SSF heeft zich grote investeringen getroost om haar bedrijfsvoering op Bonaire op te starten. Partijen hebben aan elkaar moeten wennen, maar de dienstverlening aan Flamingo geschiedde als overeengekomen. Aan de opzegging ligt niet een gebrekkige nakoming van de overeenkomst ten grondslag, maar een wijziging in de personele samenstelling van het management van Flamingo. SSF heeft meegedacht met de wens van Flamingo tot kostenreductie en heeft bewilligd in een neerwaartse bijstelling van de overeengekomen vergoeding. Allerlei opmerkingen van Flamingo over de prestaties van SSF zijn bespreekbaar geweest.

De opzegging is in strijd met de redelijkheid en de billijkheid en onaanvaardbaar. Er is geen sprake van een tekortkoming die een ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. Noch enig verzuim. Partijen moeten zich jegens elkaar gedragen met inachtneming van de redelijkheid en de billijkheid.

3. Het primaire verweer van Flamingo is dat zowel artikel 7 van de overeenkomst als artikel 7:408 lid 1 BW BES voorzien in de mogelijkheid te allen tijde de overeenkomst door opzegging te beëindigen. Van die mogelijkheid heeft Flamingo gebruik gemaakt.

4. Het Gerecht zal eerst dit primaire verweer bespreken.

Wat tussen contractspartijen redelijk en billijk is hangt op de eerste plaats af van de inhoud van hun afspraken. Toegepast op dit geschil betekent dit, dat de tekst van de overeenkomst geen twijfel laat voor de geldigheid van de op artikel 7 van die overeenkomst gebaseerde termination, zeker niet nu expliciet is opgenomen dat die termination kan plaatsvinden for any reason en de toepassing gepaard gaat met een niet ongebruikelijke en op voorhand niet te korte opzeggingstermijn van drie maanden. Dat die termijn in dit geval te kort zou zijn heeft Flamingo niet aangevoerd.

De grens die de opzeggende partij bij haar opzegging in acht te nemen heeft is die van misbruik van bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 BW BES.

Daarvan is echter geen sprake. De door SSF aangevoerde omstandigheid dat zij als nieuwe speler in Bonaire op de markt van security grote investeringen heeft moeten doen, verwijst naar een ondernemersbeslissing waarvan zij zelf het risico draagt, waaronder het risico dat een overeenkomst (met gebruikmaking van een voorziene beëindigingsmogelijkheid) eerder eindigt dan de beoogde looptijd. De neerwaartse bijstelling van de aanvankelijk afgesproken vergoeding voor de werkzaamheden van SSF voor Flamingo is tussen hen nader overeengekomen. De contractuele opzeggingsmogelijkheid is daarbij ongewijzigd gebleven. De (kennelijke) verwijzing naar de tekortkoming en het verzuim ex artikel 6:265 BW BES zijn zonder gevolg, omdat de beëindiging niet op een tekortkoming van SSF is gegrond. Alles wat SSF daarover heeft aangevoerd kan dus buiten behandeling blijven.

De conclusie moet zijn dat van een opzegging die naar de maatstaf van artikel 6:248 BW onaanvaardbaar is geen sprake is.

5. Nu het primaire verweer toewijzing van de vorderingen van SSF in de weg staat, kunnen de overige verweren van Flamingo buiten bespreking blijven.

6. De vordering moet dus worden afgewezen. SSF zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

Het Gerecht:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt SSF in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Flamingo gevallen begroot op US$ 1.394,- voor salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P.M. van den Dungen, rechter in voormeld Gerecht en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 september 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.