Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEABES:2017:24

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
22-08-2018
Zaaknummer
AR 43 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzing regresvordering voormalig echtlieden met betrekking tot aflossing van een tijdens het huwelijk afgesloten hypotheek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Burgerlijke zaken over 2017

Registratienummer: AR 43 van 2016

Datum uitspraak: 27 september 2017

VONNIS

in de zaak van

[eiser],

wonend te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. E.J. Winkel,

tegen

[gedaagde],

wonend te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.

Het procesverloop

1. Het procesverloop blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 25 januari 2017;

  • -

    de akte tot eiswijziging ex artikel 109 Rv van 10 augustus 2017 van [eiser];

  • -

    de akte cijfermatig opstellen van 10 augustus 2017 van [eiser];

  • -

    de aanvullende producties van 16 augustus 2017 van [gedaagde];

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 17 augustus 2017.

2. Vervolgens is de zaak verwezen voor vonnis, waarvan de uitspraak is bepaald op

heden.

De beoordeling

3. [ [eiser] vordert in zijn akte van eiswijziging, bij vonnis uitvoerbaar bij

voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van $ 16.935,60 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 april 2016 en [gedaagde] te veroordelen, vanaf heden tot de dag dat de volledige schuld bij de Centrale Hypotheekbank N.V. (verder te noemen: CHB) is afbetaald, tot een maandelijkse betaling aan [eiser] van $ 282,26 dan wel een ander bedrag dat door CHB wordt toegepast, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

4. [ [gedaagde] heeft ter comparitie geen bezwaar gemaakt tegen de akte van

eiswijziging van [eiser]. [gedaagde] heeft aangegeven akkoord te gaan met de in die akte opgenomen berekening van de regresvordering van [eiser] op [gedaagde]. [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij moet rondkomen van een bijstandsuitkering, waardoor zij niet in staat kan worden geacht enige betaling aan [eiser] te verrichten. Voorts heeft [gedaagde] nogmaals aangevoerd dat de afspraak was dat [eiser] de hypotheek zou betalen, en dat zij dan geen aanspraak zou maken op partneralimentatie.

5. Bij tussenvonnis van 25 januari 2017 heeft het Gerecht [gedaagde] toegelaten te

bewijzen dat de afspraak tussen partijen was “geen partneralimentatie in ruil voor afbetaling van de lening”. [gedaagde] heeft afgezien van bewijslevering, waardoor deze afspraak niet is komen vast te staan. Het Gerecht gaat er dan ook niet uit van een dergelijke afspraak tussen partijen.

6. [ [gedaagde] heeft voorts aangevoerd dat [eiser] haar niet op de hoogte heeft

gebracht toen hij is opgehouden te betalen waardoor hij zich naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid heeft gedragen op een wijze die onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van een eventueel recht op ontvangst van enig bedrag. Ter zitting heeft [eiser] gesteld dat hij [gedaagde] toen zij terugkwam uit Nederland en hij haar een verblijfplaats had verstrekt ervan op de hoogte heeft gebracht dat hij is opgehouden te betalen. [eiser] heeft aan [gedaagde] aangegeven dat indien zij in het huis wenste te (blijven) wonen, zij de kosten van de hypotheek diende te voldoen. Deze stelling van [eiser] is door [gedaagde] niet betwist. Het moet er voor worden gehouden dat [gedaagde] hiervan op de hoogte was. [eiser] heeft de belangen van [gedaagde] dan ook niet op onaanvaardbare wijze veronachtzaamd. Zelfs als [eiser] [gedaagde] er niet van op de hoogte zou hebben gebracht dat hij was opgehouden te betalen dan is hiervan geen sprake. [gedaagde] was immers op de hoogte van de hypotheekschuld en haar hoofdelijke aansprakelijkheid. Dat [eiser] nu regres op [gedaagde] neemt is dan ook niet in strijd met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, laat staan dat het nemen van regres naat maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

7. Dan komt het Gerecht nog toe aan de beoordeling van het “habe-nichts” verweer

zoals dat door [gedaagde] is gevoerd. Dat [gedaagde] naar eigen zeggen niet in staat is om enige betaling aan [eiser] te verrichten leidt er niet toe dat de grond aan de betalingsverplichting komt te ontvallen. Dit verweer van [gedaagde] snijdt dan ook geen hout.

8. Het bovenstaande leidt tot het oordeel dat de vordering van [eiser] voor wat

betreft de regresvordering kan worden toegewezen zoals deze is ingediend bij akte wijziging van eis.

9. Ten aanzien van de vordering van [eiser] om [gedaagde] te veroordelen tot een

maandelijke betaling aan [eiser] van US$ 282,26 of een ander bedrag dat door CHB wordt toegepast het volgende. Het Gerecht zal bepalen dat [gedaagde] iedere door [eiser] aan CHB uit hoofde van hypotheekschuld verrichte betaling, welke door [eiser] door overlegging van een bewijs van betaling wordt onderbouwd, aan [eiser] dient te voldoen totdat de volledige hypotheekschuld aan CHB is voldaan.

10. [ [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden

veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- kosten betekening verzoekschrift US$ 136,58

- griffierecht US$ 419,00

- salaris gemachtigde (1 x 1 punt ad US$ 698,-) US$ 698,00

Totaal US$ 1.253,58.


Beslissing


Het Gerecht:

Veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van US$ 16.935,60, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 april 2016 tot de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen iedere door [eiser] aan CHB uit hoofde van hypotheekschuld verrichte betaling, welke door [eiser] met een bewijs van betaling wordt onderbouwd, totdat de volledige hypotheekschuld aan CHB is voldaan.

Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op US$ 1.253,58.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijs het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P.M. van den Dungen, rechter in voormeld Gerecht en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 september 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.