Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:501

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
01-06-2021
Datum publicatie
25-10-2021
Zaaknummer
AUA201902722
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gezamenlijk gezag en informatieplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 1 juni 2021

behorend bij EJ. nr. AUA201902722

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van

[Naam verzoeker],

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna: de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes,

tegen:

[Naam verweerster],

wonende in Curaçao,

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. O.D. Lodowica.

Belanghebbende:

[Naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba.

1 DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van 26 november 2019. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 12 maart 2021;

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 4 mei 2021, waar zijn verschenen partijen in persoon en bijgestaan door hun gemachtigden en de Voogdijraad bij mevrouw mr. V. Kelly.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

Ouderlijk gezag

2.1

Het gerecht stelt voorop dat het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders niet zonder meer meebrengt dat in het belang van een kind het ouderlijk gezag aan één van de ouders moet worden toegekend. Wel is voor gezamenlijk gezag vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over het kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen, zodanig dat het niet klem of verloren raakt tussen de ouders.

2.2

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat

de ouders, ondanks de lastige communicatie die ze met elkaar hebben, hun best zullen blijven doen om het gezag gezamenlijk een succes te maken. Het gerecht zal wat de ouders ter zitting hebben toegezegd in de beschikking opnemen en zal het verzoek van de vader dat partijen gezamenlijk belast worden met het gezag over de minderjarige toewijzen.

De hoofdverblijfplaats

2.3

Bij vonnis van dit gerecht van 13 september 2019 (behorend bij KG nr. AUA201902713) is de minderjarige voorlopig voor de duur van de hoofdzaak toevertrouwd aan haar vader. De minderjarige verblijft sinds 2019 bij de vader.

Tussen partijen is niet in geschil dat de minderjarige bij de vader zal blijven wonen. Het gerecht zal dienovereenkomstig beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van de minderjarige zich hiertegen verzet.

Informatieplicht

2.4

Op grond van artikel 1:377b lid 1 BW is de met het gezag belaste ouder gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent belangrijke aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen – zo nodig door tussenkomst van derden – over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van een ouder kan de rechter ter zake voorschriften vaststellen. De rechter kan op grond van artikel 1:377b lid 2 BW bepalen dat die informatieplicht buiten toepassing blijft indien het belang van het kind dit vereist.

Op grond van artikel 1:377h lid BW kan de rechter in eerste aanleg op verzoek van de ouders of één van hen een regeling vaststellen inzake de omgang tussen het kind en de ouder bij wie het kind zijn gewone verblijfplaats niet heeft of inzake het verschaffen van informatie aan dan wel het raadplegen van die ouder als bedoeld in artikel 1:377b, eerste lid dan wel inzake het verschaffen van informatie als bedoeld in artikel 1:377c, eerste en tweede lid.

2.5

Gelet op de omstandigheid dat de minderjarige in Aruba woont en de moeder in Curaçao, zal van de vader worden gevergd dat hij om de twee weken jegens de moeder voldoet aan de wettelijke informatieplicht als neergelegd in artikel 1:377h lid 1 van het BW. Daartoe dient de vader de moeder elke twee weken schriftelijk, bij voorkeur via e-mail, te informeren omtrent belangrijke aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind.

Omgang

2.6

Gelet op hetgeen ter zitting is besproken, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld om een concreet voorstel te doen over een omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige. De behandeling hierover zal op een nader te noemen datum worden voortgezet.

2.7

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 DE BESLISSING

Het gerecht:

bepaalt dat de partijen gezamenlijk belast worden met de uitoefening van het gezag over [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba,

bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader zal zijn,

veroordeelt de vader de moeder om de twee weken op de hoogte te stellen omtrent belangrijke aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind via email;

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 15 juni 2021 om 8.30 uur voor overlegging van een akte zijdens partijen, als bedoeld in rechtsoverwegingen 2.6,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 1 juni 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 1 juni 2021

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: EJ. AUA201902722

Inhoudsindicatie: personen- en familierecht. Gezamenlijk gezag en informatieplicht.

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. J.M.J. Keltjens

Bijzondere kenmerken: