Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:492

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
25-08-2021
Datum publicatie
22-10-2021
Zaaknummer
AUA202100029
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, huurovereenkomst, coronapandemie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 25 augustus 2021

Behorend bij AUA202100029

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[naam eiseres],

te Verenigde Staten van Amerika,

eiseres,

hierna: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. V.A.V. Carlo,

tegen:

[naam gedaagde],

te Aruba,

gedaagde,

hierna: [gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. D. Canwood.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de rolbeschikking van 10 maart 2021;

- de mondelingen behandeling van 3 juni 2021

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Tussen partijen gold een huurovereenkomst, op grond waarvan [gedaagde] met ingang van 12 februari 2020 de woning [adres woning] te Aruba (hierna: de woning) voor een bedrag van Afl. 1.320,- per maand van [eiseres] huurde. Daarbij zijn partijen onder meer overeengekomen dat een borg van een maand huur verschuldigd is.

2.2 [

gedaagde] heeft de waarborgsom voldaan.

2.3

Op 10 november 2020 heeft [gedaagde] de sleutels van de woning ingeleverd.

2.4

Bij brief van 14 december 2021 heeft [eiseres] [gedaagde] gemaand om binnen veertien dagen een bedrag van Afl. 7.455,- aan achterstallige huur en Afl. 1.118,25 aan buitengerechtelijke incassokosten te voldoen.

3 DE VORDERING EN DE VERWEREN

3.1 [

eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt om aan haar te betalen Afl. 7.455,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 december 2020, en met de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 1.118,25, kosten rechtens.

3.2 [

eiseres] grondt de vordering op de huurovereenkomst die tussen partijen gold.

Verder heeft [gedaagde] de woning niet in goede staat achtergelaten, als gevolg waarvan [eiseres] schade heeft geleden, bestaande uit verf- en schoonmaakkosten. Voorts heeft zij buitengerechtelijke incassokosten moeten maken.

3.3 [

gedaagde] verzoekt het Gerecht om haar verlof te verlenen om kosteloos te procederen. [gedaagde] voert gemotiveerd verweer, strekkende tot afwijzing van de vordering.

4 DE BEOORDELING

4.1

Ter zitting heeft [eiseres] erkend dat [gedaagde] nog een bedrag van Afl. 350,- heeft betaald, met welk bedrag de vordering wordt verminderd zodat een bedrag van Afl. 7.105,- resteert, uitgaande van de met het aangaan van de huurovereenkomst overeengekomen huur van Afl. 1.320,- per maand. Dit is op zichzelf door [gedaagde] niet weersproken. De stelling van [gedaagde] dat partijen op enig moment hebben afgesproken dat de huur in verband met de coronapandemie wordt verlaagd, is door [eiseres] gemotiveerd weersproken. Gelet hierop en nu [gedaagde] deze stelling niet nader heeft toegelicht, wordt deze gepasseerd. Dat brengt met zich dat vast staat dat de huurachterstand ten tijde van het einde van de huurovereenkomst Afl. 7.105,- bedroeg.

4.2 [

gedaagde] heeft zich verder beroepen op verrekening met de door haar betaalde borg.

[eiseres] heeft erkend dat [gedaagde] haar een borg van Afl. 1.320,- heeft betaald, welke zij [gedaagde] niet heeft terugbetaald. Volgens [eiseres] is zij daartoe niet gehouden, omdat [gedaagde] niet heeft voldaan aan de voor haar uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen om de woning in goede staat achter te laten, waardoor zij schade heeft geleden voor een bedrag van minimaal Afl. 1.320,-. Gesteld noch gebleken is dat [eiseres] [gedaagde] ter zake eerst in gebreke heeft gesteld, alvorens herstelwerkzaamheden aan het huis te laten uitvoeren. Gelet hierop, is [gedaagde] niet verplicht de schade die [eiseres] heeft gesteld te hebben geleden te vergoeden (artikel 6:74, lid 2, BW). [gedaagde] heeft daarom recht op verrekening van de borg met de openstaande huur. Dat betekent dat [gedaagde] [eiseres] aan achterstallige huur verschuldigd is een bedrag van Afl. 7.105,- – Afl. 1.320,- = Afl. 5.785,-.

4.3

De wettelijke rente is toewijsbaar als gevorderd.

4.4

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden op na te melden wijze toegewezen, nu voldoende gesteld en gebleken is dat deze daadwerkelijk en in redelijkheid zijn gemaakt.

4.5

Ter zitting zijn partijen een betalingsregeling van Afl. 375,- per maand overeengekomen. Deze betalingsregeling zal op na te melden wijze in het vonnis worden opgenomen.

4.6 [

gedaagde] zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres].

4.7

Gezien het overgelegde bewijs van onvermogen zal aan [gedaagde] verlof worden verleend om kosteloos te procederen.

5 DE BESLISSING

Het Gerecht:

5.1

verleent [gedaagde] verlof om kosteloos te procederen;

5.2

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van Afl. 5.785,-, althans dat bedrag verminderd met de eventuele nadien afgeloste bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2020 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;

5.3

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van Afl. 750,- (1,5 punt in tarief 3) wegens buitengerechtelijke incassokosten;

5.4

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [eiseres] worden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 208,05 aan explootkosten en Afl. 1.000,- (2 punten in tarief 3) aan salaris van de gemachtigde;

5.5

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6

staat [gedaagde] toe het totaal aan [eiseres] verschuldigde te voldoen in maandelijkse termijnen van Afl. 375,-, onder de bepaling dat deze regeling vervalt en het restant direct volledig opeisbaar is, indien [gedaagde] met betaling van één of meer termijnen in gebreke blijft;

5.7

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 augustus 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 25 augustus 2021

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: AR nr. AUA202100029

Inhoudsindicatie: Civiel, huurovereenkomst, coronapandemie.

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. M.E.B. de Haseth

Bijzondere kenmerken: