Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:491

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
25-08-2021
Datum publicatie
22-10-2021
Zaaknummer
AUA202002282
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, bevel tot betaling vordering schade

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 25 augustus 2021

Behorend bij AUA BB202002282

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[eiser],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [eiser],

procederend in persoon,

tegen:

[gedaagde],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure tot en met 16 december 2020 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. De in dat tussenvonnis gelaste comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 8 juli 2021. Vervolgens is de datum voor vonnis bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [

eiser] was begin 2018 eigenaar van een BMW uit de 7-serie (hierna: de BMW). Op 21 februari 2018 heeft [gedaagde] met zijn auto door een fout de geparkeerde BMW aangereden. Hierdoor is schade ontstaan aan de BMW. In een in opdracht van [eiser] opgesteld rapport d.d. 8 maart 2020 (verzoekschrift,prod. IV) is de schade begroot op Afl. 14.675,00.

2.2 [

gedaagde] was ten tijde van de aanrijding niet verzekerde voor de wettelijke aansprakelijkheid voor schade die hij met zijn auto aan derden veroorzaakt.

3 HET VERZOEK

3.1 [

eiser] verzoekt het gerecht om [gedaagde], uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Afl. 10.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2020, alsmede te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van [gedaagde] tot betaling van het door [eiser] betaalde vastrecht.

3.2

Aan het verzoek legt [eiser] ten grondslag dat de aanrijding is veroorzaakt door een verkeersfout van [gedaagde], zodat deze verplicht is de door [eiser] geleden schade te vergoeden. Deze schade is begroot op Afl. 14.835,00. [eiser] beperkt zijn vordering tot Afl. 10.000,00 zodat hij, zo begrijpt het gerecht, onderhavige betalingsbevelprocedure heeft kunnen starten in plaats van een gewone AR-procedure.

3.3 [

gedaagde] verzoekt om hem kosteloze procedure te verlenen en betwist voor het overige de omvang van de schade.

4 DE BEOORDELING

4.1. [

eiser] is al voor zijn 18e begonnen met sparen om een BMW uit de 7-serie te kunnen kopen als hij eenmaal zijn rijbewijs had gehaald. Onder andere door extra shifts te werken is hij erin geslaagd om ook daadwerkelijk al op jonge leeftijd een BMW 735i aan te schaffen. Op 18 februari 2018 had [eiser] zijn BMW geparkeerd langs de openbare weg Caya Punto Brabo. [gedaagde], die kennelijk onwel was geworden toen hij in zijn auto over de Caya Punto Brabo reed, is met zijn auto tegen de BMW aangereden. Daardoor is een behoorlijke schade toegebracht aan de rechterzijde van de BMW, waaronder aan de ophanging van de achterwielen. Het was door de schade niet mogelijk om nog met de BMW te rijden. [gedaagde] was op het moment van het ongeval niet tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd. Hij is evenmin in staat om de schade zelf te vergoeden, hetgeen betekent dat feitelijk [eiser] met de ellende blijft zitten. Ook [eiser] was niet in staat om het herstel van de BMW uit eigen middelen te vergoeden. Hij heeft de BMW inmiddels verkocht. Gevolg van dit alles is dus dat jarenlang sparen en extra werken van [eiser] voor niets is geweest en dat zijn droom letterlijk in de prak is gereden. En dat alleen omdat [gedaagde], in strijd met diens wettelijke verplichting, niet had gezorgd voor een deugdelijke WA-verzekering en daarmee blijk geeft van een volstrekte minachting van de belangen van zijn mede-weggebruikers. Onderhavige uitspraak van het gerecht - die zeer waarschijnlijk feitelijk niet ten uitvoer zal kunnen worden gelegd - zal [eiser] niet de rechtvaardigheid brengen die hij blijkens zijn uitlatingen en gedragingen ter zitting kennelijk van deze procedure had verwacht. Het gerecht begrijpt de onvrede die [eiser] tijdens de zitting heeft laten blijken.

4.2

Het bovenstaande neemt niet weg dat [gedaagde] slechts gehouden is om de daadwerkelijk door [eiser] geleden schade te vergoeden. Deze is volgens [gedaagde] aanzienlijk kleiner dan door [eiser] is gesteld. Daartoe stelt hij dat uit een in opdracht van hem dan wel zijn dochter opgestelde offerte volgt dat de herstelkosten van de schade Afl. 7.433,68 bedroegen. Dit is aanzienlijk minder dan de in opdracht van [eiser] begrote schade. Het gerecht overweegt hieromtrent als volgt.

4.3 [

eiser] heeft de schade laten begroten door de heer R.A. de Mey van DeMey Surveyor. Deze begroot de kosten van herstel van de schade in diens rapport d.d. 8 maart 2020 op Afl. 11.000,00 aan onderdelen en op Afl. 4.500,00 aan arbeidsloon, derhalve in totaal op Afl. 15.500,00. Daar staat volgens De Mey tegenover dat de BMW in goede staat een dagwaarde zou hebben gehad van Afl. 22.000,00 en dat de waarde van het wrak op Afl. 7.325,00 kan worden begroot, zodat de aldus berekende schade Afl. 14.675,00 bedraagt. Dit is lager dan de kosten voor herstel, zodat de schade op basis van een total-loss moet worden begroot op Afl. 14.675,00.

4.4 [

gedaagde] stelt dat hij een offerte voor de herstelkosten heeft laten opmaken bij Th. Geerman, die een garagebedrijf heeft die voor alle verzekeraars op Aruba werkt. Deze heeft de BMW, toen deze na de aanrijding voor de woning van [eiser] stond geparkeerd, bekeken en begroot de kosten van herstel op Afl. 5.533,68 aan onderdelen en op Afl. 1.900,00 aan arbeidsloon, derhalve in totaal op een bedrag van Afl. 7.433,68.

4.5

Volgens [eiser] is de offerte van Geerman niet gebaseerd op een vervanging van de beschadigde onderdelen met BMW-onderdelen en ook niet op herstel door een monteur die door BMW is opgeleid. [gedaagde] heeft deze stelling van [eiser] niet betwist. Het gerecht neemt dan ook als vaststaand aan dat de schadebegroting van de De Mey is gebaseerd op een herstel met BMW-onderdelen door een monteur met een opleiding van BMW en die van Geerman niet.

4.6

Het gerecht begrijpt de stellingen van [eiser] verder aldus, dat hij van oordeel is dat deugdelijk herstel slechts kan plaatsvinden door beschadigde onderdelen te vervangen door officiële BMW-onderdelen door een door BMW opgeleide monteur en dat hij aanspraak kan maken op een dergelijk deugdelijk herstel. Het gerecht volgt [eiser] in diens stelling. Blijkens het rapport van De Mey was de BMW ten tijde van het ongeval 16 jaar oud en had hij een dagwaarde van Afl. 25.927,00 en een marktwaarde van Afl. 22.000,00. Van de zijde van [gedaagde] is niet gesteld dat de auto niet in goede staat zou verkeren. [eiser] kon er daarom aanspraak op maken dat herstel zou plaatsvinden met originele BMW-onderdelen en dat herstel zou gebeuren door een door BMW opgeleid monteur. Herstel op de wijze zoals door [gedaagde] voorgesteld, zal (kunnen) leiden tot een aantasting van de deugdelijkheid van de BMW, de betrouwbaarheid ervan en daarmee ook van de waarde ervan. Het verweer dat de herstelkosten op het door [gedaagde] gestelde lagere bedrag kunnen worden gesteld, wordt om die reden verworpen. Dat betekent dat de schade op basis van een total-loss moet worden begroot op Afl. 14.675,00.

4.7

Het gerecht zal de vordering van [eiser] hierna toewijzen. Ook de vordering tot betaling van de wettelijke rente met ingang van 17 juli 2020 zal worden toegewezen evenals de niet betwiste buitengerechtelijke incassokosten, zij het dat deze conform het Procesreglement zullen worden gematigd tot het bedrag van Afl. 1.500,00. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, die aan de zijde van [eiser] worden begroot op Afl. 50,00 aan griffierecht en op Afl. 150,00 aan explootkosten.

4.8

Het verzoek om aan [gedaagde] kosteloze procedure te verlenen zal worden toegewezen.

5 DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:

5.1

verleent [gedaagde] kosteloze procedure;

5.2

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van het bedrag van Afl. 10.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 1.500,00;

5.3

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure die aan de zijde van [eiser] worden begroot op Afl. 50,00 aan griffierecht en op Afl. 150,00 aan explootkosten;

5.4

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 augustus 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 25 augustus 2021

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: AR nr. AUA202002282

Inhoudsindicatie: Civiel, bevel tot betaling vordering schade.

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. J.J. Verhoeven

Bijzondere kenmerken: