Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:454

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-06-2021
Datum publicatie
20-10-2021
Zaaknummer
AUA202101214
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rectificatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 16 juni 2021 (bij vervroeging)

Behorend bij K.G. nr. AUA202101214

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[naam eiseres],

wonende in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,

tegen:

[naam gedaagde],

wonende in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift met producties, ingediend op 6 mei 2021;

-de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 2 juni 2021.

1.2

Partijen zijn ter zitting verschenen samen met hun respectieve gemachtigden. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - beiden mede aan de hand van een overgelegde en voorgedragen pleitnota, beiden voorzien van toegelaten producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.

2.2 [

gedaagde] is een journalist, die ook een eigen radioprogramma heeft, dat elke middag om 12:00 uur wordt of werd uitgezonden onder de naam “Enfoque (90)”. Van algemene bekendheid is dat [gedaagde] thans een radioprogramma heeft/verzorgt via 88.9 FM (Bo Guia).

2.3

Het meest bekende nieuws in Aruba is momenteel het strafrechtelijk onderzoek geheten Avestruz waarin ex-minister [naam minister] wordt aangemerkt als verdachte ter zake van corruptie met betrekking tot de uitgifte in erfpacht van domeingronden.

2.4

Ten tijde van de radio-uitzending van [gedaagde] op 19 april 2021 kwam ook dit stafrechtelijk onderzoek aan de orde. Tijdens die uitzending heeft [gedaagde] - zo het Gerecht begrijpt) zakelijk weergegeven onder meer het volgende gezegd/gepubliceerd met betrekking tot [eiseres]:

a. dat [eiseres] als voormalige kennis van [naam kennis van eiseres] (hierna: [kennis]) tijdens een bezoek aan haar bij haar thuis wachtwoorden uit de privé-computer van [kennis] heeft bemachtigd;

b. dat [eiseres] tijdens de Statenverkiezingen van 2017 politieke pamfletten/kranten heeft uitgedeeld, waarmee zij [kennis] beschuldigde van dubieuze praktijken met betrekking tot aan het Land Aruba toebehorende erfpachtgronden;

c. dat [eiseres] een ramp en slecht functionerende werknemer is.

[gedaagde] heeft bij die onder a. en b. omschreven publicaties niet vermeld dat hij dat allemaal had vernomen van horen zeggen (van [kennis]).

2.5 [

eiseres] heeft bij schrijven van 23 april 2021 [gedaagde] gesommeerd om in zijn radioprogramma over te gaan tot rectificatie van zijn hiervoor onder a, b, en c. omschreven publicaties. De door [eiseres] beoogde rectificatie is uitgebleven.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

i. [gedaagde] verbiedt om in het kader van het strafrechtelijk onderzoek Avestruz enige tekst met daarin de naam van [eiseres] dan wel enige lettercombinatie die naar haar naam verwijst wederom op de radio of een door hem beheerde website te gebruiken;

ii. [gedaagde] veroordeelt om binnen 2 dagen na de betekening aan hem van dit vonnis op de radio de volgende (zakelijk weergegeven) tekst te publiceren bij wijze van rectificatie:

Beste luisteraars,

Bij vonnis van 16 juni 2021, gewezen door de voorzieningenrechter bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, ben ik veroordeeld om de volgende rectificatie via de radio uit te spreken:

In vervolg op mijn radioprogramma van 19 april 2021 deel ik U mede dat ik toen omtrent mevrouw [eiseres] onjuiste en beledigende uitspraken heb gedaan en in het bijzonder ten onrechte heb beweerd dat mevrouw [eiseres] in het kader van het strafrechtelijk onderzoek Avestruz:

-als een voormalige kennis van mevrouw [naam kennis van eiseres] tijdens een bezoek bij haar thuis wachtwoorden vanuit haar privécomputer heeft bemachtigd;

-tijdens de Statenverkiezing van 2017 politieke pamfletten/kranten had uitgedeeld waarin melding wordt gemaakt van dubieuze praktijken van mevrouw [naam kennis van eiseres] met betrekking tot het sjoemelen rond aan het Land Aruba toebehorende erfpachtgronden;

-een ramp ofwel een slecht functionerende werknemer is.

Met dit radiobericht voldoe ik aan het vonnis.

Met vriendelijke groet,

Speed [gedaagde].

iii. bepaalt dat [gedaagde] ten behoeve van [eiseres] een dwangsom verbeurt van Afl. 1.000,-- per dag dat hij voormelde veroordeling tot rectificatie niet nakomt;

iv. [gedaagde] verbiedt om de door hem uit te spreken rectificatie vooraf te laten gaan of te laten volgen door enige toevoeging, bespreking of beschouwing van zodanige aard dat daarmee het doel of de strekking van dit vonnis wordt aangetast;

v. bepaalt dat [gedaagde] ten behoeve van [eiseres] een dwangsom verbeurt van Afl. 25.000,-- voor iedere overtreding van het verbod onder iv.;

vi. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.

3.2 [

gedaagde] voert verweer en concludeert primair tot afwijzing van het door [eiseres] verzochte, kosten rechtens. Subsidiair, in geval van toewijzing van de rectificatievordering van [eiseres], concludeert [gedaagde] dat sprake moet zijn van een andere passende rectificatietekst en dat dwangsommen gematigd tot 250,-- per dag met een maximum van Afl. 25.000,-- aan hem moeten worden opgelegd.

3.3

Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het spoedeisend belang van [eiseres] bij haar vorderingen ligt besloten in de aard van die vorderingen en de daaraan door [eiseres] ten gronde gelegde stellingen.

4.2

In deze procedure moet aan de hand van het door partijen gestelde, zonder nader onderzoek en met inachtneming van de beperkingen van de procedure in kortgeding, de vraag worden beantwoord of de vorderingen van [eiseres] in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop toewijzing van de door haar gevraagde voorzieningen gerechtvaardigd is.

4.3

Die vraag beantwoordt het Gerecht met betrekking tot de hiervoor onder i. omschreven vordering ontkennend, omdat het Gerecht voorshands van oordeel is dat oplegging aan [gedaagde] van dat door [eiseres] beoogde verbod een veel te ruime en daarom ontoelaatbare beperking oplevert van het ook aan [gedaagde] toekomende recht op vrijheid van meningsuiting. [gedaagde] heeft (ook in zijn hoedanigheid van journalist) het recht om zich op enig in de toekomst gelegen moment al dan niet in het licht van het strafrechtelijk onderzoek Avestruz publiekelijk kritisch, informerend, opiniërend en/of waarschuwend te kunnen uitlaten ook met betrekking tot [eiseres] indien daartoe rechtsgeldige gronden zijn. Dit één en ander brengt met zich dat de hiervoor onder i. door [eiseres] gevraagde voorziening zal worden afgewezen.

4.4

Ter zake van de vordering onder ii. wordt het volgende overwogen. Daarbij wordt vooropgesteld dat het door [eiseres] gevorderde een beperking vormt op het grondrecht van vrijheid van meningsuiting dat aan eenieder, derhalve ook aan [gedaagde], op grond van het eerste lid van artikel I.12 van de Staatsregeling van Aruba en het in de Arubaanse rechtsorde rechtstreeks doorwerkende eerste lid van artikel 10 van het EVRM toekomt. Dit grondrecht geldt volgens voormeld artikel van de Staatsregeling van Aruba “behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens landsverordening” en kan volgens het tweede lid van voormeld verdragsartikel slechts worden beperkt indien deze beperking bij de wet is voorzien en deze in een democratische samenleving noodzakelijk is, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam of de rechten van anderen. Volgens vaste jurisprudentie van het EHRM komt dat erop neer dat de beperking ingegeven moet zijn door een “pressing social need”, en dat die “relevant and sufficient” en voorts “proportionate to the legitimate aims persued” moet zijn. Van een beperking die in Aruba bij (formele) wet is voorzien is sprake wanneer bedoelde uitlatingen/berichtgeving van [gedaagde] in zijn radioprogramma van 19 april 2021 jegens [eiseres] onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW.

4.5

Bij de beantwoording van de vraag of dit zich hier voordoet staan twee, ieder voor zich hoogwaardige en maatschappelijke en persoonlijke belangen tegenover elkaar: aan de ene kant het belang van [eiseres] om niet door uitlatingen van [gedaagde] te worden aangetast in haar eer, goede naam en persoonlijke integriteit; aan de andere kant het belang van [gedaagde] om zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en/of waarschuwend te kunnen uitlaten over een persoon, waaronder begrepen [eiseres], ter signalering van door [eiseres] al dan niet in het licht van het strafrechtelijk onderzoek Avestruz begane misstanden.

4.6

De vrijheid van meningsuiting betreft niet alleen de inhoud van meningen, maar ook de vorm waarin zij worden geuit en strekt zich in beginsel ook uit tot uitingen die kwetsend, schokkend of verontrustend (kunnen) zijn (“information” or “ideas” “that offend, shock or disturb”; zie onder meer EHRM 8 juli 1999, Baskaya, NJ 2001, 62). In de rechtspraak is verder onderscheid gemaakt tussen feitelijke verklaringen en waardeoordelen. In zijn uitspraak van 11 juli 2006 in de zaak Brasilier heeft het EHRM overwogen dat feitelijke verklaringen die de persoonlijke levenssfeer van een ander in negatieve zin raken van een voldoende feitelijke grondslag moeten worden voorzien, om het onrechtmatige karakter daaraan te ontnemen, terwijl dat bij waardeoordelen niet geldt, zij het dat een waardeoordeel excessief kan worden bevonden indien daarvoor een onvoldoende feitelijke basis is (EHRM, 2 november 2006, Standard Verlag GmbH, par 55).

4.7

Bij vorenstaande geldt wat journalistiek betreft dat als uitgangspunt heeft te gelden dat naar aanleiding van een feitelijke verklaring over een persoon van horen zeggen van een al dan niet bij naam te noemen bron of bronnen waarmee die persoon wordt aangetast in zijn/haar eer, goede naam en persoonlijke integriteit om voorafgaande aan de publicatie daarvan (met daarbij de vermelding dat één en ander is vernomen van horen zeggen) een gelijktijdig te publiceren reactie te vragen van die persoon op de bewering/verklaring van de bron(nen). Het nalaten daarvan kan onder omstandigheden en in voorkomende gevallen in strijd zijn met de in acht te nemen (journalistieke) zorgvuldigheid, ofwel onrechtmatig. Voor de beantwoording van de vraag of dit zich te dezen voordoet wordt het volgende overwogen.

4.8

Ter zake van de hiervoor onder a. en b. omschreven uitlatingen heeft [gedaagde] onbestreden gesteld dat hij van met name [kennis] heeft vernomen dat (1) [eiseres] tijdens een bezoek bij [kennis] thuis wachtwoorden vanuit de privécomputer van [kennis] heeft weten te bemachtigen en (2) dat [eiseres] gedurende de Statenverkiezingen van 2017 politieke pamfletten/kranten heeft verspreid of uitgedeeld waarmee [eiseres] [kennis] beschuldigd betrokken te zijn bij gesjoemel met betrekking tot aan het Land Aruba toebehorende erfpachtgronden. Vast staat echter dat [gedaagde] tijdens het bewuste radioprogramma met betrekking tot die uitlatingen niet heeft vermeld of kenbaar gemaakt dat hij dat allemaal had vernomen van horen zeggen (van [kennis]), en gesteld noch is gebleken dat [gedaagde] dit in een later radioprogramma wel heeft gezegd. Dit brengt met zich dat het hiervoor onder 4.7 overwogene niet van toepassing is op de onderhavige casus.

4.9.1

Vorenstaande brengt mee dat [gedaagde] in het bewuste radioprogramma niet op andermans titel (nieuws gepresenteerd als van horen zeggen dus) maar op persoonlijke titel bedoelde uitlatingen met betrekking tot [eiseres] heeft gepresenteerd. Die uitlatingen de persoon en het gedrag van [eiseres] betreffende tasten de eer, goede naam en persoonlijke integriteit van [eiseres] op ernstige wijze aan.

4.9.2

De uitlatingen onder a. en b. zijn feitelijke verklaringen van [gedaagde] die door hem van voldoende feitelijke grondslag voorzien moeten kunnen worden om het onrechtmatige karakter daaraan te ontnemen. Die grondslag kan in elk geval niet worden gevonden in hetgeen [kennis] over [eiseres] heeft gezegd. Dit klemt temeer omdat [eiseres] onbestreden heeft gesteld dat hetgeen waarvan zij door [gedaagde] wordt beschuldigd nooit heeft plaatsgevonden. De slotsom wat betreft de uitlatingen van [gedaagde] onder a. en b. luidt dat hij met die uitlatingen onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres], hetgeen bepaald niet getuigd van hoogwaardige journalistiek. Dit één en ander brengt op dit punt met zich dat de hiervoor onder 4.2 geformuleerde vraag bevestigend moet worden beantwoord. [gedaagde] zal in elk geval in zoverre als na te melden worden veroordeeld tot rectificatie.

4.9.3

De uitlating onder c. betreft waardeoordelen. Dat [gedaagde] [eiseres] een ramp vindt gaat naar het voorlopig oordeel van het Gerecht niet te ver. [gedaagde] mag dat zo vinden. Dat is anders wat betreft de uitlating/het waardeoordeel van [gedaagde] dat [eiseres] een slecht werkneemster is. Dat oordeel is excessief zolang daarvoor onvoldoende feitelijke basis of grondslag is. [gedaagde] grond zijn uitlating op de omstandigheid dat [eiseres] op een in het verleden gelegen moment als werkneemster van Serlimar is ontslagen en dat zij dat ontslag blijkens de door dit Gerecht op 20 juni 2017 gegeven beschikking (ECLI:NL:OGEAA:2017:498) tevergeefs heeft aangevochten. Die omstandigheden rechtvaardigen volgens [gedaagde] bedoelde uitlating over [eiseres]. Het Gerecht volgt [gedaagde] niet in die door [eiseres] bestreden stelling. Gesteld noch is gebleken waarom [eiseres] destijds is ontslagen en evenmin is gesteld of gebleken dat zij op goede en rechtvaardige grond is ontslagen. In voormelde beschikking is dat in elk geval onbesproken gebleven, en vaststaat dat [eiseres] na haar ontslag en na de regeringswisseling in 2017 weer in dienst is genomen door Serlimar. Het ontslag en de wederaanstelling van [eiseres] bij Serlimar zouden zomaar gegrond kunnen zijn op tegenstrijdige politieke ingevingen. Aldus luidt de slotsom op dit onderdeel dat bedoelde uitlating van [gedaagde] over [eiseres] naar het voorlopig oordeel van het Gerecht heeft te gelden als excessief, met als gevolg dat ook op dit punt de hiervoor onder 4.2 geformuleerde vraag bevestigend moet worden beantwoord. [gedaagde] zal ook te dezen als na te melden worden veroordeeld tot rectificatie.

4.10

Afweging van de belangen van partijen maakt al het vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht bij de hiervoor geschetste stand van zaken geen zwaarwegender belangen ziet aan de zijde van [gedaagde] bij afwijzing van de rectificatievordering van [eiseres] (voorzover toewijsbaar) ten opzichte van de belangen van [eiseres] bij toewijzing daarvan. Dit klemt naar het oordeel van het Gerecht temeer omdat niet valt in te zien waarom het belang van [gedaagde] bij het mogen uitoefenen van de onderhavige onbehoorlijke/onrechtmatige journalistiek zwaarder zou moeten wegen dan het belang van [eiseres] om daar niet door getroffen te worden.

4.11

Dwangsommen zullen gematigd en gemaximeerd worden opgelegd aan [gedaagde] als eveneens na te melden. Het Gerecht ziet geen aanleiding om dwangsommen te matigen en te maximeren zoals verzocht door [gedaagde]

4.12 [

gedaagde] zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 250,-- =) Afl. 700,-- aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

5 DE UITSPRAAK

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

-veroordeelt [gedaagde] om binnen 2 dagen na de betekening aan hem van dit vonnis via de radio, te weten op Canal 90 of op 88.9 FM (Bo Guia) of op enige andere radiozender waarin [gedaagde] zijn luisteraars toespreekt, de volgende tekst te publiceren bij wijze van rectificatie (door voorlezing daarvan zonder enig daaraan voorafgaand en/of daarna volgend weerwoord of commentaar):

“Den sentencia di 23 di juni 2021, duna door di e juez den casonan sumario na Corte den Prome Instancia di Aruba, mi a wordo condena pa duna e siguiente rectificacion via radio:

Den mi programma di radio Enfoque di dia 19 di april 2021 mi a bisa tocante señora [eiseres] den cuadro di e investigacion penal Avestruz - en corto - entre otro:

-cu [eiseres], como conoci anterior di [naam kennis van eiseres], durante un bishita na su cas (na cas di [kennis] pues) a podera passwords di su computer personal;

-cu [eiseres] durante eleccion na 2017 a reparti pamfletanan/corantnan den cual e ta acusa [naam kennis van eiseres] di prakticanan dudoso relaciona cu terenonan erfpacht cu ta pertecene na Pais Aruba;

-cu [eiseres] ta un trahado cu ta funcciona malo;

Mientras cu mi no por prueba loke mi a bisa cu hechonan.

Cu e mensahe aki mi ta actua conforme e sentencia.”.

-bepaalt dat [gedaagde] ten behoeve van [eiseres] een dwangsom verbeurt van Afl. 1.000,-- per dag dat hij voormelde veroordeling niet of niet geheel nakomt, met dien verstande dat [gedaagde] te dezen maximaal Afl. 100.000,-- aan dwangsommen kan verbeuren;

-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.200,--;

-verklaar dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 juni 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 16 juni 2021

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: K.G. nr. AUA202101214

Inhoudsindicatie: Civiel. Rectificatie.

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. A.H.M. van de Leur

Bijzondere kenmerken: