Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:402

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-08-2021
Datum publicatie
16-09-2021
Zaaknummer
AUA201802696
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanrijdingen tussen een motorrijtuig en een niet door dat motorrijtuig vervoerd kind beneden de veertien jaar. Aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het ongeval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2021-0732
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 4 augustus 2021

Behorend bij A.R. AUA201802696

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de hoofdzaak van:

[EISERES], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige dochter [naam dochter],

te Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: [Eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

[GEDAAGDE],

te Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: [Gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. A.A.D.A. Carlo,

met als gevoegde partijen aan de zijde van [gedaagde]

1. de rechtspersoon naar vreemd recht

NEW INDIA ASSURANCE COMPANY LTD.,

en

2. de naamloze vennootschap

NEW INDIA ASSURANCE REPRESENTATIVE N.V.,

hierna gezamenlijk ook te noemen: New India c.s.,

gemachtigden: de advocaten mrs. A.F. Kuster en E.A.Th. Kuster,

en in de vrijwaringszaak van:

[EISER IN VRIJWARING],

te Aruba,

eiser,

hierna ook te noemen: [Eiser in vrijwaring],

gemachtigde: de advocaat mr. A.A.D.A. Carlo,

tegen:

1. de rechtspersoon naar vreemd recht

NEW INDIA ASSURANCE COMPANY LTD.,

en

2. de naamloze vennootschap

NEW INDIA ASSURANCE REPRESENTATIVE N.V.,

gedaagden,

hierna gezamenlijk ook te noemen: New India c.s.,

gemachtigden: de advocaten mrs. A.F. Kuster en E.A.Th. Kuster,

en in het incident tot vrijwaring ter zake van proceskosten van:

[VERZOEKER IN HET INCIDENT TOT VRIJWARING],

te Aruba,

verzoeker,

hierna ook te noemen: [Verzoeker in het incident tot vrijwaring],

gemachtigde: de advocaat mr. A.A.D.A. Carlo,

tegen:

[VERWEERSTER IN HET INCIDENT TOT VRIJWARING], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige dochter Louse-Nandjie Claude,

te Aruba,

verweerster,

hierna ook te noemen: [Verweerster in het incident tot vrijwaring],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

en in het incident tot voeging in de hoofdzaak aan de zijde van [gedaagde] ter zake van proceskosten van:

1. de rechtspersoon naar vreemd recht

NEW INDIA ASSURANCE COMPANY LTD.,

2. de naamloze vennootschap

NEW INDIA ASSURANCE REPRESENTATIVE N.V.,

verzoekers,

hierna gezamenlijk ook te noemen: New India c.s.,

gemachtigden: de advocaten mrs. A.F. Kuster en E.A.Th. Kuster,

tegen:

[VERWEERSTER 1], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige dochter [naam dochter],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [Verweerster 1],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

en

[VERWEERDER 2],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [Verweerder 2],

gemachtigde: de advocaat mr. A.A.D.A. Carlo,

verweerders.

1 DE PROCEDURE

1.1.1

Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:

-het inleidend verzoekschrift, met producties;

-de conclusie van antwoord van [gedaagde], met producties;

-de conclusie van repliek van [eiseres], met producties;

-de conclusie van dupliek van [gedaagde];

-de conclusie van dupliek van New India c.s., met producties;

-de akte uitlating producties van [eiseres].

1.1.2

Het verloop van de vrijwaringszaak blijkt uit:

-de (impliciete) conclusie van eis van [eiser in vrijwaring];

-de conclusie van antwoord van New India c.s.,

-de conclusie van repliek van [eiser in vrijwaring];

-de conclusie van dupliek van New India c.s..

1.1.3

Voor het verloop van de procedure in het vrijwaringsincident wordt verwezen naar het vonnis van dit Gerecht in dat incident van 20 maart 2019.

1.1.4

Voor het verloop van de procedure in het voegingsincident wordt verwezen naar het vonnis van dit Gerecht in dat incident van 1 juli 2020.

1.2

Vonnis in de hoofdzaak, de vrijwaringszaak, het incident tot vrijwaring ter zake van proceskosten en in het incident tot voeging ter zake van proceskosten is nader bepaald op heden.

2 DE FEITEN

in de hoofdzaak

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.

2.2

Op 29 maart 2017 heeft zich een aanrijding voorgedaan nabij het kruispunt [straat 1] en [straat 2], alwaar de minderjarige dochter van [eiseres], te weten [naam dochter] (hierna: de dochter), werd aangereden door een door [gedaagde] bestuurde auto (hierna: het ongeval).

2.3

Het door de politie met betrekking tot het ongeval opgemaakte mutatierapport vermeldt zakelijk weergegeven het volgende:

[Gedaagde] reed op de [straat 1] met zijn auto in westelijke richting. Gekomen op de kruising van voormelde weg met de [straat 2] reed [gedaagde] de kruising op in westelijke richting door de naamloze verharde weg leidende door [plaats]. De op [geboortedatum] 2009 geboren dochter stak als voetganger onoplettend de weg over van zuid naar noord achter een motorvoertuig dat zich in een file bevond in oostelijke richting. Doordat de dochter tussen de file auto’s de weg overstak had [gedaagde] geen duidelijk zicht om tijdig te kunnen stoppen met als gevolg dat hij de dochter aanreed.

2.4

De dochter heeft door het ongeval letsel opgelopen, en moest in het ziekenhuis medische zorg ondergaan waaronder begrepen een operatie. De kosten daarvan bedragen in totaal Afl. 16.237,44.

2.5

Bij brief van 14 juni 2018 heeft de gemachtigde van [eiseres] [gedaagde] verzocht aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het ongeval te erkennen en om voormeld bedrag aan schade te vergoeden. Reactie op die brief zijdens [gedaagde] is uitgebleven.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN DE HOOFDZAAK

3.1 [

Eiseres] vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad (zo het begrijpt):

-voor recht verklaart dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens de dochter door haar op 29 maart 2017 met zijn auto aan te rijden en voor recht verklaart dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade als gevolg daarvan;

-[Gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen ten titel van schadevergoeding Afl. 16.237,44, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 29 maart 2017;

-[Gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.

3.2 [

Gedaagde] voert verweer dat strekt tot afwijzing van het door [eiseres] verzochte. New India c.s. voeren ook verweer en concluderen tot afwijzing van het door [eiseres] verzochte.

3.3

Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

4 DE BEOORDELING

in de hoofdzaak

4.1

Voor de beantwoording van de vraag of [gedaagde] al dan niet aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het ongeval wordt het volgende vooropgesteld. Vast staat dat de dochter ten tijde van het ongeval zeven jaar oud was, althans dat zij op dat moment in elk geval nog geen veertien jaar oud was. De Hoge Raad heeft bij zijn arrest van 31 mei 1991, gepubliceerd onder (onder meer) vindnummer NJ 1991, 721, geoordeeld dat bij aanrijdingen tussen een motorrijtuig en een niet door dat motorrijtuig vervoerd kind beneden de veertien jaar fouten van het kind die hebben bijgedragen aan de aanrijding - in de woorden van art. 6:162 lid 3 BW - voor rekening van de bestuurder komen en dat zij voor hem geen overmacht opleveren. Voorts heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij deze aanrijdingen gedragingen van het kind, zowel in het kader van de overmachtsvraag als in dat van de vraag of vermindering van schadevergoeding op haar plaats is, slechts in aanmerking mogen worden genomen wanneer, mede gezien de leeftijd van het kind, niet anders kan worden geoordeeld dan dat zij opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid ter zake van de aanrijding opleveren.

4.2

Zelfs indien veronderstellenderwijs de juistheid van de door [eiseres] bestreden inhoud van het hiervoor onder 2.3 vermelde mutatierapport van de politie in aanmerking wordt genomen, brengt de hiervoor omschreven ook bij de gemachtigde van [gedaagde] en die van New India c.s. bekend veronderstelde jurisprudentie van de Hoge Raad met zich dat [gedaagde] evenwel 100% (risico)aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het ongeval. Immers is volgens het politierapport, op de inhoud waarvan [gedaagde] en New India c.s. zich beroepen, het ongeval het gevolg van een fout (onoplettendheid) van de dochter, terwijl is gesteld noch gebleken dat de dochter het ongeval opzettelijk heeft veroorzaakt of dat het ongeval het gevolg is van aan opzet grenzend roekeloos gedrag van de dochter.

4.3

Vorenstaande brengt reeds met zich dat de vorderingen van [eiseres] zullen worden toegewezen, de toe te wijzen geldsom ter vermeerderen met wettelijke rente zoals onbestreden door [eiseres] gevorderd, en dat alle overige stellingen van partijen - wat van de inhoud daarvan ook zij - geen bespreking behoeven.

4.4 [

Gedaagde] en New India c.s. zullen, als de in het ongelijk gestelde partijen hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 213,34) =) Afl. 963,34 aan verschotten en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punten, tarief 4 ad Afl. 1.000,-- per punt).

in de vrijwaringszaak

4.5

New India c.s. hebben bij gelegenheid van antwoord verklaard dat zij zich refereren aan het oordeel van het Gerecht. In het licht daarvan heeft [eiser in vrijwaring] gepersisteerd bij zijn verzoek en heeft er verder geen partijdebat plaatsgevonden.

4.6

Vorenstaande brengt mee dat de vrijwaringsvordering van [eiser in vrijwaring] zal worden toegewezen als na te melden.

4.7

In de proceshouding van New India c.s. alsmede de uitslag van deze procedure als gevolg daarvan ziet het Gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

in het vrijwaringsincident

4.8

In de omstandigheid dat [verweerster in het incident tot vrijwaring] ter rolzitting van 6 februari 2019 heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van het incidentele verzoek van [verzoeker in het incident tot vrijwaring] tot oproeping in vrijwaring van New India c.s. ziet het Gerecht aanleiding om ook te dezen de proceskosten te compenseren tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

in het voegingsincident

4.9

In de omstandigheid dat [verweerster 1] blijkens het vonnis in dit incident heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van het incidentele verzoek van New India c.s. en [verweerder 2] blijkens dat vonnis niet heeft geprotesteerd tegen dat verzoek ziet het Gerecht ook hier aanleiding om de proceskosten te compenseren tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

5 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

in de hoofdzaak

-verklaart voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens de dochter door haar op 29 maart 2017 met zijn auto aan te rijden en verklaart verder voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade als gevolg daarvan;

-veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen ten titel van schadevergoeding

Afl. 16.237,44, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 29 maart 2017 tot aan de algehele voldoening;

-veroordeelt [gedaagde] en New India hoofdelijk, des dat hetgeen de één heeft betaald de ander bevrijdt, in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 963,34 aan verschotten en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde;

in de vrijwaringzaak

-veroordeelt New India c.s. om aan [eiser in vrijwaring] te betalen alles wat [gedaagde] krachtens dit vonnis in de hoofdzaak heeft betaald aan [eiseres];

-compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt;

-wijst af het meer of anders door [eiser in vrijwaring] verzochte;

in het incident tot vrijwaring

-compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt;

-wijst af het meer of anders door [verzoeker in het incident toto vrijwaring] verzochte;

in het incident tot voeging

-compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 augustus 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.