Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:379

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
24-08-2021
Datum publicatie
31-08-2021
Zaaknummer
AUA202003142
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeid. Reconventionele vordering is geen arbeidsrechtelijke vordering. Doorbetaling loon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 24 augustus 2021

Behorend bij E.J. no. AUA20203142

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Naam verzoeker],

wonende in Aruba,

verzoeker in conventie, verweerder in reconventie,

hierna ook te noemen: [verzoeker[,

gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,

tegen:

de naamloze vennootschap

ARUBAANSE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd in Aruba,

verweerster in conventie, verzoekster in reconventie,

hierna ook te noemen: ALM,

gemachtigde (tot 4 mei 2021): de advocaat mr. M.H.J. Kock.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift met producties;

-het verweerschrift tevens houdende een zelfstandig tegenverzoek, met producties;

-de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 8 juni 2021.

1.2

Ter zitting zijn verschenen [verzoeker] met zijn gemachtigde. De ALM is niet ter zitting verschenen. [Verzoeker] heeft kort het woord gevoerd onder overlegging van een als voorgedragen beschouwde pleitnota, en heeft gepersisteerd bij het door hem gestelde en verzochte.

1.3

Beschikking is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

in conventie

2.1

Naast verlof tot kosteloos procederen verzoekt [verzoeker] dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

a. de ALM veroordeelt om aan [verzoeker] (door) te betalen zijn loon vanaf 12 juni 2020 totdat zijn dienstverband bij de ALM rechtsgeldig zal zijn beƫindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met wettelijke rente;

b. de ALM beveelt om [verzoeker] binnen 5 dagen na de uitspraak van deze beschikking weer te werk te stellen in zijn reguliere functie en in staat te stellen de bedongen arbeid te verrichten, en bepaalt dat de ALM ten behoeve van [verzoeker] een dwangsom verbeurt van

Afl. 500,-- voor iedere dag dat de ALM dat bevel niet opvolgt;

c. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt;

d. de ALM veroordeelt in de proceskosten

2.2

De ALM voert verweer en concludeert dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte, althans tot afwijzing daarvan, en tot veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.

in reconventie

2.3

De ALM verzoekt dat het Gerecht bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad [verzoeker] veroordeelt:

i. om aan de ALM ten titel van schadevergoeding te betalen Afl. 107.896,51, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 2 maart 2021 tot de dag der algehele voldoening;

ii. in de proceskosten gevallen aan de zijde van de ALM.

2.4 [

Verzoeker] voert verweer en concludeert dat de ALM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan.

in conventie en in reconventie

2.5

Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

in reconventie

3.1

Het Gerecht volgt [verzoeker] in zijn onbestreden standpunt dat de reconventionele vordering van de ALM geen arbeidsrechtelijke vordering is en daarom in een zogeheten AR-procedure aan het Gerecht ter beoordeling dient te worden voorgelegd. Dit brengt mee dat de ALM in de onderhavige arbeidsrechtelijke procedure niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar reconventionele vordering.

3.2

De ALM zal, als de niet-ontvankelijk verklaarde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verzoeker], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.250,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt, tarief 5).

in conventie

3.3

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van de ALM wordt daarom verworpen.

3.4

Vast staat in dit geschil dat de ALM [verzoeker] op 12 juni 2012 op staande voet heeft ontslagen op (beweerdelijke) gronden zoals vermeld in de bij partijen genoegzaam bekende ontslagbrief van diezelfde datum. De in deze procedure te beantwoorden vraag is of [verzoeker] al dan niet een dringende reden voor dat ontslag heeft gegeven aan de ALM zoals door haar gesteld. Die stelling mist in het licht van het ter zitting gevoerde gemotiveerde verweer van [verzoeker] voldoende nadere grondslag nu de niet ter zitting verschenen ALM niet heeft gereageerd op dat verweer. Die stelling wordt daarom gepasseerd.

3.5

In het licht van vorenstaande heeft te gelden dat [verzoeker] op goede grond bij brief van 30 september 2020 de nietigheid heeft ingeroepen van het aan hem gegeven ontslag, bij welke brief hij tevens heeft verklaard dat hij zich beschikbaar stelt en houdt om de bedongen werkzaamheden voor de ALM te verrichten. De slotsom luidt dat de vorderingen van [verzoeker] zullen worden toegewezen als na te melden, met dien verstande dat:

-de wettelijke verhoging ambts- en billijkheidshalve zal worden vastgesteld op telkens maximaal 12%;

-dwangsommen gematigd en gemaximeerd zullen worden opgelegd aan de ALM.

3.6

Ter zake van het beroep van de ALM op matiging van de loonvordering van [verzoeker] oordeelt het Gerecht als volgt. [Verzoeker] heeft dat beroep ter zitting gemotiveerd bestreden. In het licht daarvan had het op de weg van de ALM gelegen om dat beroep nader te onderbouwen. Het nalaten daarvan komt en blijft voor rekening en risico van de ALM. In het licht van dat nalaten ziet het Gerecht geen grond of aanleiding om tot matiging van de loonvordering van [verzoeker] over te gaan.

3.7

De ALM zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verzoeker], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan (aan de griffier van dit Gerecht te betalen) verschotten (griffiegeld) en

Afl. 2.500,-- aan (niet aan de griffier van dit Gerecht te betalen) salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 5 ad Afl. 1.250,-- per punt).

in conventie en in reconventie

3.8

Uit het door [verzoeker] overgelegde bewijs van onvermogen blijkt dat hij niet in staat is om de kosten van deze procedures te betalen. Aan [verzoeker] zal daarom verlof tot kosteloos procederen worden verleend.

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

in conventie

-veroordeelt de ALM om aan [verzoeker] (door) te betalen zijn loon vanaf 12 juni 2020 totdat zijn dienstverband bij de ALM rechtsgeldig zal zijn beƫindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de gematigd vastgestelde wettelijke verhoging van telkens maximaal 12% en met wettelijke rente;

-beveelt de ALM om [verzoeker] binnen 5 dagen na de betekening van deze beschikking aan de ALM weer te werk te stellen in zijn reguliere functie en in staat te stellen de bedongen arbeid te verrichten;

-bepaalt dat de ALM ten behoeve van [verzoeker] een dwangsom verbeurt van Afl. 250,-- voor iedere dag dat de ALM voormeld bevel niet opvolgt met als maximum Afl. 100.000,--;

-veroordeelt de ALM in de kosten van deze conventionele procedure gevallen aan de zijde van [verzoeker], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan (aan de griffier van dit Gerecht te betalen) verschotten en Afl. 2.500,-- aan (niet aan de griffier van dit Gerecht te betalen) salaris voor de gemachtigde pro deo;

-verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-verleent verlof aan [verzoeker] tot kosteloos procederen;

-wijst af het meer of anders verzochte;

in reconventie

-verklaart de ALM niet-ontvankelijk in het door haar verzochte;

-veroordeelt de ALM in de kosten van deze reconventionele procedure gevallen aan de zijde van [verzoeker], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.250,-- aan (niet aan de griffier van dit Gerecht te betalen) salaris voor de gemachtigde pro deo;

-verleent verlof aan [verzoeker] tot kosteloos procederen.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 24 augustus 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.