Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:373

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
24-08-2021
Datum publicatie
31-08-2021
Zaaknummer
AUA202100562
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen beschikking van de huurcommissie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 24 augustus 2021

Behorend bij EJ nr. AUA202100562

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Naam Verzoeker],

te Aruba,

verzoeker,

hierna ook te noemen: [verzoeker],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes,

tegen:

[Naam verweerder],

te Aruba,

verweerder,

hierna ook te noemen: [verweerder],

gemachtigde: de advocaat mr. C.F.K.J. Lejuez.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 24 februari 2021;

- het verweerschrift, ingediend op 8 juni 2021;

- de productie van [verweerder], ingediend op 18 juni 2021;

- de pleitnota van [verweerder], overgelegd op 22 juni 2021;

- de mondelinge behandeling van 22 juni 2021, waarbij partijen zijn verschenen bijgestaan door hun gemachtigden.

1.2

Beschikking is bepaald op heden.

2 HET BEROEP

2.1

Bij beschikking van de huurcommissie van 10 februari 2021, met kenmerk DHC/HOP/268/20 (hierna: de beschikking), is toegewezen het verzoek van [verweerder] tot toestemming om de tussen hem en [verzoeker] geldende huurovereenkomst (hierna: de huurovereenkomst) met betrekking tot het in Aruba aan de [Adres] gelegen woning (hierna: de woning) op te zeggen in verband met huurachterstand en eigen gebruik daarvan, met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden, aanvangende eerste dag van de maand volgende op de terpostbezorging van een door [verweerder] aan [verzoeker] gerichte aangetekende mededeling van de opzegging inzake die beschikking. Voorts is besloten dat bij de eerste gelegenheid waarbij [verzoeker] niet tijdig huurpenningen heeft betaald [verweerder] via aangetekend schrijven de huur mag opzeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn van één maand, ingaande de eerste dag van de maand volgende op die waarin [verzoeker] niet aan bovengenoemde verplichtingen heeft voldaan.

2.2 [

Verzoeker] heeft op 24 februari 2021 beroep ingesteld tegen de beschikking bij de griffie van dit Gerecht. [Verzoeker] verzoekt dat het Gerecht (naar het Gerecht begrijpt) de beschikking van de huurcommissie vernietigt.

2.3

Aan dit verzoek heeft [verzoeker] ten grondslag gelegd dat zij de woning conform een mondelinge afspraak met [verweerder] heeft opgeknapt voor een bedrag van ruim Afl. 98.000,- en dat [verweerder] daardoor ongerechtvaardigd is verrijkt. Zij wenst in de woning te blijven, totdat zij dat bedrag heeft verbruikt.

2.4 [

verweerder] voert verweer en concludeert tot ongegrondverklaring dan wel afwijzing van het beroep.

3 DE BEOORDELING

3.1

Gelet op het bepaalde in het tweede lid van artikel 5 van de Huurcommissieverordening, in verbinding met het vierde lid van artikel 12 daarvan, staat zowel voor [verweerder] als verhuurder als voor [verzoeker] als huurder gedurende veertien dagen na de dagtekening van de mededeling van de beschikking beroep open bij de rechter in eerste aanleg.

3.2 [

Verzoeker] heeft op 24 februari 2021 het beroepschrift bij het Gerecht ingediend tegen de op 10 februari 2021 gegeven beschikking. Derhalve is het beroep tijdig ingesteld en is zij ontvankelijk in haar beroep.

3.3

Reeds omdat [verzoeker] geen verweer heeft gevoerd tegen de huurachterstand staat de beslissing van de huurcommissie vast en mag [verweerder] de huurovereenkomst wegens die grond opzeggen. Voorts heeft [verzoeker] de stellingen van [verweerder] ter zake van het noodzakelijke eigen gebruik van het gehuurde niet nader bestreden. Vast komt daarom te staan dat het gehuurde voor eigen gebruik van [verzoeker] zal dienen en dat [verzoeker] daarom een rechtmatig belang heeft bij de beëindiging van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst, zoals terecht geoordeeld door de Huurcommissie. Dat [verzoeker] mogelijk een vordering heeft op [verweerder] voor de beweerdelijke door haar gedane investeringen in de woning, doet aan het voorgaande niet af. Partijen zijn daarover al in een bodemprocedure verwikkeld en dienen die uitspraak af te wachten. Dit gegeven leidt tot de conclusie dat er thans geen sprake kan zijn van verrekening van gestelde investeringen met de verschuldigde huurprijs. Eén en ander brengt met zich dat het beroep van [verzoeker] ongegrond zal worden verklaard onder bevestiging van de beschikking.

3.4 [

Verzoeker] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verweerder], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,- (2 punt tarief 5) aan salaris van de gemachtigde.

4 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep van [verzoeker] ongegrond;

- bevestigt de beschikking van de huurcommissie van 10 februari 2021;

- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van

[verweerder], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris van de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter in dit Gerecht, en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 24 augustus 2021, in tegenwoordigheid van de griffier.