Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:340

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
28-05-2021
Datum publicatie
27-07-2021
Zaaknummer
503 van 2020
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft vanuit een auto meermalen geschoten op een woning, terwijl de bewoners in en vóór die woning aanwezig waren. De verdachte heeft - door zo te handelen - de bewoners willen bedreigen met dood. Tevens heeft de verdachte een vuurwapen en munitie voorhanden gehad. Straf: GS 32 maanden, met aftrek voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2020/06973

Zaaknummer: 503 van 2020

Uitspraak: 28 mei 2021 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 7 mei 2021. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. B.M. de Sousa, advocaat in Aruba.

De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van hetgeen de verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd.

De raadsvrouw heeft een strafmaatverweer gevoerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 19 februari 2021 – ten laste gelegd:

1. dat hij op of omstreeks 13 juli 2020 in Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade,

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4],

van het leven te beroven,

met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- op 13 juli 2020 in de middaguren in een auto langs de woning te [adres] van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] is gereden ter voorverkenning,

- op 13 juli 2020 in de avonduren omstreeks 21:40 uur twee keren in een auto langzaam langs de woning te [adres] van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] is gereden ter voorverkenning;

- op 13 juli 2020 in de avonduren omstreeks 21:47 uur meermalen, althans eenmaal met een vuurwapen op de woning te [adres] van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]heeft geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 1 subsidiair:

dat hij op of omstreeks 13 juli 2020 in Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4],

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, of met zware mishandeling, of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening,

immers heeft hij, verdachte, of een van zijn mededaders, toen en aldaar,

meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op en in de richting van de woning te [adres] van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] geschoten;

2. dat hij in of omstreeks de periode van 22 juli 2019 tot en met 22 juli 2020 in Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

voorhanden heeft gehad

- revolvers,

- pistolen,

- automatische geweren,

- scherpe patronen,

in elk geval een vuurwapen en munitie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening.

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van feit 1 primair

Het Gerecht is, overeenkomstig de standpunten van de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair ten laste gelegde feit, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

Feit 1 subsidiair:

dat hij op of omstreeks 13 juli 2020 in Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4],

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, of met zware mishandeling, of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening,

immers heeft hij, verdachte, of een van zijn mededaders, toen en aldaar,

meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op en in de richting van de woning te [adres] van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] geschoten;

2. dat hij in of omstreeks de periode van 22 juli 2019 tot en met 22 op 13 juli 2020 in Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

voorhanden heeft gehad

- een revolvers, en

- pistolen,

- automatische geweren,

- scherpe patronen,

in elk geval een vuurwapen en munitie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1 subsidiair: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 2:255, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Feit 2: Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft vanuit een auto meermalen geschoten op een woning, terwijl de bewoners in en vóór die woning aanwezig waren. De verdachte heeft - door zo te handelen - de bewoners willen bedreigen met dood. Slachtoffers van dergelijke misdrijven lijden vaak langdurig onder de lichamelijke en psychische gevolgen van een dergelijke traumatische gebeurtenis. De verdachte is geheel voorbij gegaan aan de gevoelens van onrust en onveiligheid die door dergelijke feiten in de samenleving worden veroorzaakt, daar het feiten zijn met een agressief en gewelddadig karakter, die zich op de openbare weg in een woonwijk hebben voorgedaan.

Tevens heeft de verdachte een vuurwapen en munitie voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van een dergelijk vuurwapen en munitie kan gevaarlijke situaties met zich brengen en behoort tot een categorie feiten die een ernstige inbreuk maakt op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken. Dit gevaar heeft zich ook verwezenlijkt. De verdachte heeft meerdere schoten met dit vuurwapen gelost op een woning in een woonwijk, terwijl de bewoners zich in en buiten deze woning bevonden. Het Gerecht rekent dit de verdachte zwaar aan.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

De verdachte is, zo blijkt uit zijn uittreksel uit het justitieel documentatieregister, eerder (in 2015) onherroepelijk veroordeeld voor vuurwapenbezit. Dat heeft de verdachte er niet van weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijk gevangenisstraf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeëndertig (32) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S. Verheijen, bijgestaan door mw. M.E. Kelly, (zittingsgriffier), en op 28 mei 2021 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

uitspraakgriffier: