Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:326

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
21-05-2021
Datum publicatie
20-07-2021
Zaaknummer
60 van 2021, 221 van 2021, 565 van 2020
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Veroordeling medeplegen aan poging tot doodslag, diefstal in een woning vergezeld van geweld, diefstal in een woning en (opzet)heling. (TUL)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummers: P-2020/08124, P-2019/16572 en P-2019/17317, P-2019/10927 en

P-2019/17119 (TUL)

Zaaknummers: 565 van 2020, 221 van 2021 en 60 van 2021

Uitspraak: 21 mei 2021 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de gevoegde strafzaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1997 in [land],

wonende in [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2021 en 30 april 2021. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadslieden mrs. J.C.F. Kip (in de zaken met parketnummers P-2020/08124 en P-2019/17317,

P-2019/10927 en P-2019/17119 [TUL]) en Z.J.E. Paesch (in de zaak met parketnummer P-2019/16572), beiden advocaat in Aruba.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich bij zijn gemachtigde, [naam gemachtigde], in de zaak met parketnummer P-2020/08124 (zaak “[zaak 1]”) ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in de zaak met bovenvermeld parket-nummer (zaak Inbraak [adres]) ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie, mr. E. Stevens, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van dertien jaren, met aftrek van voorarrest.

Zijn vordering behelst voorts:

  • -

    de hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de zaak met parketnummer P-2020/08124 tot een totaalbedrag van Afl. 14.290,-, de niet-ontvankelijkverklaring van die benadeelde partij in hetgeen zij overigens heeft gevorderd en de oplegging van een bij de toewijsbare vordering behorende schadevergoedingsmaatregel;

  • -

    de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] in de zaak met bovenvermeld parketnummer en de oplegging van een daarbij behorende hoofdelijke schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte;

  • -

    de teruggave aan de verdachte van de in de zaak met parketnummer P-2020/08124 in beslag genomen mobiele telefoons, tablet en schoudertas, inhoudende US$ 5,- en Afl. 120,-; de teruggave aan de rechthebbende van de bankpas van Caribbean Mercantile Bank ten name van [naam rechthebbende];

  • -

    de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met parketnummers P-2019/17317, P-2019/10927 en P-2019/17119 ;

De raadvrouw mr. J.C.F. Kip heeft een strafmaatverweer gevoerd, terwijl de raadsvrouw mr. Z.J.E. Peasch zich aan het oordeel van het Gerecht heeft gerefereerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd:

In de zaak met parketnummer P-2020/08124

Zaak Hero

1. dat hij op of omstreeks 15 augustus 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een televisietoestel (van het merk Samsung) en/of een mobiele telefoon (van het merk Samsung) en/of een (of meer) gouden ring(en) en/of een polshorloge en/of ongeveer Afl 1000,=, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) al dan niet met bedekt(e) gezicht(en) de woning van die [slachtoffer 1] is/zijn binnengedrongen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met een ijzeren voorwerp, in elk geval een hard voorwerp, op/tegen het (voor)hoofd heeft/hebben geslagen en/of (vervolgens) de handen en voeten van die [slachtoffer 1] aan elkaar heeft/hebben vastgebonden;

(artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht)

[Zaak 2]

2. dat hij in of omstreeks de periode van 28 augustus 2020 tot en met 29 augustus 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederechtelijke toe-eigening in/uit een woning of op een bij een woning behorend besloten erf, te weten [adres], terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) opzetelijk en wederrechtelijk in die woning/op dat erf, in gebruik bij [slachtoffer 2], vertoefde(n), heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Huawai) en/of een mobiele telefoon (van het merk Nokia) en/of een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model A9) en/of een gouden armband en/of een (of meer) polshorloge(s) (van het merk Movado en Rolex) en/of een autosleutel en/of een zilveren vingerring met zirconia, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s),

(artikel 2:290 jo artikel 2:289 jo artikel 2:288 van het Wetboek van Strafrecht)

[Zaak 3]

3. dat hij op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 3]van het leven te beroven, opzettelijk met een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, een (of meer) kogel(s) in/op en/of in de richting van de rug en/of het (rechter) bovenlijf (schouder), althans het lichaam, van die [slachtoffer 3]heeft afgevuurd, zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

(artikel 2:259 jo artikel 1:119 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

4. dat hij op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model A21 en/of een (of meer) siera(a)d(en) en/of een portemonnee met inhoud en/of 50 gram aan cocaïnesteentjes, althans een hoeveelheid cocaïnesteentjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 3]heeft/hebben gericht (gehouden) en/of (volgens) die [slachtoffer 3]heeft/hebben ontvoerd en/of (vervolgens) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op/tegen het (achter- en voor)hoofd van die [slachtoffer 3]heeft/hebben geplaatst en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 3]met zijn/hun (tot vuist gebalde) hand(en) in het gezicht heeft/hebben geslagen;

(artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht)

en/of

dat hij op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3]heeft gedwongen tot de afgifte van een zonnebril (van het merk Cartier), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3], in elke geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s), welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 3]heeft/hebben gericht (gehouden) en/of (vervolgens) die [slachtoffer 3]heeft/hebben ontvoerd en/of (vervolgens) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op/tegen het (achter- en voor)hoofd van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geplaatst en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 3]met zijn/hun (tot vuist gebalde) hand(en) in het gezicht heeft/hebben geslagen;

(artikel 2:294 van het Wetboek van Strafrecht)

5. dat hij op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/bij/in een personenauto van het merk [merk auto], model [model auto], bouwjaar 2010 ter hoogte van de begraafplaats te [buurtnaam 2], immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en aldaar opzettelijk voornoemde auto in brand gestoken, althans open vuur in aanraking gebracht met een brandbare stof, ten gevolge waarvan de voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar te duchten was voor voornoemde begraafplaats, in elk geval voor goederen toebehorende aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s);

(artikel 2:98 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

Hij op of omstreeks 4 september 2020 tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een auto ([merk auto] [model auto]), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachten, heeft/hebben vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt of weggemaakt;

(artikel 2:334 van het Wetboek van Strafrecht)

6. dat hij op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een pistool of revolver en/of een (of meer) (scherpe) patro(o)n(en), in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad;

(artikel 3 van de Vuurwapenverordening jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

In de zaak met Parketnummer P-2019/16572

7. dat hij in of omstreeks de periode van 7 november 2019 tot en met 8 november 2019 in Aruba, opzettelijk een motorrijtuig(van het merk [merk motorfiets], model [model motorfiets] met kenteken [KENTEKENNUMMER]), in elk geval enig door misdrijf verkregen goed, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van voornoemde goed wist of begreep, althans had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(artikel 2:237 c.q. 2:399 van het Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverweging, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

[Zaak 1]

1. dat hij op of omstreeks 15 augustus 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een televisietoestel (van het merk Samsung) en/of een mobiele telefoon (van het merk Samsung) en/of een (of meer) gouden ring(en) en/of een polshorloge en/of ongeveer Afl. 1000,=, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) al dan niet met bedekt(e) gezicht(en) de woning van die [slachtoffer 1] is/zijn binnengedrongen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met een ijzeren voorwerp, in elk geval een hard voorwerp, op/tegen het (voor)hoofd heeft/hebben geslagen en/of (vervolgens) de handen en voeten van die [slachtoffer 1] aan elkaar heeft/hebben vastgebonden;

[Zaak 2]

2. dat hij in of omstreeks de periode van 28 augustus 2020 tot en met 29 augustus 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederechtelijke toe-eigening in/uit een woning of op een bij een woning behorend besloten erf, te weten [adres], terwijl hij, de verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) opzettelijk en wederechtelijk in de die woning/op dat erf, in gebruik bij [slachtoffer 2], vertoefde(n), heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Huawai) en/of een mobiele telefoon (van het merk Nokia) en/of een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model A9) en/of een gouden armband en/of een (of meer) polshorloge(s) (van het merk Movado en Rolex) en/of een autosleutel en/of een zilveren vingerring met zirconia, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/zijn, verdachtes, mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s),

[Zaak 3]

3. dat hij op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 3]van het leven te beroven, opzettelijk met een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, een (of meer) meerdere kogel(s) in/op en/of in de richting van de rug en/of het (rechter) bovenlijf (schouder), althans het lichaam, van die [slachtoffer 3] heeft afgevuurd, zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

4. dat hij op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model A21 en/of een (of meer) siera(a)d(en) en/of een portemonnee met inhoud en/of 50 gram aan cocaïnesteentjes, althans een hoeveelheid cocaïnesteentjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 3]heeft/hebben gericht (gehouden) en/of (volgens) die [slachtoffer 3]heeft/hebben ontvoerd en/of (vervolgens) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op/tegen het (achter- en voor)hoofd van die [slachtoffer 3]heeft/hebben geplaatst en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 3]met zijn/hun (tot vuist gebalde) hand(en) in het gezicht heeft/hebben geslagen;

en/of

dat hij op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een zonnebril (van het merk Cartier), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3], in elke geval aan een andere of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s), welk(e) geweld en/of welke bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 3]heeft/hebben gericht (gehouden) en/of (vervolgens) die [slachtoffer 3]heeft/hebben ontvoerd en/of (vervolgens) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op/tegen het (achter- en voor)hoofd van die [slachtoffer 3]heeft/hebben geplaatst en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 3]met zijn/hun (tot vuist gebalde) hand(en) in het gezicht heeft/hebben geslagen;

5. dat hij op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/bij/in een personenauto van het merk [merk auto], model [model auto], bouwjaar 2010 ter hoogte van de begraafplaats van [buurtnaam 2], immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en aldaar opzettelijk voornoemde auto in brand gestoken, althans, open vuur in aanraking gebracht met een brandbare stof, ten gevolge waarvan de voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elke geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar te duchten was voor voornoemde begraafplaats, in elk geval voor goederen toebehorende aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s);

6. dat hij op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een pistool of revolver en/of een (of meer) meerdere (scherpe) patro(o)n(en), in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.

In de zaak met parketnummer P-2019/16572

7. dat hij in of omstreeks de periode van op 7 november 2019 tot en met 8 november 2019 in Aruba, opzettelijk een motorrijtuig (van het merk [merk motorfiets], model [model motorfiets] met kenteken [kentekennummer], in elk geval enig door misdrijf verkregen goed, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van voornoemde goed wist of begreep, althans had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen expliciete landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Aruba.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

In de zaak met parketnummer P-2020/08124

Zaak Hero

Feit 1:

1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 15 augustus 2020, bijlage 3.1 (pp. 1 – 3), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1], -zakelijk weergegeven-:

Op 15 augustus 2020, omstreeks 02:30 uur, werd ik wakker gemaakt door een geluid bij mijn slaapkamerdeur. Toen ik de deur opendeed zag ik drie donkergetinte mannen. Het gezicht van een van hen was bedekt. Een van de mannen sloeg mij gelijk 3 à 4 keer met een voorwerp tegen mijn voorhoofd, waardoor ik op de grond viel en hevig begon te bloeden. Ik hoorde hoe de mannen mijn slaapkamer begonnen te doorzoeken. Hierna werd ik met mijn eigen stropdassen aan mijn benen en armen vastgebonden. De mannen hebben mijn televisietoestel van het merk Samsung, mijn mobiele telefoon van het merk Samsung, mijn twee gouden ringen, mijn polshorloge en ongeveer Afl. 1.000,- weggenomen.

2. De verklaring van de verdachte, op 30 april 2021 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:

Het klopt dat ik een van de drie mannen ben die [slachtoffer 1] op 15 augustus 2020 in zijn woning hebben overvallen, met een ijzeren staaf hebben geslagen, hebben vastgebonden en hem van zijn spullen hebben beroofd. [medeverdachte 1] heeft de bejaarde man met een ijzeren staaf op zijn hoofd geslagen.

[Zaak 2]

Feit 2:

3. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 29 augustus 2020, bijlage 3.3 (p. 1 – 2), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2], -zakelijk weergegeven-:

Op 28 augustus 2020 heb ik alle deuren en ramen van mijn woning op slot gedaan voordat ik naar bed ging. Ik liet drie mobiele telefoons op de eettafel om op te laden. Op 29 augustus 2020 omstreeks 03:05 uur werd mijn echtgenote wakker en zij liep de woonkamer binnen om naar de tijd op haar mobiele telefoon te gaan kijken. Mijn echtgenote kon haar mobiele telefoon en de andere twee mobiele telefoons niet vinden. Ik ging de woning en het erf van mijn woning controleren. Ik zag dat onbekenden de shutters van het raam in de westelijke gevel weggehaald hadden. Onbekenden hebben een aantal goederen die aan mij en mijn echtgenote toebehoren weggenomen, te weten een mobiele telefoon van het merk Huawai, een zwarte mobiele telefoon van het merk Samsung model A9, een zwarte mobiele telefoon van het merk Nokia, een zwart met goud horloge van het merk Movado, een zilveren vingerring met een zirconia steen, een armband, een zilveren horloge van het merk Rolex en een autosleutel. Ik vermoed dat men hun toegang binnen mijn woning hadden verschaft via dat raam.

Bevinding verbalisant/beschrijving plaats delict:

De surveillance-eenheid zag dat de shutters van het raam gelegen aan de westelijke gevel werden weggehaald en op de grond lagen. Op de shutters waren enkele vingerafdrukken.

4. Een proces-verbaal inbraak [adres] d.d. 23 september 2020, bijlage 8.1 (p. 1 – 2), voor zover inhoudende, als bevindingen van de verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Op 16 september 2020, heb ik de voor identificatie meest geschikte spoor, namelijk een vingerafdruk gevonden op een van de drie glazen shutters van het raam gelegen in de rechterzijde van de woonkamer van de woning te [adres], onderworpen aan dactyloscopisch vergelijkend onderzoek. Deze afdruk werd vergeleken met de afdrukken voorkomende in de digitale dactyloscopische verzameling van het Bureau Forensisch Technische Onderzoeken van het Korps Politie Aruba. Hieruit bleek mij dat de gevonden afdruk identiek was aan die van de gerolde afdruk van de linker middelvinger van [verdachte]. Bij nauwkeurige beschouwing en vergelijking toonde deze 13 punten van overeenkomst zonder dactyloscopische verschilpunten. Zo mag volgens overtuiging van ondergetekende worden verklaard, dat de vingerafdruk gevonden op de genoemde glazen shutter in perceel [adres] te [buurtnaam 3], identiek is aan de gerolde afdruk van de linker middelvinger van de verdachte [verdachte].

5. Een proces-verbaal van aanhouding [verdachte] d.d. 7 september 2020, bijlage 2.3.1., voor zover inhoudende, als bevindingen van de verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Bij de aanhouding van de verdachte [verdachte] werd een polshorloge van het merk Movado en een goudkleurige armband in het belang van het verder onderzoek in beslaggenomen.

6. Een proces-verbaal van bevinding van herkenning Movado en armband d.d. 8 september 2020, bijlage 5.9., voor zover inhoudende, als bevindingen van de verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Op 8 september 2020 toonde ik de aangever [slachtoffer 2] het polshorloge van het merk Movado en de goudkleurige armband, die bij de aanhouding van de verdachte [verdachte] in beslag werden genomen. De aangever [slachtoffer 2] herkende het polshorloge van het merk Movado en de goudkleurige armband als zijnde zijn eigendom welke men tussen 28 augustus 2020 en 29 augustus 2020 door middel van braak uit zijn woning gelegen te [adres] had weggenomen.

[Zaak 3]

Feiten 3, 4, 5 primair en 6:

7. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 5 september 2020, bijlage 3.4 (pp. 2 - 3), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3], -zakelijk weergegeven-:

Op 4 september 2020 stopte ik mijn auto in de buurt van [evenementenpark]toen ik plotseling een voor mij onbekende man naast mijn auto zag staan. Deze man had een pistool in zijn hand en richtte deze naar mij toe. Hij dwong mij om al mijn waardevolle bezittingen die ik bij me had aan hem te overhandigen en om achter in de auto te gaan zitten. Op dat moment merkte ik dat een ander voor mij onbekende man vooraan bij de passagierszijde stond en ook voorin in mijn auto stapte . Toen ik bezig was naar achteren te schuiven, zag ik dat er ook een derde persoon aanwezig was. De derde voor mij onbekende man stapte rechtsachter in de auto en ging naast mij zitten. Vervolgens overhandigde ik snel aan de man die achterin naast mij zat, mijn mobiele telefoon, mijn gouden armband, mijn gouden ketting met eraan een hanger van een anker en een hanger van een adelaar, een gouden ring met een rood steentje en mijn portemonnee, waarin ongeveer Afl. 1.200,- zat. De derde man die naast mij zat, richtte het pistool naar mijn hoofd en dwong mij om mijn hoofd tussen de voorstoelen te zetten. Hierna hoorde ik hem tegen de bestuurder zeggen om vandaar weg te rijden. Ik zag dat we op weg waren naar de rotonde leidende naar de molens. Kort na de rotonde stopte de bestuurder de auto. Plotseling stapte de voor mij onbekende man die voorin aan de passagierszijde zat uit de auto en liep naar de linker achter portier om in te stappen. Ik zag de kans om te ontsnappen. Ik duwde het pistool van mij weg. De derde voor mij onbekende man die naast mij zat en het pistool had, stapte ook meteen uit de auto en liep achter de auto om. Op een gegeven moment zag ik die derde man voor mij staan met het pistool in zijn handen. Hij vuurde toen een schot op mij af. Het schot raakte mij aan mijn rechter bovenlijf, ter hoogte van mijn schouder. Ik voelde pijn, maar het lukte mij toch om weg te rennen. Ik zag iets verderop een huis en rende het erf op. Toen ik op het erf stond hoorde ik twee klappen en voelde meteen dat ik aan mijn rug werd geschoten. De derde man die naast mij achter in de auto zat, die mij had geschoten, was degene die de opdrachten gaf aan de andere twee mannen.

8. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 15 september 2020, bijlage 3.5 (p. 2), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3], -zakelijk weergegeven-:

De man met het vuurwapen plaatste het vuurwapen af en toe tegen mijn achterhoofd en toen ik mijn hoofd naar boven probeerde te brengen om te zien waar wij waren, plaatste hij het vuurwapen tegen mijn voorhoofd.

Ik begon nerveus en onrustig achterin de auto te worden. Toen de bestuurder de auto stopte, begon ik met de man met het vuurwapen te worstelen. Gedurende de worsteling diende de bestuurder mij een vuistslag in mijn gezicht.

9. Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring d.d. 11 september 2020 van de arts drs. S. van Engeland (p. 1), voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Patiënt [slachtoffer 3], Junior binnengekomen op 4 september 2020 bij SEH Ambulante overdracht: schietincident, drie keer geschoten, schotverwonding ter plaatse van het sternum, linker oksel en rug.

10. De verklaring van de verdachte, op 30 april 2021 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

[medeverdachte 1] en ik waren naar [medeverdachte 3] (het Gerecht: de medeverdachte [medeverdachte 3]) gegaan. Hij heeft ons een tip gegeven en toen hebben wij die uitgevoerd. Ik was een van de mannen die de Venezolaanse man heeft beroofd. Het klopt dat ik de Venezolaanse man ook met een vuurwapen heb bedreigd. Het vuurwapen was van [medeverdachte 1]. Ik zat achter het stuur. [medeverdachte 1] zat achterin met de man en had het vuurwapen op hem gericht. Ik deed alleen wat zij mij zeiden om te doen. Ik wist dat [medeverdachte 1] de man zou schieten, want [medeverdachte 1] bleef in de auto mijn naam noemen. Ik zei: ‘stop daarmee’. Hij zei toen tegen mij: ‘maak je geen zorgen, want ik schiet hem toch’. [medeverdachte 1] zei tegen mij in het Engels om richting [reis route] te rijden en dat wij daar de man zouden gaan vermoorden. Wij reden naar de plek waar [medeverdachte 1] aangaf om te gaan. Ik stopte de auto ergens op een afgelegen plek, zodat [medeverdachte 2], die naast mij zat, naar achteren kon gaan om de man in bedwang te houden. Toen vluchtte de man uit de auto en [medeverdachte 1] schoot drie keer op de man. Wij zijn daarna in de buurt van de begraafplaats gegaan en [medeverdachte 2] heeft de auto verbrand.

11. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 10 september 2020, bijlage 2.1.6 (p. 3), voor zover inhoudende als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1], -zakelijk weergegeven-:

Het vuurwapen is van het kaliber .38 en heeft een trommel voor vijf (5) patronen. Er waren nog drie (3) patronen in de trommel. De drie (3) schoten die ik op de Venezolaan loste, waren de laatste drie patronen die ik nog over had.

12. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 22 februari 2021 (p. 3), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte -zakelijk weergegeven-:

[medeverdachte 2] had eerst een stuk papier die hij in het dashboard van de auto had gevonden in brand gestoken en vervolgens had hij deze op de passagierszitbank geplaatst waardoor de zitbank ook in brand ging. Hierna ging de hele auto in brand.

In de zaak met parketnummer P-2019/16572

Feit 7:

13. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 7 november 2019, bijlage 1 (p. 1 – 2), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4], -zakelijk weergegeven-:

Ik ben eigenaar van een zwartkleurige motorrijtuig van het merk [merk motorfiets], model [model motorfiets] en voorzien van de kentekenplaat [kentekennummer]. Op 7 november 2019 ’s ochtends ging ik naar buiten en zag dat het motorrijtuig verdwenen was. Ik heb niemand toestemming gegeven om voornoemd motorrijtuig weg te nemen.

14. De verklaring van de verdachte, op 30 april 2021 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Het klopt dat ik me schuldig heb gemaakt aan de tenlastegelegde opzetheling van de motorfiets. Ik volhard bij mijn verklaring bij de politie, waarin ik heb aangegeven dat ik de motorfiets op 7 november 2019 in de mondi heb gevonden en dat ik wist dat deze van diefstal afkomstig was.

Bewijsoverweging

medeplegen ten aanzien van de poging doodslag

Het meenemen van een geladen vuurwapen bij een overval/afpersing impliceert het eventuele gebruik van dat vuurwapen. De verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] hebben, in bijzijn van de medeverdachte [medeverdachte 2], het slachtoffer bedreigd met het vuurwapen, waarna het slachtoffer zijn goederen heeft afgegeven. Na de afpersing zijn de verdachten gaan rondrijden met het slachtoffer, waarbij de medeverdachte [medeverdachte 1] het slachtoffer met het vuurwapen onder schot heeft gehouden. Tijdens de autorit is het voor alle drie de verdachten duidelijk geworden dat het de bedoeling was dat het slachtoffer die dag het leven zou laten. Openlijk is in de auto gesproken over het doden van het slachtoffer. De verdachten zijn vervolgens naar een afgelegen plek gereden. De verdachte bestuurde de auto. De medeverdachte [medeverdachte 2] is uit de auto gestapt om zich naar achteren te verplaatsen om het slachtoffer, dat zich begon te verzetten, samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] onder bedwang te houden. De medeverdachte [medeverdachte 1] had een vuurwapen op het slachtoffer gericht. Op het moment dat de medeverdachte [medeverdachte 2] achterin wilde instappen, vluchtte het slachtoffer, waarop de medeverdachte [medeverdachte 1] direct reageerde door gericht te schieten op het slachtoffer. Het vluchtende slachtoffer is driemaal in zijn bovenlichaam geraakt. Vervolgens hebben de verdachten de auto van het slachtoffer in brand gestoken. Aldus was er sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachten van het begin tot het einde. De verdachten hadden gezamenlijk het plan om het slachtoffer af te persen en daarna ontstond het plan om hem te doden. Zij hebben dit plan gezamenlijk uitgevoerd.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

In de zaak met parketnummer P-2020/08349

[Zaak 1]

1. Diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291, eerste lid, juncto artikel 2:289, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

[Zaak 2]

2. Diefstal in een woning, door iemand die artikel 2:65 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, heeft overtreden, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming,

strafbaar gesteld bij artikel 2:290 juncto artikel 2:289, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

[Zaak 3]

3. Medeplegen van poging tot doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 2:259 junctis artikelen 1:119 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

4. Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:294, eerste lid, junctis het derde lid van dat artikel en de artikelen 2:291, eerste lid en 2:289, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

5. Medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is,

strafbaar gesteld bij artikel 2:98, aanhef en onder a, juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

6. Medeplegen van overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Verordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

In de zaak met parketnummer P-2019/16572

7. Opzetheling,

strafbaar gesteld bij artikel 2:397, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten. Allereerst aan een diefstal met geweld op een bejaard slachtoffer in zijn eigen woning. De verdachte en zijn twee mededaders zijn in de nachtelijke uren de woning van een 81-jarige alleenwonende man binnengedrongen, hebben grof geweld toegepast op het slachtoffer door hem met een ijzeren buis meermalen op zijn hoofd te slaan, hebben vervolgens het slachtoffer vastgebonden aan handen en voeten en hem van zijn waardevolle spullen bestolen. Het is de mededader [medeverdachte 1] geweest die het grove geweld heeft toegepast op het slachtoffer. De zoon van het slachtoffer heeft ter terechtzitting verklaard dat deze overval een grote impact heeft gehad op zijn vader. Hij is tot op de dag van vandaag angstig en durft niet meer zelfstandig te wonen. Het Gerecht neemt dit de verdachte bijzonder kwalijk. Daarnaast heeft de verdachte samen met twee mededaders zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op het slachtoffer [slachtoffer 3], afpersing van [slachtoffer 3], brandstichting aan de auto van die [slachtoffer 3]en het voorhanden hebben van een vuurwapen. De verdachte en zijn twee mededaders hebben het slachtoffer in zijn auto overvallen, hem bedreigd met een vuurwapen en zijn vervolgens naar een afgelegen plek gereden om het slachtoffer te doden. Toen het slachtoffer de kans zag om uit de auto te ontsnappen, heeft de mededader [medeverdachte 1] driemaal op het slachtoffer geschoten, terwijl laatstgenoemde op de vlucht was. Het slachtoffer is driemaal in zijn bovenlichaam geraakt. Het is een geluk geweest dat het slachtoffer niet is komen te overlijden.

Door het handelen van de verdachte en zijn mededaders hebben ze een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Hier komt bij dat slachtoffers van dergelijke misdrijven vaak langdurig onder de lichamelijke en psychische gevolgen van zo’n traumatische gebeurtenis lijden. De verdachte is tevens geheel voorbij gegaan aan de gevoelens van onrust en onveiligheid die door het plegen dergelijke feiten in de samenleving worden veroorzaakt. Door deze overval, afpersing en poging tot doodslag is de rechtsorde ernstig geschokt en zijn de gevoelens van angst en onveiligheid in de Arubaanse samenleving aangewakkerd. Niet alleen is er financiële schade geleden, maar hebben de slachtoffers vooral ook grote angst en leed ondervonden.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Daarbij heeft hij verschillende toebehoren van de bewoners weggenomen. Behalve de materiële schade die hij daarmee heeft aangericht, is het vooral ook het schenden van het ongestoorde bezit dat gedupeerden zo schokt. De verdachte is met zijn handelen geheel voorbij gegaan aan de gevoelens van onveiligheid die veelal door een woninginbraak bij de bewoners worden veroorzaakt.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een motorfiets. Dit soort feiten brengt dan ook, naast veel ergernis, ook veel schade toe aan de slachtoffers die gedwongen worden andere vervoersmiddelen aan te schaffen of te hanteren.

Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de jeugdige leeftijd van de verdachte. Verder heeft het Gerecht kennisgenomen van de psychologische rapportage, uitgebracht door drs. M. Boekhoudt (forensisch GZ-psycholoog). De psycholoog acht de verdachte een zwakbegaafd tot benedengemiddeld intelligent, zonder aanwijzingen van een persoonlijkheidsstoornis of een ontwikkelingsstoornis. Hoewel de verdachte de consequenties van zijn gedrag kan overzien, kan hij de ernst van zijn daden en de impact hiervan op zijn slachtoffers niet goed inschatten. Hij beschikt voldoende intelligentie om te beseffen wat wel of niet toelaatbaar is in de maatschappij.

Het Gerecht onderschrijft de conclusies van de betreffende deskundige en maakt deze tot de zijne. Deze conclusie past bij het beeld dat het Gerecht van de verdachte heeft gekregen, namelijk dat hij een meeloper en niet de initiator van het plegen van strafbare feiten is. Hij is tevens niet degene geweest die het grove geweld heeft toegepast bij zowel de overval op het bejaard slachtoffer als bij de poging tot doodslag van het slachtoffer [slachtoffer 3]. De mededader [medeverdachte 1] is degene geweest die de bejaarde man met een ijzeren staaf op zijn hoofd heeft geslagen en die heeft geschoten op het slachtoffer [slachtoffer 3].

Ten nadele van de verdachte houdt het Gerecht rekening met het feit dat de verdachte al eerder onherroepelijk voor een soortgelijk strafbare feiten is veroordeeld. Tevens heeft de verdachte het bewezen verklaarde gepleegd in een proeftijd van een opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van een eerdere veroordeling. Dat heeft de verdachte er niet van weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen.

Naar het oordeel van het Gerecht kan, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van negen (9) jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de in de zaak met parketnummer P-2020/08124 in beslag genomen mobiele telefoons van de merken Samsung en de iPhone, tablet en schoudertas, inhoudende US$ 5,- en Afl. 120,-.

Voorts is het Gerecht van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich evenmin verzet tegen teruggave aan Caribbean Mercantile Bank van de in de zaak met bovenvermeld parketnummer in beslag genomen bankpas ten name van [rechthebbende 2].

Schadevergoeding

[Zaak 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt Afl. 50.000,-. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat deze benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van Afl. 14.290,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2020. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het Gerecht is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor beslissing in de strafzaak. De benadeelde partij kan daarom in zoverre niet worden ontvangen en dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[Zaak 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt Afl. 5.263,-. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van verdachtes onder 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde een bedrag van Afl. 5.263,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2020. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Nu de verdachte het strafbare feit in de zaak Hero ter zake waarvan schade-vergoeding zal worden toegekend, samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij geheel of gedeeltelijk betalen zal de verdachte in zoverre van die betalingsverplichting zijn bevrijd.

Het Gerecht ziet aanleiding daarbij ten aanzien van beide vorderingen van de benadeelde partijen een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba aan de verdachte op te leggen. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Nu de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Ter zake van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], die volledig zal worden toegewezen, zal de verdachte ook worden veroordeeld in de kosten door die benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij vonnis van 5 juni 2020 in de zaak met parketnummers P-2019/17317,

P-2019/10927 en P-2019/17119 heeft het Gerecht te Aruba de verdachte ter zake van -kort gezegd- opzetheling, diefstal in een woning en overtreding van de Landsverordening verdovende middelen, veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier (4) maanden. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De officier van justitie heeft gevorderd dat het Gerecht zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.

Nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, is het Gerecht van oordeel dat de tenuitvoerlegging van deze straf dient te worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:117, 1:136, en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in de zaak met parketnummer P-2020/08124 onder 1, 2, 3, 4, 5 primair en 6 ten laste gelegde feiten alsmede het in de zaak met parketnummer

P-2019/16572 ten laste gelegd feit 7, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de negen (9) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave van de mobiele telefoons van de merken Samsung, de iPhone, de tablet en de schoudertas, inhoudende US$ 5,- en Afl. 120,- aan de verdachte;

gelast de teruggave aan Caribbean Mercantile Bank van een bankpas ten name van [rechthebbende 2];

In de zaak met parketnummer P-2020/08124

[Zaak 1]

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade toe tot een bedrag van Afl. 14.290,- (zegge: veertienduizend tweehonderdnegentig florin), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 augustus 2020 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Afl. Afl. 14.290,- (zegge: veertienduizend tweehonderdnegentig florin), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door tweehonderdzesentachtig (268) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;

bepaalt dat indien en voor zover (een van) de mededader(s) van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of het Land, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan het Land;

[Zaak 2]

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade toe tot een bedrag van Afl. 5.263,- (zegge: vijfduizend tweehonderd drieënzestig florin) vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 augustus 2020 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Afl. 5.263,- (zegge: vijfduizend tweehonderd drieënzestig florin), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door honderdvijf (105) dagen, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalings-verplichting niet opheft;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;

gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummers P-2019/17317,

P-2019/10927 en P-2019/17119 bij vonnis d.d. 5 juni 2020 voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf, te weten vier (4) maanden.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S. Verheijen, bijgestaan door dhr. Y.G. Wilsoe en op 21 mei 2021 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in de eindprocessen-verbaal van het Korps Politie Aruba (Divisie Algemene Recherche) d.d. 15 januari 2021, geregistreerd onder de onderzoeksnaam “[onderzoeknaam]” (in de zaak met parketnummer P-2020/08124) en 11 februari 2021, geregistreerd onder proces-verbaalnummer TMVC/23/2019.