Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:324

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
21-05-2021
Datum publicatie
20-07-2021
Zaaknummer
49 van 2021
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Veroordeling medeplichtigheid aan poging tot doodslag en (opzet)heling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2020/08700

Zaaknummer: 49 van 2021

Uitspraak: 21 mei 2021 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1999 in [land],

wonende in [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2021, 19 februari 2021 en 30 april 2021. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.L. Emerencia, advocaat in Aruba.

De officier van justitie, mr. E. Stevens, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 subsidiair, 2 en 3 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van de onder 1 primair diefstal met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging.

Zijn vordering behelst voorts de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven, voorwerpen, waaronder de mobiele telefoons – voor zover die niet aan strafbare feiten kunnen worden gekoppeld –, aan de verdachte.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en 3 ten laste gelegde. Voorts heeft zij de teruggave verzocht van de inbeslaggenomen sieraden. Voor het overige heeft de raadsvrouw een strafmaatverweer gevoerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd:

1. dat hij op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model A21) en/of een (of meer) siera(a)d(en) en/of een portemonnee met inhoud en/of 50 gram aan cocaïnesteentjes, althans een hoeveelheid cocaïnesteentjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of (vervolgens) die [slachtoffer] heeft/hebben ontvoerd en/of (vervolgens) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op/tegen het (achter- en voor)hoofd van die [slachtoffer] heeft/hebben geplaatst en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer] met zijn/hun (tot vuist gebalde) hand(en) in het gezicht heeft/hebben geslagen;

(artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht)

en/of

dat hij op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een zonnebril (van het merk Cartier), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s), welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft/ hebben gericht (gehouden) en/of (vervolgens) die [slachtoffer] heeft/hebben ontvoerd en/of (vervolgens) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op/tegen het (achter- en voor)hoofd van die [slachtoffer] heeft/hebben geplaatst en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer] met zijn/hun (tot vuist gebalde) hand(en) in het gezicht heeft/hebben geslagen;

(artikel 2:294 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model A21) en/of een (of meer) siera(a)d(en) en/of een portemonnee met inhoud en/of 50 gram aan cocaïnesteentjes, althans een hoeveelheid cocaïnesteentjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of (vervolgens) die [slachtoffer] heeft/hebben ontvoerd en/of (vervolgens) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op/tegen het (achter- en voor)hoofd van die [slachtoffer] heeft/hebben geplaatst en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer] met zijn/hun (tot vuist gebalde) hand(en) in het gezicht heeft/hebben geslagen,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegen-heid, middelen en/of inlichtingen, door toen en aldaar nadat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] hem, verdachte, om een "ganga" had/hadden gevraagd

 aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] een telefoonnummer te geven van een Venezolaan en/of

 ( (daarbij) aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] mede te delen

dat die Venezolaan drugs verkoopt en/of

 ( (daarbij) aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] voor te stellen die Venezolaan op te bellen en/of zichzelf voor te doen als een ander en/of een afspraak te maken met die Venezolaan en/of

 ( aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] voor te stellen die Venezolaan te beroven;

(artikel 2:291 jo 1:124 van het Wetboek van Strafrecht)

en/of

dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een zonnebril (van het merk Cartier), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3], welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of (vervolgens) die [slachtoffer] heeft/hebben ontvoerd en/of (vervolgens) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op/tegen het (achter- en voor)hoofd van die [slachtoffer] heeft/hebben geplaatst en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer] met zijn/hun (tot vuist gebalde) hand(en) in het gezicht heeft/hebben geslagen,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegen-heid, middelen en/of inlichtingen, door toen en aldaar nadat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] hem, verdachte, om een "ganga" had/hadden gevraagd

 aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] een telefoonnummer te geven van een Venezolaan en/of

 (daarbij) aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] mede te delen dat die Venezolaan drugs verkoopt en/of

 (daarbij) aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] voor te stellen die Venezolaan op te bellen en/of zichzelf voor te doen als een ander en/of een afspraak te maken met die Venezolaan en/of

 aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] voor te stellen die Venezolaan te beroven;

(artikel 2:294 jo 1:124 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij in of omstreeks de periode van 15 augustus 2020 tot en met 12 oktober 2020 in Aruba, een televisietoestel (van het merk Samsung), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat televisietoestel (van het merk Samsung) wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(artikel 2:397/2:399 van het Wetboek van Strafrecht)

3. dat hij in of omstreeks de periode van 21 december 2017 tot en met 12 oktober 2020 in Aruba, een Ipod (met [naam aangever] erop gegraveerd) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die Ipod wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(artikel 2:397/2:399 van het Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van feiten 1 primair en 3

Feit 1 primair

Het Gerecht is, overeenkomstig de standpunten van de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Feit 3

Het Gerecht is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 ten laste gelegde. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.

Uit de in het dossier voorhanden zijnde stukken volgt dat onbekenden op 31 december 2017 uit de woning van de aangever S. Lee aan hem toebehorende goederen, waaronder een iPod, hebben weggenomen. Bij de woning van de ver-dachte zijn op 12 oktober 2020 tijdens huiszoeking goederen, waaronder een iPod met aangevers naam erop gegraveerd, aangetroffen en inbeslaggenomen. De aan-gever heeft de iPod herkend als zijn eigendom.

Anders dan de officier van justitie heeft betoogd, is het Gerecht – gelet op voren- geschetste feiten en omstandigheden – van oordeel dat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor de conclusie dat de verdachte wist/begreep althans moest vermoeden dat hij een uit misdrijf (i.c. een woninginbraak) afkomstig voorwerp heeft verworven/voorhanden heeft gehad. Uit de twee door de verdachte afgelegde verklaringen blijkt dat de verdachte op beide verhoorgelegenheden niet over het onderhavige feit werd ondervraagd.1 Dat nader onderzoek naar de wijze waarop de iPod bij (de woning van) de verdachte terecht is gekomen en waarmee het verband tussen hem en het weggenomen voorwerp zou zijn gelegd, blijkt evenmin uit het dossier. Voorts heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij in 2017 (ten tijde van de woninginbraak) in de gevangenis zat en dat meerdere personen bij hem thuis wonen. Uit het dossier vloeien geenszins concrete aanwijzingen voort die de stellingen van de verdachte ontkrachten, zodat niet kan worden uitgesloten dat, terwijl hij gedetineerd was, een huisgenoot van de verdachte de iPod in kwestie zou hebben gekocht en bij de woning van de verdachte zou hebben bewaard en dat daarom tijdens de huiszoeking in die woning de iPod werd aangetroffen.

Gelet op het bovenstaande, is het Gerecht van oordeel dat niet onomstreden is komen vast te staan dat de verdachte zich aan het onder 3 tenlastegelegde schuldig heeft gemaakt. Hij zal derhalve daarvan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht – op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tweede onder 1 subsidiair ten laste gelegde, alsmede het onder 2 ten laste gelegde, heeft begaan, met dien verstande:

1. subsidiair

dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model A21) en/of een (of meer) siera(a)d(en) en/of een portemonnee met inhoud en/of 50 gram aan cocaïnesteentjes, althans een hoeveelheid cocaïnesteentjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of (vervolgens) die [slachtoffer] heeft/hebben ontvoerd en/of (vervolgens) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op/tegen het (achter- en voor)hoofd van die [slachtoffer] heeft/hebben geplaatst en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer] met zijn/hun (tot vuist gebalde) hand(en) in het gezicht heeft/hebben geslagen,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegen-heid, middelen en/of inlichtingen, door toen en aldaar nadat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] hem, verdachte, om een "ganga" had/hadden gevraagd

aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] een telefoonnummer te geven van een Venezolaan en/of

 ( (daarbij) aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] mede te delen

dat die Venezolaan drugs verkoopt en/of

 ( (daarbij) aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] voor te stellen die Venezolaan op te bellen en/of zichzelf voor te doen als een ander en/of een afspraak te maken met die Venezolaan en/of

 ( aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] voor te stellen die Venezolaan te beroven;

en/of

dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba tezamen en in vereniging met elkaar een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een zonnebril (van het merk Cartier), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3], welk(e) geweld en/of welke bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of (vervolgens) die [slachtoffer] heeft/hebben ontvoerd en/of (vervolgens) een pistool of revolver, in elk geval een vuurwapen, op/tegen het (achter- en voor)hoofd van die [slachtoffer] heeft/hebben geplaatst en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer] met zijn/hun (tot vuist gebalde) hand(en) in het gezicht heeft/hebben geslagen,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 september 2020 in Aruba medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegen-heid, middelen en/of inlichtingen, door toen en aldaar nadat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] hem, verdachte, om een "ganga" had/hadden gevraagd

 aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] een telefoonnummer te geven van een Venezolaan en/of

(daarbij) aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] mede te delen dat die Venezolaan drugs verkoopt en/of

(daarbij) aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] voor te stellen die Venezolaan op te bellen en/of zichzelf voor te doen als een ander en/of een afspraak te maken met die Venezolaan en/of

aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]en/of [medeverdachte 3] voor te stellen die Venezolaan te beroven;

2. dat hij in of omstreeks de periode van 15 augustus 2020 tot en met 12 oktober 2020 in Aruba, een televisietoestel (van het merk Samsung), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van dat televisietoestel (van het merk Samsung) wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrij-gesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.2

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Aruba.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

Feit 1 subsidiair (medeplichtigheid aan afpersing in vereniging):

1. Een proces-verbaal van aangifte en van nader verhoor d.d. 6 september 20203 respectievelijk 15 september 20204, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer] , -zakelijk weergegeven-:

Op 4 september 2020 stopte ik mijn auto in de buurt van [evenementenpark] toen ik plotseling een voor mij onbekende man naast mijn auto zag staan. Deze man had een pistool in zijn hand en richtte deze naar mij toe. Hij dwong mij om al mijn waardevolle bezittingen die ik bij mij had aan hem te overhandigen en om achter in de auto te gaan zitten. Op dat moment merkte ik dat een ander voor mij onbekende man vooraan bij de passagierszijde stond en ook voorin in mijn auto stapte. Toen ik bezig was naar achteren te schuiven, zag ik dat er ook een derde persoon aanwezig was. De derde voor mij onbekende man stapte rechtsachter in de auto en ging naast mij zitten. Vervolgens overhandigde ik snel aan de man die achterin naast mij zat mijn mobiele telefoon, mijn gouden armband, mijn gouden ketting met eraan een hanger van een anker en een hanger van een adelaar, een gouden ring met een rood steentje en mijn portemonnee, waarin ongeveer Afl. 1.200,- zat. De derde man die naast mij zat, richtte het pistool naar mijn hoofd en dwong mij om mijn hoofd tussen de voorstoelen te zetten. Hierna hoorde ik hem tegen de bestuurder zeggen om vandaar weg te rijden. Ik zag dat wij op weg waren naar de rotonde leidende naar de molens.

De man met het vuurwapen plaatste het vuurwapen af en toe tegen mijn achterhoofd en toen ik mijn hoofd naar boven probeerde te brengen om te zien waar wij waren, plaatste hij het vuurwapen tegen mijn voorhoofd.

Ik begon nerveus en onrustig achter in de auto te worden. Toen de bestuurder de auto stopte begon ik met de man met het vuurwapen te worstelen. Gedurende de worsteling diende de bestuurder mij een vuistslag in mijn gezicht.

2. Processen-verbaal van verhoor d.d. 9 september 20205 en 10 september 20206 voor zover inhoudende als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1], -zakelijk weergegeven-:

Vorige week, de exacte datum en tijdstip kan ik mij niet herinneren, was ik in gezelschap van [medeverdachte 2] (opmerking verbalisant: met [medeverdachte 2] wordt bedoeld de verdachte [medeverdachte 2]). Eenmaal in de binnenstad van [buurtnaam], fietsten wij naar de woning van de man [verdachte] (het Gerecht: de verdachte) in de [buurtnaam]. [medeverdachte 2] vroeg aan [verdachte] of hij een “ganga” voor ons had. [verdachte] antwoordde bevestigend en zei dat hij het telefoonnummer had van een Venezolaanse man van wie hij drugs koopt. [verdachte] kwam met het plan dat een van ons de Venezolaanse man zou bellen en zou gaan doen alsof hij [naam] was en hem om drugs zou vragen. De eerste keer dat wij de Venezolaan opbelden waren wij nog onder de boom bij de woning van [verdachte]. [medeverdachte 2] kwam toen met het idee om bij de gym naast [evenementenpark] te gaan om vandaar de Venezolaan weer te bellen om hem te ontmoeten.

Op een gegeven moment kwam een donkergrijze auto langzaam aanrijden. [medeverdachte 2] liep naar de auto en stapte rechts voorin. Ik zag toen dat de bestuurder zijn handen omhooghield. Ik rende naar de auto en stapte rechts achterin. Eenmaal in de auto zag ik dat [medeverdachte 2] een vuurwapen, zijnde een revolver van het kaliber .38, tegen het hoofd van de Venezolaan hield. [medeverdachte 2] overhandigde mij het vuurwapen en verplaatste zich achter het stuur. Wij namen vervolgens de weg naar [reis route]. Richting [reis route] werd de Venezolaan weer onrustig en hij probeerde het vuurwapen van mij af te pakken. Op een bocht lukte het de Venezolaan uit de auto te springen. Ik moet nog zeggen dat er iemand met ons aanwezig was maar ik wil zijn naam nog niet noemen.

[verdachte] had ons geïnformeerd dat de Venezolaan een hoeveelheid geld, drugs en een vuurwapen bij zich zou hebben.

Ons vuurwapen is kaliber .38 en heeft een trommel voor vijf (5) patronen en heeft een roest/zilveren kleur. Toen [verdachte] ons over de “ganga” vertelde, besloten [medeverdachte 2] en ik eerst naar mijn huis te fietsen om het vuurwapen op te halen.

3. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 10 september 20207, voor zover inhoudende als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 2], -zakelijk weergegeven-:

Ik herinner mij de datum niet meer precies, maar op de bewuste dag verscheen [medeverdachte 1] (het Gerecht: de medeverdachte [medeverdachte 1]). [medeverdachte 1] had een vuurwapen dat een trommel heeft. Het is grijs van kleur met een roestige kolf.

Op gegeven moment liepen [medeverdachte 1] en ik naar de woning van [verdachte] (het Gerecht: de verdachte) in de [buurtnaam]. [medeverdachte 1] begon [verdachte] te vragen voor een “ganga”. Met “ganga” bedoelde [medeverdachte 1] iets om te gaan doen om aan geld te komen. [verdachte] had het telefoonnummer van een man aan hem gegeven. [verdachte] zei tegen [medeverdachte 1] dat het telefoonnummer van een Colombiaan is die verdovende middelen verkoopt. Ik moest op instructie van [medeverdachte 1] de man bellen en hem vertellen om ons ten oosten van de gym, ten oosten van [evenementenpark], te ontmoeten. Wij liepen toen naar de afgesproken plaats.

Toen de man in een grijze auto aankwam, stapte ik aan de passagierszijde in. Ik had het vuurwapen van [medeverdachte 1] in mijn broekzak. [medeverdachte 1] verscheen bij mij, pakte het vuurwapen van mij af en richtte dit op de man. De man trok zijn gouden armband, halsketting en gouden vingerring af. Hierna zei [medeverdachte 1] dat hij de man, juwelen en verdovende middelen had. [medeverdachte 1] zei tegen mij in het Engels om richting [reis route] te rijden.

4. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 18 september 20208, voor zover inhoudende, als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 3], -zakelijk weergegeven-:

[medeverdachte 2] had mij verteld dat [verdachte] aan [medeverdachte 1] had verteld om de man te zeggen dat hij de broer van [naam] is om zodoende met de man te kunnen ontmoeten. [verdachte] had hen verteld dat hij geld en drugs had.

5. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 12 oktober 20209, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte, -zakelijk weergegeven-:

De Spaanstalige man ken ik inderdaad, omdat ik in het verleden drugs van hem kocht. Ik noemde hem ‘[roepnaam slachtoffer]’.

Feit 2:

1. De verklaring van de verdachte, op 30 april 2021 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Hetgeen mij onder feit 2 wordt verweten klopt. [medeverdachte 2] (het Gerecht: de medeverdachte 2) kwam bij mij om mij het televisietoestel te verkopen. Ik wist toen dat het toestel gestolen was en ik had het gekocht.

2. Een proces-verbaal van huiszoeking ter inbeslagneming d.d. 12 oktober 202010, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Op 12 oktober 2020 werd de huiszoeking bij het perceel [adres] door de rechter-commissaris geopend. Bij het perceel werd voorts aangetroffen:

Slaapkamer moeder [moeder verdachte] en [verdachte]

- een zwartkleurige flatscreen televisie van het merk Samsung (43” groot).

Inbeslaggenomen is een zwartkleurige flatscreen televisie van het merk Samsung (43” groot).

3. Processen-verbaal van aangifte en nader verhoor d.d. 15 augustus 202011 respectievelijk 13 oktober 202012, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [aangever], -zakelijk weergegeven-:

Op 15 augustus 2020, omstreeks 02:30 uur, werd ik wakker gemaakt door een geluid bij mijn slaapkamerdeur. Toen ik de deur opendeed zag ik drie donkergetinte mannen. Een van de mannen sloeg mij gelijk 3 à 4 keer met een voorwerp tegen mijn voorhoofd, waardoor ik op de grond viel en hevig begon te bloeden.

Ik merkte dat de mannen mijn zwarte televisietoestel van het merk Samsung hadden weggenomen.

Ik herken het inbeslaggenomen televisietoestel als zijnde mijn eigendom.

4. Processen-verbaal van 2e en 3e verhoor d.d. 10 september 202013 respectievelijk 14 september 202014, voor zover inhoudende, als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 2], -zakelijk weergegeven-:

De inbraak waarbij een bejaarde man werd mishandeld heb ik samen met [medeverdachte 1] [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] gepleegd. In de woning hadden wij een televisietoestel van het merk Samsung dat aan de muur hing gezien en [medeverdachte 3] had het toestel van de muur gedemonteerd. Ik bleef met de televisie.

Het televisietoestel had ik later aan [verdachte] verkocht.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van de onder 1 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan afpersing in vereniging zal worden vrijgesproken, omdat er geen bewijs voorhanden is dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op zowel het gronddelict als op het medeplichtig zijn daaraan.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Vooropgesteld moet worden dat van ‘medeplichtigheid’ aan een strafbaar feit sprake is indien een verdachte een misdrijf dat door een ander wordt begaan, bevordert en/of vergemakkelijkt. Daartoe is niet alleen vereist dat het opzet van de verdachte gericht was op onder meer het verschaffen van inlichtingen tot het plegen van het misdrijf (de bijdrage), maar ook dat verdachtes opzet (al dan niet in voorwaardelijke zin) gericht was op het door die ander gepleegde misdrijf (het gronddelict). Voor de bewezenverklaring en kwalificatie van medeplichtigheid wordt uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan.15

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen staan voor het Gerecht de volgende feiten en omstandigheden vast. De verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben zich op de bewuste dag naar de woning van de verdachte begeven, alwaar [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] hem naar een ‘ganga’ (iets om te doen om aan geld te komen) hebben gevraagd. Vervolgens heeft de verdachte hen het telefoonnummer verschaft van een voor hem bekende Spaanstalige man bij wie hij verdovende middelen kocht. Daarnaast heeft hij hen geïnformeerd dat die man onder meer verdovende middelen en geld bij zich zou hebben. Ook heeft de verdachte hen, zonder enige aanmoediging van hun kant, voorgesteld om telefonisch een afspraak te maken, waarbij zij zich moesten voordoen als potentiële kopers van verdovende middelen. [medeverdachte 2] heeft (in opdracht van [medeverdachte 1]) de man gebeld en die afspraak ook gemaakt.

Later op de avond is de aangever door drie mannen ([medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3]) met een vuurwapen overvallen, waarbij eerst [medeverdachte 2]en daarna [medeverdachte 1] hem onder bedreiging van een revolver hebben gedwongen zijn bezittingen af te geven. Daarna is hij door het drietal ontvoerd, waarbij hij met gebruikmaking van het vuurwapen wederom gedwongen werd niet op of om te kijken. [medeverdachte 1] heeft daarbij het vuurwapen tegen het achter- en voorhoofd van de aangever gehouden, terwijl laatst- genoemde ook door [medeverdachte 2]werd geslagen.

Het Gerecht concludeert, gelet op vorenstaande feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, dat de verdachte wist dat de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] erop uit waren om een overval te plegen en dat hij hen, vanuit die wetenschap, informatie heeft verschaft waardoor hij niet enkel een bijdrage heeft geleverd tot het plegen van het strafbare feit maar ook dat feit daarmee heeft verwezenlijkt.

Naar het oordeel van het Gerecht is aldus de medeplichtigheid aan de afpersing in vereniging bewezen. Het verweer van de raadsvrouw wordt derhalve verworpen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. subsidiair: Medeplichtigheid aan afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:294, eerste lid, junctis het derde lid van dat artikel en de artikelen 2:291, tweede lid en 2:289, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

2. Opzetheling,

strafbaar gesteld bij artikel 2:397, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid van afpersing in vereniging. De verdachte heeft, op de vraag van (een van) de mededaders of de verdachte een manier wist om aan geld te komen, het telefoonnummer van een persoon aan die mededaders verschaft en hen daarbij medegedeeld dat die persoon verdovende middelen verkoopt, alsmede dat hij onder meer geld bij zich heeft. De mededaders hebben de man vervolgens overvallen, waarbij een van hen het slachtoffer, terwijl hij een vuurwapen op hem gericht hield, heeft gedwongen tot afgifte van zijn bezittingen. Het slachtoffer is tevens door de mededaders ontvoerd en door een van hen geslagen.

De verdachte en mededaders hebben met deze gewapende overval de rechtsorde ernstig geschokt en gezorgd voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Als schadelijk voor het imago voor Aruba als relatief veilig land, kunnen zij op termijn ook de economie en welvaart van dit land ondermijnen. De verdachte en zijn mededaders hebben het slachtoffer niet alleen financiële schade, maar vooral ook grote angst en leed toegebracht. Slachtoffers van dergelijke daden kunnen nog langdurig lijden onder de (geestelijke) gevolgen daarvan.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling. Hij heeft daarbij het van een gewelddadige woninginbraak afkomstige flatscreen televisietoestel verworven tegen betaling van slechts Afl. 200,-. Hij heeft dat toestel tevens voor-handen gehad. De verdachte heeft door zijn handeling bijgedragen aan het in stand houden van een omvangrijk circuit van diefstal en heling, dat in de maatschappij als zeer ergerlijk wordt ervaren, terwijl daarnaast aanzienlijke vermogensschade wordt aangericht.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij is, zo blijkt uit het uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 26 januari 2021, eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Voorts houdt het Gerecht rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf van 30 maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, zoals aangeduid op de aan dit vonnis als bijlage gehechte beslaglijst. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.

Voorts is het Gerecht van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven zwarte portemonnee met opschrift “LV”, inhoudende een bankpasje van Caribbean Mercantile Bank ten name van [rechthebbende] en een kwitantie ten name van [rechthebbende] met adres [adres rechthebbende]. Daarom zal daarvan de teruggave aan [rechthebbende] worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:124, 1:125 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en onder 3 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit en het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de dertig (30) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, zoals aangeduid op de aan dit vonnis als bijlage gehechte beslaglijst;

gelast de teruggave aan [rechthebbende] van een zwarte portemonnee met opschrift “LV”, inhoudende een bankpasje van Caribbean Mercantile Bank ten name van [rechthebbende] en een kwitantie ten name van [rechthebbende], met adres [adres rechthebbende].

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S. Verheijen, bijgestaan door dhr. Y.G. Wilsoe, zittingsgriffier, en op 21 mei 2021 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

1 Bijlagen 2.5.3 en 2.5.5

2 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de des-betreffende verbalisanten in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba (Divisie Algemene Recherche) d.d. 15 januari 2021, geregistreerd onder de onderzoeksnaam [onderzoeknaam].

3 Bijlage 3.4 (pp. 2 – 4)

4 Bijlage 3.5 (p. 2)

5 Bijlage 2.1.5 (pp. 2 – 3)

6 Bijlage 2.1.6 (pp. 2 – 3)

7 Bijlage 2.3.6 (pp. 2 – 3)

8 Bijlage 2.4.3 (pp. 5 – 6)

9 Bijlage 2.5.3 (p. 2)

10 Bijlage 5.18 (pp. 1 – 3)

11 Bijlage 3.1 (pp. 1 en 2)

12 Bijlage 3.2 (p. 2)

13 Bijlage 2.3.6 (pp. 1 en 2)

14 Bijlage 2.3.8 (p. 2)

15 HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4471