Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:321

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
21-06-2021
Datum publicatie
09-07-2021
Zaaknummer
AUA202001842
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Herhaald verzoek inschrijving buitenlands huwelijk in het bevolkingsregister - Het gerecht is gelet van oordeel dat het huwelijk tussen appellanten, dat is voltrokken op het moment dat de man nog gehuwd was met een ander, niet rechtsgeldig tot stand is gekomen. Reeds gelet hierop kan het niet in het bevolkingsregister worden ingeschreven, en dient het beroep - dat is gericht tegen de weigering, zij het op andere gronden, om het huwelijk in te schrijven - ongegrond te worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 21 juni 2021

Lar nr. AUA20201842

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

1. [de man]de man,

2. [de vrouw]de vrouw,

beiden wonend in Aruba,

APPELLANTEN,

gemachtigde: de advocaat mr. Jill M. de Cuba,

gericht tegen:

het Hoofd van de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER, hierna ook te noemen: DBSB,

gemachtigde: mr. J.M.A.M. Ponsioen (DBSB).

PROCESVERLOOP

Appellanten hebben op 29 november 2019 een herhaald verzoek ingediend bij verweerder tot het inschrijven van hun op 20 november 2015 in Venezuela voltrokken huwelijk.

Tegen het uitblijven van een beschikking op hun verzoek hebben appellanten op 16 april 2020 bezwaar gemaakt.

Bij beslissing van 23 juni 2020 (de bestreden beslissing) heeft verweerder het bezwaar van appellanten ongegrond verklaard.

Tegen de bestreden beslissing hebben appellanten op 3 augustus 2020 beroep ingesteld bij het gerecht.

Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 8 februari 2021, alwaar zijn verschenen appellanten bijgestaan door de gemachtigde voornoemd, en verweerder is vertegenwoordigd door de gemachtigde voornoemd.

Hierna hebben partijen zich op 9 april 2021 schriftelijk uitgelaten over de ontvankelijkheid van het bezwaar c.q. beroep, en de rechtsgeldigheid van het huwelijk tussen appellanten.

De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Ontvankelijkheid beroep

1. Het gerecht overweegt dat appellanten tijdig in beroep zijn gekomen tegen de bestreden beslissing. Het beroep is ontvankelijk.

De feiten

Eerste huwelijk van de man

2.1

De man, geboren op [geboortedatum] 1955 in Aruba en van Nederlandse nationaliteit, is op 22 december 1981 in het huwelijk getreden met mevrouw [X]. Bij uitspraak van dit gerecht van [datum] 1999 is de scheiding van tafel en bed tussen de man en mevrouw [X] uitgesproken. Op [datum] 1999 is latere vermelding betreffende echtscheiding gedaan bij de burgerlijke stand. Bij beschikking van dit gerecht van 25 april 2017 (EJ nr. [nummer] van 2016) is de doorhaling van die latere vermelding gelast.

2.2

Bij beschikking van dit gerecht van 29 mei 2017 (EJ nr. [nummer]) is de echtscheiding tussen de man en mevrouw [X] uitgesproken. Deze beschikking is op 26 juni 2017 ingeschreven in het huwelijksregister van de burgerlijke stand.

Tweede huwelijk van de man

2.3

De man is op [datum] 2015 in Venezuela getrouwd met de vrouw, geboren op [geboortedatum] 1986 in Venezuela en van Venezolaanse nationaliteit.

2.4

Op 31 mei 2016 hebben appellanten een verzoek ingediend tot inschrijving van hun huwelijk in de registers alhier. Op 16 november 2017 heeft de man verweerder schriftelijk te kennen gegeven het verzoek tot inschrijving van het huwelijk in te trekken. In augustus 2018 hebben partijen verweerder verzocht het huwelijk (alsnog) in te schrijven.

Op 1 november 2018 vond het gesprek met appellanten in het kader van de zogenoemde huwelijkstoets, plaats.

2.5

Bij beschikking van 14 november 2018 heeft verweerder geweigerd het huwelijk tussen appellanten in te schrijven. Aan die weigering is - samengevat - ten grondslag gelegd dat hier sprake is van een huwelijk dat strijdig is met de Arubaanse openbare orde, omdat het niet is gericht op de vervulling van de door de wet aan de huwelijkse staat verbonden plichten, maar op het verkrijgen van toelating in Aruba van de vrouw. Hiertegen hebben appellanten geen rechtsmiddelen aangewend.

2.6

Bij brief van 29 november 2019 hebben appellanten verweerder (opnieuw) verzocht om – op grond van nieuwe feiten en omstandigheden – hun huwelijk in te schrijven. Tegen het uitblijven van een beslissing op deze herhaalde aanvraag, hebben appellanten op 16 april 2020 bezwaar gemaakt.

2.7

Bij bestreden beslissing heeft verweerder de eerdere beschikking van 14 november 2018, gehandhaafd. In de bestreden beslissing staat – voor zover hier van belang – het volgende:

“(…) Aan de hand van de indicatoren voor een schijnhuwelijk, te weten elkaar niet of nauwelijks lijken te kennen, een groot leeftijdsverschil tussen de huwelijkspartners en het ontbreken van een geldige verblijfstitel, staat er naar het oordeel van de DBSB afdoende vast dat er in casu sprake is van een schijnhuwelijk.

Nu in het bewaarschrift geen zodanig nieuwe feiten en omstandigheden zijn aangevoerd die tot een heroverweging van de bestreden beschikking zouden moeten leiden, deel ik u hierbij mede dat ik de eerdere beschikking d.d. 14 november 2018 – en de daarin vermelde reden voor weigering van de inschrijving van uw huwelijk – handhaaf. (…)”.

2.8

Hiertegen richt zich het onderhavig beroep.

Het wettelijk kader

3.1

Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Landsverordening op het aanleggen en bijhouden van het bevolkingsregister, worden de voorschriften omtrent het aanleggen, inrichten en bijhouden van bevolkingsregisters en het doen der daartoe vereiste opgaven aan hen, die met het aanhouden der bevolkingsregisters zijn belast, bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen vastgesteld.

3.2

Ingevolge artikel 22, negende lid, van het krachtens voormelde bepaling vastgestelde Landsbesluit bevolkingsregister wordt een gegeven omtrent een persoon niet ingeschreven, indien het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister van oordeel is dat dat gegeven in strijd is met de goede zeden of de openbare orde.

3.3

Ingevolge artikel 1:33 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan een man tegelijkertijd slechts met één vrouw, de vrouw slechts met één man door het huwelijk verbonden zijn.

De beoordeling

4.1

Het gerecht constateert dat de man ten tijde van zijn huwelijk met de vrouw in Venezuela, nog gehuwd was met mevrouw [X]. Immers, zijn eerste huwelijk is ingevolge artikel 1:149 aanhef en onder sub c, in samenhang met artikel 1:163, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) pas op 26 juni 2017 geëindigd, terwijl hij reeds op 10 november 2015 met de vrouw in het huwelijk is getreden.

4.2

In Aruba is bigamie, een vorm van polygamie, niet toegestaan en in bepaalde gevallen zelfs strafbaar.

4.3

Verweerder heeft zich in zijn akte van 9 april 2021 op het standpunt gesteld, dat voor erkenning van een op het moment van voltrekking bigaam huwelijk, vereist is dat het huwelijk rechtsgeldig tot stand is gekomen, en heeft geconcludeerd dat in dit geval hiervan geen sprake is, nu polygamie ook in Venezuela niet is toegestaan.

4.4

Het gerecht is gelet op het vorenstaande van oordeel dat het huwelijk tussen appellanten, dat is voltrokken op het moment dat de man nog gehuwd was met een ander, niet rechtsgeldig tot stand is gekomen. Reeds gelet hierop kan het niet in het bevolkingsregister worden ingeschreven, en dient het beroep – dat is gericht tegen de weigering, zij het op andere gronden, om het huwelijk in te schrijven – ongegrond te worden verklaard. Aan de inhoudelijke beoordeling van de vraag of verweerder op goede gronden heeft geconcludeerd dat in deze sprake is van een schijnhuwelijk, komt het gerecht dan ook niet toe.

5. Het beroep is ongegrond. Voor een kostenveroordeling is geen aanleiding.

DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en wordt geacht in het openbaar te zijn uitgesproken ter zitting van maandag 21 juni 2021, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de dag van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.