Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:296

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-06-2021
Datum publicatie
02-07-2021
Zaaknummer
AUA202001683
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

arbeid – dringende reden voor ontslag op staande voet – de werknemer heeft in strijd met de procedureregels gehandeld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 22 juni 2021

Behorend bij E.J. AUA202001683

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Verzoeker],

te Aruba,

verzoeker,

hierna te noemen: [naam verzoeker],

gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,

tegen:

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VESUBIO F&B VBA, h.o.d.n. Sole Mare,

te Aruba,

verweerster,

hierna te noemen: Sole Mare,

gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties;

- het verweerschrift met producties;

- producties zijdens partijen;

- de pleitaantekeningen van partijen;

- de mondelinge behandeling van de zaak ter zitting van 2 maart 2021, alwaar zijn verschenen [naam verzoeker] bijgestaan door zijn gemachtigde en Sole Mare bij haar gemachtigde;

- de akte zijdens [naam verzoeker], genomen op 30 maart 2021, inhoudende dat partijen geen regeling hebben bereikt.

1.2

De datum van de uitspraak is nader bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Sole Mare is een restaurant in Aruba.

2.2 [

naam verzoeker] is op grond van een arbeidsovereenkomst door partijen ondertekend op 22 september 2015 en 25 september 2016 in loondienst getreden van Sole Mare, in de functie van “waiter” tegen een loon van Afl. 10,-- per uur, vermeerderd met “service charge” en “tips”.

2.3

Op 14 januari 2020 is [naam verzoeker] op staande voet ontslagen, omdat hij op 13 januari 2020 - in strijd met de regels - “tip” die door een gast in een “checkfolder” is achtergelaten onder zich heeft gehouden, in plaats van die in de “tip box” te stoppen. De ontslagbrief van deze datum luidt voor zover van belang als volgt.

“As per conditions of our company contract, please allow this letter to serve as a termination of the contract on January 14, 2020. (…).

Your dismissal is due to take $50,- without permission

On January 13, 2020 as your table 7 was leaving, you went to the table to thank them for their visit and took the check. When it was brought over to the cashier section, in front of the Restaurant Manager, you counted the money to see if it is correct. It was a total of $350,- which included the tip. You then took the extra $50,- and when the Manager asked you if you are seriously doing that you answered “Yes I am serious, the man (referring to [X]) owes me money and he knows that. If you want you can tell him also.

This issue is a direct breach of the working agreement (…)

(…)

On the last meeting held on December 29,2019, [X] informed that all tips will go in the total amount to be divided within the group working in that night. If a guests decide to give you additional tips in hands, that will go directly to the waiter receiving it in hands.”

2.4 [

naam verzoeker] berust inmiddels in het ontslag.

3 HET VERZOEK

3.1

Het verzoek strekt ertoe om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:

a. [naam verzoeker] toestemming te verlenen om kosteloos te procederen;

b. voor recht te verklaren dat het ontslag onregelmatig en kennelijk onredelijk is geschied;

c. Sole Mare te veroordelen aan [naam verzoeker] te betalen het bedrag van Afl. 24.323,07, zijnde het bedrag van Afl. 3.720,00 wegens de niet in acht genomen opzegtermijn, het bedrag van Afl. 3.863,07 in verband met cessantia-uitkering en het bedrag van Afl. 16.740,-- aan billijke vergoeding, te vermeerderen met de vertragingsrente en de wettelijke rente vanaf de datum van ontslag, dan wel vanaf de datum van indiening van dit verzoekschrift, tot aan de dag der algehele voldoening;

d. ieder andere beslissing te nemen die het gerecht juist acht;

e. Sole Mare te veroordelen in de proceskosten.

3.2

Aan dit verzoek heeft [naam verzoeker] ten grondslag gelegd dat hij op staande voet is ontslagen terwijl geen sprake was van de daartoe vereiste dringede reden. [naam verzoeker], die inmiddels in het ontslag berust, stelt zich op het standpunt dat het ontslag onregelmatig en kennelijk onredelijk is.

3.3

Sole Mare heeft verweer gevoerd en heeft geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van [naam verzoeker] in zijn verzoek, dan wel tot het afwijzen daarvan, met veroordeling van [naam verzoeker] in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen zal aan [naam verzoeker] toestemming worden verleend om kosteloos te procederen.

4.2

Alvorens beoordeeld kan worden of de aan [naam verzoeker] gegeven ontslag onregelmatig dan wel kennelijk onredelijk is, dient eerst de vraag beantwoord te worden of de aan [naam verzoeker] medegedeelde reden van ontslag een dringende reden kan opleveren in de zin van artikel 7A:1615 p van het Burgerlijk Wetboek (BW). Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad geldt dat een ontslag waaraan een geldige dringende reden ten grondslag ligt, per definitie niet kennelijk onredelijk kan zijn.

Als dringende redenen worden volgens artikel 1615 o lid 1 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. Tot deze omstandigheden behoren onder meer de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals diens leeftijd, de aard en duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag op staande voet. Van belang is verder dat het de werkgever is die moet stellen en bewijzen dat sprake is van een dringende reden.

4.3

Het gerecht stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat [naam verzoeker] op 13 januari 2020 een deel van de fooigelden die door een gast - bij het afrekenen van de bon - in een “checkfolder” is achtergelaten uit bedoelde “checkfolder” heeft gehaald en deze onder zich heeft gehouden, in plaats van het geld in de fooienpot te stoppen.

4.4

Sole Mare heeft gesteld [naam verzoeker] op 14 januari 2020 op staande voet te hebben ontslagen, omdat [naam verzoeker] zich op 13 januari 2020 heeft gedragen op de wijze zoals hierboven onder 4.3 is omschreven. Dit gedrag van [naam verzoeker] is in strijd met de geldende procedureregels, waarbij geldt dat alle “cash tips” die door een gast in het restaurant in de “checkfolder” wordt achtergelaten, in de fooienpot dienen te worden gestopt. Dit bedrag tezamen met het bedrag aan verdiende “service charge” wordt volgens een vast verdeelsysteem onder al het personeel in het restaurant verdeeld.

4.5 [

naam verzoeker] heeft betwist in strijd te hebben gehandeld met enige procedureregel, nu die regel volgens hem - vanwege het ontbreken van enig reglement, personeelshandboek dan wel voorschrift dat ziet op “additional tips” - niet bestaat. Sole Mare heeft die stelling van [naam verzoeker] weersproken, daartoe stellende dat deze regel uitdrukkelijk tijdens een vergadering in december 2019 met alle werknemers is besproken, waaronder ook [naam verzoeker]. Aan de werknemers is toen duidelijk gemaakt dat “cash tips” die door een gast in een “checkfolder” worden achtergelaten in de “tip box” dient te worden gestopt om onder het personeel te worden verdeeld. [naam verzoeker] heeft die stelling van Sole Mare niet langer betwist. Gelet hierop is het gerecht van oordeel dat in voldoende mate is gebleken dat de regel waarvan Sole Mare stelt dat [naam verzoeker] deze heeft overtreden, bestaat en dat [naam verzoeker] van die regel op de hoogte was. Het voorgaande kan naar het oordeel van het gerecht ook worden afgeleid uit de eigen stellingen van [naam verzoeker] opgenomen in zijn pleitaantekeningen onder randnummer vier, waarbij [naam verzoeker] heeft gesteld tijdens een “meeting” aan de directeur van Sole Mare te hebben medegedeeld “cash tips” te zullen achterhouden totdat er sprake is van een transparant verdeelsysteem van de fooigelden. Niet valt immers in te zien waarom [naam verzoeker] dergelijke uitlatingen zou doen indien er geen sprake zou zijn van een regel die bepaalt dat achtergelaten “cash tips” al dan niet in de “checkfolder” in de “tip box” dient te worden gestopt. Gelet op het voorgaande is het gerecht van oordeel dat [naam verzoeker] op voormelde datum in strijd heeft gehandeld met de procedureregels van Sole Mare.

4.6

Ongeacht het vorenstaande heeft [naam verzoeker] gesteld dat geen sprake kan zijn van een dringende reden, nu hij - zo begrijpt het gerecht - het recht had om bedoelde “tip” - tijdelijk als drukmiddel - achter te houden aangezien Sole Mare hem geld verschuldigd was. In dit verband heeft [naam verzoeker] verwezen naar hetgeen hij op 10 januari 2020 aan de hand van een “print out” heeft geconstateerd, te wetende omstandigheid dat Sole Mare nagelaten heeft om het bedrag dat aan “charged tips” binnen is gekomen mee te nemen in het totaal te verdelen fooibedrag, waardoor het personeel, waaronder [naam verzoeker], in de week van 3 tot en met 9 januari 2020 te weinig “tip” heeft ontvangen. Ter onderbouwing van zijn stelling heeft [naam verzoeker] verwezen naar de “print out” van het elektronisch kassysteem van Sole Mare van bedoelde datum die hij als productie heeft overgelegd.

4.7

Sole Mare heeft de door [naam verzoeker] geschetste situatie erkend, maar heeft daarbij gesteld -zo begrijp het gerecht – dat geenszins sprake was van opzet. In dit verband heeft Sole Mare toegelicht dat hetgeen is gebeurd te maken heeft gehad met een fout die in het systeem is opgetreden. Nadat de werknemers de fout onder de aandacht van Sole Mare hebben gebracht, is deze direct gecorrigeerd en is de “tip” alsnog aan de werknemers correct uitbetaald. Gelet op deze gemotiveerde toelichting van Sole Mare, die verder niet door [naam verzoeker] is betwist, is het gerecht, anders dan [naam verzoeker], van oordeel dat [naam verzoeker] geen reden had om zich te gedragen op de wijze zoals hij dat heeft gedaan. [naam verzoeker] heeft net als de andere werknemers Sole Mare de ruimte en de kans moeten geven om de fout te herstellen, hetgeen achteraf blijkt dat Sole Mare ook heeft gedaan.

4.8

Verder heeft [naam verzoeker] gesteld - naar het gerecht begrijpt - dat hij het geld mocht achterhouden, omdat er geen sprake is van transparantie aan de zijde van Sole Mare voor wat betreft de verdeling van de “tip”. Het gerecht kan [naam verzoeker] in zijn stelling niet volgen, nu in voldoende mate is gebleken dat Sole Mare regelmatig een “print out” van het kassysteem aan de werknemers verstrekt, waarop onder meer te zien is de bedragen die aan “service charge” worden verdiend en de bedragen die aan “tip” worden achtergelaten. Verder kan uit een door [naam verzoeker] overgelegd overzicht worden opgemaakt hoe de gelden onder het personeel worden verdeeld. Voor zover [naam verzoeker] bedoeld heeft te stellen dat Sole Mare in het verleden niet transparant is geweest in haar verdeelsysteem, is het gerecht van oordeel dat die stelling niet is onderbouwd. Bij dit alles laat het gerecht nog daar dat ook het gestelde bestaan van onduidelijkheden in het verdeelsysteem niet rechtvaardigt dat [naam verzoeker] op eigen gezag gelden achterhoudt, die niet aan hem toebehoren, maar verdeeld dienen te worden onder het voltallige personeel.

4.9

Gelet op al het bovenstaande is het gerecht van oordeel dat de hierboven omschreven gedraging van [naam verzoeker] een dringende reden oplevert die de verstrekkende maatregel van ontslag op staande voet kan dragen. Sole Mare moet immers erop kunnen vertrouwen dat [naam verzoeker], die in zijn functie als “waiter” ook omgaat met geld, alle geldende regels die daarmee te maken hebben, naleeft.

4.10

Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen onder b en c die gegrond zijn op kennelijk onredelijk ontslag dan wel onregelmatig ontslag moeten worden afgewezen. Alle overige stellingen van partijen met betrekking tot het ontslag dat op 16 januari 2020 aan [naam verzoeker] is gegeven kunnen verder onbesproken blijven.

4.11 [

naam verzoeker] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

verleent aan [naam verzoeker] toestemming om kosteloos te procederen;

wijst het verzoek af;

veroordeelt [naam verzoeker] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Sole Mare worden begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris van de gemachtigde;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 juni 2021 in aanwezigheid van de griffier.