Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:293

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
14-06-2021
Datum publicatie
01-07-2021
Zaaknummer
AUA202002164
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verblijfsvergunning op grond van de hardheidsclausule - Naar zijn uiterlijke vorm en gebruikte bewoordingen is het bestreden besluit een beschikking als bedoeld in artikel 9 van de Lar op het verzoek van appellant, en geen beslissing op bezwaar. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat appellante - zoals door haar is gesteld - tegen enige (eerdere) beschikking, bewaar heeft gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 14 juni 2021

AUA202002164 LAR

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Appellante],

wonende in Aruba,

APPELLANTE,

gemachtigde: drs. M.L. Hassell,

gericht tegen:

DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. M.D. van Wilgen (DIMAS).

PROCESVERLOOP

Op 5 maart 2020 heeft appellante verweerder schriftelijk verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de hardheidsclausule.

Bij besluit van 25 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder voornoemd verzoek van appellante afgewezen.

Hiertegen heeft appellante op 4 september 2020 beroep ingesteld bij dit gerecht.

Het beroep is behandeld ter zitting van 3 mei 2021. Appellante noch haar gemachtigde zijn ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde.

Uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1.1

In haar beroepschrift stelt appellante ten eerste, dat ondanks het feit dat de beschikking van 25 augustus 2020 de verschijningsvorm heeft van een primair besluit, deze hangende bezwaar is genomen, zodat het als een beschikking op bezwaar dient te worden aangemerkt.

1.2

Verweerder heeft ter zitting geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het beroep, nu het bestreden besluit een beschikking is en geen beslissing op bezwaar.

2. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Lar wordt in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder beschikking: een op enig rechtsgevolg gericht schriftelijk besluit van een bestuursorgaan.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Lar kan degene die door een beschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen, het bestuursorgaan verzoeken de beschikking in heroverweging te nemen, tenzij deze op bezwaar is genomen.

Ingevolge artikel 23, eerste lid, van de Lar kan degene die rechtsreeks in zijn belang is getroffen door een op een bezwaarschrift genomen beslissing, daartegen beroep instellen bij het gerecht.

3. In het bestreden besluit staat – voor zover hier van belang - het volgende:

“(…)

Naar aanleiding van uw aanvraag ingediend bij de DIMAS met het oog op de verlening van een vergunning voor onbepaalde tijd, om op Aruba een verblijfsvergunning te kunnen verkrijgen, wil ik u het volgende mededelen:

Beslissing: de aanvraag is afgewezen .

Uit controle van de door u verstrekte gegevens is gebleken dat u niet voldoet aan de gestelde toelatingseisen voor deze verblijfstitel.

Teneinde in aanmerking te kunnen komen voor een vergunning tot verblijf met een specifiek beroep op hardheid, zal u moeten kunnen aantonen dat u een binding heeft verworven met Aruba. Deze binding wordt aangetoond indien u als minderjarige feitelijk woon en verblijfplaats heeft gehad voor meer dan 5 jaren. In casu is dit niet gebleken uit de door u overgelegde bewijsmateriaal. Reden waarom in casu een beroep op hardheid faalt en een vergunning tot verblijf niet aan u zal worden verleend.

(…)”

4. Naar zijn uiterlijke vorm en gebruikte bewoordingen is het bestreden besluit een beschikking als bedoeld in artikel 9 van de Lar op het verzoek van appellant van 5 maart 2020, en geen beslissing op bezwaar. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat appellante – zoals door haar is gesteld – tegen enige (eerdere) beschikking, bewaar heeft gemaakt. Voor zover appellante heeft beoogd om met haar brief van 5 maart 2020 bezwaar te maken tegen de beschikking van 8 mei 2015, waarbij het verzoek van haar vader tot een verblijfsvergunning ten behoeve van haar is afgewezen, is zij daarmee rijkelijk te laat. Dit brengt met zich dat tegen het thans bestreden besluit geen beroep maar bezwaar openstaat, zodat het onderhavige beroep van appellant kennelijk niet-ontvankelijk is.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de dag van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.