Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:292

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
15-06-2021
Datum publicatie
25-06-2021
Zaaknummer
AUA202002644
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht. Verzoek tot wijziging kinderalimentatie afgewezen. Geen sprake van zodanige gewijzigde omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 15 juni 2021

behorend bij EJ nr. AUA202002644

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de alimentatiezaak tussen

[Naam verzoeker] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna: de vader,

procederend in persoon,

en

[Naam verweerster],

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna te noemen de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. C.S. Edwards.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 26 oktober 2020;

  • -

    de producties van de moeder, ingediend op 11 maart 2021;

  • -

    het verweerschrift van de moeder, ingediend op 15 maart 2021;

  • -

    de producties van de vader, overgelegd op 16 maart 2021;

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 16 maart 2021, waar zijn verschenen de vader in persoon en de moeder bijgestaan door haar gemachtigde.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

De thans nog minderjarige [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] 2004 in Aruba geboren uit het huwelijk tussen de vader en de moeder.

2.2

Bij beschikking van dit gerecht van 24 maart 2014 zijn partijen gescheiden.

2.3

Bij beschikking van dit gerecht van 30 juni 2014 (EJ-3152 en 3170 van 2013), is bepaald dat de vader met Afl. 775,- per maand dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige.

3. DE BEOORDELING

3.1

Het verzoek strekt tot wijziging van bovengenoemde beschikking van 30 juni 2014 in die zin dat het door de vader te betalen bedrag aan kinderalimentatie zal worden verlaagd. Daartoe wordt aangevoerd dat hij vanaf januari 2021 niet meer in dienst zal zijn van zijn werkgever en een pensioenuitkering van Afl. 1.665,- maandelijks zal ontvangen, waarvan hij met een bijdrage van Afl. 775,- in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige dient te voorzien.

3.2

Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:401 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW). Ingevolge die bepaling kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud, bij latere uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen of indien zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

3.3

Bij de beoordeling stelt het gerecht voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Uitgangspunt is dat het bij de bepaling van de draagkracht van een onderhoudsplichtige niet alleen aankomt op het inkomen dat hij heeft, maar ook op het inkomen dat hij geacht kan worden redelijkerwijs in de naaste toekomst te verwerven. Vanwege de onderhoudsplicht jegens de kinderen dient de onderhoudsplichtige zich voorts te onthouden van gedragingen die er toe leiden dat hij zijn alimentatieverplichtingen niet meer kan nakomen. De onderhoudsplichtige dient dan ook de belangen van de kinderen in acht te nemen wanneer hij keuzes maakt die zijn draagkracht negatief kunnen beïnvloeden en derhalve tot gevolg kunnen hebben dat hij niet meer (volledig) aan zijn alimentatieverplichtingen kan voldoen.

3.4

Voorts neemt het gerecht het volgende in aanmerking. De vader heeft gesteld dat hij sinds januari 2021 geen werk meer heeft en dat hij een pensioenaanbod van zijn werkgever heeft aanvaard.

3.5

Kosten van verzorging en opvoeding

De dochter volgt middelbaar onderwijs aan het Colegio Arubano en ter vaststelling van de behoefte geldt daarvoor een normbedrag van Afl. 750,--. De vader heeft niet aangevoerd dat de behoefte van de dochter is gewijzigd. De moeder heeft ten verwere aangevoerd dat de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige Afl. 1.135,41 per maand bedragen. Naar het oordeel van het gerecht heeft zij echter onvoldoende onderbouwd waarom er kosten zijn waarmee rekening moet worden gehouden en die niet al zijn verdisconteerd in het genoemde normbedrag.

Naar het oordeel van het gerecht is er wat betreft de behoefte van de minderjarige geen sprake van een zodanige wijziging dat de beschikking waarvan wijziging wordt verzocht niet meer voldoet aan de wettelijke maatstaven, omdat het toepasselijke normbedrag nauwelijks afwijkt van het de bij eerdere vastgestelde beschikking vastgestelde behoefte van Afl. 775,-- en dat betekent dat de ouders hieraan naar draagkracht en naar evenredigheid dienen bij te dragen.

Draagkracht ouders

3.6

Voor de vraag of de alimentatiebeschikking toch is achterhaald en niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet is voor deze zaak bepalend of de draagkracht van beide ouders zodanig is gewijzigd dat daarvan sprake is.

3.7

Uit de door de moeder overgelegde loonstroken blijkt dat zij een gemiddeld netto-maandloon heeft van Afl. 1.927,-.

Wat betreft de lasten, houdt het gerecht rekening met het forfaitair bedrag van Afl. 1.400,- voor het eigen levensonderhoud, de aflossing van de lening “Island Finance” ad Afl. 556,62

Dit betekent dat zij geen draagkracht overhoudt om bij te dragen in de kosten van de minderjarige.

3.8

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de vader Afl. 98.000,- van zijn ex-werkgever heeft ontvangen aan pensioen, wat neerkomt op een bedrag van Afl. 1.665,- maandelijks totdat hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Op jaarbasis is daarmee een netto bedrag van Afl. 19.980,-- gemoeid. Volgens de eigen opgaven van vader ontving hij in 2017 een nettoloon van Afl. 27.000, en in 2019 een nettoloon van Afl. 20.066,--.

Dat betekent dat zijn nettoloon weliswaar in geringe mate achteruit is gegaan maar nog niet in die mate dat dit de stelling van de vader rechtvaardigt dat de alimentatie beslissing niet meer voldoet aan de wettelijke maatstaven.

3.8

Daar komt bij dat de moeder de stelling van de vader heeft betwist, inhoudende dat hij door de Covid-19 pandemie sinds april 2020 minder of geen neveninkomsten meer heeft door de (losse) verhuur van drie kamers in zijn woning en omzet uit zijn kiosk. Nu de vader geen enkel verificatoir bewijsstuk heeft overgelegd waarmee hij deze stelling heeft onderbouwd, zoals de belastingopgave 2020 of overzichten van zijn boekhouder, gaat het gerecht uit van zijn eerdere verdiensten uit verhuur en kiosk, althans van zijn verdienvermogen dienaangaande. Uit de specificatie van de huurinkomsten en omzet in de wel door de vader overgelegde belastingopgaven over de jaren 2017, 2018 en 2019, blijkt dat dat de vader zeer wel in staat kan worden geacht om naast genoemde pensioeninkomsten zodanige huurinkomsten en omzet te generen dat hij in staat moeten worden geacht om het bedrag van Afl. 775,-- per maand aan kosten voor verzorging en opvoeding volledig te kunnen betalen.

3.9

Dit leidt het gerecht tot de conclusie dat er geen sprake is van zodanige gewijzigde omstandigheden dat de eerdere vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding niet langer voldoet aan de wettelijke maatstaven, zodat het verzoek van de vader zal worden afgewezen.

3.10

Gelet op het door de moeder overgelegde bewijs van onvermogen van 26 januari 2021, zal aan haar toelating worden verleend om kosteloos te procederen.

4 DE BESLISSING

Het gerecht:

verleent aan de moeder toestemming om kosteloos te procederen,

wijst het verzoek van de vader af.

Aldus gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 15 juni 2021 in aanwezigheid van de griffier.