Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:277

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
08-06-2021
Datum publicatie
21-06-2021
Zaaknummer
AUA202001147
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

EJ. Vervangende toestemming tot erkenning. Omgang

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 8 juni 2021

behorend bij zaaknummer AUA202001147

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[verzoeker],

wonende in Aruba,

VERZOEK,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen

[verweerster],

wonende in Aruba,

VERWEER, hierna te noemen: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. lic. B.M. de Sousa.

Belanghebbenden:

[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba,

de minderjarige,

DE VOOGDIJRAAD, in zijn hoedanigheid van bijzondere curator.

1 . DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 27 oktober 2020. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het DNA-resultaat, ingediend op december 2021;

  • -

    de akte uitlating zijdens de moeder, ingediend op 12 januari 2021;

  • -

    de akte uitlating van de bijzonder curator, ingediend op 18 februari 2021;

  • -

    de mondelinge behandeling van 13 april 2021, waar zijn verschenen de man bijgestaan door mr. E.M.J. Cafarzuza, occuperende voor mr. D.G. Kock, de moeder bijgestaan door haar gemachtigde en mevrouw mr. [naam raadsonderzoeker] namens de Voogdijraad.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

Vervangende toestemming erkenning en keuze van de geslachtsnaam

2.1

Ter beoordeling ligt hier ten eerste voor het verzoek van de man om vervangende toestemming om de minderjarige te mogen erkennen.

2.1.1

De moeder heeft te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen de erkenning van de minderjarige door de man, mits de minderjarige haar geslachtsnaam behoudt.

2.1.2

Gelet op de uitslag van het DNA rapport staat nu vast, dat de man de biologische vader is van de minderjarige.

2.1.3

Het gerecht zal gelet op het voorgaande, de man vervangende toestemming verlenen om de minderjarige te erkennen.

2.2

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord welke geslachtsnaam de minderjarige bij de erkenning zal dragen. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de naamkeuze. Het gerecht overweegt als volgt.

2.2.1

Ingevolge artikel 1:5 Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) is de geslachtsnaam van een kind die van zijn vader, en anders die van de moeder. Conform het geldende recht krijgt de minderjarige bij de erkenning de geslachtsnaam van de vader.

Algemeen aanvaard is dat in het huidige Arubaanse namenrecht de moeder van een kind wordt achtergesteld bij de vader, zonder dat daarvoor voldoende rechtvaardiging is. Deze ongelijke behandeling is in (elk geval) strijdig met artikel I.1 van de Staatsregeling van Aruba en artikel 26 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

De Arubaanse wetgever heeft dit rechtstekort onder ogen gezien. Bij Landsverordening van 23 september 2016 – tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek van Aruba in verband met een aantal onderwerpen die nog een regeling of aanpassing in het Burgerlijk Wetboek van Aruba behoeven (aanvulling Burgerlijk Wetboek van Aruba), AB 2016, no. 51 (hierna: Landsverordening aanvulling BWA) – is bepaald dat art. 1:5 BWA wordt vervangen door veertien nieuwe wetsartikelen (art. 1:5 tot en met art. 1:5m BWA).

Artikel 1:5 van de Landsverordening aanvulling BWA bepaalt, voor zover hier van belang, dat de ouders bij de keuze van de geslachtsnaam van hun kind kunnen kiezen voor de geslachtsnaam van de vader dan wel voor die van de moeder.

Artikel 1:5b Landsverordening aanvulling BWA bevat een regeling voor geschillen omtrent de naamskeuze. Het eerste lid van dit artikel luidt:

“Een geschil tussen de ouders of toekomstige ouders over de naamskeuze kan op verzoek van beiden of één van hen aan de rechter in eerste aanleg worden voorgelegd. Deze beproeft, alvorens te beslissen, een vergelijk tussen hen. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.”

Artikel 1:5g, eerste lid, Landsverordening aanvulling BWA luidt:

“Indien een kind door erkenning in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, behoudt het de geslachtsnaam van de moeder, tenzij de moeder en de erkenner ter gelegenheid van de erkenning gezamenlijk verklaren naamskeuze te doen. Van deze verklaring wordt melding gemaakt in de akte van erkenning. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing bij erkenning van een ongeboren kind.”

2.2.2

De Landsverordening aanvulling BWA is nog niet in werking getreden.

2.2.3

De Hoge Raad heeft bij beschikking van 13 juli 2017 (ECLI:NL:2017:2614) overwogen dat nu de Landsverordening aanvulling BWA nog niet in werking is getreden en onbekend is op welke termijn dat het geval zal zijn, de rechter thans voor Aruba dient te bezien of in dit rechtstekort kan worden voorzien. De rechter kan door bij de keuze van de wetgever, zoals gemaakt bij de vaststelling van de Landsverordening aanvulling BWA, aan te sluiten een oplossing bieden voor het rechtstekort van de geldende wetgever (rechtsoverwegingen 3.4.6 en 3.4.8).

2.2.4

Voor de in deze zaak aan de orde zijnde erkenning sluit het gerecht aan bij het bepaalde in artikel 1:5g, eerste lid, van de Landsverordening aanvulling BWA, waarin wordt bepaald dat een kind dat door erkenning in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan in beginsel de geslachtsnaam van de moeder behoudt. Partijen zijn niet tot een vergelijk gekomen over de geslachtsnaam van de minderjarige.

2.2.5

Gelet op het voorgaande, en in aanmerking genomen dat de minderjarige sinds haar geboorte de geslachtsnaam van de moeder draagt en bij de moeder woont en moeder hoofdopvoeder is en waarschijnlijk blijft, acht de rechter het in het belang van het kind dat zij de geslachtsnaam van de moeder behoudt. Het gerecht bepaalt derhalve dat ter gelegenheid van de erkenning van de minderjarige door de man artikel 1:5 lid 1 BW buiten toepassing blijft en dat het kind de geslachtsnaam van de moeder behoudt.

Omgang

2.3

Partijen hebben ter zitting een omgangsregeling getroffen. Het gerecht zal gelet op het verhandelde ter zitting de omgangsregeling als hieronder aangegeven, vaststellen. Daarbij geldt dat deze omgangsregeling niet-limitatief is en door partijen in onderling overleg kan worden uitgebreid.

2.4

Partijen hebben voorts afgesproken dat zij na drie maanden de omgangsregeling zullen evalueren. Als de overeengekomen omgangsregeling goed loopt, dan zal de omgangsregeling worden uitgebreid. Dit houdt in dat de man om de drie weken op zaterdag na zijn werk de minderjarige ophaalt, op maandag naar school brengt en na school weer ophaalt en terug bij de moeder om 19:00 uur brengt.

Kosteloos procederen

2.5

Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen zal aan de moeder toestemming worden verleend om kosteloos te mogen procederen.

Kosten

2.6

Het gerecht ziet in de aard van het verzoek en de relatie tussen partijen, aanleiding om de kosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

- verleent de moeder toestemming om in deze zaak kosteloos te mogen procederen,

- verleent de man [verzoeker], bij gebreke van toestemming van de moeder, vervangende toestemming om de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba te erkennen,

- bepaalt dat ter gelegenheid van de erkenning door de man artikel 1:5 lid 1 BWA buiten toepassing blijft en de minderjarige de geslachtsnaam van de moeder [verweerster] behoudt,

- bepaalt de omgangsregeling tussen de man en de minderjarige als volgt:

* elke maandag en woensdag:

- haalt de man de minderjarige op na school en brengt de minderjarige terug naar de moeder om 19:00 uur;

* om de drie weken op de vrije zondag van de man:

- haalt de man de minderjarige op bij de moeder om 10:00 uur, waarbij de minderjarige blijft overnachten. De man brengt voorts de minderjarige op maandagochtend naar school. Verder haalt de man de minderjarige op na school en brengt hij de minderjarige terug naar de moeder om 19:00 uur;

- verklaart de beschikking voor zover het de omgangsregeling betreft, uitvoerbaar bij voorraad,

- compenseert de kosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt,

- wijst af met meer of anders verzochte.

Aldus gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter in dit gerecht, ter zitting van 8 juni 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 8 juni 2021

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: EJ. AUA202001147

Inhoudsindicatie: EJ. Vervangende toestemming tot erkenning. Omgang

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. J.M.J. Keltjens

Bijzondere kenmerken: