Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:249

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
26-05-2021
Datum publicatie
11-06-2021
Zaaknummer
AUA202101067
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding. Geen sprake van een dringende reden. Doorbetaling loon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 26 mei 2021

Behorend bij K.G. nr. AUA202101067

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[EISERES],

wonende in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: [Eiseres],

gemachtigden: de advocaten mr. H.G. Figaroa en A.E.A. Hernandez,

tegen:

[GEDAAGDE],

gevestigd in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: [Gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 19 april 2021;

- de producties zijdens [gedaagde], ingediend op 5 mei 2021;

- de pleitnota van partijen;

- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 6 mei 2021;

- de mededeling van [gedaagde] bij e-mail van 19 mei 2021 dat partijen geen regeling hebben bereikt.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Krachtens een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst is [eiseres] op 21 september 2014 in loondienst getreden van [gedaagde], laatstelijk in de functie van “Human Resources Director” tegen een bruto salaris van Afl. 5.213,54.

2.2

In artikel 11 van de arbeidsovereenkomst (verweer, prod. 1) is bepaald:

“The Employee is obliged not to disclose and to maintain secret all business or trade information that may come to his/her knowledge during his/her employment, or obtained from the confidential or proprietary nature of the employment, or explicitly imposed upon him/her by the Employer. This obligation does not exist towards him/her to whom the Employee is directly or indirectly subordinated, nor to such extent that (s) he has been released from the obligation to secrecy by his/her superiors.”

2.3

In artikel 12 van de arbeidsovereenkomst (verweer, prod. 1) is bepaald:

“The “Employee Conduct Policy” (1), the “Job and/or Work Description” (2), the “Standards of Excellence” (3) and the “Employee Handbook” (4) shall be considered to form an integral part of this agreement and incorporated herein by reference.”

2.4

In de addendum van de arbeidsovereenkomst (verweer, prod. 1) is onder meer bepaald:

“(…)

CONFIDENTIALITY

The Employer shall not at any time disclose to any third parties personal information about the Employee, such as date of birth, identification number, governmental identification number, or health information, unless disclosure is required by law.

(…).”

2.5

In de ‘Associate Handbook’ staat onder meer het volgende:

“CODE OF CONDUCT POLICY

(…)

An associate involved in any of the following acts or conduct may result in disciplinary measures up to and including immediate termination and I accept and understand that I may be immediately dismissed if I commit any of the following acts:

(…)

Giving confidential or proprietary information to other associates, an outside company or agency, the news media, guests; or discussing confidential information of The Hotel’s information in public areas in the presence of guests;

(…)

Engaging in or having knowledge of activities on or off the premises of The Hotel, which could be considered a discredit to The Hotel or which could damage the reputation The Hotel

(…)

This list does not include everything and other items which interfere in the operation of The Hotel or may cause damage to our associates or Guests and the reputation of our Hotel may cause disciplinary actions.

(…)”

2.6

Per brief van 20 maart 2021 (verzoekschrift, prod. 3) is [eiseres], na een schorsing met behoud van loon, wegens een dringende reden op staande voet ontslagen. Bedoelde brief luidt voor zover van belang als volgt:

“(…) On March 13, 2021, I was informed that you had sent an email to the management with confidential information BCC to front desk agent [naam front desk agent]. When you were confronted about this, you were silent for a moment and then stated that you sometimes write names in the CC and/or BBC e-mailboxes to check their spelling. After this meeting you were then sent home with pay for further investigation.

The information obtained during the investigation makes you already not credible statement even more unbelievable. This is because the e-mail was sent to front desk agent [naam front desk agent] just when she was having problems with the issue that was discussed in the confidential e-mail.

The investigation further revealed that you use your work mail to handle personal business and that this is also done during working hours.

Furthermore, an email was found where you send an email to an intern containing a list of all employees, including management, with all their personal information, including salaries.

The foregoing conduct is unacceptable, a violation of company rules and could harm the company. You are in your position to oversee the company rules on duty. Your actions or behaviors therefore provide an urgent reason to terminate the employment relationship with immediate effect, each individually, but certainly jointly.

Having lost all trust in you we have no other option than to immediately terminate the employment relationship and you will be denied access to the client’s resort for an indefinite period.

(…)”

2.7

Bij brief van 26 maart 2021 van (de gemachtigde van) [eiseres] aan [gedaagde] heeft [eiseres] de nietigheid van het ontslag ingeroepen (verzoekschrift, prod. 4).

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

Eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. [Gedaagde] veroordeelt om vanaf 20 maart 2021 tegen kwijting aan [eiseres] haar volledige salaris door te betalen totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd;

b. [Gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen de wettelijke verhoging ex artikel 7A:1614q BW over het onder a. toe te wijzen bedrag;

c. [Gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de onder a. en b. toe te wijzen bedragen, te rekenen vanaf de opeisbaarheid hiervan tot de dag der algehele voldoening;

d. subsidiair, ieder andere beslissing neemt die het Gerecht juist voorkomt;

e. [Gedaagde] veroordeelt tot betaling van de proceskosten.

3.2

Aan dit verzoek heeft [eiseres] ten grondslag gelegd dat zij op staande voet is ontslagen, terwijl er geen sprake was van een daartoe vereiste dringende reden.

3.3 [

Gedaagde] voert hiertegen verweer, waartoe zij het volgende aanvoert.

a. a) [Eiseres] heeft vertrouwelijke informatie aan een front desk clerck gemaild;

b) [Eiseres] heeft de company e-mail gedurende werktijd voor persoonlijke aangelegenheden gebruikt;

c) [Eiseres] heeft vertrouwelijke informatie aan een stagiaire gemaild.

Deze schendingen zijn dermate ernstig dat een ontslag op staande voet gerechtvaardigd is.

3.4

Op de grondslagen van de vordering en het daartegen gevoerde verweer zal hierna, bij de beoordeling van de vordering worden ingegaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de ingestelde vorderingen.

4.2

In deze procedure moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten, zonder nader onderzoek en met inachtneming van de beperkingen van de procedure in kortgeding, worden beoordeeld of de vordering in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat vooruitlopend daarop toewijzing van de gevraagde voorziening gerechtvaardigd is.

4.3

Gezien het verweer van [gedaagde] ligt de vraag ter beantwoording voor of er sprake is van een dringende reden die een ontslag op staande voet kan rechtvaardigen. Als dringende redenen worden volgens artikel 7A:1615o lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. Tot deze omstandigheden behoren onder meer de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals diens leeftijd, de aard en duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag op staande voet. Van belang is verder dat het de werkgever is die moet stellen en bewijzen dat sprake is van een dringende reden.

a) de mail met vertrouwelijke informatie aan een front desk clerck

4.4

Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] in strijd met de ‘company rules and regulations’ gehandeld door expres de front desk clerck, mevrouw [naam front desk agent] (hierna te noemen: [naam front desk agent]), mee te kopiëren in vertrouwelijke e-mailcommunicatie d.d. 10 maart 2021 met het management en ownership. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] [naam front desk agent] ge-bcc’d in de mail om haar voor te bereiden op een gesprek dat het management met haar wilde hebben in verband met het geregeld te laat komen door [naam front desk agent] op het werk.

4.5 [

Eiseres] heeft betwist dat zij [naam front desk agent] expres heeft mee gekopieerd in de e-mail om haar te helpen. Volgens [eiseres] heeft zij dit per ongeluk gedaan. Voorts mist de stelling van [gedaagde], inhoudende dat [eiseres] [naam front desk agent] willen heeft voorbereiden op een voorgenomen gesprek van het management omtrent haar te laat komen, feitelijke grondslag nu die bespreking met [naam front desk agent] al had plaatsgevonden op het moment dat [eiseres] per ongeluk de e-mail aan [naam front desk agent] doorzond, aldus [eiseres]. Ter onderbouwing van deze stelling heeft [eiseres] verwezen naar de door [gedaagde] overgelegde mail van 10 maart 2021 (verweer, prod 4).

4.6

Naar het voorshands oordeel van het Gerecht heeft [eiseres] het standpunt van [gedaagde] gemotiveerd betwist. [Eiseres] heeft er, onder verwijzing naar productie 4 van [gedaagde], op gewezen dat als bijlage bij de e-mail d.d. 10 maart 2021 was bijgevoegd een verslag van een gesprek met [naam frontdesk agent] over haar te laat komen. Uit het verslag blijkt dat dit gesprek had plaatsgevonden op 21 februari 2021. Zonder toelichting, die door [gedaagde] niet is gegeven, is dan ook niet duidelijk op welke wijze [eiseres] haar collega [naam front desk agent] door het doorzenden van de e-mail op 10 maart 2021 zou hebben voorbereid op een komend gesprek omtrent het te laat komen, terwijl dit gesprek op dat moment al had plaatsgevonden. Het Gerecht is dan ook voorshands van oordeel dat niet aannemelijk is geworden de stelling van [gedaagde] dat [eiseres] expres [naam front desk agent] heeft mee gekopieerd in de e-mail om haar op die wijze voor te bereiden op een komend gesprek. Dit verwijt kan dus voorshands geen rol meer spelen bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een dringende reden.

b) het gebruiken van de company e-mail voor persoonlijke aangelegenheden

4.7

Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] in strijd gehandeld met de ‘Code of Conduct’ opgenomen in het ‘Associate Handbook’ door het gebruiken van de company e-mail tijdens werktijd voor haar persoonlijke aangelegenheden. Het gebruiken van de company e-mail voor persoonlijke aangelegenheden kan leiden tot eventuele reputatieschade, aldus [gedaagde].

4.8 [

Eiseres] heeft betwist dat het gebruiken van de company e-mail tijdens werktijd in strijd is met de regels. Zij werkt elke dag van 07:00 uur tot 17:00 uur of soms later, vrijwel zonder pauze. Zij is hierdoor feitelijk genoodzaakt om prive-kwesties op het werk af te handelen. Het mailen met de company e-mail levert geen enkele schade of nadeel op voor [gedaagde], aldus [eiseres]. Volgens [eiseres] is haar ook nooit medegedeeld dat dit niet mag en evenmin is haar medegedeeld dat hiervoor disciplinaire maatregelen kunnen worden opgelegd.

4.9

Naar het voorshands oordeel van het Gerecht is in de ‘Code of Conduct’, zoals opgenomen in het ‘Associate Handbook’, niet (expliciet dan wel impliciet) vermeld dat werknemers de company e-mail niet mogen gebruiken voor privé aangelegenheden. Door [gedaagde] is verder ook niet gesteld dat dit op een andere wijze uitdrukkelijk is verboden. Voor zover [gedaagde] heeft beoogd te stellen dat het gebruik van de company e-mail voor privédoeleinden door haar is verboden, mist die stelling derhalve feitelijke grondslag. Hoewel het gerecht met [gedaagde] van oordeel is dat het op zich niet passend is om de company e-mail te gebruiken voor privé aangelegenheden gedurende werktijd en dat dit de reputatie van [gedaagde] kan schaden (de naam van [gedaagde] is namelijk in de e-mailadressen verwerkt), is dit op zichzelf onvoldoende reden voor een ontslag op staande voet. In dat oordeel betrekt het gerecht dat naar het voorshandse oordeel [gedaagde] het gebruik van de company e-mail voor privé aangelegenheden nimmer heeft verboden en dat zij dit evenmin met haar werknemers, althans met [eiseres], heeft besproken. Nu [gedaagde] onvoldoende heeft betwist dat het afhandelen van privé e-mails niet ten koste is gegaan van de tijd die [eiseres] aan haar werk behoort te besteden, zoals door [eiseres] is gesteld, is ook het verwijt dat ze werktijd gebruikte voor het afhandelen van privé-correspondentie onvoldoende grond voor een ontslag op staande voet.

c) de mail met vertrouwelijke informatie aan een stagiaire

4.11

Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] op 25 februari 2021 een e-mail met vertrouwelijke informatie van alle werknemers, waaronder hun salaris, naar een stagiaire gemaild. Dit handelen is in strijd met haar arbeidsovereenkomst, het addendum van haar arbeidsovereenkomst en het ‘Associate Handbook’, aldus [gedaagde].

4.12 [

Eiseres] heeft niet betwist dat zij een mail heeft gestuurd aan de stagiaire met vertrouwelijke informatie van alle werknemers, waaronder gegevens betreffende hun salaris. [Eiseres] heeft wel gemotiveerd betwist dat dit in strijd zou zijn met enig beleid binnen [gedaagde]. Volgens [eiseres] was de stagiaire, een studente van de Universiteit van Aruba, mede namens de HR-afdeling belast met een project dat betrekking had op het in kaart brengen van de financiële gevolgen van ziekteverzuim van werknemers door de Covid-19 pandemie. Hiervoor had de stagiaire ook de gegevens van het salaris nodig. [Gedaagde] heeft deze stellingen van [eiseres] onvoldoende betwist. Het gerecht acht het daarmee voorshands aannemelijk geworden dat [eiseres] op goede gronden besloten heeft om de betreffende gegevens aan de stagiaire te verzenden en dat de stagiaire ook niet als ‘Third Party’ kan worden aangemerkt met wie de gegevens niet hadden mogen worden gedeeld.

4.13

Ter zitting heeft voorts [gedaagde] [eiseres] verweten dat zij de stagiaire slechts mondeling en niet schriftelijk heeft laten toezeggen dat zij de gegevens vertrouwelijk zou behandelen. Deze is echter niet in de ontslagbrief als ontslaggrond opgenomen. Gelet hierop behoeft dit verwijt geen bespreking.

Slotsom

4.14

De conclusie van het voorgaande is dat de door [gedaagde] genoemde ontslaggronden ieder afzonderlijk geen dringende reden opleveren voor een ontslag op staande voet. Nu ten aanzien van twee van de drie verwijten voorshands moet worden aangenomen dat zij ongegrond zijn, leveren de drie gestelde gronden ook in hun onderlinge samenhang geen dringende reden op voor een ontslag op staande voet. Het voorgaande leidt tot het oordeel (1) dat er geen sprake is van een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt en (2) dat het verzoek van [eiseres] tot doorbetaling van haar loon zal worden toegewezen, met dien verstande dat de wettelijke verhoging tot een maximum van 15 % zal worden toegewezen.

4.15 [

Gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5 DE UITSPRAAK

De rechter rechtdoende in kort geding:

5.1

veroordeelt [gedaagde] om tegen kwijting aan [eiseres] door te betalen haar loon vanaf 20 maart 2021 totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging tot een maximum van 15 % en te vermeerderen met de wettelijke rente telkens gerekend vanaf de opeisbaarheid van het loon tot de dag der algehele voldoening;

5.2

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [eiseres] worden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, op Afl. 245,- aan explootkosten en Afl. 1.500,- aan salaris van de gemachtigde;

5.3

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 26 mei 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 26 mei 2021

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: K.G. nr. AUA202101067

Inhoudsindicatie: Kort Geding. Geen sprake van een dringende reden. Doorbetaling loon.

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. J.J. Verhoeven

Bijzondere kenmerken: