Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:247

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
26-05-2021
Datum publicatie
11-06-2021
Zaaknummer
AUA202100919
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding. Nu het UAZV niet tekortschiet in haar contractuele verplichting tot betaling van de zorgvergoedingen aan de huisartsen en daarom dienaangaande niet in verzuim is geraakt bestaat er voor de huisartsen naar het verdere voorshandse oordeel van het Gerecht geen grond voor opschorting van hun uit de zorgovereenkomst voortvloeiende verplichting om in het kader van bereikbaarheid hun praktijken op werkdagen geopend te houden voor AZV-verzekerden van 07:00 uur tot 18:00 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 26 mei 2021

Behorend bij K.G. nr. AUA202100919

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de hoofdzaak van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

UITVOERINGSORGAAN ALGEMENE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING,

gevestigd in Aruba,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna ook te noemen: het UAZV,

gemachtigden: de advocaten mrs. P.C.R. Brown en M.D. Tromp,

tegen:

DE HUISARTSTENVERENIGING ARUBA,

gevestigd in Aruba,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

hierna ook te noemen: de HAVA,

gemachtigde: de advocaat mr. R.A. Wix,

en in het incident tot voeging van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

HET LAND ARUBA,

zetelend in Aruba,

verzoeker,

hierna ook te noemen: het Land,

gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Ellis-Schipper,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

UITVOERINGSORGAAN ALGEMENE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING,

gevestigd in Aruba,

hierna ook te noemen: het UAZV,

gemachtigden: de advocaten mrs. P.C.R. Brown en M.D. Tromp,

en

DE HUISARTSTENVERENIGING ARUBA,

gevestigd in Aruba,

hierna ook te noemen: de HAVA,

gemachtigde: de advocaat mr. R.A. Wix,

verweerders.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift met producties, ingediend ter griffie op 7 april 2021;

-de conclusie van eis in reconventie met producties van de HAVA met daarbij een verzoek tot ordemaatregel gedurende deze procedure, ingediend ter griffie op 21 april 2021;

-de op 22 april 2021 door dit Gerecht gegeven afwijzende beslissing op het verzoek van de HAVA tot het geven van een ordemaatregel;

-de door het UAZV op 28 april 2021 ter griffie ingediende akte houdende uitlatingen in reconventie met producties;

-de nadere door het UAZV ingediende producties;

-de nadere door de HAVA ingediende producties;

-de door het Land op 29 april 2021 om 15:20 uur ter griffie ingediende incidentele conclusie tot voeging in de hoofdzaak aan de zijde van het UAZV;

-de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 30 april 2021.

1.2

Het UAZV is ter zitting verschenen bij haar gemachtigden, die werden vergezeld door de heer [Chief Financial Officer], de heer [Chief Medical Officer] en mevrouw [Accountmanager Huisartsenzorg[ (respectievelijk Chief Financial Officer, Chief Medical Officer en Account Manager Huisartsenzorg). De HAVA is eveneens verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door de heren [voorzitter], [bestuursleed 1] en [bestuursleed 2] (respectievelijk voorzitter en bestuursleden van de HAVA). Het Land is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde.

1.3.1

Ter zitting hebben het Land, het UAZV en de HAVA allereerst over en weer het woord gevoerd ter zake van het incidentele verzoek van het Land tot voeging aan de zijde van het UAZV. Het UAZV heeft geconcludeerd tot toewijzing van dat verzoek. De HAVA heeft geconcludeerd tot afwijzing van dat verzoek, primair omdat het volgens de HAVA niet tijdig is ingediend en subsidiair omdat het Land geen belang heeft bij de door hem verzochte voeging.

1.3.2

Na afloop van het incidentele partijdebat heeft het Gerecht het incidentele verzoek van het Land terstond mondeling afgewezen. Aanvullend op die beslissing volgt bij dit vonnis een incidentele proceskostenveroordeling.

1.4

Aansluitend op voormelde beslissing in het incident hebben partijen in de hoofdzaak in twee termijnen het woord gevoerd, en dat gelijktijdig in conventie en in reconventie. Partijen hebben zich daarbij bediend van een overgelegde en voorgedragen pleitnota, beiden voorzien van toegelaten producties.

1.5

Vonnis is bepaald op heden

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

in conventie en in reconventie

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat in de hoofdzaak onder meer het volgende vast tussen partijen.

2.2

Het UAZV is op grond van de Landsverordening algemene ziektekostenverzekering (hierna: LAZV) aangewezen als de uitvoerder van de algemene ziektekostenverzekering in Aruba. Deze uitvoering geschiedt met name middels het beheer van het Algemeen Fonds Ziektekosten (hierna: het Fonds) en op grond van de in de LAZV neergelegde bepalingen. Het jaarlijks budget van het Fonds wordt vastgesteld door de Raad van Commissarissen van het UAZV in overleg met het Land.

2.3

Ingevolge artikel 10 LAZV hebben AZV-verzekerden aanspraak op genees- en heelkundige zorg die wat betreft omvang en vorm wordt bepaald door hetgeen in de kring van beroepsgenoten gebruikelijk is.

2.4

De HAVA is de door de Minister van Toerisme, Volksgezondheid en Sport (hierna: de minister) aangewezen representatieve organisatie van huisartsen waarmee het UAZV omtrent de inhoud van de met de huisartsen te sluiten overeenkomsten overleg pleegt.

2.5

De zorgovereenkomst die tussen het UAZV en de huisartsen geldt is voor de periode 2018-2020 ondertekend door alle huisartsen. De onderhandelingen tussen de HAVA en het UAZV voor de totstandkoming van de zorgovereenkomst voor de periode 2021-2023 zijn gestart in september 2020. Te dien aanzien hebben partijen nog geen overeenstemming en is er nog geen nieuwe schriftelijke zorgovereenkomst getekend. De bepalingen van de zorgovereenkomst 2018-2020 (hierna: de zorgovereenkomst) zijn nog steeds geldig en van toepassing.

2.6

Ingevolge artikel 18 van de zorgovereenkomst en in bijlage 3A daarvan zijn partijen eisen ter zake van de bereikbaarheid en beschikbaarheid van huisartsenzorg overeengekomen. De huisartsen zijn uitdrukkelijk een garantie voor 7 dagen in de week gedurende 24 uur per dag huisartsenzorg voor de op hun naam ingeschreven verzekerden overeengekomen. Artikel 1.1 van voormelde bijlage vermeldt onder meer het volgende: “De huisarts is op werkdagen tijdens normale praktijkuren van 7.00 a.m. tot 18.00 p.m. via de praktijk beschikbaar en bereikbaar.”.

2.7

De uitbraak van de COVID-19-pandemie in maart 2020 (hierna: de pandemie) heeft verstrekkende gevolgen met zich gebracht voor de Arubaanse samenleving in zijn geheel, alsmede voor de overheidsfinanciën en het Fonds in het bijzonder. Die gevolgen duren nog altijd voort en dat zal voor de komende jaren ook het geval zijn.

2.8

Voormelde gevolgen voor de overheidsfinanciën zijn zo groot dat het Land noodgedwongen liquiditeitssteun heeft aangevraagd bij en heeft verkregen van Nederland. Het Land ontvangt sinds april 2020 liquiditeitssteun van Nederland om de gevolgen van de pandemie voor de bevolking, het bedrijfsleven en de werkgelegenheid op Aruba te beperken.

2.9

Door het wegvallen van ongeveer 60% van de inkomsten uit BAZV-opbrengsten en werkgevers- en werknemerspremies is een gigantisch liquiditeitstekort ontstaan in het Fonds, te weten een tekort van Afl. 220 miljoen voor het jaar 2021.

2.10

Normaal gezien zou dat tekort moeten worden gedekt door een verhoging van de bijdragen van het Land aan het Fonds, met geld uit de algemene middelen dus, maar dat geld is er niet als gevolg van de pandemie. De thans reële oplossing voor het liquiditeitstekort van het Fonds is gelegen in het lenen van geld door het Land Aruba om dat tekort aan te vullen, maar ook in besparingen en bezuinigingen op de uitgaven uit het Fonds. Voor wat betreft die besparingen en uitgaven is het UAZV onder meer een salarisverlaging overeengekomen met zijn werknemers, die vergelijkbaar is met de salarisverlagingen in de publieke sector. Deze verlaging geldt ook voor 2021.

2.11

Aan de door Nederland aan het Land gegeven (verdere) liquiditeitssteun heeft Nederland door het Land aanvaarde voorwaarden verbonden voor het verkrijgen van die steun, met als doel de financieel-economische weerbaarheid van het Land te vergroten. Eén van die voorwaarden is dat er vanaf juni 2020 bij het UAZV een besparing moet worden gerealiseerd van Afl. 5 miljoen per maand.

2.12

Per brief van 19 juni 2020 heeft de minister op grond van artikel 2a LAZV aan UAZV een aanwijzing gegeven, daarbij verwijzende naar het onvoorzienbaar ontstane substantiële tekort aan inkomsten van het Fonds als gevolg van de pandemie en de stringente voorwaarden die Nederland heeft gesteld bij het verstrekken aan het Land van liquiditeitssteun in de vorm van leningen, “met name dat forse bezuinigingen doorgevoerd moeten worden op de uitgaven in het algemeen en het AZV Fonds in het bijzonder”. De door de minister aan UAZV gegeven aanwijzing luidt als volgt:

“(…) geef ik hierbij instructie aan het Uitvoeringsorgaan AZV om ingaande 2020 een minimale effectieve korting van 5,5% door te voeren op de vergoedingen aan de met het Uitvoeringsorgaan gecontacteerde zorgverleners inclusief zorginstellingen en leveranciers voor wat betreft AZV zorg.”.

2.13

Met ingang van 1 juni 2020 heeft het UAZV ter uitvoerig van voormelde aanwijzing (hierna: de aanwijzing) 4,125% per maand ingehouden op de vergoedingen van de huisartsen waarover overeenstemming was bereikt met de huisartsen. Met ingang van januari 2021 zijn de inhoudingen voortgezet als volgt: 5,5% in de maand januari en voor de maanden februari en maart tijdelijk 2,2% in het kader van de besprekingen/onderhandelingen met het gehele zorgveld over de benodigde besparingen.

2.14

Bij brief van 23 februari 2021 heeft de HAVA op de tijdelijke korting van 2,2% gereageerd en zich op het standpunt gesteld dat ook die korting gevolgen zal hebben voor de dienstverlening door de huisartsen, meer in het bijzonder ter zake van de bereikbaarheid en openingstijden van de huisartsenpraktijken van de leden van HAVA, in die zin dat de openingstijden van de huisartsenpraktijken met 1 uur per werkdag gekort zullen worden met ingang van 1 maart 2021.

2.15

De HAVA heeft op enig moment namens alle huisartsenpraktijken unilateraal en zonder overleg aangekondigd per 1 april 2021 over te zullen gaan tot aangepaste openingstijden in de hiervoor vermelde zin.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

in conventie

3.1

Het UAZV vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. de HAVA gebiedt om binnen twee uren na de betekening van dit vonnis aan alle huisartsen in Aruba schriftelijk te berichten om de per 1 april 2021, althans op enig daarna gelegen moment ingaande aangepaste openingstijden van huisartsenpraktijken onmiddellijk en onvoorwaardelijk te staken en gestaakt te houden;

b. bepaalt dat de HAVA ten behoeve van het UAZV een dwangsom verbeurt van

Afl. 100.000,-- per dag of deel daarvan dat de HAVA dat gebod niet opvolgt;

c. de HAVA verbiedt over te gaan tot het oproepen, organiseren of ondersteunen van enige andere actie onder de huisartsen waarmee de toegankelijkheid van de AZV-verzekerden tot de huisartsenzorg wordt beperkt;

d. bepaalt dat de HAVA ten behoeve van het UAZV een dwangsom verbeurt van

Afl. 100.000,-- per dag of deel daarvan dat de HAVA dat verbod niet opvolgt;

e. te deze enige andere juist voorkomende subsidiaire beslissing neemt;

f. de HAVA veroordeelt in de proceskosten.

3.2

De HAVA voert verweer en concludeert dat het UAZV niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen, althans tot afwijzing daarvan, en tot veroordeling van het UAZV in de proceskosten.

in reconventie

3.3

De HAVA vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

i. het UAZV beveelt om de overeengekomen vergoedingen aan de HAVA-leden conform de zorgovereenkomst te betalen en te blijven betalen totdat partijen een andersluidende overeenkomst zijn overeengekomen of totdat de bodemrechter anders zal hebben beslist;

ii. het UAZV veroordeelt om aan de huisartsenpraktijken terug te betalen de ten onrechte ingehouden 5.5% van hun overeengekomen vergoedingen over de maand januari 2021 en de ten onrechte ingehouden 2.2% van hun overeengekomen vergoedingen over de maanden februari en maart 2021, telkens te vermeerderen met “rente en kosten”;

iii. het UAZV veroordeelt in de proceskosten.

3.4

Het UAZV voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door de HAVA verzochte en tot veroordeling van de HAVA in de proceskosten.

in conventie en in reconventie

3.5

Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

4 DE BEOORDELING

in conventie

4.1

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat het UAZV niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte. De stelling van de HAVA dat het UAZV in deze procedure (onbevoegdelijk) optreedt voor haar verzekerden is zonder nadere doch ontbrekende uitleg onbegrijpelijk. Het UAZV grondt zijn vorderingen immers op nakoming van de tussen hem en de huisartsen overeengekomen zorgovereenkomst. Aldus vordert het UAZV eigenstandig, en niet namens zijn verzekerden. De stelling van de HAVA dat het UAZV niet haar maar de huisartsen te dezen in rechte had moeten betrekken omdat zij geen rol heeft bij de aanbieding van medische zorg aan AZV-verzekerden en/of bij de uitvoering van de zorgovereenkomsten met de huisartsen is in het licht van de (onmiskenbaar ten behoeve van de huisartsen ingestelde) reconventionele vorderingen van de HAVA zonder nadere doch ontbrekende uitleg evenmin begrijpelijk. Het ontvankelijkheidsverweer van de HAVA wordt verworpen.

4.2

Het spoedeisend belang van het UAZV bij zijn vorderingen volgt uit de aard van die vordering en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. Het ontvankelijkheidsverweer van de HAVA wordt daarom verworpen.

4.3.1

Het eerste lid van artikel 2a van de Landverordening algemene ziektekostenverzekering (hierna: LAZV), waarin met “De Minister” wordt bedoeld de minister, luidt als volgt:

De Minister kan het uitvoeringsorgaan aanwijzingen van algemene aard geven omtrent de uitoefening van de aan het uitvoeringsorgaan opgedragen taken. Het uitvoeringsorgaan volgt een dergelijke aanwijzing binnen een door de Minister te bepalen termijn op.”.

4.3.2

Anders dan de HAVA is het Gerecht voorshands van oordeel dat de hiervoor onder 2.12 omschreven aanwijzing van de minister gericht aan het UAZV (hierna: de aanwijzing) een aanwijzing van algemene aard is omtrent de uitoefening (en het kunnen blijven uitoefenen) van de aan het UAZV opgedragen taken, tot het geven waarvan de minister zonder meer bevoegd is. Niet is gebleken in het licht van de hiervoor onder 2.7 tot en met 2.11 weergegeven feitelijkheden en de door de minister in zijn hiervoor onder 2.12 vermeld schrijven van 19 juni 2020 in dat verband bij de aanwijzing gegeven motivering dat die aanwijzing klaarblijkelijk fout is of dat de minister klaarblijkelijk in redelijkheid niet tot de aanwijzing had kunnen komen.

4.4

Uit de hiervoor onder 4.2 omschreven dwingendrechtelijke wettelijke bepaling volgt dat het UAZV de aanwijzing moet opvolgen. In het licht daarvan volgt het Gerecht het UAZV voorshands in zijn stelling dat het onder de (door de minister) gegeven omstandigheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de HAVA (lees tevens: de huisartsen) zich beroept op de bij zorgovereenkomst overeengekomen vergoeding voor de door de huisartsen verleende medische zorg aan AZV-verzekerden voor zover dat beroep ziet op het meerdere van (100% - 5,5% =) 94,5% van die vergoeding. De beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid brengt met zich dat thans en zolang de aanwijzing duurt uit de zorgovereenkomst van de huisartsen met het UAZV voortvloeit dat het UAZV naar het voorlopig oordeel van het Gerecht kan en rechtens mag volstaan met betaling van 94,5% van de aanvankelijk met de huisartsen overeengekomen zorgvergoeding. Door aldus te handelen maakt het UAZV niet schuldig aan wanprestatie en/of onrechtmatige daad jegens de HAVA en/of de huisartsen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die dat anders maken.

4.5

Nu het UAZV niet tekortschiet in haar contractuele verplichting tot betaling van de zorgvergoedingen aan de huisartsen en daarom dienaangaande niet in verzuim is geraakt bestaat er voor de huisartsen naar het verdere voorshandse oordeel van het Gerecht geen grond voor opschorting van hun uit de zorgovereenkomst voortvloeiende verplichting om in het kader van bereikbaarheid hun praktijken op werkdagen geopend te houden voor AZV-verzekerden van 07:00 uur tot 18:00 uur. Dit één en ander brengt met zich dat de hiervoor onder a. omschreven vordering van het UAZV zal worden toegewezen als na te melden, nu in een bodemprocedure bij de hiervoor geschetste stand van zaken een gelijk oordeel valt te verwachten. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die nopen tot een andersluidend oordeel. De vordering onder c. zal om dezelfde reden worden toegewezen, zij het met dien verstande dat het gevorderde verbod zal worden gegeven in het licht van de omstandigheid dat het UAZV niet in verzuim is geraakt ter zake van verplichting tot betaling van zorgvergoedingen aan de huisartsen.

4.6

Afweging van de belangen van partijen maakt vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet aan de zijde van de HAVA (en lees weer tevens: de huisartsen) bij afwijzing van het door het UAZV gevorderde ten opzichte van de belangen van het UAZV bij toewijzing daarvan. Dit klemt temeer omdat het UAZV op grond van de LAZV wat betreft betaling van zorgvergoedingen niet anders kan en mag handelen dan thans het geval, terwijl niet aannemelijk is dat door de korting van 5,5% op de zorgvergoeding van huisartsen de huisartsen(praktijken) het hoofd niet langer boven water kunnen houden en de huisartsen hun beroep niet langer naar behoren kunnen uitoefenen.

4.7

Dwangsommen zullen telkens gemaximeerd worden opgelegd aan de HAVA.

4.8

De HAVA zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de conventionele proceskosten van het UAZV, tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 245,-- =) Afl. 695,-- aan verschotten (griffiegeld en oproepingskosten) en Afl. 1.750,-- aan salaris voor de gemachtigden.

in reconventie

4.9

Voormelde uitkomsten in conventie brengen mee dat er geen grond bestaat voor toewijzing van de reconventionele vorderingen van de HAVA. Die vorderingen zullen daarom worden afgewezen, nu in een bodemprocedure een gelijk oordeel valt te verwachten.

4.10

De HAVA zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de reconventionele proceskosten van het UAZV, tot aan deze uitspraak eveneens begroot op Afl. 1.750,-- aan gemachtigdensalaris.

in het incident tot voeging

4.11

Aanvullend op de door dit Gerecht ter zitting van 30 april 2021 mondeling afgewezen door het Land verzochte voeging aan de zijde van het UAZV zal het Land worden veroordeeld in de incidentele proceskosten van het UAZV en van de HAVA, tot aan deze uitspraak telkens begroot op nihil.

5 DE UITSPRAAK

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

in de hoofdzaak in conventie

5.1

gebiedt de HAVA om binnen 24 uren na de betekening van dit vonnis aan de HAVA aan alle huisartsen in Aruba schriftelijk te berichten om de per 1 april 2021, althans op enig daarna gelegen moment ingaande aangepaste openingstijden van huisartsenpraktijken onmiddellijk en onvoorwaardelijk te staken en gestaakt te houden;

5.2

bepaalt dat de HAVA ten behoeve van het UAZV een dwangsom verbeurt van Afl. 50.000,-- voor iedere dag of deel daarvan dat zij voormeld gebod niet opvolgt, met dien verstande dat de HAVA te dezen maximaal Afl. 1.000.000,-- aan dwangsommen kan verbeuren;

5.3

verbiedt de HAVA om in verband met de 5,5% korting op de zorgovereenkomst van de huisartsen als gevolg van de aanwijzing over te gaan tot het oproepen, organiseren of ondersteunen van enige andere actie onder de huisartsen waarmee de toegankelijkheid van de AZV-verzekerden tot de huisartsenzorg wordt beperkt;

5.4

bepaalt dat de HAVA ten behoeve van het UAZV een dwangsom verbeurt van Afl. 50.000,-- voor iedere dag of deel daarvan dat zij voormeld verbod niet opvolgt, met dien verstande dat de HAVA te dezen maximaal Afl. 1.000.000,-- aan dwangsommen kan verbeuren;

5.5

veroordeelt de HAVA in de kosten van deze conventionele procedure gevallen aan de zijde van het UAZV, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.445,--;

5.6

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.7

wijst af het meer of anders door het UAZV verzochte;

in de hoofdzaak in conventie

5.8

wijst af het door de HAVA verzochte;

5.9

veroordeelt de HAVA in de kosten van deze reconventionele procedure gevallen aan de zijde van het UAZV, tot aan deze uitspraak eveneens begroot op Afl. 1.750,--;

aanvullend in het incident tot voeging

5.10

veroordeelt het Land in de incidentele proceskosten gevallen aan de zijde van het UAZV en aan de zijde van de HAVA, tot aan deze uitspraak telkens begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 26 mei 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 26 mei 2021

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: K.G. nr. AUA202100919

Inhoudsindicatie: Kort Geding. Nu het UAZV niet tekortschiet in haar contractuele verplichting tot betaling van de zorgvergoedingen aan de huisartsen en daarom dienaangaande niet in verzuim is geraakt bestaat er voor de huisartsen naar het verdere voorshandse oordeel van het Gerecht geen grond voor opschorting van hun uit de zorgovereenkomst voortvloeiende verplichting om in het kader van bereikbaarheid hun praktijken op werkdagen geopend te houden voor AZV-verzekerden van 07:00 uur tot 18:00 uur.

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. A.H.M. van de Leur

Bijzondere kenmerken: