Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:241

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
21-04-2021
Datum publicatie
09-06-2021
Zaaknummer
AUA202100449 en AUA202100450
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (ex artikel 54 Lar) en met toepassing van artikel 57 van de Lar - Bijstandsuitkering - Uit het verhandelde ter zitting valt af te leiden dat appellant de beschikking binnen de bezwaartermijn heeft ontvangen. Appellant heeft niet toegelicht waarom hij het bezwaarschrift niet binnen de bezwaartermijn heeft ingediend, zo nodig op nader aan te voeren gronden. Onder deze omstandigheden had verweerder het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk dienen te verklaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 21 april 2021

Lar nrs. AUA202100449 en AUA202100450

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het verzoek in de zin van artikel 54 van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) en, met toepassing van artikel 57 van de Lar, op het beroep van:

[Appellant],

wonend in Aruba,

APPELLANT,

gemachtigde: drs. M.L. Hassell,

gericht tegen:

de Minister van Sociale Zaken en Arbeid,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. Y. Kaarsbaan (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 22 februari 2018 heeft verweerder aan appellant met ingang van april 2017 een bijstandsuitkering van Afl. 450,- per maand toegekend.

Bij beschikking van 28 januari 2021 heeft verweerder het daartegen door appellant op 6 april 2018 gemaakte bezwaar buiten behandeling gesteld.

Hiertegen heeft appellant op 18 februari 2021 beroep ingesteld bij het gerecht. Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer AUA202100450.

Op 18 februari 2021 heeft appellant zich tot het gerecht gewend met een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer AUA202100449.

Verweerder heeft op 12 april 2021 een verweerschrift ingediend.

Verweerder heeft nadere stukken ingediend.

De behandeling ter zitting heeft op 24 maart 2021 plaatsgevonden, alwaar zijn verschenen appellant bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd, en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.

De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. Het gerecht is van oordeel dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Het gerecht zal derhalve, met instemming van partijen, op grond van artikel 57 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) uitspraak doen op zowel het verzoek om voorlopige voorziening (AUA202100449) als op het beroep (AUA202100450).

2. Appellant betoogt dat verweerder het bezwaar ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld. Verweerder heeft ten onrechte, na volledige heroverwering van het bezwaar, niet besloten tot toekenning aan hem van een bijstandsuitkering van Afl. 950,- per maand met ingang van april 2017, aldus appellant.

3. Verweerder betoogt dat het bezwaar buiten de daarvoor gestelde termijn is gemaakt, zodat het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Verweerder verzoekt het gerecht in zoverre zelf in de zaak te voorzien.

4.1

Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken en gaat deze termijn in op de dag na die waarop de beschikking is gedagtekend.

4.2

Ingevolge artikel 12, derde lid, blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege, indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend, zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden en het tegendeel daarvan niet blijkt.

5.1

De bij bezwaar bestreden beschikking is gedagtekend 22 februari 2018. Uit het hiervoor weergegeven wettelijk kader volgt dat de bezwaartermijn is geƫindigd op 5 april 2018. Appellant heeft het bezwaarschrift op 6 april 2018, derhalve buiten de bezwaartermijn, ingediend.

5.2

Het door appellant aangevoerde geeft voorts geen grond voor het achterwege laten van niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens termijnoverschrijding. Uit het verhandelde ter zitting valt af te leiden dat appellant de beschikking van 22 februari 2018 binnen de bezwaartermijn heeft ontvangen. Appellant heeft niet toegelicht waarom hij het bezwaarschrift niet binnen de bezwaartermijn heeft ingediend, zo nodig op nader aan te voeren gronden. Onder deze omstandigheden had verweerder het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk dienen te verklaren.

6. Het beroep is gegrond. De beschikking van 28 januari 2021 dient te worden vernietigd. Het gerecht ziet voorts aanleiding om op na te melden wijze zelf in de zaak te voorzien.

7. Gelet op het vorenstaande wordt het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

in de zaak AUA202100449

- wijst het verzoek af.

in de zaak AUA202100450

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de beschikking van 28 januari 2021;

- verklaart het door appellant tegen de beschikking van 22 februari 2018 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde beschikking;

- gelast dat het door appellant gestorte griffierecht van Afl. 25,- aan hem wordt terugbetaald.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 21 april 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de dag van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.