Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:224

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
25-05-2021
Datum publicatie
04-06-2021
Zaaknummer
AUA202001968
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, gerechtelijke vaststelling vaderschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 25 mei 2021

behorend bij EJ nr. AUA202001968

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

1 [Naam verzoeker I],

2. [Naam verzoeker II],

domicilie kiezend ten kantore van advocate mr. N.S. Gravenstijn, te [adres], VERZOEKERS,

gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn.

Belanghebbenden:

[Naam belanghebbende I], de moeder,

[Naam belanghebbende II], de man.

1 DE PROCEDURE

Het verloop de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties, ingediend op 17 augustus 2020;

  • -

    het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand, overgelegd op 19 november 2020;

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 24 november 2020, waar verzoekers bij hun gemachtigde voornoemd, de moeder in persoon en de man in persoon, zijn verschenen.

  • -

    de akte uitlating zijdens de verzoekers, ingediend op 15 december 2020,

  • -

    het aanvullend advies van de burgerlijke stand, overgelegd 4 maart 2021,

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 9 maart 2021, waar verzoekers bij hun gemachtigde voornoemd, de moeder in persoon en de man in persoon, zijn verschenen,

  • -

    de akte uitlating zijdens de ambtenaar van de burgerlijke stand, overgelegd op 6 april 2021.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Verzoekers zijn op [geboortedatum] 1993 respectievelijk [geboortedatum] 1996 in Venezuela geboren en is daar getogen. Zij zijn nooit in Aruba ingeschreven.

2.2

Uit de op 3 oktober 1995 in Venezuela opgemaakte notariële akte, met nummer 7922 van 30/08/95, blijkt dat partijen ten overstaan van een notaris hebben verklaard dat verzoeker sub 2 de zoon van partijen is.

2.3

Ten tijde van het opmaken van voornoemde akte/erkenning was de man met een andere vrouw, niet de moeder van verzoekers zijnde, getrouwd.

2.4

De man is in 12 september 2017 in Venezuela met de moeder van verzoekers getrouwd.

2.5

De man en de moeder wonen thans in Aruba.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man, althans gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man als bedoeld in art. 1:207 middels een DNA-onderzoek.

4 DE BEOORDELING

Bevoegdheid Arubaanse rechter

4.1.1

In dit geval gaat het om verzoekers van Venezolaanse nationaliteit die in Venezuela wonen. Gelet hierop is allereerst aan de orde de vraag of het gerecht rechtsmacht heeft in deze zaak.

4.1.2

Ingevolge artikel 429ba van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba (Rv) komt aan de rechter geen rechtsmacht toe, indien het verzoek onvoldoende aanknoping met de rechtssfeer van Aruba heeft.

Uitganspunt is dat van de relevante aanknopingspunten in zaken betreffende afstamming het zwaarste - en doorgaans doorslaggevend - gewicht moet worden toegekend aan de gewone verblijfplaats van het kind, en dat de Arubaanse rechter geen rechtsmacht toekomt indien de gewone verblijfplaats van het kind buiten Aruba ligt. Dit uitgangspunt strekt tot bescherming van een minderjarig kind. Nu het in dit geval gaat om twee meerderjarigen, die er zelf voor gekozen hebben de procedure alhier aanhangig te maken, geldt dit uitgangspunt niet. Het gerecht is verder van oordeel dat het verzoek voldoende aanknoping met de rechtssfeer van Aruba heeft, nu de man – de vermeende verwekker – in Aruba woont en de Nederlandse nationaliteit bezit.

4.1.3

Het gerecht acht zich gelet hierop bevoegd om van dit verzoek kennis te nemen.

Gerechtelijke vaststelling vaderschap

4.2.1

Hoewel een kind zonder juridische vader aan artikel 8 van het EVRM (“right to respect for private and family life”) in beginsel een aanspraak op een gerechtelijke vaststelling van vaderschap kan ontlenen, ontbreekt in de wetgeving van Aruba een regeling ter zake.

4.2.2

Bij Landsverordening van 23 september 2016 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (AB 1989 no. GT 100) in verband met een aantal onderwerpen die nog een regeling of aanpassing in het Burgerlijk Wetboek van Aruba behoeven (aanvulling Burgerlijk Wetboek van Aruba), AB 216 no. 51, is de wettelijke regeling van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap tot stand gekomen (artikelen 1:207-208). Deze landsverordening is echter nog niet in werking getreden.

4.2.3

Bij deze nog niet in werking getreden landsverordening is ook ten aanzien van het discriminatoire namenrecht een nieuwe regeling tot stand gekomen. Ingevolge de uitspraak van de Hoge Raad van 13 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2614, NJ 2018/43 is het geoorloofd te anticiperen op de nieuwe regeling.

4.2.4

De vraag is of er reden is om ten aanzien van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap anders te oordelen. In navolging van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (uitspraak van 30 juli 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:147) dient deze vraag ontkennend te worden beantwoord. Dat een in werking zijnde wettelijke regeling ontbreekt, is in strijd met de Staatsregeling van Aruba en de mensenrechtenverdragen. En ook hier heeft de wetgever een keuze gemaakt uit de verschillende stelsels die denkbaar zijn. De Arubaanse rechter zal het dus niet langer buiten zijn rechtsvormende taak moeten achten om een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap uit te spreken. Daarbij moet de gelegenheid tot naamkeuze worden geboden.

4.2.5

Voor zover hier van belang bepaalt artikel 1:207 lid 1 van de aanvulling Burgerlijk Wetboek van Aruba, dat het vaderschap van een man op verzoek van het kind door de rechter in eerste aanleg kan worden vastgesteld, op de grond dat de vader de verwekker is van het kind. Uit het overgelegde rapport van Medlab van 21 februari 2020, met betrekking tot het uitgevoerde DNA-onderzoek volgt, dat de kans op vaderschap van de man (‘probability of paternity’) 99,999999999% is, zodat daarmee is vast komen te staan dat de man de biologische vader is van beide verzoekers.

4.3

Tijdens de zitting heeft het gerecht overwogen dat van belang is het antwoord op de vraag of de vrouw gehuwd was ten tijde van de geboorte van ieder van de verzoekers. Hiertoe heeft de vrouw in het geding gebracht een verklaring van haarzelf, betreffende haar ongehuwde staat. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft tijdens de zitting opgemerkt dat deze verklaring niet gelegaliseerd danwel geapostilleerd is. De vrouw heeft aangevoerd dat het document te oud is en dat ze daarom het niet kunnen legaliseren danwel apostilleren.

De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft bij wijze van akte uitlating deze stelling van de vrouw voorgelegd aan de Consulaat-Generaal van Venezuela in Aruba. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft hierover een reactie ontvangen, waarin wordt bevestigd dat het inderdaad zo is dat deze soorten verklaringen die dateren van 1993/1995 niet meer kunnen worden gelegaliseerd of voorzien van apostille.

Het gerecht acht, onder deze omstandigheden, deze verklaring voldoende om aan te nemen dat de vrouw ongehuwd was ten tijde van de geboorte van ieder van de verzoekers.

4.4

Uit het bovenstaande volgt dat het verzoek voor toewijzing in aanmerking komt. De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap zal worden uitgesproken, met enkele passende voorzieningen in verband met de rechtszekerheid.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

stelt vast dat [de man], geboren op [geboortedatum] 1950 in Aruba, de vader is van [verzoeker II] , [geboorte datum] in Venezuela en van [verzoeker I], [geboortedatum] in Venezuela,

bepaalt dat deze vaststelling terugwerkt tot de geboorte van verzoeker, met dien verstande dat te goeder trouw door derden verkregen rechten daardoor niet worden geschaad en er geen verplichting tot teruggave van vermogensrechtelijke voordelen ontstaat, voor zover degene die hen heeft genoten op de dag van deze beschikking niet was gebaat,

bepaalt dat de griffier van het gerecht, zodra deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van de beschikking doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Aruba, opdat deze een latere vermelding toevoegt aan de geboorteakte van verzoeker.

Aldus gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 25 mei 2021 in aanwezigheid van de griffier.