Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:221

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
25-05-2021
Datum publicatie
04-06-2021
Zaaknummer
AUA202002806
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

EJ. Ondercuratelestelling. Onderbewindstelling. Mentorschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 25 mei 2021

behorend bij EJ nr. AUA202002806

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van:

[Naam verzoeker],

wonende in Aruba, [Adres],

VERZOEK,

gemachtigde: mr. R. Marchena,

om ondercuratelestelling van zijn zoon:

[Naam verweerder],

wonende in Aruba,

VERWEERDER.

Belanghebbenden:

[Naam belanghebbende I], de zus,

[Naam belanghebbende II], de tante,

[Naam belanghebbende III], de oom,

[Naam belanghebbende IV], de tante.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingediend op 9 november 2020.

- de mondelinge behandeling ter zitting van 9 februari 2021, waar zijn verschenen verzoeker in persoon en bijgestaan door zijn gemachtigde en de belanghebbenden in persoon. Verweerder is ondanks behoorlijk te zijn opgeroepen niet verschenen.

- het verhoor van verweerder op 24 februari 2021,

- de mondelinge behandeling ter zitting van 6 april 2021, waar zijn verschenen verzoeker in persoon en bijgestaan door zijn gemachtigde en de belanghebbenden [naam belanghebbenden] in persoon.

De uitspraak is

2 HET VERZOEK

Het - gewijzigd - verzoek strekt ertoe dat verweerder onder curatele wordt gesteld met benoeming van mevrouw [belanghebbende IV] tot curat. Daartoe wordt gesteld dat verweerder wegens een geestelijke stoornis en wegens gewoonte van misbruik van verdovende middelen zijn belangen niet behoorlijk kan waarnemen, in het openbaar herhaaldelijk aanstoot geeft en zijn eigen veiligheid alsmede die van anderen in gevaar brengt.

3 DE BEOORDELING

Ondercuratelestelling

3.1

Ingevolge artikel 1:378 lid 1 en onder sub a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter een meerderjarige onder curatele stellen wegens een geestelijke stoornis waardoor de gestoorde, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen.

Ingevolge artikel 1:378 lid 1 en onder sub c BW kan de rechter een meerderjarige onder curatele stellen wegens gewoonte van misbruik van verdovende of stimulerende middelen waardoor hij zijn belangen niet behoorlijk waarneemt, in het openbaar herhaaldelijk aanstoot geeft of de eigen veiligheid of die van anderen in gevaar brengt.

3.2

Verweerder verblijft sinds november 2020 in een verzorgingshuis (Huize Bethel). Uit de overgelegde stukken, de ondervraging van verweerder te Bethel en het verhandelde ter zitting is onvoldoende gebleken dat verweerder thans drugs gebruikt. Het verzoek om ondercuratelestelling wegens drugsmisbruik wordt reeds daarom afgewezen.

3.3

Uit de overgelegde stukken (met name de verklaring van de behandeld psychiater van verweerder), de ondervraging van verweerder te Bethel en het verhandelde ter zitting is ook onvoldoende gebleken dat er thans sprake is van een geestelijke stoornis in de zin van artikel 1:378 lid 1 en onder sub a BW. Reeds op grond hiervan is het verzoek tot ondercuratelestelling wegens een geestelijke stoornis ook niet voor toewijzing vatbaar.

Onderbewindstelling en mentorschap

3.4

Ingevolge artikel 1:432 lid 2 BW en artikel 1:451 lid 3 BW kan de rechter voor wie een verzoek tot ondercuratelestelling aanhangig is, bij afwijzing daarvan ambtshalve overgaan tot instelling van een bewind of mentorschap.

Ingevolge artikel 1:431 lid BW kan de rechter, indien een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen, een bewind instellen over een of meer van de goeden die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren.

Ingevolge artikel 1:450 lid 1 BW kan de rechter, indien een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt

wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, te zijnen behoeve een mentorschap instellen.

3.5

In het schrijven van 8 februari 2021 van de behandelend psychiater (dr. N. Kingsale) staat, voor zover hier van belang, het volgende.

Verweerder is bekend met de ziekte van Huntington. Dit is een autosomaal-dominant erfelijke progressieve hersenziekte. Dit houdt in dat verweerder progressief fysiek en mentale achteruitgang zal ondergaan. In de evaluaties bij verweerder lijkt zijn mentale status nog intact. Zijn geheugen lijkt vooralsnog ook intact. Wel aanwezig lijkt is de inflexibiliteit en agressieve uitbarstingen. Fysiek gaat verweerder in een rap tempo achteruit en kan nu niet meer zelfstandig douchen noch zelfstandig naar het toilet. Hij is voor bijna alles afhankelijk van hulp, steun en begeleiding. Ondanks dat de cognitieve functies van verweerder op dit moment niet aangedaan lijken, is duidelijk dat gezien het progressieve karakter van zijn ziekte hij op een gegeven moment niet meer (voldoende) in staat zal zijn weloverwogen besluiten te nemen.

3.6

Voldoende duidelijk is geworden dat verweerder als gevolg van zijn geestelijke en lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn belangen van vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. Het gerecht zal, gelet op het vorenstaande, ex artikel 1:432 lid 2 BW en artikel 1:451 lid 3 BW ambtshalve een bewind en een mentorschap instellen.

3.7

De benoeming van [belanghebbende IV] tot bewindvoerster en mentor van verweerder strookt naar het oordeel van het gerecht het meest met de belangen van verweerder. Nu voor het overige niet van bezwaren daartegen is gebleken, zal het gerecht dienovereenkomstig beslissen.

3.8

De bewindvoerster dient ingevolge artikel 1:445 lid 4 juncto artikel 338 BW binnen acht weken na aanvang van haar taak als bewindvoerster een schriftelijke opgave ter griffie van dit gerecht te doen van de bij het begin van de onderbewindstelling aanwezige gerede gelden, effecten aantoonder en spaarbankboekjes.

De bewindvoerster dient voorts binnen acht maanden na aanvang van haar taak als bewindvoerster ter bevestiging van haar deugdelijkheid een door haar ondertekende boedelbeschrijving bij de griffie van dit gerecht in te dienen. In de boedelbeschrijving is begrepen opgave van de wijzigingen in de samenstelling van het vermogen tot het ogenblik dat zij wordt opgemaakt.

3.9

De bewindvoerster dient ingevolge artikel 1:445 lid 1 BW jaarlijks en aan het einde van het bewind rekening en verantwoording af te leggen aan de rechthebbende. De rekening en verantwoording wordt afgelegd ten overstaan van de rechter in eerste aanleg, voor het eerst uiterlijk op 1 juni 2022.

3.10

Gelet op het door de verzoeker overgelegde bewijs van onvermogen van 13 oktober 2020, zal aan hem toelating worden verleend om kosteloos te procederen.

4 DE BESLISSING

Het gerecht:

verleent de verzoeker toelating om in deze zaak kosteloos te mogen procederen;

stelt onder bewind alle goederen die [naam verweerder], geboren op [geboortedatum] in Aruba, als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren,

stelt een mentorschap in ten behoeve van [verweerder] voornoemd,

benoemt tot bewindvoerster en mentor [belanghebbende IV], geboren op [geboortedatum] in Aruba, wonende in Aruba te [Adres],

bepaalt dat de bewindvoerster uiterlijk op 20 juli 2021 een schriftelijke opgave ter griffie van dit gerecht doet van de bij het begin van de onderbewindstelling aanwezige gerede gelden, effecten aantoonder en spaarbankboekjes,

bepaalt dat de bewindvoerster uiterlijk op 25 januari 2022 ter bevestiging van haar deugdelijkheid een door haar ondertekende boedelbeschrijving bij de griffie van dit gerecht indient,

bepaalt dat de bewindvoerster uiterlijk op 1 juni 2022 een rekening en verantwoording bij de griffie van dit gerecht indient.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, ter terechtzitting van dinsdag 25 mei 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.