Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2021:22

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
26-01-2021
Datum publicatie
03-02-2021
Zaaknummer
AUA202001069
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het gerecht oordeelt dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 26 januari 2021

Behorend bij AUA202001069

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Naam verzoekster],

te Aruba,

verzoekster,

hierna ook te noemen: [verzoekster],

gemachtigde: de advocaat mr. A.E.A. Hernandez,

tegen:

de naamloze vennootschap

ODUBER AGENTUREN N.V. h.o.d.n. Oduber Agencies,

te Aruba,

verweerster,

hierna ook te noemen: Oduber,

gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties d.d. 20 april 2020;

- het verweerschrift met producties d.d. 6 oktober 2020;

- de e-mail d.d. 5 november 2020 van de gemachtigde van [verzoekster] met een aanvullende productie;

- de akte vermeerdering van eis d.d. 10 november 2020;

- de mondelinge behandeling d.d. 10 november 2020, waar partijen hun standpunten nader hebben toegelicht, [verzoekster] onder overlegging van een pleitnota.

1.2

Beschikking is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Oduber drijft een onderneming die zich onder meer bezighoudt met de groothandel in geneesmiddelen.

2.2 [

Verzoekster] is op 1 februari 2014 bij Oduber in dienst getreden in de functie van ‘order picker’ tegen een salaris van laatstelijk Afl. 1.981,00 per maand.

2.3

In het kader van haar groothandel koopt en verkoopt Oduber medicijnen van diverse fabrikanten. De geneesmiddelen worden in een speciaal magazijn opgeslagen, waarbij zij voor een aantal fabrikanten in dat magazijn afgescheiden ruimtes heeft gecreëerd.

2.4

In verband met de opslag van de medicijnen zijn door gezondheidsorganisaties en fabrikanten voorschriften geformuleerd. Die voorschriften bevatten bepalingen die het verbieden om voedsel en drank te nuttigen dan wel voorhanden te hebben in een ruimte waarin medicijnen worden opgeslagen. De World Health Organization (WHO) heeft in Annex 7 van haar rapport Good Storage and Distribution Practices for Medical Products (verweerschrift, prod. 2a) hieromtrent het volgende bepaald:

“(…) Food, eating, drinking and smoking should be prohibited in all areas where medical products are stored or handled. (…)”

En in de richtlijnen van de Europese Unie d.d. 5 november 2013 betreffende Good Distribution practice of medicinal products for human use (verweerschrift, prod. 2b) is hieromtrent het volgende bepaald:

(…) The presence of food, drink, smoking material (…) should be prohibited in the storage areas. (...)”

2.5

Oduber handelt onder meer in medicijnen van de ondernemingen Medtronic, Baxter, Gilead en Novo Nordisk. Deze ondernemingen hebben allen in hun contract met Oduber een bepaling opgenomen waarin is bepaald dat de aanwezigheid van voedsel en drank moet worden verboden in de opslagruimtes van de door de betreffende onderneming geleverde medicijnen.

2.6

De medicijnen die door Novo Nordisk worden geleverd, worden in het magazijn van Oduber in een afzonderlijke afgesloten ruimte opgeslagen. Op 7 november 2019 heeft er door de leverancier Novo Nordisk een aangekondigde audit plaatsgevonden in de voor haar producten bestemde afgesloten ruimte in het magazijn van Oduber (hierna ook te noemen: het Novo-magazijn). Tijdens de audit is er in de prullenbak in die afgesloten ruimte een bananenschil aangetroffen.

2.7

Bij brief van 18 november 2019 is [verzoekster] op staande voet ontslagen (verzoekschrift, prod. 3). In die brief is, voor zover van belang, onder meer het volgende vermeld:

“(…) Bo a confirma nogmaals cu bo a come un bacoba y por a tire den sushi. (…)

Bo falta di mantene n’e reglanan ta mina calidad di nos servicio, y ta riesga calidad di nos product, y nos contrato di calidad cu e companianan cu nos ta representa. Cual tambe por afecta y pone en riesgo e salud di patient. (..)”

2.8

In haar brief van 20 november 2019 aan Oduber (verzoekschrift, prod. 4) heeft [verzoekster] zich op het standpunt gesteld dat het ontslag op staande voet, wegens het ontbreken van een dringende reden, nietig is. Zij heeft zich bereid verklaard om haar werkzaamheden te verrichten en heeft doorbetaling van loon gevorderd.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

Verzoekster] vordert na vermeerdering van eis dat het gerecht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht verklaart dat het aan [verzoekster] verleende ontslag onregelmatig is geschied;

b. voor recht verklaart dat [verzoekster] recht heeft op een uitkering krachtens de Cessantia Landsverordening;

c. voor recht verklaart dat het ontslag van [verzoekster] kennelijk onredelijk is;

d. Oduber veroordeelt om aan [verzoekster] te betalen een bedrag van:

- Afl. 11.124,08 wegens onregelmatig ontslag tijdens zwangerschap,

- Afl. 5.485,84 ter zake van onregelmatig ontslag tijdens zwangerschapsverlof,

- Afl. 3.962,00 ter zake van de opzeggingstermijn,

- Afl. 2.742,90 ter zake van cessantia en

- Afl. 7.924,00 ter zake van schadevergoeding naar billijkheid,

- dan wel tot vergoeding van enig andere door dit gerecht vast te stellen bedragen;

e. Oduber veroordeelt om aan [verzoekster] de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW te betalen;

f. ieder andere in goede justitie te vermenen voorziening treft;

met veroordeling van Oduber in de kosten van de procedure.

3.2

Aan haar vordering legt [verzoekster] ten grondslag dat er geen dringende reden was voor een ontslag op staande voet, zodat de arbeidsovereenkomst onregelmatig is beëindigd.

3.3

Oduber voert hiertegen verweer. Op de grondslagen van de vordering en het daartegen gevoerde verweer zal hierna, bij de beoordeling van de vordering worden ingegaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

Indien het verweer van Oduber - inhoudende dat [verzoekster] terecht op staande voet is ontslagen - slaagt, dan dienen de vorderingen van [verzoekster], die allen zijn gegrond op de stelling dat het gegeven ontslag onregelmatig is, te worden afgewezen. Het gerecht overweegt als volgt omtrent dit verweer.

4.2

Als dringende redenen worden volgens artikel 7A:1615o lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. Tot deze omstandigheden behoren onder meer de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals diens leeftijd, de aard en duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag op staande voet. Van belang is verder dat het de werkgever is die moet stellen en bewijzen dat sprake is van een dringende reden.

4.3

Tussen partijen staat vast dat Oduber op grond van internationale regelgeving en op grond van specifieke bepalingen die zijn opgenomen in de contracten met haar leveranciers, gehouden is om de medicijnen die zij verhandelt onder bepaalde condities op te slaan. Tot die condities behoort dat de aanwezigheid van voedsel alsmede het eten van voedsel niet is toegestaan in de ruimtes waar de medicijnen worden opgeslagen dan wel worden verhandeld. Deze regels worden gehanteerd ter behoud van de kwaliteit van de geneesmiddelen en zijn daarmee uiteindelijk gesteld in het belang van de volksgezondheid.

4.4

Volgens Oduber worden werknemers regelmatig getraind over deze regels en wordt daarbij ook het belang van een strikte naleving van de regels uitgelegd (verweerschrift, 8). Uit de door Oduber overgelegde foto’s, waarvan de juistheid door [verzoekster] niet is betwist, blijkt dat op toegangsdeuren naar de diverse opslagruimtes en ook in die opslagruimtes plakkaten zijn opgehangen waarop staat vermeld “NO food or beverages ALLOWED in this area”. Naast die tekst is telkens een rond verbodsbord met een rode rand afgebeeld, waarbinnen een hamburger en een glas zijn afgebeeld met daar doorheen een rode streep. Ook op de toegangsdeur van het Novo-magazijn is een dergelijk plakkaat bevestigd (verweerschrift, prod. 7, tweede foto).

4.5 [

Verzoekster] heeft ter zitting desgevraagd uitdrukkelijk bevestigd dat zij met de regels omtrent het niet mogen drinken en eten in de magazijnen bekend was. Voorts staat tussen partijen vast dat [verzoekster] op 6 november 2019 in het magazijn een banaan heeft gegeten en de schil daarvan in het Novo-magazijn in een prullenbak heeft gegooid (pleitnota [verzoekster], 3). Daarmee staat dus vast dat [verzoekster] de regels, waarmee zij bekend was, heeft overtreden.

4.6

In aanmerking nemende dat:

- de regels een belangrijk doel dienen, te weten het garanderen van de kwaliteit van de medicijnen en daarmee het waarborgen van de volksgezondheid;

- overtredingen van de regels ook een direct negatief gevolg kan hebben op de bedrijfsvoering van Oduber, omdat zij bij ontdekking door de leveranciers van die overtredingen het risico loopt contracten te verliezen;

- [ Verzoekster] op de hoogte was van de regels en het belang van de handhaving ervan en dat

- [ Verzoekster] bovendien wist dat Novo Nordisk de volgende dag een audit zou houden in de magazijnen van Oduber met als doel om vast te stellen of de regels omtrent de opslag en verhandeling van medicijnen voldoende werd nagekomen,

acht het gerecht de overtreding van die regels door [verzoekster] dermate ernstig dat zij in beginsel een dringende reden opleveren voor een ontslag op staande voet.

4.7

De vraag of [verzoekster] de bananenschil per ongeluk in het magazijn heeft weggegooid (pleitnota, 7) is niet van belang. [Verzoekster] moet zich er voldoende bewust van zijn geweest dat het eten van een banaan en het weggooien van een schil in de magazijnen niet is toegestaan. Onbetwist is van de zijde van Oduber gesteld dat de werknemers op dit punt regelmatig worden getraind en dat er duidelijk zichtbare plakkaten in de magazijnen hangen waarin het eet- en drinkverbod wordt vermeld. Onder die omstandigheden wordt de verwijtbaarheid van het handelen van [verzoekster] niet weggenomen door het feit dat zij dit ‘per ongeluk’ zou hebben gedaan.

4.8

De omstandigheid dat [verzoekster] ten tijde van het incident zwanger was, kan niet tot een ander oordeel leiden. Ook indien juist zou zijn dat vrouwen aan het begin van hun zwangerschap een stevige trek krijgen, zoals door [verzoekster] is gesteld, neemt dat niet weg dat [verzoekster] er van op de hoogte was dat zij die stevige trek niet kon stillen in de magazijnen waar geneesmiddelen liggen opgeslagen. Daar komt nog bij dat Oduber onbetwist en onder verwijzing naar foto’s, heeft gesteld dat er een goed geoutilleerde ruimte is waar werknemers hun eten kunnen nuttigen.

4.9

De vraag of Oduber bij aanvang dan wel tijdens haar dienstverband al dan niet de ‘Rules and Regulations’, die binnen de onderneming worden gehanteerd, van Oduber heeft ontvangen, is niet van belang. Datzelfde geldt voor de vraag of dit bedrijfsreglement voldoet aan de voorwaarden van artikel 7A:1613i BW (pleitnota [verzoekster], 4 – 6). Kennelijk bedoelt [verzoekster] te betogen dat de regel die zij heeft overtreden in dit bedrijfsreglement stond opgenomen en dat die regel haar niet kan worden tegengeworpen wegens het niet ontvangen hebben dan wel de ongeldigheid van het reglement. Waar het echter om gaat is dat [verzoekster], zoals zij ter zitting heeft verklaard, bekend was met de regels en dat er regelmatig training werd gegeven omtrent het belang van nakoming van die regels, zodat [verzoekster] zich er van bewust was (of in ieder geval had moeten zijn) dat zij de betreffende regel diende na te komen.

4.10

Het ontslagverbod van artikel 7A:1615h lid 2 BW geldt niet in geval van een ontslag op staande voet. Voor zover [verzoekster] met haar stelling dat de overeenkomst tijdens haar zwangerschap niet kon worden opgezegd (pleitnota, 11), heeft willen betogen dat het gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, dient die stelling te worden verworpen.

4.11

De slotsom van het voorgaande is dan ook dat het eten van een banaan en het weggooien van de bananenschil in het magazijn een dringende reden oplevert die het gegeven ontslag op staande voet rechtvaardigt. Daaruit volgt dat de vorderingen van [verzoekster] hierna dienen te worden afgewezen.

4.12

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [verzoekster] worden veroordeeld in de kosten van de procedure, welke aan de zijde van Oduber worden begroot op Afl. 2.500,00 aan salaris van gemachtigde.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

wijst het gevorderde af;

5.2

veroordeelt [verzoekster] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Oduber worden begroot op Afl. 2.500,00 aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 26 januari 2021 in aanwezigheid van de griffier.