Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:95

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
03-03-2020
Datum publicatie
13-03-2020
Zaaknummer
AUA201903408
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

nietig verklaring ontslag op staande voet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 3 maart 2020

Behorend bij AUA201903408 EJ

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Naam verzoekster],

wonende in Aruba,

VERZOEKSTER, hierna te noemen: [verzoekster],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

de naamloze vennootschap

DIVI PHOENIX N.V.,

gevestigd te Aruba,

VERWEERSTER, hierna te noemen: Divi,

gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift d.d. 3 oktober 2019 met producties;

- het verweerschrift d.d. 7 januari 2020 met producties;

- de brief van 16 januari 2020 van de zijde van [verzoekster] met producties;

- de brief van 16 januari 2020 van de zijde van Divi met producties;

- de mondelinge behandeling van 21 januari 2020, waar partijen hun standpunten

onder het overleggen van een pleitnota nader hebben toegelicht.

1.2

Beschikking is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Divi exploiteert op Aruba een resort. Op 3 april 2013 is [verzoekster] in dienst getreden van Divi in de functie van executive housekeeper. In attachment A van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst (verweerschrift, prod. 1) zijn de taken beschreven die tot de functie van [verzoekster] behoren. Het betreft een lijst van 22 taken, waartoe onder meer behoort het beheren van verloren en gevonden voorwerpen (Lost and Found).

2.2

Indien medewerkers van Divi een verloren voorwerp op het resort vinden, dan dienen zij dit in te leveren bij de afdeling Lost and Found. De afgegeven voorwerpen worden ingeschreven in een logboek.

2.3

In november 2017 heeft de gast [gast] (hierna te noemen: [gast]) een iPad (hierna: de iPad) als vermist opgegeven. [Gast] ging er vanuit dat de iPad was gestolen. Naar aanleiding van die vermissing is door het management van Divi een onderzoek ingesteld. Uit het gebruik van technische hulpmiddelen bleek dat de iPad op het resort van Divi aanwezig was. Het onderzoek heeft echter niet geleid tot de vondst van de iPad en teruggave aan [gast].

2.4 [

Gast] was een vaste, al meer dan twintig jaar jaarlijks terugkerende gast van Divi. Van de vermissing is melding gemaakt in het account van [gast] in het computersysteem van Divi. Daarin is vermeld dat [gast] had opgegeven dat haar iPad was gestolen (verweerschrift, prod. 10).

2.5

Op 25 augustus 2018 is in het logboek een iPad als gevonden geregistreerd.

2.6

Op 1 juli 2019 heeft de zoon van [verzoekster] (hierna ook te noemen: de zoon) een e-mail verzonden aan [gast] met de tekst:

“Hi,

I’ve recently found a lost Ipad belonging to an Alice [gast]. Might this be you?”

Dat leidt tot een e-mailcorrespondentie tussen de zoon en [gast] (verzoekschrift, prod. 4; verweerschrift, prod. 15). Hieruit blijkt onder meer dat [gast] op 2 juli 2019 antwoordt:

“Yes”.

Dezelfde dag bericht de zoon in een e-mail:

“OK, I have no way of sending this to you as I think you have lost it on vacation. Could you tell me where you lost it? Just so I know that it really belongs to you. We tried calling the number that the Ipad gave us several times but we got no answer.”

Daarop antwoordt [gast]:

“Was on vacation staying at Aruba Phoenix. Someone came into my room and took it. The same day my sister and nephew died back home.”

En in een latere e-mail schrijft [gast]:

“If you are playing games here, WATCH OUT. If you are sincere you can take this to the Aruba Phoenix and give it only to Pearl or Mr. Griffin the managers as they are very aware of this situation.”

2.7

Diezelfde dan wel de volgende avond heeft [verzoekster] aan Divi medegedeeld dat haar zoon de eigenaresse van de iPad had opgespoord en dat hij e-mailcontact had gelegd met [gast].

2.8

Op 4 juli 2019 heeft er een bespreking plaatsgevonden tussen enerzijds de General Manager, de Rooms Division Manager en een zekere Maria en anderzijds [verzoekster] omtrent de iPad (verweerschrift, prod. 19 en 20). Daarin verklaart [verzoekster] onder meer, en kort weergegeven, dat zij de iPad heeft gevonden in haar lade, dat zij in het logboek geen info vond over de iPad, dat zij drie keer zonder succes het telefoonnummer heeft gebeld dat op het beginscherm van de iPad stond vermeld en dat zij haar zoon heeft gevraagd of hij op de iPad kon zien wie de eigenaar was. Daarna verklaart zij:

“The lost and found had no name. And if it doesn’t have a name we give it to whoever. My son is going to the university and I thought it would be a nice present for him and I still wanna make sure that this does not belong to anybody. (…)”

2.9

Bij brief van 9 juli 2019 is [verzoekster] op staande voet ontslagen (verzoekschrift, prod. 2). In de brief legt Divi aan dat ontslag het volgende ten grondslag:

“Based on your statements of July 4, 2019 regarding an iPad in the Resort’s lost and found inventory, you removed property from the Resort that did not belong to you. By these actions you have violated the Company’s Lost and Found Procedure as well as Standard of Conduct #3 as stated in the Employee Handbook:

… (unauthorized removal) or misappropriation (unauthorized storage, transfer or use) of guest, employee, or resort property including items found on resort premises.

When we discussed this matter with you on July 4, 2019, you admitted you took the iPad home for your son. (…)”

3 HET VERZOEK

3.1 [

Verzoekster] verzoekt dat het gerecht bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:

- het aan haar op 9 juli 2019 verleende ontslag op staande voet nietig verklaart;

- Divi beveelt om [verzoekster] binnen vijf dagen na betekening van de beschikking weder te werk te stellen in haar reguliere functie en werktijden, zulks op straffe van een dwangsom van Afl. 250,00 per dag dat Divi nalaat aan dit bevel te voldoen;

- Divi beveelt om het loon van [verzoekster] vanaf de datum van het ontslag te betalen en te blijven doorbetalen voor zolang het dienstverband rechtsgeldig voortduurt, zulks vermeerderd met de vertragingsrente ex artikel 1614q BW;

- Divi veroordeelt in de kosten van de procedure.

3.2.

Aan haar vorderingen legt [verzoekster] ten grondslag dat haar handelwijze ten aanzien van de iPad erop was gericht dat de eigenaar werd teruggevonden, hetgeen ook is gelukt. Zij bestrijdt dat zij door haar handelwijze bedrijfsregels heeft overtreden en dat sprake was van een dringende reden voor een ontslag op staande voet.

3.3

Divi voert verweer. Op de grondslagen van de vorderingen en het daartegen gevoerde verweer zal hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader worden ingegaan.

4 DE BEOORDELING

De door Divi gestelde dringende reden

4.1

Volgens Divi was er sprake van een dringende reden voor een ontslag op staande voet, omdat [verzoekster] heeft gehandeld in strijd met de Lost and Found Procedure en met de Standard of Conduct #3 in het handboek door de iPad die toebehoorde aan [gast] mee te nemen naar huis. Uit de ontslagbrief blijkt dat Divi concreet aan [verzoekster] verwijt dat zij de iPad zonder toestemming van het terrein van Divi heeft meegenomen (unauthorized removal) dan wel dat zij dit heeft gestolen/verduisterd (misappropriation).

4.2

Als dringende redenen worden volgens artikel 7A:1615 o lid 1 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren ook in beschouwing te worden betrokken de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd, de aard en duur van het dienstverband, de wijze waarop de werknemer tijdens het dienstverband heeft gefunctioneerd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het bestaan van een dringende reden liggen bij de werkgever. Met inachtneming van het vorenstaande overweegt het gerecht het volgende.

Weinig staat vast rond het verdwijnen en weer opduiken van de iPad

4.3

Op grond van het partijdebat en de overgelegde producties, neemt het gerecht als vaststaand aan dat medewerkers van Divi die een waardevol verloren voorwerp vinden, dit na melding bij het Management en bij de Security-afdeling moeten afgeven bij Lost and Found (verweerschrift, 8). De gevonden artikelen worden door Lost and Found ingeschreven in het logboek met daarbij de naam van de vinder. Dit gebeurt door [verzoekster] of, bij haar afwezigheid, door één van de twee collega’s op haar afdeling. De gevonden voorwerpen worden bewaard in een kast. Waardevolle voorwerpen worden bewaard in een lade in het bureau van [verzoekster]. Zij heeft daarvan de sleutel. Indien een waardevol gevonden voorwerp door een collega van [verzoekster] wordt ingenomen en ingeschreven in het logboek, dan leggen die collega’s het met een notitie op het bureau van [verzoekster], zodat zij het na haar terugkeer op haar kamer in de lade kan opbergen. Als een voorwerp na zes maanden niet door de eigenaar is opgehaald, dan mag het worden meegegeven aan de vinder ervan.

4.4

Tussen partijen staat voorts vast dat de iPad in de periode direct na de vermissing in 2017 niet in het logboek is ingeschreven als gevonden voorwerp. Wel is er op 25 augustus 2018 een iPad ingeschreven, maar onduidelijk is of dit de iPad van [gast] was (zie logboek; verweerschrift, prod. 8). Divi heeft dit in ieder geval betwist (verweerschrift, 9).

4.5

Cruciaal voor de beoordeling van het geschil is dat voor partijen, en dus ook voor het gerecht, onduidelijk is wat er met de iPad is gebeurd tussen het tijdstip dat deze door [gast] als vermist is opgegeven en het tijdstip dat de zoon contact opnam met [gast]. Het enige dat dus tussen partijen vaststaat is dat de iPad in november 2017 door [gast] als vermist (gestolen) is opgegeven en dat de zoon van [verzoekster] op 1 juli 2019 contact zocht met [gast]. Divi heeft in deze procedure echter niet gesteld dat [verzoekster] degene zou zijn geweest die in 2017 de iPad van [gast] zou hebben ontvreemd en heeft dat ook niet aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd. Ook heeft Divi niet betwist dat de iPad op enig moment bij de afdeling Lost and Found is afgegeven en door [verzoekster] gedurende een bepaalde tijd in haar lade is bewaard. Het gerecht gaat er dan ook vanuit dat de iPad door een derde bij de afdeling Lost and Found is afgegeven en dat de iPad is opgeborgen in de lade van [verzoekster].

Niet duidelijk is echter:

  1. wie de iPad bij de afdeling Lost and Found heeft afgegeven;

  2. wanneer dat is gebeurd;

  3. wie hem in ontvangst heeft genomen;

  4. of hij in het logboek is ingeschreven;

  5. of [verzoekster] zich er bewust van was dat de iPad in de lade lag en wie de eigenaar ervan was.

4.6

Van de zijde van Divi zijn ook geen stellingen betrokken omtrent hetgeen met de iPad is gebeurd tussen de vermissing en het moment dat [verzoekster] de iPad in haar lade aantrof. Weliswaar stelt Divi in haar verweerschrift (onder 3 en 4) dat de iPad kort na de vermissing door [verzoekster] op haar bureau is aangetroffen en dat [verzoekster] deze 20 maanden verborgen heeft gehouden, maar Divi baseert die stelling naar eigen zeggen op de eigen uitlatingen van [verzoekster]. Noch uit het verslag van het gesprek van 4 juli 2019 van [verzoekster] met haar leidinggevenden noch uit haar stellingen in deze procedure, volgt echter dat [verzoekster] uitdrukkelijk stelt dat zij de iPad kort na de vermissing heeft aangetroffen en dat deze sinds eind 2017 in haar la heeft gelegen. [verzoekster] stelt daarentegen dat zij niet weet wanneer en hoe de iPad in haar lade terecht is gekomen. Nu Divi haar stelling dat [verzoekster] de iPad kort na de vermissing heeft aangetroffen, niet verder concreet heeft onderbouwd, gaat het gerecht aan die stelling voorbij. Daarbij speelt mede een rol dat Divi zelf heeft gesteld dat een vinder van een waardevol voorwerp dit moet melden bij het management en bij de beveiliging. Divi heeft niet concreet gesteld dat kort na de vermissing een dergelijke melding bij het management of de beveiliging is gedaan, hetgeen wel had mogen worden verwacht indien de iPad in het kader van het onderzoek in 2017 of in de nasleep ervan was gevonden. Ook voor het overige heeft Divi geen concrete gedragingen van [verzoekster] gesteld, waaruit volgens Divi blijkt dat [verzoekster] verwijtbaar heeft gehandeld bij het innemen van de iPad. Het gerecht heeft dan ook geen aanleiding om ten aanzien van de hiervoor in 4.4 onder a) tot en met e) weergegeven punten bewijsopdrachten te verstrekken teneinde hierover duidelijkheid te verkrijgen.

4.7.1

Weliswaar stelt Divi dat uit al deze onduidelijkheden volgt dat [verzoekster] haar taken grovelijk heeft veronachtzaamd en ‘dat zij maar wat deed’ (pleitaantekeningen, 2 en 3), maar aan het ontslag op staande voet is dat door Divi niet ten grondslag gelegd. Het gerecht hoeft dus ook hieromtrent geen oordeel te geven.

4.7.2

Wel constateert het gerecht dat de stellingen van partijen uitdrukkelijk de mogelijkheid openlaten dat de iPad in de lade van [verzoekster] terecht is gekomen en daarbij niet deugdelijk in het logboek is geregistreerd, zonder dat daarvan aan [verzoekster] een verwijt is te maken. Immers, (waardevolle) voorwerpen worden bij afwezigheid van [verzoekster] in ontvangst genomen door haar collega’s, die in dat geval ook voor de inschrijving in het logboek zorgdragen. De waardevolle voorwerpen worden dan op het bureau van [verzoekster] gelegd, waarna [verzoekster] ze na haar terugkeer in haar kamer in haar lade opbergt. Daarmee is dus niet uitgesloten dat [verzoekster] de iPad op een gegeven moment op haar bureau heeft aangetroffen en deze gedachteloos heeft opgeborgen in de veronderstelling dat registratie in het logboek door haar collega had plaatsgevonden. Dit kan bijvoorbeeld gebeurd zijn na een langere afwezigheid wegens verlof, zodat er wellicht meerdere voorwerpen op haar bureau lagen en ook andere taken op haar lagen te wachten. De stelling dat [verzoekster] ‘maar wat deed’ en haar taken grovelijk veronachtzaamde, deelt het gerecht dan ook niet. Als die stelling werkelijk juist is, verbaast het dat ook het management dat al die jaren kennelijk niet heeft bemerkt, althans het niet nodig vond om corrigerend op te treden.

4.8

Het gerecht hoeft dus slechts te beoordelen of [verzoekster] onjuist heeft gehandeld door de iPad mee naar huis te nemen en aan haar zoon af te geven. Volgens Divi is dat het geval. Doorslaggevend daarbij is voor Divi de aanname dat [verzoekster] wist of behoorde te weten dat de iPad toebehoorde aan [gast] en dat zij de iPad aan haar zoon afgaf met geen andere intentie dan deze aan hem cadeau te doen. [Verzoekster] heeft dit betwist. Het gerecht oordeelt als volgt.

Is het meenemen en afgeven van de iPad aan de zoon een vorm van ‘misappropriation’ (diefstal/verduistering)

4.9 [

Verzoekster] stelt dat zij primair de bedoeling had om de eigenaar van de iPad op te sporen. Daartoe heeft zij, zo stelt zij voorts, twee keer gebeld met het telefoonnummer dat op het scherm van de iPad was verschenen toen zijn deze aanzette (na hem eerst te hebben opgeladen). Daartoe heeft zij voorts ook haar zoon gevraagd of het voor hem mogelijk was om via gegevens op de iPad de eigenaar te achterhalen.

4.10

Divi heeft erkend dat uit haar eigen systeem blijkt dat op 22 en 25 juni 2019 vanuit Divi is gebeld met het mobiele nummer van [gast] (verweerschrift, 21). Achteraf is komen vast te staan dat [gast] niet opnam omdat zij het nummer niet herkende en in dat geval inkomende oproepen nooit beantwoordt (zie daarvoor ook de e-mailcorrespondentie, verweerschrift prod. 15). Voorts staat vast dat de zoon van [verzoekster] contact heeft opgenomen met [gast] en daarbij als eerste heeft gevraagd of zij de eigenaar is van de iPad. Naar het oordeel van het gerecht volgt uit deze acties in hun verband gezien voldoende dat [verzoekster] de intentie had om de eigenaar van de iPad op te sporen en daartoe haar zoon had ingeschakeld. De door Divi gegeven afwijkende verklaringen overtuigen het gerecht niet. Daartoe geldt het volgende.

- kwade trouw van de zoon is niet gebleken

4.11

Divi suggereert (verweerschrift, 17) dat de zoon wellicht toenadering zocht tot [gast] om op die wijze toegang tot de iPad te krijgen. Zijn intentie zou er dus niet op gericht zijn om de iPad terug te bezorgen bij de eigenaar. Daartoe wijst Divi erop dat de zoon aanvankelijk met korte berichten communiceerde met [gast] en dat de zoon pas op een vriendelijkere toon overstapte toen [gast] de namen van twee medewerkers van Divi had genoemd. Pas nadat de namen van die medewerkers zijn genoemd gaf de zoon ineens aan dat hij de iPad naar Divi zal brengen, aldus Divi. Anders dan Divi kennelijk van oordeel is, kan hieruit niet worden afgeleid dat de zoon van [verzoekster] te kwader trouw was bij het leggen van contact met [gast]. Zoals ter zitting van de zijde van [verzoekster] is gesteld, wist de zoon niet of hij daadwerkelijk met de eigenaar van de iPad contact had gelegd. Het is daarom heel goed mogelijk dat hij om die reden voorzichtig was met de informatie die hij gaf aan [gast]. Pas toen [gast] in haar mail aangaf dat de zoon de iPad naar Divi kon brengen en daarbij de namen van twee managers noemde, was er voor de zoon voldoende zekerheid dat hij daadwerkelijk contact had gelegd met de eigenaar. De inhoud van de eerste e-mails van de zoon onderschrijven deze lezing van [verzoekster]. Dat de zoon andere intenties had, blijkt nergens uit. Achter de hele e-mailconversatie hoeft dus niet per se iets vreemds te worden gezocht, zoals Divi doet.

4.12

Vast staat wel dat de zoon op 1 juli 2019 voor het eerst contact heeft opgenomen met [gast], dus nog geen week nadat [verzoekster] vanuit Divi met [gast] geprobeerd had contact te leggen. Het gerecht acht het in dat licht waarschijnlijk dat [verzoekster] pas eind juni 2019 de iPad heeft aangetroffen in haar lade. Nu de zoon kort na de vergeefse telefoonoproepen door [verzoekster] zelf contact opnam met [gast] acht het gerecht de verklaring van [verzoekster], dat zij haar zoon had gevraagd om te proberen de eigenaar te achterhalen en dat haar zoon om die reden contact opnam met [gast], waarschijnlijker dan de verklaring die Divi geeft aan de intenties van de zoon.

- dat [verzoekster] de iPad een mooi cadeau vond voor de zoon, sluit de intentie om de

eigenaar te achterhalen niet uit

4.13

Divi heeft er op diverse plaatsen op gewezen dat [verzoekster] zelf op 4 juli 2019 heeft verklaard dat zij de iPad mee naar huis nam omdat zij het een mooi geschenk voor haar zoon vond. Daaruit volgt, zo begrijpt het gerecht deze stelling, dat [verzoekster] in het geheel niet van plan was om de eigenaar te (laten) achterhalen. Het gerecht constateert echter dat dit niet het enige is dat [verzoekster] tijdens haar verhoor door Divi op 4 juli 2019 heeft verklaard en dat Divi selectief gebruik maakt van de verklaring die [verzoekster] heeft afgelegd. Zij verklaart in het begin van de ondervraging namelijk als eerste dat zij na de vondst van de iPad het telefoonnummer heeft gebeld dat in de iPad was vermeld en dat zij daarna, omdat de oproepen niet werden beantwoord, haar zoon heeft gevraagd of hij kon zien van wie de iPad was. Dat zij vervolgens verklaart dat ze de iPad een mooi geschenk voor haar zoon vond, sluit niet uit dat zij oprecht van plan was om eerst de eigenaar te (laten) achterhalen. Het is immers beleid bij Divi dat verloren voorwerpen waarvan na een half jaar de eigenaar nog niet is achterhaald, aan de vinder worden overgedragen. Kennelijk was [verzoekster] van oordeel dat zij als vinder kon worden aangemerkt, nu de vinder in het logboek niet was genoteerd althans niet leek te zijn genoteerd. Dit geeft zij in haar verklaring ook aan. Of zij daadwerkelijk zichzelf als vinder mocht aanmerken en daarmee naar eigen believen over de iPad mocht beschikken, doet hierbij niet ter zake (zie hieronder, nummer 4.19 e.v.). Waar het om gaat, is dat de verklaring dat zij de iPad een mooi geschenk vond voor haar zoon, niet uitsluit dat zij het als haar eerste plicht zag om de eigenaar op te sporen, dat zij dit laatste ook zo heeft verklaard en dat die verklaring aansluit bij haar handelwijze.

- uit de feiten volgt niet dat [verzoekster] van meet af aan wist wie de eigenaar was

4.14

Volgens Divi is het voorts onwaarschijnlijk dat [verzoekster] de iPad aan haar zoon heeft gegeven om de eigenaar op te sporen, omdat het niet nodig was om haar zoon daarvoor in te schakelen. [verzoekster] wist wie de eigenaar was en het had meer voor de hand gelegen om de eigen IT afdeling in te schakelen, aldus Divi.

Vast staat dat de naam van [gast] op de achterzijde van de iPad stond gegraveerd. [verzoekster] stelt dat zij dat niet heeft gezien. Divi acht het niet waarschijnlijk dat [verzoekster] dit over het hoofd heeft gezien. Het is echter, zo overweegt het gerecht, niet gebruikelijk dat eigenaren van een iPad hun naam op de achterzijde laten ingraveren. Er was voor [verzoekster] dan ook geen reden om de achterzijde daartoe te controleren. Het gerecht volgt Divi niet in haar stelling dat de ingegraveerde naam niet aan [verzoekster] ontgaan kan zijn. Uit de foto van de iPad (verweerschrift, prod. 6), waarop de iPad (min of meer) op ware grootte is afgebeeld, volgt dat de naam en woonplaats in kleine letters zijn gegraveerd. Waarom [verzoekster] (van een leeftijd waarop de meeste mensen een leesbril nodig hebben) dit niet over het hoofd kan hebben gezien, is het gerecht niet duidelijk. Het is niet waarschijnlijk dat [verzoekster] (i) wel de moeite heeft genomen om de iPad op te laden en dat zij (ii) vervolgens het telefoonnummer heeft gebeld dat zij op het scherm zag om aldus de eigenaar te achterhalen en dat zij dan vervolgens bewust zou hebben genegeerd dat de naam van de eigenaresse op de achterzijde stond gegraveerd.

4.15

De stelling van Divi dat [verzoekster] na de vondst van de iPad in haar lade onmiddellijk wist dan wel had kunnen beseffen dat dit de iPad was die [gast] twee jaar eerder als vermist had opgegeven, wordt door het gerecht verworpen. Divi lijkt in deze procedure te willen suggereren dat de vermissing van de iPad destijds een ‘grote gebeurtenis’ was waarvoor het hele resort op zijn kop werd gezet en dat er maar zo weinig waardevolle spullen worden verloren, dat het voor [verzoekster] (die in 2017 destijds betrokken was bij het onderzoek naar de iPad nadat deze door [gast] als vermist was opgegeven) onmiddellijk duidelijk had behoren te zijn dat de iPad die zij in 2019 in haar lade aantrof, de twee jaar eerder verdwenen iPad van [gast] was. Wat Divi hiermee miskent is dat het beheer van gevonden voorwerpen slechts één van de taken is van [verzoekster], dat er (volgens de eigen stellingen van Divi) ongeveer twee keer per maand waardevolle voorwerpen worden gevonden en dat hiertoe blijkens het logboek wel vaker iPads en iPhones behoren. Onbetwist is voorts dat [verzoekster] altijd actief op zoek gaat naar de eigenaar van deze gevonden voorwerpen. Voor [verzoekster] was het onderzoek naar de verdwenen iPad in 2017 dus niet zo’n uitzonderlijke gebeurtenis als Divi thans wil doen voorkomen. In dat licht is niet duidelijk waarom [verzoekster] bij het aantreffen van een iPad medio 2019 onmiddellijk een herinnering had moeten hebben aan het onderzoek naar de verdwenen iPad in 2017 en zich had moeten realiseren dat dit de iPad was van [gast].

4.16

Dat de iPad als gestolen stond opgegeven in het account van [gast] in het computersysteem van Divi, brengt zonder nadere toelichting (die niet is gegeven) niet mee dat voor [verzoekster] zonder meer kenbaar was geweest dat dit de iPad van [gast] was en dat het voor de hand had gelegen dat zij hiernaar in het systeem had gekeken (verweerschrift, 24 onderaan).

4.17

Andere feiten en omstandigheden waaruit zou volgen dat [verzoekster] wist van wie de iPad was, zijn niet gesteld. De stelling van Divi (verweerschrift, 3) dat [verzoekster] wist dat de iPad van [gast] was, wordt om die reden verworpen.

- de op 25 augustus 2018 ingeschreven iPad

4.18

In deze procedure hebben partijen nog gedebatteerd over het feit dat er op 25 augustus 2018 een iPad als gevonden voorwerp in het logboek is ingeschreven. Volgens [verzoekster] betreft het een iPad die door Sylvain Martis is gevonden. Tijdens de procedure heeft zij het standpunt ingenomen dat dit wellicht de iPad was van [gast] en dat hieruit blijkt dat de iPad wel deugdelijk was geregistreerd. Als dit zo is, dan zou het [verzoekster] wellicht kunnen worden verweten dat zij de iPad niet aan genoemde Martis heeft afgegeven (hoewel niet duidelijk is hoever [verzoekster] in het logboek had moeten teruggaan om te verifieren door wie de iPad was afgegeven). Divi heeft betwist dat de op 25 augustus 2018 afgegeven iPad die van [gast] was en blijft uitdrukkelijk bij haar stelling dat de iPad van [gast] niet in het logboek was geregistreerd (verweerschrift, 9). Het gerecht ziet dan ook niet in dat de registratie van deze iPad voor de beoordeling van het geschil van belang is, hoewel het merkwaardig is dat deze iPad blijkens het logboek is gevonden in de kamer waarin ook [gast] in 2017 had verbleven. Al hetgeen partijen hieromtrent hebben verklaard, zal dan ook onbesproken blijven.

Is het meenemen naar huis van de iPad een vorm van ‘unauthorized removal’

4.19

Het voorgaande neemt niet weg dat het inderdaad voor de hand had gelegen, zoals Divi heeft gesteld, dat [verzoekster] de iPad naar de eigen IT-afdeling van Divi had gebracht om aldus de eigenaar te achterhalen. De IT-afdeling heeft daartoe waarschijnlijk ook meer kennis en technische mogelijkheden dan de zoon van [verzoekster]. Het is zonder meer niet professioneel dat [verzoekster] daarbij heeft toegestaan dan wel heeft laten gebeuren dat haar zoon zelf contact opnam met [gast] om te achterhalen of zij de daadwerkelijk eigenaar was van de iPad. [verzoekster] had op zijn minst met haar zoon moeten afspreken dat, indien hij aanwijzingen had gevonden omtrent de eigendom van de iPad, in dat geval [verzoekster] via Divi contact met de eigenaar zou opnemen. De vraag of zij hiermee een fout heeft begaan die het gegeven ontslag op staande voet rechtvaardigt, beantwoordt het gerecht ontkennend.

4.20

Zoals reeds hiervoor is geoordeeld, had [verzoekster] toen zij de iPad mee naar huis nam primair de intentie om deze bij de rechtmatige eigenaar terug te bezorgen. Van een ‘misappropriation’ is om die reden geen sprake.

4.21 [

Verzoekster] achtte zich kennelijk bevoegd om te de iPad mee naar huis te nemen, omdat zij ervan uit ging dat deze al meer dan zes maanden in haar lade lag en de vinder onbekend was, zodat zij als “vinder” overeenkomstig het beleid van Divi de iPad voor zichzelf mocht houden. Hieromtrent geldt het volgende.

4.22

Van de zijde van Divi is niet gesteld dat zij uitdrukkelijk beleid heeft omtrent gevonden voorwerpen waarvan na een periode van zes maanden de vinder niet achterhaald kan worden. Dus dat [verzoekster] door haar handelwijze in strijd zou hebben gehandeld met een uitdrukkelijk geformuleerd beleid, is niet gebleken.

4.23

Indien het voor [verzoekster] niet duidelijk was hoe lang de iPad in haar lade had gelegen en wie deze als vinder bij haar afdeling had gebracht, dan brengt dat echter nog niet mee dat zij naar eigen goeddunken over de iPad kon beschikken. Een dergelijke bevoegdheid volgt in ieder geval niet uit het beleid van Divi dat een gevonden voorwerp na zes maanden door [verzoekster] aan de vinder mag worden meegegeven. [Verzoekster] was nu eenmaal niet de vinder van de iPad. Niet is gesteld door [verzoekster] dat zij op andere gronden de bevoegdheid van Divi heeft gekregen om zelf te beslissen wat er met gevonden voorwerpen gebeurt indien de vinder niet achterhaald kan worden. Het had voor de hand gelegen dat zij overleg had gevoerd met het management alvorens te beslissen om de iPad voor haar zoon te bestemmen. Nu echter haar primaire intentie was om de eigenaar van de iPad alsnog te achterhalen en dit uiteindelijk ook is gelukt, kan volgens het gerecht niet worden geoordeeld dat er sprake was van een ‘unauthorized removal’ die zodanig ernstig is dat een zo vergaande maatregel als een ontslag op staande voet is gerechtvaardigd. Daarbij neemt het gerecht in overweging dat [verzoekster] in het verleden zonder problemen heeft gefunctioneerd en dat, mede gezien haar leeftijd, de mogelijkheid om een vergelijkbare functie te verkrijgen, lastig zal zijn.

Geen bijkomende omstandigheden die een ontslag op staande voet rechtvaardigen

- een incident bij de vorige werkgever

4.24

Divi heeft nog gesteld (pleitnota, 5) dat [verzoekster] in 2010 door haar vorige werkgever is ontslagen omdat zij procedures ten aanzien van het uitbetalen van vakantiedagen had overtreden. Dit acht Divi van belang, omdat [verzoekster] kennelijk regels naar eigen goeddunken toepast, terwijl Divi erop moeten kunnen vertrouwen dat een manager de regels altijd goed toepast. Gebrek aan vertrouwen wegens het niet correct toepassen van de regels is echter niet aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd, zodat de stellingen van Divi dienaangaande geen bespreking behoeven.

- perikelen rond een gevonden camera

4.25.1

Ook heeft Divi nog aangevoerd dat [verzoekster] vorig jaar een verloren camera heeft afgegeven aan een werknemer, omdat deze werknemer volgens haar als de vinder stond geregistreerd. Volgens Divi had de werknemer aan [verzoekster] laten weten dat hij de camera niet had gevonden en heeft hij de camera uiteindelijk tegen zijn zin mee naar huis genomen omdat [verzoekster] daarop bleef aandringen. Ook hieruit blijkt dat [verzoekster] haar taken als manager niet goed uitvoert, aldus Divi. [verzoekster] heeft deze gang van zaken betwist. De camera was weldegelijk door de betreffende werknemer gevonden, die de camera zelf na zes maanden kwam claimen. Hij was er blij mee dat de camera aan hem werd meegegeven, aldus [verzoekster].

4.25.2

Ook ten aanzien van deze stelling geldt primair dat zij, gezien de ontslaggrond, geen bespreking behoeft. Toch merkt het gerecht hieromtrent nog het volgende op. Naar [verzoekster] was een onderzoek ingesteld, en zij is uiteindelijk op staande voet ontslagen, wegens het niet volgen van de procedures bij Lost and Found. In verband met dat onderzoek is door Divi ook een onderzoek ingesteld naar de camera, kennelijk omdat [verzoekster] had verklaard dat ze de iPad onder die camera in haar lade had aangetroffen, zodat zij om die reden had geconcludeerd dat de iPad dus minstens even lang als de camera (en daarmee langer dan zes maanden) in haar lade had gelegen. Nu het onderzoek naar de camera verband hield met het onderzoek naar de iPad en nu [verzoekster] als uitkomst van dat laatste onderzoek was ontslagen, is het niet zo onbegrijpelijk dat een werknemer die door Divi wordt geconfronteerd met het meegeven van een camera aan hem door [verzoekster], iedere betrokkenheid ontkent uit wantrouwen tegen de bedoelingen van het management met haar navraag naar die camera.

De conclusie

4.26

Uit het voorgaande volgt dat de handelwijze van [verzoekster] ten aanzien van de iPad geen dringende reden oplevert voor een ontslag op staande voet.

4.27

Dat het gerecht op dit punt tot een andere conclusie komt dan Divi, komt vooral doordat Divi niet alleen de onduidelijkheden rond de verdwijning en de verschijning van de iPad, maar ook bepaalde vaststaande feiten consequent in het nadeel van [verzoekster] uitlegt. Zij gaat er vanuit dat [verzoekster] vanaf het moment dat zij de iPad onder zich kreeg, wist dat dit de iPad van [gast] was (terwijl dit op grond van de feiten niet vaststaat) en dat [verzoekster] nimmer de intentie had om de iPad bij de rechtmatige eigenaar terug te brengen, maar dat zij integendeel vanaf begin af aan de intentie had om deze aan haar zoon cadeau te doen. Rechtens verdient een dergelijke negatieve benadering vanuit een wantrouwen jegens de werknemer geen bescherming. Daar komt bij dat bepaalde feiten zich in alle redelijkheid niet negatief laten uitleggen. [Verzoekster] heeft gebeld met het nummer van [gast] in de VS, de zoon heeft [gast] als eigenaresse achterhaald en de iPad is bij [gast] terugbezorgd. Ieder poging om deze drie feiten gezamenlijk in het nadeel van [verzoekster] uit te leggen, doen geforceerd aan. Had [gast] (die uit wantrouwen kennelijk geen telefoonoproepen beantwoordt als ze het nummer niet herkent) één van de oproepen van [verzoekster] gewoon beantwoordt, dan was dit hele geschil nimmer ontstaan. Dit wantrouwen van Divi en [gast] behoort niet te resulteren in een ontslag op staande voet van [verzoekster].

4.28

Nu Divi ten onrechte [verzoekster] op staande voet heeft ontslagen, zal de vordering om het ontslag nietig te verklaren hierna worden toegewezen. Ook de vordering om het loon door te betalen, zolang de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig zal zijn beëindigd, zal worden toegewezen. De vordering tot betaling van de verhoging wegens de vertraging op grond van artikel 7A:1614q BW zal eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat de verhoging wegens de vertraging in geen geval 15% van het verschuldigde bedrag te boven zal gaan.

De omstandigheid dat Divi voornemens is om een vordering tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te dienen, is geen reden om thans de vordering tot wedertewerkstelling af te wijzen, zoals door Divi is aangevoerd. Niet duidelijk is op welke gronden Divi om een ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal verzoeken en wat de uitkomst van een dergelijk verzoek zal zijn. Zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt, heeft [verzoekster] er recht op om de bedongen werkzaamheden te verrichten. Ook de vordering tot weder te werkstelling zal daarom hierna worden toegewezen. In de stelling van Divi dat zij [verzoekster] niet terug wenst op de werkvloer, ziet het gerecht voldoende aanleiding om de gevorderde dwangsom eveneens toe te wijzen, zij het dat deze zal worden gemaximeerd tot een bedrag van Afl. 100.000,--.

4.29

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Divi worden veroordeeld in de kosten van de procedure, die aan de zijde van [verzoekster] worden begroot op Afl. 50,00 aan griffierecht en op Afl. 2.500,00 aan salaris van gemachtigde.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

verklaart het op 9 juli 2019 aan [verzoekster] verleende ontslag op staande voet nietig;

5.2

beveelt Divi om [verzoekster] binnen vijf dagen na betekening van deze beschikking weder te werk te stellen in haar reguliere functie en werktijden, zulks op straffe van een dwangsom van Afl. 250,00 per dag dat Divi nalaat aan dit bevel te voldoen en maximeert de te verbeuren dwangsommen tot een bedrag van Afl. 100.000,--;

5.3

beveelt Divi om het loon van [verzoekster] vanaf de datum van het ontslag te betalen en te blijven doorbetalen voor zolang het dienstverband rechtsgeldig voortduurt, zulks vermeerderd met de verhoging wegens de vertraging op grond van artikel 7A:1614q BW, met dien verstande dat de verhoging wegens de vertraging in geen geval 15% van het verschuldigde bedrag te boven zal gaan;

5.4

veroordeelt Divi in de kosten van de procedure, die aan de zijde van [verzoekster] worden begroot op Afl. 50,00 aan griffierecht en op Afl. 2.500,00 aan salaris van gemachtigde;

5.5

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Verhoeven rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 maart 2020 in aanwezigheid van de griffier.