Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:92

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
03-03-2020
Datum publicatie
13-03-2020
Zaaknummer
AUA201902271
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, erkenning rechtsgeldigheid van de buitenlandse uitspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 3 maart 2020

behorend bij EJ. nr. AUA201902271

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[verzoekster],

wonende in Aruba, [adres],

VERZOEKSTER, hierna: de grootmoeder vz,

procederend in persoon.

Belanghebbenden:

[naam moeder], hierna de moeder,

zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in de Dominicaanse Republiek,

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND, hierna: de ambtenaar, gemachtigde: mr. [naam ambtenaar].

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 9 juli 2019,

  • -

    het advies van de ambtenaar, ingediend op 20 januari 2020,

  • -

    de mondelinge behandeling van 21 januari 2020, waaruit blijkt dat zijn verschenen de verzoekster in persoon en de ambtenaar bij zijn gemachtigde. De moeder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Uit de affectieve relatie tussen de moeder en [naam vader] (hierna: de vader) is geboren [naam minderjarige] op [geboortedatum] in de Dominicaanse Republiek (hierna de minderjarige).

2.2

De vader is overleden. De moeder is nooit in Aruba geweest.

2.3

Bij beslissing van 4 april 2018 heeft het gerecht in de Dominicaanse Republiek “Sala Civil del Tribunal de Niños, Niñas y Adolescentes del Distrito Judicial de Puerto Plata” op verzoek van de “Representante del Ministerio Público de Niños, Niñas y Adolescentes” (solicitud de homologación) goedgekeurd de overeenkomst (acuerdo de conciliacion de guarda, custodia y autorizacion de viajar al extranjero y residir) tussen de grootmoeder vz en de moeder van de minderjarige, waarbij de moeder akkoord gaat om de “guardia y custodia” over de minderjarige aan de grootmoeder vz over te dragen opdat de minderjarige bij de grootmoeder vz in Aruba kan gaan wonen.

2.4

De minderjarige woont sinds 27 november 2018 samen met verzoekster in Aruba.

2.5.

De minderjarige had een vergunning tot tijdelijk verblijf welke op 7 augustus 2019 is verlopen.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt - naar het gerecht begrijpt - tot erkenning van voornoemde beslissing van 4 april 2018. Daartoe is - samengevat – het volgende aangevoerd. Het is in het belang van de minderjarige dat voornoemde beslissing in Aruba wordt erkend opdat haar verblijfsstatus hier te lande geregeld kan worden. De Dimas heeft verzoekster medegedeeld dat de verblijfsvergunning van de minderjarige niet verlengd kan worden als verzoekster geen document kan overleggen waaruit blijkt dat het gerecht voornoemde beslissing heeft erkend.

4 DE BEOORDELING

4.1

Bij gebreke van een daartoe strekkende wettelijke bepaling of verdrag voor de erkenning van beslissingen van rechters in de Dominicaanse Republiek omtrent gezagsvoorziening, dient de vraag of voornoemde Dominicaanse uitspraak van 4 april 2018 in Aruba kan worden erkend te worden beoordeeld aan de hand van de commune internationaal privaatrechtrechtelijke regels. Bij de beantwoording van de vraag of een buitenlandse beslissing als de onderhavige voor erkenning in aanmerking komt geldt als uitgangspunt dat die beslissing voor erkenning in aanmerking komt indien is voldaan aan de volgende drie cumulatief geldende voorwaarden, te weten:

1. de buitenlandse rechter was op een internationaal aanvaarde grond bevoegd om kennis te nemen van de zaak;

2. het vonnis is tot stand gekomen na een behoorlijke rechtspleging, en

3. erkenning van het vonnis is niet in strijd met de openbare orde.

4.2

Naar het oordeel van het gerecht is aan deze drie eisen voldaan. Waar het betreft de eerste eis is gebleken dat de betreffende rechter van het gerecht “Sala Civil del Tribunal de Niños, Niñas y Adolescentes del Districto Judicial de Puerto Plata” in de Dominicaanse Republiek de rechter van de woonplaats van de minderjarige was, hetgeen ook naar internationale maatstaven een grond voor de rechterlijke bevoegdheid vormt. Ten aanzien van de procesgang overweegt het gerecht dat sprake was van een behoorlijk gemotiveerde beschikking en een onderzoek van “El Tribunal de Niños, Niñas y Adolescentes del Districto Judicial de Puerto Plata” in de Dominicaanse Republiek. Naar het oordeel van het gerecht was aldus sprake van een behoorlijke procesgang. Tot slot is hetgeen in de uitspraak van “El Tribunal de Niños, Niñas y Adolescentes del Districto Judicial de Puerto Plata” in de Dominicaanse Republiek van 4 april 2018 is bepaald, niet strijdig met de Arubaanse openbare orde. Dit betekent dat dit verzoek zal worden toegewezen.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

erkent de rechtsgeldigheid in Aruba van de uitspraak van “El Tribunal de Niños, Niñas y Adolescentes del Districto Judicial de Puerto Plata” in de Dominicaanse Republiek van 4 april 2018.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 3 maart 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.