Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:561

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-12-2020
Datum publicatie
23-12-2020
Zaaknummer
AUA201703125
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Verdeling nalatenschap, benoeming deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF Actueel 2021/5
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 16 december 2020

Behorend bij AUA201703125

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[EISER],

te Aruba,

eiser, hierna ook te noemen: [Eiser],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

1 [GEDAAGDE 1],

te Aruba,

gedaagde sub 1, hierna te noemen: [Gedaagde 1],

gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,

en

2 [GEDAAGDE 2],

te Aruba,

gedaagde sub 2, hierna te noemen: [Gedaagde 2],

gemachtigde: de advocaat mr. J.M. de Cuba.

1 DE VERDERE PROCEDURE

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van 13 november 2019;

- de onderscheiden aktes uitlating zijdens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 11 december 2019;

- de producties zijdens [gedaagde 1] van 2 november 2020;

- de akte met producties zijdens [gedaagde 2] van 3 november 2020;

- de producties zijdens [gedaagde 2] van 4 november 2020;

- de mondelinge behandeling van 5 november 2020.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Bij voormeld vonnis van 13 november 2019 heeft het Gerecht een onderzoek door een deskundige bevolen en [naam deskundige] RA van [naam accountskantoor] (hierna: [naam deskundige]) tot deskundige voor het opmaken van de boedelbeschrijving benoemd. Dit heeft om diverse redenen niet geresulteerd in een boedelbeschrijving. Ter comparitie hebben partijen te kennen gegeven dat zij om tot een verdeling te komen nog altijd behoefte hebben aan een door [naam deskundige] opgemaakte boedelbeschrijving. Het Gerecht zal overeenkomstig deze voorkeur beslissen.

2.2

Ten aanzien van de kosten van de deskundige, overweegt het Gerecht als volgt. In eerste instantie heeft [naam deskundige] bij het Gerecht een begroting voor de te verrichten werkzaamheden ingediend van Afl. 11.556,-, te weten 24 uur tegen een uurtarief van Afl. 450,- exclusief 7% kantoorkosten. Bij e-mailbericht van 22 juli 2020 heeft [naam deskundige] de begroting aldus gewijzigd tot Afl. 16.371,-, te weten 32 uur tegen een uurtarief van Afl. 450,- exclusief 7% kantoorkosten. Partijen hebben tegen het laatstelijk door [naam deskundige] begrote bedrag geen bezwaar gemaakt, zodat het Gerecht de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu vaststelt op het bedrag van Afl. 16.371,-.

2.3

Verder zal het Gerecht bepalen dat partijen elk voor gelijke delen dat voorschot op de hierna te melden wijze moet voldoen.

2.4

In artikel 674 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald aan welke vereisten een boedelbeschrijving moet voldoen. Het Gerecht doet de suggestie dat de deskundige bij het opmaken van de boedelbeschrijving gebruik maakt van het in de Nederlandse rechtspraktijk gebruikte model, dat aan deze vereisten voldoet: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/boedelbeschrijving-erfrecht.pdf

2.5

De verdere procedure zal er als volgt uitzien:

- Partijen dienen gezamenlijk een kopie van het complete procesdossier ter beschikking te stellen aan de deskundige. Het Gerecht merkt op dat hierbij ook de producties dienen te zijn gevoegd. Opmerkingen van een partij over de waarde van verschillende onderdelen in dat procesdossier zijn niet toegestaan;

- Partijen dienen te zorgen voor tijdige betaling van de voorschotten op de hieronder aan te geven wijze;

- Partijen hebben de gelegenheid om op de conceptboedelbeschrijving van de deskundige opmerkingen te maken en eventueel verduidelijkende vragen aan de deskundige te stellen;

- Nadat de boedelbeschrijving definitief is en is ingediend bij het Gerecht, hebben partijen de gelegenheid om een conclusie na deskundigenbericht te nemen. Daarna komt de zaak opnieuw voor vonnis.

2.6

Het Gerecht wijst erop dat partijen op grond van artikel 174b lid 3 Rv wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. Het Gerecht zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan het Gerecht daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.7

Als een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan onmiddellijk afschrift aan andere partijen te verstrekken.

2.8

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 DE BESLISSING

De rechter in dit Gerecht:

3.1

beveelt een onderzoek door een deskundige;

3.2

benoemt tot deskundige:

[naam deskundige] RA, verbonden aan [naam accountskantoor],

Telefoon: [telefoonnummer]

E-mail: [email adres]

3.3

draagt de deskundige op om een boedelbeschrijving van de nalatenschap van de erflater op te maken die voldoet aan de daaraan wettelijk gestelde vereisten zoals hiervoor onder 2.4 is vermeld;

3.4

bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:

- de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige wordt vastgesteld op het bedrag van Afl. 16.371,-;

3.5

bepaalt dat partijen elk een derde deel van het voorschot dienen over te maken op het bankrekeningnummer:

[bankrekkeningnummer] (Awg)

t.n.v. gemeenschappelijk hof van justitie

CARIBBEAN MERCANTILE BANK

CAYA BETICO CROES 53

ORANJESTAD, ARUBA

SWIFT CODE: CMBAAWAX

onder vermelding van "voorschot deskundigenrapport zaak AUA201703125" en wel binnen vier weken na deze beslissing;

3.6

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;

3.7

bepaalt dat partijen het procesdossier in afschrift aan de deskundige dienen te doen toekomen;

3.8

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;

3.9

wijst de deskundige erop dat:

- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken, te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie,

- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact op te nemen met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

3.10

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken als daarom verzocht wordt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;

3.11

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een boedelbeschrijving in viervoud ter griffie van het Gerecht in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;

3.12

bepaalt dat de deskundige een concept van de boedelbeschrijving aan partijen moet toezenden, zodat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in de definitieve boedelbeschrijving de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;

3.13

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op de conceptboedelbeschrijving van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden, en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van de conceptboedelbeschrijving te reageren;

3.14

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van woensdag 7 juli 2021;

3.15

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan de zijde van partijen op een termijn van twee weken of

- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van partijen op een termijn van vier weken;

3.16

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad;

3.17

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 december 2020 in aanwezigheid van de griffier.