Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:556

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
09-12-2020
Datum publicatie
22-12-2020
Zaaknummer
AUA202002640
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

KG - Civiel – verzekering, polissen intrekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 9 december 2020

Behorend bij K.G. AUA202002640

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[Eiser] ,

te Aruba,

EISER, hierna ook te noemen: [eiser],

gemachtigde: mevrouw J.M. Harewood,

tegen:

de naamloze vennootschap

NETHERLANDS ANTILLES & ARUBA ASSURANCE COMPANY (NA&A) N.V.,

te Aruba,

GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Citizens,

gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met producties;

- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van donderdag 19 november 2020 om 9:30 uur.

1.2 [

eiser] is ter terechtzitting verschenen samen met zijn gemachtigde. Citizens is verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door mevrouw [Naam A] (manager director) en mevrouw [Naam B] (hoofd underwriting afdeling). Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - beiden mede aan de hand van een overgelegde en voorgedragen pleitnota, die van Citizens voorzien van toegelaten producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3 [

eiser] heeft ter zitting zijn in het petitum van zijn verzoekschrift onder f. vermelde ter zake van kostenvergoeding voor rechtskundige bijstand ingetrokken.

1.4

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.

2.2

Een aantal bedrijfsvoertuigen en particuliere voertuigen van [eiser] zijn tegen aansprakelijkheid verzekerd bij Citizens.

2.3 [

eiser] is op 7 juni 2019 twee betalingsregelingen aangegaan met Citizens, waarin hij heeft erkend schuldig te zijn aan Citizens een bedrag van Afl. 17.107,92 respectievelijk Afl. 16.842,60.

2.4

Bij brief van 29 september 2020 heeft Citizens [eiser] een volledige reconciliatie verzonden van hetgeen [eiser] aan Citizens is verschuldigd.

2.5

Bij e-mail van 1 oktober 2020 heeft Citizens [eiser] een verbetering van het door [eiser] verschuldigde bedrag toegestuurd.

2.6

Op 6 oktober 2020 heeft [eiser] de ‘cancellations letters’ van zowel de particuliere als de bedrijfsmotorrijtuigenverzekeringen ontvangen.

2.7

Bij e-mail van 29 oktober 2020 is [eiser] door Citizens gesommeerd tot betaling van Afl. 15.358,67.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

eiser] vordert - na vermindering van eis - dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, Citizens:

a. beveelt om de foutief verlengde polissen in te trekken en de foutief doorberekende bedragen “af te trekken”;

b. beveelt om de incorrecte polissen ten behoeve van voertuigen niet zijnde van [eiser] in te trekken;

c. beveelt de aan [eiser] toekomende ‘no claim’ brieven, inhoudende de correcte kortingspercentage, af te geven zodat [eiser] zijn voertuigen zo spoedig mogelijk elders dan bij Citizens met no-claim korting kan verzekeren;

d. beveelt tot (1) teruggave van alle onverschuldigd betaalde bedragen door [eiser] c.q. deze verrekent met de correcte polis-bedragen en (2) tot afgifte aan [eiser] van de daarbij behorende polis-bladen;

e. beveelt om haar stellingen jegens derden (met name Garage Centraal) te rectificeren;

f. veroordeelt (1) in de kosten van dit geding in ieder geval bestaande uit zowel de griffie,- en betekeningskosten, alsmede (2) tot schadeloosstelling van [eiser] ter zake van alle door hem tot heden gemaakte kosten en geleden schade.

3.2

Citizens voert verweer en concludeert dat [eiser] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte, althans tot afwijzing daarvan, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens.

3.3

Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken

4 DE BEOORDELING

4.1

Er zijn gronden gesteld noch gebleken die met zich brengen dat [eiser] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Citizens wordt daarom verworpen.

4.2

Het spoedeisend belang van [eiser] volgt uit de aard van zijn vordering en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. Het verweer van Citizens op dit punt wordt verworpen.

4.3

De vordering van [eiser] zoals hiervoor omschreven onder a. zal worden afgewezen omdat niet of onvoldoende duidelijk is om welke foutief verlengde polissen danwel doorberekende bedragen het hier precies gaat. Hier komt nog bij dat Citizens niet of onvoldoende bestreden heeft gesteld dat zij rekening heeft gehouden met geannuleerde verzekeringen bij het berekenen van het bedrag dat [eiser] nog verschuldigd is aan Citizens.

4.4

Ter zake van de vordering van [eiser] zoals hiervoor omschreven onder b. wordt het volgende overwogen. Gesteld noch is gebleken althans niet of onvoldoende duidelijk is om welke incorrecte polissen het te dezen precies gaat. Dat er thans nog sprake is van incorrecte polissen is overigens door Citizens gemotiveerd betwist. Die stelling komt daarom niet vast te staan. Het Gerecht ziet in het licht van voormelde onduidelijkheid ook geen aanleiding om die stelling voorshands aannemelijk te oordelen. Dit één en ander brengt met zich dat de vordering onder b. eveneens zal worden afgewezen.

4.5

De vordering van [eiser] zoals hiervoor omschreven onder c. zal eveneens worden afgewezen als zijnde vaag en te onbepaald. Gesteld noch is gebleken met name om welke correcte kortingspercentages het hier precies gaat en op welke polissen precies die percentages zouden moeten zien. Bovendien heeft te gelden dat Citizens niet of onvoldoende bestreden heeft gesteld dat er sprake is van schuldeisersverzuim aan de zijde van [eiser] ter zake van betaling van het hiervoor onder 2.7 vermelde bedrag, waardoor Citizens haar contractuele verplichting om ‘no-claim’ brieven te verstrekken aan [eiser] terecht heeft opgeschort.

4.6

De vordering van [eiser] zoals omschreven onder d. zal eveneens worden afgewezen, aangezien ook te dezen is gesteld noch gebleken om welke bedragen precies en om welke polissen precies het hier gaat.

4.7

Ter zake van de vordering van [eiser] zoals omschreven onder e. wordt het volgende overwogen. Als grondslag voor die vordering stelt [eiser] dat Citizens onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door bij derden, en dan met name bij Garage Centraal, de indruk te wekken dat [eiser] een wanbetaler of een dwaler is. Die stelling heeft Citizens gemotiveerd bestreden, waardoor die in deze op snelheid gerichte procedure, waarin geen ruimte bestaat voor bewijslevering, niet vast komt te staan terwijl het Gerecht in het licht van het door Citizens op dit punt gevoerde verweer geen grond ziet om die stelling voorshands aannemelijk te oordelen. Dit alles betekent dat ook de vordering onder e. zal worden afgewezen.

4.8

Vorenstaande brengt mee dat alle vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen, nu in een bodemprocedure gelijke oordelen vallen te verwachten. In het licht daarvan kunnen alle overige stellingen van partijen, wat van de inhoud daarvan ook zij, onbesproken blijven. Hierbij wordt nog overwogen dat de vordering onder f. ter zake van schadeloosstelling zal worden afgewezen omdat ook dienaangaande is gesteld noch gebleken waarover dit precies gaat of waarop die schadeloosstelling precies ziet.

4.9

Afweging van de belangen van partijen maakt dat niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet aan de zijde van [eiser] bij toewijzing van het door hem verzochte ten opzichte van de belangen van Citizens bij afwijzing daarvan.

4.10 [

eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Citizens, tot aan deze uitspraak begroot op

Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

5 DE UITSPRAAK

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

- wijst af het door [eiser] verzochte;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde Citizens, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde;

- verklaart voormelde veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 9 december 2020 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 9 december 2020

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: K.G. nr. AUA202002640

Inhoudsindicatie: KG - Civiel – verzekering, polissen intrekken.

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. A.H.M. van de Leur

Bijzondere kenmerken: