Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:546

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
09-12-2020
Datum publicatie
22-12-2020
Zaaknummer
AUA201500272
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

AR - Civiel – verdeling gemeenschap

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 9 december 2020

Behorend bij A.R. no. 2000 van 2015/AUA201500272

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[EISERES],

wonende in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: [Eiseres],

gemachtigden (tot 27 september 2018): de advocaten mrs. M.M.M.C. Ecury, en S.M. Paesch, vanaf 13 mei 2020 de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,

tegen:

[GEDAAGDE],

wonende in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: [Gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi.

1. DE PROCEDURE

1.1 Het verloop van de procedure tot 15 april 2020 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 7 september 2020. [Eiseres] is toen verschenen bij haar gemachtigde, en [gedaagde] is verschenen samen met zijn gemachtigde. Partijen hebben het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.2 Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Het Gerecht volhardt in zijn in de tussenvonnissen neergelegde overwegingen en beslissingen.

2.2

Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.5 van het tussenvonnis van 15 april 2020 wordt het volgende verder overwogen. [Eiseres] heeft ter zitting verklaard dat zijn vanaf 11 januari 2016 tot en met september 2020 Afl. 96.500,-- aan huur heeft ontvangen uit hoofde van de verhuur van de appartementen. [Gedaagde] is akkoord gegaan met die opgave, waardoor die vast komt te staan. Aldus komt vast te staan dat [eiseres] vanaf 4 maart 2014 tot en met september 2020 in totaal (59.400,-- + 96.500,-- =) Afl. 155.900,-- aan huur heeft ontvangen. Die huurpenningen vermeerderd met de mogelijke huurpenningen die zij vanaf oktober 2020 nog ontvangt zullen worden toebedeeld aan [eiseres]. [Eiseres] is dienaangaande de helft van voormeld bedrag, te weten (155.900,-- : 2 =) Afl. 77.950,--, verschuldigd aan [gedaagde], te vermeerderen met telkens de helft van de mogelijk vanaf oktober 2020 door [eiseres] ontvangen en nog te ontvangen huur voor de appartementen.

2.3

Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis van 15 april 2020 wordt het volgende verder overwogen. [Eiseres] heeft ter zitting verder verklaard dat (1) het saldo van de hypothecaire schuld van partijen op of omstreeks 4 april 2013 Afl. 47.341,90 bedroeg, (2) zij na 11 januari 2016 tot en met begin september 2020 de hypothecaire verplichtingen van partijen altijd heeft betaald, (3) zij tot aan begin september 2020 in totaal Afl. 41.716,68 heeft afgelost van die schuld, en (4) dat het saldo van die schuld per begin september 2020 Afl. 5.625,22 bedraagt. Met die verklaringen is [gedaagde] akkoord gegaan, zodat ze vast komen te staan. Uit dit één en ander volgt dat [gedaagde] de helft van hetgeen [eiseres] vanaf 4 april 2013 tot en met begin september 2020 heeft betaald aan hypothecaire aflossingen verschuldigd is aan [eiseres], te vermeerderen met de helft van hetgeen [eiseres] vanaf oktober 2020 telkens nog aan aflossingen heeft betaald. Aldus is [gedaagde] (41.716,68 : 2 =) Afl. 20.858,34 verschuldigd aan [eiseres], te vermeerderen met de helft van hetgeen [eiseres] vanaf oktober 2020 telkens nog aan aflossingen heeft betaald.

2.4

Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.7 van het tussenvonnis van 15 april 2020 wordt het volgende verder overwogen. [Eiseres] heeft ter zitting verklaard dat zij vanaf 4 april 2013 in totaal Afl. 3.398,-- aan erfpachtcanon/grondbelasting tot en met 2019 heeft betaald met betrekking tot het onroerend goed, en dat de premies voor de verzekering van het onroerend goed deel uitmaken van de hypotheekschuld. Aldus is [gedaagde] (3.398,-- : 2 =) Afl. 1.699,-- verschuldigd aan [eiseres]. Partijen dienen mogelijke nog te betalen erfpachtcanon/grondbelasting over 2020 en verder ieder voor de helft te dragen.

2.5

Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.3 van het tussenvonnis van 15 april 2020 wordt het volgende ter zake van vergoeding voor het gebruik van de echtelijke woning van partijen (hierna: de woning) verder overwogen. Vast staat dat [eiseres] anders dan [gedaagde] vanaf 4 april 2013 het voorgezet gebruik heeft van de woning, waaronder begrepen het 50%-aandeel van [gedaagde] in de woning. Voor het gebruik van dat aandeel is [eiseres] een vergoeding verschuldigd aan [gedaagde]. Die vergoeding bedraagt op jaarbasis 4% van de helft van de vaststaande actuele waarde van de woning, ofwel (191.000,-- : 2 =) 95.500,-- x 4% = Afl. 3.820,--. Dat komt maandelijks neer op een vergoeding van (3.820,-- : 12 =) Afl. 318,33. Gerekend vanaf 4 april 2013 tot en met begin september 2020 is [eiseres] (90 maanden x 318,33 =) Afl. 28.649,70 verschuldigd aan [gedaagde], te vermeerderen met Afl. 318,33 voor iedere na september 2020 gelegen maand dat [eiseres] anders dan [gedaagde] de woning in gebruik heeft.

2.6

Ter zake van het onroerend goed wordt het volgende verder overwogen. [Gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij niet in staat is om [eiseres] als het ware uit het onroerend goed te kopen tegen een bedrag van Afl. 190.000,--, zijnde de helft van de actuele vrije marktwaarde daarvan. Dat betekent dat het onroerend goed verkocht moet worden teneinde de netto verkoopopbrengst gelijkelijk te verdelen tussen partijen. Partijen zijn akkoord ter zake van de makelaar waar het onroerend goed in de onderhandse verkoop wordt gezet, te weten Prima Casa Real Estate. Het Gerecht zal aldus beslissen. Partijen zijn verder akkoord dat de termijn waarin het onroerend goed onderhands kan worden verkocht 10 maanden bedraagt, gerekend vanaf de uitspraak van dit vonnis, en dat de bodemprijs waarvoor het verkocht moet worden zodra die prijs of meer dan dat wordt geboden door een derde Afl. 340.000,-- bedraagt. Het Gerecht zal aldus beslissen, en daarbij bepalen dat na ommekomst van die termijn ieder der partijen bevoegd is om het onroerend goed zonder toestemming van de ander in het openbaar (op de veiling/findishi) te doen verkopen. Dat laat overigens onverlet dat partijen na ommekomst van voormelde periode het onroerend goed nog steeds onderhands mogen en kunnen verkopen.

2.7

Al het vorenstaande leidt tot de volgende uitspraak, waarbij heeft te gelden dat het Gerecht in de aard van de procedure aanleiding ziet om de proceskosten te compenseren tussen partijen als na te melden. Het Gerecht zal voorts bepalen dat de hierna vermelde te betalen bedragen worden betaald door middel van verrekening met de netto-opbrengst van de verkoop van het onroerend goed als na te melden

3 DE BESLISSING

Het Gerecht:

3.1.1

deelt toe aan [eiseres] de door haar ontvangen huurpenningen van de appartementen over de periode vanaf 4 maart 2013 tot en met september 2020 ad Afl. 155.900,--, te vermeerderen met de huurpenningen die zij mogelijk vanaf oktober 2020 heeft ontvangen en nog zal ontvangen;

3.1.2

veroordeelt [eiseres] om ten titel van overbedeling te betalen aan [gedaagde]

Afl. 77.950,--, te vermeerderen met tekens de helft van de mogelijk vanaf oktober 2020 door [eiseres] ontvangen huur voor de appartementen, en bepaalt dat betaling zal plaatsvinden door middel van verrekening met het aan [eiseres] toekomend deel van de netto-opbrengst van de verkoop van het onroerend goed;

3.2

veroordeelt [gedaagde] om ten titel van verrekening aan [eiseres] te betalen

Afl. 20.858,34, te vermeerderen met de helft van hetgeen [eiseres] vanaf oktober 2020 telkens nog aan hypothecaire aflossingen heeft betaald, en bepaalt dat betaling zal plaatsvinden door middel van verrekening met het aan [gedaagde] toekomend deel van de netto-opbrengst van de verkoop van het onroerend goed;

3.3

veroordeelt [gedaagde] om ten titel van verrekening aan [eiseres] te betalen

Afl. 1.699,-- ter zake van erfpachtcanon/grondbelasting tot en met 2019, en bepaalt dat betaling zal plaatsvinden door middel van verrekening met het aan [gedaagde] toekomend deel van de netto-opbrengst van de verkoop van het onroerend goed;

3.4

bepaalt dat partijen erfpachtcanon/grondbelasting over 2020 en mogelijk verder ieder voor gelijke delen moeten betalen;

3.5

veroordeelt [eiseres] om ten titel van vergoeding voor het voortgezet gebruik van de woning vanaf 4 april 2013 tot en met september 2020 aan [gedaagde] te betalen Afl. 28.331,37, te vermeerderen met Afl. 318,33 voor ieder na september 2020 gelegen maand dat [eiseres] anders dan [gedaagde] de woning in gebruik heeft, en bepaalt dat betaling zal plaatsvinden door middel van verrekening met het aan [eiseres] toekomend deel van de netto-opbrengst van de verkoop van het onroerend goed;

3.6.1

bepaalt dat de woning moet worden verkocht teneinde de netto verkoopopbrengst daarvan bij helfte te verdelen tussen partijen (met inachtneming van voormelde over en weer tussen partijen te verrekenen bedragen);

3.6.2

bepaalt voorts dat de woning onderhands mag worden verkocht gedurende 10 maanden gerekend vanaf de uitspraak van dit vonnis tegen een bodemprijs van

Afl. 340.000,--, voor welke prijs de woning verkocht moet worden zodra die of meer dan dat wordt geboden door een derde;

3.6.3

bepaalt voorts dat de woning bij makelaar Prima Casa Real Estate in de verkoop wordt gezet;

3.6.4

bepaalt verder dat na ommekomst van de hiervoor onder 3.6.2 vermelde termijn ieder der partijen bevoegd is om de woning zonder toestemming van de ander in het openbaar (op de veiling/findishi) te doen verkopen;

3.7

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.8

compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 december 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 9 december 2020

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: A.R. nr. AUA201500272

Inhoudsindicatie: AR - Civiel – verdeling gemeenschap

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. A.H.M. van de Leur

Bijzondere kenmerken: