Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:543

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
08-12-2020
Datum publicatie
21-12-2020
Zaaknummer
AUA202001566
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen en familierecht, kinderalimentatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 8 december 2020

behorend bij EJ nr. AUA202001566

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de alimentatiezaak tussen

DE VOOGDIJRAAD,

kantoorhoudend in Aruba,

VERZOEKER,

vertegenwoordigd,

en

[Verweerder],

wonende in Aruba, [adres],

VERWEERDER, hierna te noemen: de vader,

procederend in persoon.

Belanghebbende:

[Belanghebbende], de moeder.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 30 juni 2020;

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 20 oktober 2020, waar zijn verschenen, mr. [medewerker 1] en mevrouw [medewerker 2] namens de Voogdijraad en de ouders in persoon.

De uitspraak is

2 DE FEITEN

Uit de affectieve relatie tussen de moeder en de vader zijn in Aruba geboren de thans nog minderjarigen [minderjarige 1] op [geboortedaum] 2006, [minderjarige 2] op [geboortedatum] 2007 en [minderjarige 3] op [geboortedatum] 2011. De minderjarigen zijn erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarigen alleen uit.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 300,- per kind ingaande 1 juli 2020 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet, en dat het inkomen van de moeder ontoereikend is om in de kosten van het onderhoud van de minderjarigen te voorzien.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Ingevolge artikel 1:394 BWA is de Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.

4.2

De vader heeft draagkrachtverweer gevoerd en gesteld dat hij maandelijks een bedrag van Afl. 500,- kan betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen.

4.3

Het gerecht overweegt als volgt.

Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.

4.4

De kosten van verzorging en opvoeding

4.4.1

De moeder heeft de maandelijkse kosten van 14-jarige [minderjarige 1] bepaald op Afl. 606,12, die van 13-jarige [minderjarige 2] op Afl. 601,12 en die van (bijna) 8-jarige [minderjarige 3] op Afl. 600,16.

De vader heeft deze kosten niet bestreden, zodat het gerecht ervan uit zal gaan dat de totale kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen maandelijks Afl. 1.807,40 bedragen.

4.5

De draagkracht van de moeder

4.5.1

Uit de door de moeder overgelegde loonstroken blijkt dat zij kindertoelage ten behoeve van de minderjarigen ontvangt van Afl. 165,- per maand. Dit bedrag komt de minderjarigen toe.

4.5.2

Voorts blijkt uit de overgelegde loonstroken dat de moeder een gemiddeld netto-maandloon heeft van Afl. 5.665,47, inclusief een ter beschikkingstoelage. De moeder is ambtenaar en ontvangt als zodanig jaarlijks vakantie-uitkering (Afl. 6.583,75), bashi-premie (Afl. 1.706), reparatiepremie (Afl. 1.706) en gelijk bedrag (Afl. 1.706). De vakantie-uitkering en toelages zijn in 2020 in verband met de bezuinigingsmaatregelen vanwege de covid-19 pandemie gehalveerd. Haar netto-inkomen bedraagt thans maandelijks dan ook gemiddeld Afl. 6.153,-.

4.5.3

Wat betreft de vaste lasten gaat het gerecht ervan uit dat zij een bedrag van minimaal Afl. 1.000,- per maand nodig heeft om in haar eigen levensonderhoud te voorzien, nu zij met een partner samenwoont die geacht wordt ook bij te dragen in de kosten van het gezamenlijke huishouden. In dit bedrag zitten onder andere begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoon/internet/cable aansluiting en van autogebruik, en van haar persoonlijke verzorging, zodat met de door de moeder opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Het gerecht zal verder rekening houden met de (onbetwiste) posten: hypotheek ad Afl. 1.770,- persoonlijke lening bij Island Finance ad Afl. 357,22 (loopt af op 4 juni 2023), persoonlijke lening bij Total Finance ad Afl. 333,63, en autolening bij de RBC ad Afl. 668,- (loopt af op 24 juli 2023). De overige (niet betwiste) opgevoerde lasten wordt de moeder geacht te betalen uit voornoemd forfaitair in aanmerking te nemen bedrag van Afl. 1.000,-.

4.5.4

De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de moeder bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 4.128,85.

4.5.5

Uit het vorenstaande volgt dat de moeder maandelijks een bedrag overhoudt van (Afl. 6.153,- - Afl. 4.128,85 =) Afl. 2.024,15, waarmee zij aan haar verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen dient te voldoen.

4.6

De draagkracht van de man

4.6.1

Uit de door de vader overgelegde loonstroken blijkt dat hij een gemiddeld netto-maandloon heeft van Afl. 3.463,72, inclusief een ter beschikkingstoelage. Ook de vader is ambtenaar en ontvangt als zodanig jaarlijks vakantie-uitkering (ca. Afl. 3.825,-), bashi-premie (Afl. 1.706), reparatiepremie (Afl. 1.706) en gelijk bedrag (Afl. 1.706). De vakantie-uitkering en toelages zijn in 2020 in verband met de bezuinigingsmaatregelen vanwege de covid-19 pandemie gehalveerd. Zijn netto-inkomen bedraagt maandelijks dan ook gemiddeld Afl. 3.836,30.

4.6.2

Wat betreft de lasten van de vader gaat het gerecht ervan uit dat hij een bedrag van minimaal Afl. 1.000,- per maand nodig heeft om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien, nu hij met zijn echtgenote samenwoont, die geacht wordt in de kosten van het gezamenlijke huishouden bij te dragen. In dit bedrag zitten begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoonaansluiting en van autogebruik, zodat met de door de vader opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Het gerecht zal verder rekening houden met de posten: huur ad Afl. 1.200,-, persoonlijke lening bij Total Finance ad Afl. 289,- en persoonlijke lening bij Banco di Caribe ad Afl. 697,-, nu de noodzaak van deze kosten voldoende aannemelijk is gemaakt. De overige (niet betwiste) opgevoerde lasten wordt de vader geacht te betalen uit voornoemd forfaitair in aanmerking te nemen bedrag van Afl. 1.000,-.

4.6.3

De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de vader bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 3.186,-.

4.6.4

Uit het vorenstaande volgt dat de vader maandelijks een bedrag overhoudt van (Afl. 3.836,30 - Afl. 3.186 =) Afl. 650,30, waarmee hij aan zijn verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen dient te voldoen.

4.7

Gelet op wat partijen hebben aangevoerd (met name het bedrag dat de vader bereid is te betalen), hun draagkracht, en op de behoefte van de minderjarigen acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 500,- per maand, ten behoeve van alle drie minderjarigen in de kosten van hun verzorging en opvoeding, in overeenstemming met de wettelijke maatstaven.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

bepaalt de bijdrage van de vader [verweerder] in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [minderjarige 1], geboren op [geboortdedatum] 2006 in Aruba, [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in Aruba en [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2011 in Aruba, op Afl. 500,- per maand, met ingang van 1 december 2020, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

wijst af het anders of meer verzochte.

Aldus gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 8 december 2020 in aanwezigheid van de griffier.