Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:540

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
08-12-2020
Datum publicatie
21-12-2020
Zaaknummer
AUA202001892
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Personen en familierecht. Ontheffing van het gezag.

formele relatie: AUA2021H00017

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 8 december 2020

Behorend bij EJ nr. AUA202001892

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van:

DE VOOGDIJRAAD,

kantoorhoudend in Aruba,

VERZOEKER,

vertegenwoordigd.

tegen

[Verweerder],

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes,

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

Fundacion Guia Mi, de voorgestelde voogd.

[Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in Aruba,

de minderjarige,

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 12 augustus 2020,

  • -

    de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 27 oktober 2020, in aanwezigheid van de moeder bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, en de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, mevrouw [medewerker 1] en mevrouw [medewerker 2].

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Ten aanzien van de minderjarige staat alleen het moederschap vast, zodat de moeder van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uitoefent.

2.2

De minderjarige is tot oktober 2019 in Casa Cuna verbleven en is daarna samen met de moeder vrijwillig in het TMH geplaatst zonder kinderbeschermingsmaatregel. Sedert 15 juli 2020 verblijft de minderjarige bij een pleeggezin.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt ertoe de moeder van het gezag over de minderjarige te ontheffen en om Fundacion Guia Mi met de Voogdij te belasten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Ingevolge artikel 1:266 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) kan de rechter - op verzoek van de Voogdijraad - een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen, op grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, mits het belang van het kind zich daar niet tegen verzet.

Ingevolge artikel 1:268, lid 1 BWA wordt ontheffing niet uitgesproken indien de ouder zich daartegen verzet. Deze regel leidt slechts uitzondering indien er sprake is van een van de situaties als bedoeld in lid 2, onder a tot en met d, van dit artikel.

4.2

De moeder is het niet eens met de verzochte ontheffing. Zij houdt veel van haar kind en wil meer contact met haar kind om een hechtere band op te bouwen Zij wil niet de minderjarige van haar wordt afgepakt en wil met hulp aan zichzelf werken om toch in staat te zijn haar moedertaken in te vullen.

4.3

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is voldoende vast komen te staan dat de moeder onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding van de minderjarige te vervullen. Zij wordt niet in staat geacht om alleen zonder hulp volkomen zelfstandig het ouderlijke zorgtaken en gezag uit te oefenen door haar lage IQ van 63. Zij zal altijd aangewezen blijven op stevige begeleiding en ondersteuning om de noodzakelijke zorgtaken voor haar kind te kunnen vervullen, maar door onder meer de ervaringen met moeder in het tienerhuis (TMH) blijkt dat zij erg wantrouwend is naar de hulpverlening toe. Dit veroorzaakt snel frustratie bij de moeder waardoor zij brutaal en soms respectloos reageert. Sinds 3 juni 2020 is de minderjarige in het pleeggezin geplaatst, waar hij structuur, veiligheid, rust, veel aandacht en liefde kan genieten. Sindsdien is ook de omgang voor moeder met de minderjarige in het pleeggezin gestart. Moeder voelt zich rustig en opgelucht nu zij het pleeggezin heeft leren kennen en weet dat de minderjarige zich goed ontwikkelt en veel vrolijker is geworden

4.4

Nu de moeder zich tegen de ontheffing verzet, dient beoordeeld te worden of zich één van de situaties genoemd in artikel 1:268 lid 2 BWA voordoet. De Voogdijraad stelt dat er sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 1:268 lid 2 aanhef en onder a BW, te weten dat na een ondertoezichtstelling van ten minste zes maanden met uithuisplaatsing, gegronde vrees bestaat dat deze maatregel - door ongeschiktheid of onmacht van de ouder om zijn plicht tot verzorging of opvoeding te vervullen - onvoldoende is om de bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van de minderjarige af te wenden.

4.5

Gebleken is dat de gronden voor de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing thans – na ruim twee jaar – nog onverminderd aanwezig zijn. Voorts is gebleken dat er geen redelijk perspectief bestaat voor terugplaatsing van de minderjarige bij de moeder.

In het rapport staat dat moeder geen inzicht heeft in de behoefte van de minderjarige, dit terwijl moeder jarenlang intensieve begeleiding heeft ontvangen. Moeder heeft geen inzicht in het eetpatroon van de minderjarige, zij beseft niet dat de minderjarige regelmatig verschoond moet worden, zet de minderjarige vaak voor de tv en houdt zich dan bezig met haar mobiele telefoon. Gebleken is dat moeder weinig geduld voor de minderjarige heeft en soms agressief gedrag naar de minderjarige toont. , Moeder is somber en soms depressief. Zij heeft een zelfmoordpoging ondernomen in het bijzijn van de minderjarige. Moeder kan moeilijk omgaan met correctie en ziet dit als kritiek.

Moeder kampt met een laag verstandelijke beperking (IQ 63, onstabiele stemmingswisselingen en gedragsstoornis. Onder deze kan de minderjarige niet bij moeder verblijven, omdat er directe bedreiging vormt voor zijn ontwikkeling.

Als moeder uit het tienermoederhuis vertrekt, en teruggaat naar grootmoeder moederszijde, alwaar de thuissituatie niet optimaal is, zal de minderjarige emotioneel, fysiek verwaarloosd kunnen worden dan wel mishandeld kunnen worden door moeder. Moeder beschikt niet over de juiste pedagogische opvoedkundige vaardigheden om de minderjarige rust, structuur en veiligheid te bieden.

De Voogdijraad stelt zich op het standpunt dat de moeder onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen. De Voogdijraad adviseert dan ook ter voorkoming van verdere bedreiging van de ontwikkeling dat de moeder uit het gezag wordt ontheven.

4.6

Nu gelet op het voorgaande aan de voorwaarden tot ontheffing genoemd in artikel 1:266 jo 1:268 lid 2 aanhef en sub a BWA is voldaan, zal het gerecht de verzochte ontheffing in het belang van de minderjarige uitspreken.

4.7

In het gezag over de minderjarige dient dan te worden voorzien. De Fundacion Guia Mi is bereid de voogdij over de minderjarige te aanvaarden. Nu overigens niet is gebleken van bezwaren hiertegen, zal het gerecht het verzoek van de Voogdijraad om de Fundacion Guia Mi te belasten met de voogdij, toewijzen.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

ontheft de moeder [verweerder] van het gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in Aruba,

draagt aan de Fundacion Guia Mi de voogdij op over de minderjarige voornoemd,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven op 8 december 2020 door de rechter J.M.J. Keltjens in tegenwoordigheid van de griffier.