Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:537

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
17-11-2020
Datum publicatie
21-12-2020
Zaaknummer
AUA202000179
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

EJ. Arbeid. Achterstalling loon en vakantiedagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PR-Updates.nl PR-2021-0012
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 17 november 2020

Behorend bij E.J. nr. AUA202000179

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende in Aruba,

verzoeker,

hierna ook te noemen: [verzoeker],

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

tegen:

de naamloze vennootschap

HAKMAR GENERAL CONTRACTOR N.V.,

gevestigd in Aruba,

verweerster,

hierna ook te noemen: Hakmar,

gemachtigde: de advocaat mr. A.A. Ruiz.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 21 januari 2020;

- het verweerschrift met producties, ingediend op 30 juni 2020;

- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van dinsdag 25 augustus 2020 om 11:30 uur.

1.2 [

verzoeker] is ter zitting verschenen samen met zijn gemachtigde. Hakmar is ter zitting

verschenen bij haar gemachtigde mr. C.P. Wever, occuperende voor mr. Ruiz, alsmede de

heer [naam directeur] (directeur van Hakmar). Partijen hebben bij wijze van re- en dupliek het woord gevoerd, [verzoeker] mede aan de hand van een overgelegde en voorgedragen pleitnota.

1.3

De datum van beschikking is nader bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.

2.2 [

verzoeker] is met ingang van 9 september 2009 krachtens een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst in loondienst getreden van Hakmar.

2.3

Bij brief van 6 september 2019 heeft [verzoeker] die arbeidsovereenkomst met ingang van 12 oktober 2019 opgezegd.

2.4

Bij brief van 31 oktober 2019 is Hakmar door [verzoeker] gesommeerd om binnen veertien dagen een bedrag van Afl. 7.600,- aan hem te betalen. Betaling van dat bedrag is uitgebleven.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

verzoeker] verzoekt dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking Hakmar veroordeelt tot betaling aan [verzoeker] van achterstallige loon(bestanddelen) en niet genoten vakantiedagen, vermeerderd met de wettelijke verhoging en gerekend vanaf datum indiening van het verzoekschrift met wettelijke rente, met veroordeling van Hakmar tot betaling van de proceskosten.

3.2

Hakmar voert verweer en concludeert dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte, althans tot afwijzing daarvan, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens.

3.3

Voorzover van belang voor de uitkomst van deze procedure worden de stellingen van partijen hierna besproken.

4 DE BEOORDELING

4.1

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Hakmar wordt daarom verworpen.

4.2.

Niet in geschil is tussen partijen dat Hakmar ten tijde van het einde van zijn dienstverband op 12 oktober 2019 Afl. 5.760,-- verschuldigd was aan [verzoeker] uit hoofde van 36 opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen. Dat onderdeel van de vordering van [verzoeker] zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met wettelijke rente zoals onvoldoende gemotiveerd bestreden verzocht. De verzochte wettelijke verhoging over dat bedrag zal worden afgewezen, nu afkoop van vakantiedagen geen loon betreft.

4.3.1

Hakmar heeft erkend dat zij ten tijde van het einde van het dienstverband van [verzoeker] nog Afl. 4.402,50 verschuldigd was aan hem aan achterstallig loon, en niet in geschil is tussen partijen dat Hakmar in oktober 2019 Afl. 3.000,-- van dat bedrag heeft afbetaald. Aldus resteert als zijnde door Hakmar erkend een bedrag van (4.402,50 minus 3.000,-- =) Afl. 1.402,50 aan in elk geval nog aan [verzoeker] verschuldigd loon. [verzoeker] stelt echter dat Hakmar meer dan dat door Hakmar erkende bedrag, te weten in totaal Afl. 1.480,--, verschuldigd is aan achterstallig loon. Die stelling heeft Hakmar gemotiveerd bestreden, en staat daarom niet vast. Die stelling komt in deze procedure ook niet vast te staan, omdat [verzoeker] geen bewijslevering heeft aangeboden.

4.3.2

Vorenstaande brengt mee dat vast komt te staan dat Hakmar Afl. 1.402,50 verschuldigd is aan [verzoeker] aan achterstallig loon. In zoverre zal de vordering van [verzoeker] op dit onderdeel worden toegewezen. De over dat bedrag gevorderde wettelijke verhoging zal ambts- en billijkheidshalve gematigd worden vastgesteld op telkens maximaal 15%. Voor verdere matiging van die verhoging ziet het Gerecht geen aanleiding of grond. De wettelijke rente over dat bedrag zal, als zijnde onvoldoende gemotiveerd bestreden, worden toegewezen als na te melden.

4.4

Vast staat dat Hakmar vanaf 2018 niet heeft voldaan aan haar wettelijke verplichting om ten behoeve van [verzoeker] pensioenpremies af te dragen aan de desbetreffende pensioenverzekeraar. Dat betekent echter niet dat [verzoeker] een vorderingsrecht heeft op Hakmar zoals gesteld door [verzoeker]; dat vorderingsrecht komt toe aan de pensioenverzekeraar. Voorzover niet afgedragen pensioenpremies onderdeel zijn van de vordering van [verzoeker] wordt dat onderdeel afgewezen.

4.5

De stellingen van Hakmar met betrekking tot de toolbox kunnen onbesproken blijven omdat Hakmar geen duidelijke/heldere conclusie heeft verbonden aan die door [verzoeker] bestreden stellingen.

4.6

In de uitkomst van deze procedure, zijn partijen over en weer in het (on)gelijk gesteld, ziet het Gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren tussen hen als na te melden.

5. DE BESLISSING

Het Gerecht:

-veroordeelt Hakmar om aan [verzoeker] te betalen Afl. 1.402,50 aan achterstallig loon, te vermeerderen met (1) de gematigd vastgestelde wettelijke verhoging van telkens maximaal 15% en (2) met wettelijke rente gerekend vanaf 21 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt Hakmar voorts om aan [verzoeker] te betalen Afl. Afl. 5.760,- aan opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen, te vermeerderen wettelijke rente gerekend vanaf 21 januari 2020 tot aan de dag der algehele vergoeding;

-verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt;

-wijst af het meer of anders door [verzoeker] verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 17 november 2020 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 17 november 2020

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: EJ nr. AUA202000179

Inhoudsindicatie: EJ. Arbeid. Achterstalling loon en vakantiedagen.

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel. Arbeid.

Rechter: mr. A.H.M. van de Leur

Bijzondere kenmerken: