Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:473

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
11-11-2020
Datum publicatie
25-11-2020
Zaaknummer
AUA202001122
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Civiel. KG. (Internationale) rechtsmacht. Bevoegdheid van de rechter. Vordering tot doorbetaling van loon wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 11 november 2020

Behorend bij K.G. nr. AUA 202001122

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

de naamloze vennootschap/de rechtspersoon naar vreemd recht

IRMA BETTINA GONZALEZ

te Aruba,

eiseres, hierna ook te noemen: Gonzalez,

gemachtigde: advocaat mr. D.M. Canwood,

tegen:

COSTA DEL SOL DEVELOPMENT COMPANY N.V. ,

te Aruba,

gedaagde, hierna ook te noemen: CDS,

gemachtigde: advocaat mr. A.F. Kuster,

en

de rechtspersoon naar buitenlands recht

MARRIOTT OWNERSHIP RESORTS INC.

te Verenigde Staten van Amerika

gedaagde, hierna ook te noemen: MORI,

gemachtigde: advocaat mr. A.F. Kuster.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- Het tussenvonnis van 28 augustus 2020;

- De schriftelijke uitlating bevoegdheid rechter aan de zijde van Gonzalez met producties. Deze producties zullen (opnieuw) buiten beschouwing worden gelaten wegens strijd met een goede procesorde omdat het om een procedure in kort geding gaat en deze producties evenals bij een mondelinge behandeling in kort geding bij conclusie van antwoord hadden moeten worden ingediend;

- De schriftelijke uitlating conform het tussenvonnis aan de zijde van CDS en MORI.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Gonzalez is op 30 december 2000 als senior marketing manager in dienst getreden van de Marriott Vacation Club International of Aruba NV (hierna: MVCIA) een in Aruba gevestigde Naamloze Vennootschap.

2.2

Bij een door CDS en Gonzalez getekende brief van 17 juli 2002 heeft CDS per

1 augustus 2002 aan Gonzalez een baan aangeboden als senior manager in het nieuwe Costa del Sol- project. In die brief staat:

(…)

‘The transition of Mariott Vacation Club International of Aruba (MVCIA) associates to the ‘CDS’ project has its legal/ internal paperwork consequences. We can ensure you that we will do everything according to the law and in a fair and smooth manner.

(…)

Your acceptance of CDS’s employment offer implies automatic termination of your employment with MVCIA with mutual consent and irrevocable waiver of all claims under the law, or your employment agreement with MVCIA.

2.3

Op 23 juli 2002 zijn CDS en Gonzalez een schriftelijke arbeidsovereenkomst overeengekomen.

Artikel 16 van deze overeenkomst luidt als volgt:
‘(16) Applicable Law/Jurisdiction

Aruban law shall apply to the employment agreement and the courts of Aruba shall have exclusive jurisdiction over any dispute arising herefrom.

(…)

2.4

Gonzalez heeft haar werkzaamheden voor CDS als senior marketing manager op
1 augustus 2002 aangevangen tegen een basissalaris van Afl. 6.175,49 per maand.

2.5

Bij brief van 22 april 2016 heeft MORI aan Gonzalez een ‘full offer’ gedaan voor een ‘transfer within the management team of Marriott Ownership Resorts, Inc., doing business as Marriot Vacation Club International (“MVCI” or “the Company”) at Miami’s South Beach as Project Director, Marketing en Sales (…)’.

Your employment in this position will be subject to you acquiring the necessary work and residency authorisations and you accepting all terms and conditions of this employment agreement (onderstreping gerecht). Your start date will be determined once all of these requirements are completed.

Your salary will be $ 180.000 per year (…)

Your current benefits will remain in effect and you will be informed if any changes must be made due of your new position. (…)

(…) To accept this offer, please acknowledge bij April 28, 2016 to help with a smooth and speedy process.

Gonzalez heeft deze brief op 27 april 2016 voor akkoord getekend.

2.6

MORI heeft op 15 juni 2016 ten behoeve van de Gonzalez bij de United State Department of Homeland Security en United Nations Citizenship een verzoek voor een L-1A Visa Classification (een tijdelijke werkvergunning) ingediend.

In het verzoek staat vermeld:

(…)

QUALIFYING CORPORATE RELATIONSHIP

The beneficiary’s proposed employer, Marriot Ownership Resorts, Inc. is a direct subsidiary of MVW US Holdings, Inc., which, in turn, is a direct subsidiary of Marriott Vacations Worldwide Corporation. The foreign entity, Costa Del Sol Development Company, NV., is a direct subsidiary of MVW International Holding Company S.a.r.l., which, in turn, is a direct subsidiary of Marriott Vacations Worldwide Corporation. Therefore, the proposed employer and the foreign entity have a qualifying affiliate relationship for the purpose of the L-1A visa.

(…)

SUMMARY

Marriott ownership Resorts, Inc. desires to employ Ms. Gonzalez as a manager in the united states on a temporary basis. We are requesting a three-year period of employment on behalf of mr. Gonzalez and fully understand that a nonimmigrant visa is intended for temporary employment only. We have every intention of complying with U.S. immigration laws, and upon completion of her temporary duties in the United States, it is expected that Ms. Gonzalez will return to her home country or be transferred to company operations abroad.

(…)

2.7

Bij brief van 8 augustus 2016 van MORI aan Gonzalez schrijft zij:
‘This letter constitutes the full offer that has been extended to you. However, this does not constitute a contract of employement for any period of time’.

2.8

Gonzalez is op 13 augustus 2016 begonnen als Project Director, Marketing en Sales op basis van een non-immigrant worker visa voor de VS aangevraagd door MORI bij de U.S. Department of Homeland Security, U.S. Citizenship and Immigration Services.
(In het tussenvonnis in kort geding d.d. 28 augustus 2020 is abusievelijk vermeld dat zij op 13 augustus 2013 is begonnen met deze werkzaamheden).

2.9

Op 6 mei 2018 heeft MVCI Gonzalez op 6 mei 2018 een zogenaamd Employement based Permanent Sponsership aangeboden teneinde de procedure van de Permanent Residency te op te starten. Gonzalez heeft dit aanbod op 14 juni 2018 voor akkoord getekend. Overeengekomen is dat MVCI hiervoor alle kosten en uitgaven financiert, onder de voorwaarde dat Gonzalez dit bedrag terug zal moeten betalen indien zij binnen twee jaar na het verkrijgen van de Permanent Residency ontslag neemt.

2.10

MORI heeft Gonzalez op 30 januari 2020 schriftelijk bericht dat haar dienstbetrekking met ingang van 14 februari 2020 wordt beëindigd. De door MORI aangeboden Settlement Agreement is door Gonzales afgewezen.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Gonzalez vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van CDS dan wel MORI, (door)betaling van haar loon vanaf 15 februari 2020, totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is beëindigd, met veroordeling van CDS en MORI tot vergoeding van de proceskosten.

3.2

Gonzalez voert hiertoe aan dat de arbeidsovereenkomst met CDS sedert 1 augustus 2002 nooit is geëindigd. Daarom geniet zij nu ontslagbescherming volgens het Arubaanse recht. Het was in 2016 de bedoeling van partijen dat zij de werkzaamheden voor MORI in de VS slechts tijdelijk zou gaan verrichten. MORI heeft tijdelijke werkvergunningen ten behoeve van Gonzalez in de VS aangevraagd. Bovendien is MORI volgens haar een dochtermaatschappij van CDS.

3.3

CDS en MORI voeren hiertegen verweer waarop hierna, waar nodig, wordt ingegaan.

4 DE (INTERNATIONALE) BEVOEGDHEID

4.1

Of de voorzieningenrechter (internationale) rechtsmacht heeft ten aanzien van de vordering tegen CDS en/of MORI dient ambtshalve te worden beoordeeld.
In de vorderingen tegen CDS wordt rechtsmacht aangenomen, omdat zij als gedaagde in Aruba is gevestigd en CDS met Gonzalez in artikel 16 van de arbeidsovereenkomst een forumkeuzebeding voor het gerecht in Aruba heeft opgenomen en ook een rechtskeuzebeding voor de toepasselijkheid van Arubaans recht.

4.2

In de Arubaanse wetgeving ontbreekt een regeling van het internationaal bevoegdheidsrecht. Wel is het EEX-verdrag van 1968 (Trb. 1969, nr. 101) op 30 juni 1986 in werking getreden voor Aruba (Trb. 1986, nr. 129).

Het internationaal bevoegdheidsrecht van Europees Nederland wordt in veel gevallen beheerst door de Brussel I bis-verordening en ook door de artikelen 1 -14 Rv NL. Op grond van het concordantiebeginsel kan bij regels uit deze regels tot deze regelingen aansluiting gezocht worden om ongeschreven regels te vinden van het internationaal bevoegdheidsrecht van Aruba. Voorts kan in voorkomende gevallen aansluiting gezocht worden bij artikelen 95 – 103b RV (oud; thans Rv Curaçao, Rv Sint Maarten, en Rv BES). Op grond van art. B Rv Aruba zijn die regels van toepassing in de burgerlijke rechtsvorderlijke verhoudingen van Aruba tot de Nederlandse Antillen. In voorkomende gevallen kunnen die regels overeenkomstige toepassing vinden in internationale gevallen, dus in de verhouding van Aruba tot buiten het Koninkrijk gelegen Staten1.

4.3

Art. 5 EEX-verdrag kent, vergelijkbaar met artikel 21 Brussel I bis-verordening, de regel dat een verweerder kan worden opgeroepen voor de rechter van de plaats waar de verbintenis uit overeenkomst is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Ten aanzien van individuele verbintenissen uit arbeidsovereenkomst is dit de plaats waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht. Deze bepaling schept een bijzondere bevoegdheid voor de gerechten van een verdragsluitende staat, zoals Aruba, indien de verweerder zijn woonplaats heeft op het grondgebied van een ander verdragsluitende staat.

4.4

Voor de toepassing van het EEX-verdrag wordt de woonplaats van vennootschappen en rechtspersonen bepaald door artikel 53 EEX-verdrag. De woonplaats van de vennootschap is waar deze statutair is gevestigd. Volgens het niet door Gonzalez betwiste ‘restated certificate of incorporation’ (schriftelijk antwoord-aanvulling prod. 13) is MORI een rechtspersoon die is gevestigd en geregistreerd in Delaware VS.

4.5

Dat MORI een filiaal, agentschap of andere vestiging heeft op het grondgebied van Aruba is gesteld noch gebleken.Daarom schept het EEX verdrag ook niet op die grond een bevoegdheid voor de voorzieningenrechter om van de vordering van Gonzalez jegens MORI kennis te nemen.
De stelling van Gonzalez dat CDS – omgekeerd - wel heeft te gelden als een vestiging van MORI op Aruba, wordt door de voorzieningenrechter verworpen. Volgens de door Gonzalez zelf in de procedure ingebrachte affidavit (dagvaarding, prod. 4). is MORI ‘a direct 100% subsidiary of MWV US Holdings, Inc. (“MWV”), which in turn is a direct 100% subsidiairy of Mariott Vacations World Wide Corporation (“MVWC”), affidavit of Daniel B. Zanini, Senior Vice President and Associate General Counsel of MORI.

Terwijl CDS een Arubaanse NV is die direct voor 100% een dochter is van MVW International Holding Company S.A.R.L. (Luxemburg) die op haar beurt 100% een dochter is van Mariott Vacations Worldwide Corporation. Van een vestiging van MORI op Aruba is geen sprake (antwoord bijlage 3). Evenmin is gesteld noch gebleken dat CDS enig direct belang had bij de werkzaamheden die Gonzales ten behoeve van MORI verrichtte.

Dit alles leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat gedaagde MORI geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat. De VS zijn geen partij bij het EEX verdrag, zodat de voorzieningenrechter aan dat verdrag geen bevoegdheid kan ontlenen.

4.6

Vervolgens geldt de regel dat de (internationale) bevoegdheid in elke lidstaat geregeld wordt door de wetgeving van die lidstaat. Omdat een regeling van internationale bevoegdheid ontbreekt in het Arubaanse recht zal de voorzieningenrechter op grond van het concordantiebeginsel en eerdergenoemd vonnis2 van het Gerechtshof voor de rechtsvinding van het ongeschreven Arubaanse IPR aansluiting zoeken bij artikel 6 onder b. Rv NL. Of de voorzieningenrechter op grond daarvan rechtsmacht heeft om de vordering tegen MORI te beoordelen hangt af van het antwoord op de vraag of Gonzalez haar ‘arbeid gewoonlijk’ in Aruba ‘verricht of laatstelijk gewoonlijk werd verricht’.

In dit geding is tussen partijen niet in het geschil dat de werkzaamheden vanaf 13 augustus 2016 tot datum ontslag op 14 februari 2020 door Gonzalez voor 100% in de VS zijn verricht en niet in Aruba.

Nu artikel 6 Rv NL, noch enige andere nationale bevoegdheidsbepaling geldend binnen het koninkrijk bevoegdheid voor de voorzieningenrechter in de vordering tegen MORI scheppen, zal de voorzieningenrechter zich daarom jegens MORI onbevoegd verklaren.

5 DE VERDERE BEOORDELING

5.1

Of Gonzalez vanaf 15 februari 2020 recht heeft op (door)betaling van het loon door CDS, zoals door haar gevorderd, is afhankelijk van de vraag of er voorshands van kan worden uitgegaan of er op die datum nog steeds sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen Gonzalez en CDS en of in een bodemprocedure te verwachten valt dat haar loonvordering zal worden toegewezen.

Daarvoor is bepalend of Gonzalez na 13 augustus 2016, toen zij voor 100% van haar werktijd in de VS ging werken als Project Director, Marketing en Sales, de kenmerkende prestaties van de uitvoering van haar arbeidsovereenkomst voor CDS of voor MORI heeft verricht.

5.2

Volgens artikel 1613a BW zijn de kenmerkende prestaties van de arbeidsovereenkomst dat de werknemer zich verbindt tot het verrichten van arbeid in dienst van de werkgever en de werkgever tot het betalen van loon. ’In dienst’ duidt daarbij op een gezagsverhouding en een aanwijzingsbevoegdheid van de werkgever. Beslissend is of partijen zich jegens elkaar hebben verbonden. Dit behoeft niet uitdrukkelijk, maar is afhankelijk van hetgeen zij over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en redelijkerwijs mochten afleiden.

5.3

Daarvoor zijn de volgende omstandigheden van belang:

- Zoals overwogen onder 2.6 heeft MORI op 22 april 2016 aan Gonzalez een schriftelijk ‘full offer’ gedaan voor een (…) employment in this position (…) and you accepting all terms and conditions of this employment agreement (onderstreping gerecht).
Hieruit leidt het Gerecht af dat er voorafgaand aan de werkzaamheden van Gonzalez voor MORI onderhandeld werd door deze partijen over een nieuwe arbeidsovereenkomst.

- Gonzalez heeft vanaf 13 augustus 2016 haar salaris van $ 180.000,-- per jaar (wekelijks $ 3,461,54) in tweewekelijkse salarisbetalingen (dagvaarding, prod. 6).
- Anthony Vazquez, the Vice President of Human Recources at MORI’s corporate headquarters in Orlando, Florida and responsible for all of the Sales and Marketing employees working for MORI in the United States, verklaart onbetwist dat uit de ‘payroll records’ van Gonzalez blijkt dat MORI in de periode van augustus 2016 tot februari 2020 haar ‘employer’ was en dat MORI alle salarisbetalingen heeft verricht (antwoord, prod 4).
- Gonzalez heeft haar werkzaamheden vanaf 13 augustus 2016 tot 14 februari 2020 volledig ten behoeve van het project South Beach Miami van MORI en in de VS verricht.

- Haar oude baan als Director, Marketing and Sales is direct ingevuld voor onbepaalde tijd door CDS met een nieuwe werknemer.

- CDS had geen enkele betrokkenheid, direct noch indirect, bij het project South Beach Miami.

- CDS en MORI zijn twee zustermaatschappijen, waarbij CDS gevestigd en actief is in Aruba en MORI in de VS. Van enige bijzondere concernverhouding is geen sprake, evenmin kunnen deze twee vennootschappen worden vereenzelvigd.

- MORI heeft, zoals door Gonzalez is aangevoerd, sedert augustus 2016 tweemaal een tijdelijke verblijfs- en werkvergunning (een zogenaamde I-140 petition) voor Gonzalez aangevraagd.

De eerste tijdelijke vergunning was geldig van juni 2016 tot juli 2019 en de tweede van

juli 2019 tot juni 2021. Uit het aanvraagformulier van deze laatste tijdelijke vergunning blijkt dat MORI ten behoeve van Gonzalez op diverse vragen in het aanvraagformulier 2018 heeft beantwoord dat het om een ‘permanente position’ gaat en dat overwogen wordt dat MORI een ‘full offer of full-time, permanent employment to Ms. Gonzalez’ heeft gedaan.
- Deze twee aanvragen voor tijdelijke verblijfs- en werkvergunning zijn het eerste van twee stadia teneinde een permanente verblijfs- en werkvergunning aan te vragen. Dit heeft op 14 juni 2018 erin geresulteerd dat MORI aan Gonzalez een ‘Employment Based Permanent Residency Sponsership’ heeft aangeboden, welk aanbod Gonzalez op diezelfde datum geaccepteerd en getekend.

5.4

Deze omstandigheden, gezien in het licht van hetgeen MORI en Gonzalez in hun rechtsverhouding over en weer hebben verklaard en hieruit hebben afgeleid en redelijkerwijs mochten afleiden, leiden de voorzieningenrechter tot het voorshandse oordeel dat er in februari 2020, toen Gonzalez door MORI werd ontslagen, tussen Gonzalez en MORI een arbeidsovereenkomst bestond en niet (meer) tussen Gonzalez en CDS, zoals dat ook het geval was toen Gonzales van een baan bij MVCIA overging naar een nieuwe dienstbetrekking bij CDS in 2002 (r.o. 2.2).

5.5

Dat Gonzalez op basis van een projectdetachering door CDS zou zijn uitgezonden zoals zij heeft aangevoerd, is niet met deze omstandigheden te rijmen. Evenmin is door Gonzalez gesteld noch anderszins gebleken dat zij een terugkeergarantie had naar CDS. Haar vorderingen jegens CDS zullen daarom worden afgewezen.

6 DE UITSPRAAK

De voorzieningenrechter in dit gerecht:

verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen van Gonzalez jegens Mori kennis te nemen;

wijst de vorderingen van Gonzalez jegens CDS af;

veroordeelt Gonzalez in de proceskosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van CDS en Mori worden begroot Afl. 1.500,-- aan salaris van de gemachtigde;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J Keltjens voorzieningenrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2020 in aanwezigheid van de griffier.

1 (Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 19 september 2017 ECLI:NL:OGHACMB:2017:108)

2 Ibid.