Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:465

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
11-11-2020
Datum publicatie
25-11-2020
Zaaknummer
AUA202001288
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Civiel. Verzetzaak. Schuldvordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 11 november 2020

Behorend bij B.B. nr. AUA202001288

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

op het verzet van:

[OPPOSANTE] ,

wonend in Aruba,

opposante,

hierna te noemen: [Opposante],

gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa,

tegen:

[GEOPPOSEERDE] ,

wonend in Aruba,

geopposeerde,

hierna te noemen: [Geopposeerde],

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het oorspronkelijke verzoekschrift van [geopposeerde];

- de beschikking van het Gerecht van 6 mei 2020 in zaak BB no. AUA202000222;

- het verzetschrift;

- de conclusie van antwoord in oppositie;

- de mondelinge behandeling van 29 september 2020.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2. DE VORDERING EN HET VERWEER

2.1 [

Geopposeerde] heeft in de verstekprocedure gevorderd om tegen [opposante] een betalingsbevel uit te vaardigen, waarbij zij uitvoerbaar bij voorraad wordt bevolen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [geopposeerde] te betalen het bedrag van Afl. 722,25, vermeerderd met rente en kosten.

2.2

Daaraan heeft [geopposeerde] ten grondslag gelegd dat tussen partijen tot 1 oktober 2019 een overeenkomst heeft gegolden, op grond waarvan [geopposeerde] [opposante] les in de Nederlandse taal gaf voor een bedrag van Afl. 412,50 per maand.

2.3

Bij voormelde beschikking van 6 mei 2020 heeft het Gerecht [opposante] uitvoerbaar bij voorraad bevolen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [geopposeerde] het bedrag van Afl. 722,25 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2019 tot de dag der voldoening, alsmede tot betaling van het bedrag van Afl. 50,- wegens de tot vandaag gemaakte proceskosten.

2.4 [

Opposante] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de beschikking waarvan verzet vernietigd en – opnieuw rechtdoende – de oorspronkelijke vordering van [geopposeerde] afwijst, kosten rechtens.

2.5 [

Opposante] voert daartoe aan dat zij slechts één les gedurende de maanden augustus 2019 en september 2019 heeft gevolgd.

2.6 [

Geopposeerde] voert verweer en concludeert tot bevestiging van de beschikking waarvan verzet, kosten rechtens.

2.7

Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Uit de stukken blijkt dat de beschikking waarvan verzet niet eerder kenbaar was voor [opposante] dan op 12 mei 2020 en dat [opposante] haar verzetschrift op 26 mei 2020 heeft ingediend bij de griffie van dit Gerecht. Dat betekent dat [opposante] binnen de daartoe geldende wettelijke termijn van 14 dagen verzet heeft ingesteld, en daarom daarin ontvankelijk is.

3.2

Ter onderbouwing van zijn vordering heeft [geopposeerde] het volgende gesteld. Partijen hebben mondeling afgesproken dat [opposante] een cursus Nederlands voor het voorbereiden van het examen voor naturalisatie bij [geopposeerde] zou volgen, dat het cursusgeld Afl. 412,50 per maand bedraagt en dat het cursusgeld bij vooruitbetaling verschuldigd is. De overeenkomst tussen partijen is per 1 oktober 2019 opgezegd. [Opposante] is hem voor de maand augustus 2019 een bedrag van Afl. 309,75 verschuldigd en voor de maand september 2019 een bedrag van Afl. 412,50, aldus [geopposeerde].

3.3

Ter zitting heeft [geopposeerde] desgevraagd onweersproken te kennen gegeven dat hij de overeenkomst – om hem moverende redenen – eind augustus 2019 heeft opgezegd. Omdat volgens [geopposeerde] partijen een opzegtermijn van een maand zijn overeengekomen, brengt deze opzegging met zich dat [opposante] het lesgeld voor de maand september 2019 verschuldigd is. [Opposante] heeft gemotiveerd betwist dat partijen een opzegtermijn van een maand zijn overeengekomen, zodat deze stelling van [geopposeerde] niet vast is komen te staan. Gelet hierop, en nu [geopposeerde] zelf de overeenkomst eind augustus 2019 heeft opgezegd en nadien aan [opposante] geen lessen meer heeft gegeven, is er geen grond waarop [opposante] [geopposeerde] het cususgeld voor de maand september 2019 verschuldigd zou zijn.

3.4

Vast staat dat partijen zijn overeengekomen dat [opposante] het volledige maandelijkse lesgeld bij vooruitbetaling verschuldigd is. Verder staat vast dat [opposante] niet voor aanvang van de maand augustus 2019 aan [geopposeerde] te kennen heeft gegeven dat zij enige lessen zal missen. Gelet hierop is [opposante], hoewel zij wegens onverwacht verblijf in het buitenland vanaf de tweede week van augustus 2019 niet alle lessen heeft kunnen volgen, het lesgeld voor die maand aan [geopposeerde] verschuldigd, tot aan de datum van de opzegging van de overeenkomst door [geopposeerde].

3.5

De slotsom is daarom dat de door [geopposeerde] gevorderde som toewijsbaar is tot een bedrag van Afl. 309,75.

3.5

Gelet op het vorenoverwogene, zal de bij verstek gegeven beschikking worden vernietigd.

3.6

Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, ziet het Gerecht aanleiding de proceskosten te compenseren, zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4. DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

4.1

verklaart het verzet gegrond;

4.2

vernietigt het bij beschikking van het Gerecht van 6 mei 2020, in zaak BB no. AUA202000222 bij verstek uitgesproken betalingsbevel;

4.3

veroordeelt [opposante] tot betaling aan [geopposeerde] van een bedrag van Afl. 309,75, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2019 tot de dag der algehele voldoening;

4.4

compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;

4.5

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.6

wijst het meer of anders verzochte af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 11 november 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.