Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:464

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
11-11-2020
Datum publicatie
25-11-2020
Zaaknummer
AUA201902880
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Vordering in het incident tot vrijwaring afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 11 november 2020

Behorend bij A.R. no. AUA201902880

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de hoofdzaak van:

[EISERES],

wonende in Nederland, voor deze zaak gedomicilieerd in Aruba ten kantore van haar hierna genoemde in Aruba gevestigde advocaat,

eiseres,

hierna ook te noemen: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

de stichting

FUNDACION SERVICIO LABORATORIO MEDICO ARUBA (FSLMA),

gevestigd in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: FSLMA,

gemachtigden: de advocaten mrs. M.A. Kock en L.A.M. Leeuwe,

en in het vrijwaringsincident van:

de stichting

FUNDACION SERVICIO LABORATORIO MEDICO ARUBA (FSLMA),

gevestigd in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: FSLMA,

gemachtigden: de advocaten mrs. M.A. Kock en L.A.M. Leeuwe,

tegen:

[EISERES],

wonende in Aruba, voor deze zaak gedomicilieerd in Aruba ten kantore van haar hierna genoemde in Aruba gevestigde advocaat,

verweerster,

hierna ook te noemen: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock.

1 DE PROCEDURE

in de hoofdzaak en het vrijwaringsincident

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties,

-de incidentele conclusie van FSLMA van oproeping en - zo begrijpt het Gerecht - van eis in vrijwaring;

-de conclusie van antwoord in het incident.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

in de hoofdzaak

2.1 [

Eiseres] vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. FSLMA veroordeelt om aan [eiseres] te betalen € 105.000,--, te vermeerderen met 15% aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en met wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening, kosten rechtens.

2.2

FSLMA heeft nog niet geconcludeerd voor antwoord.

in het vrijwaringsincident

2.3

FSLMA vordert dat het Gerecht - zo het begrijpt - bij vonnis kosten rechtens:

-de oproeping in vrijwaring beveelt van (1) [naam 1], (2) [naam VBA] en (3) [naam 3], teneinde hen in de vrijwaringszaak bij vonnis te veroordelen tot betaling aan FSLMA van al hetgeen FSLMA krachtens het vonnis in de hoofdzaak betaald zal hebben aan [eiseres];

2.4 [

Eiseres] concludeert tot afwijzing van het door FSLMA verzochte, kosten rechtens.

3 DE BEOORDELING

in het vrijwaringsincident

3.1

FSLMA stelt dat als zij in de hoofdzaak wordt veroordeeld tot betaling van (een deel van) de door [eiseres] gevorderde hoofdsom, de hiervoor genoemde in vrijwaring op te roepen rechtssubjecten die voor FSLMA nadelige gevolgen moeten dragen op grond van jegens FSLMA gepleegde onrechtmatige daden en/of wanprestaties als gevolg waarvan FSLMA schade heeft geleden.

3.2

Daargelaten het antwoord op de vraag of die rechtssubjecten krachtens hun rechtsverhouding tot de FSLMA al dan niet verplicht zijn de nadelige gevolgen van een veroordeling van FSLMA in de hoofdzaak te dragen, dient het Gerecht bij bevestigende beantwoording van voormelde vraag de verdere vraag te beantwoorden of de oproeping tot vrijwaring in de omstandigheden van het geval mede gelet op de belangen van [eiseres] in de hoofdzaak doelmatig en/of op haar plaats is, meer in het bijzonder of daarvan wellicht onredelijke vertraging van het geding in de hoofdzaak te verwachten is. Naar het oordeel van het Gerecht doet die situatie zich voor. Uit de onderbouwing van de incidentele vordering van FSLMA volgt dat - anders dan in de hoofdzaak, waarin nakoming van een contractuele afspraak wordt gevorderd - sprake is van niet eenvoudige beweerdelijke kwesties met meerdere betrokkenen met ieder hun eigen rol, waardoor - wederom anders dan in de hoofdzaak - een langdurige vrijwaringsprocedure geenszins valt uit te sluiten met als gevolg onwenselijke/onredelijke vertragingen in de hoofdzaak. Dit klemt temeer omdat niet zelden op de rol uitstellen worden verzocht om te kunnen afwachten wat het verloop is van de hoofdzaak aan de hand waarvan in de vrijwaringszaak geconcludeerd wordt, en andersom geldt hetzelfde.

3.3

Vorenstaande leidt tot de slotsom dat de incidentele vordering van FSLMA zal worden afgewezen.

3.4

De beslissing ten aanzien van de incidentele proceskosten zal worden aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.

in de hoofdzaak

3.5

De hoofdzaak zal voor het nemen van conclusie van antwoord zijdens FSLMA worden verwezen naar de hieronder vermelde rolzitting.

3.6

Iedere (verdere) beslissing zal worden aangehouden.

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

in het vrijwaringsincident

-wijst de vordering van FSLMA af;

-houdt aan de beslissing ter zake van de incidentele proceskosten tot het eindvonnis in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak

-verwijst de hoofdzaak voor antwoord zijdens FSLMA naar de rolzitting van woensdag 9 december 2020;

-houdt aan iedere (verdere) beslissing.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 11 november 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.