Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:454

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
06-11-2020
Datum publicatie
24-11-2020
Zaaknummer
AUA201903728
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De aanslagtermijn is verlengd met de duur van het verleende uitstel voor indiening van de aangifte. De aanslag inkomstenbelasting is dan tijdig opgelegd. Belanghebbende is een lening aangegaan ter financiering van zijn woning. Belanghebbende betoogt dat hij nadien deze lening heeft geherfinancierd. Een herfinanciering staat niet in de weg aan het aanmerken van de later afgesloten lening als een eigenwoningschuld. Belanghebbende heeft echter niet bewezen dat in dit geval sprake is van een herfinanciering. Verder heeft de Inspecteur niet bewezen dat belanghebbende excessief heeft geleend bij zijn eigen vennootschap, zodat van een verkapte winstuitdeling geen sprake is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 6 november 2020

BBZ nr. AUA201903728

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[Belanghebbende], wonende te Aruba,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend te Aruba,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is op 27 april 2018 een aanslag in de inkomstenbelasting voor het jaar 2012 opgelegd naar een belastbaar inkomen van Afl. 1.359.297, resulterend in een verschuldigd bedrag van Afl. 739.954.

1.2

Belanghebbende heeft op 26 juni 2018 tegen de aanslag bezwaar gemaakt.

1.3

Belanghebbende heeft op 28 oktober 2019 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Hierbij is een bedrag aan griffierecht betaald van Afl. 25.

1.4

De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 oktober 2019 de aanslag gehandhaafd.

1.5

Belanghebbende heeft op 22 november 2019 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 28 oktober 2019.

1.6

De Inspecteur heeft op 15 mei 2020 een verweerschrift ingediend.

1.7

Belanghebbende heeft op 16 juni 2020 een nader stuk ingediend.

1.8

De Inspecteur heeft op 5 oktober 2020 een nader stuk ingediend.

1.9

Belanghebbende heeft op 12 oktober 2020 een pleitnotitie toegestuurd.

1.10

De zitting heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2020 te Oranjestad. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door [A] van [Q]. Namens de Inspecteur zijn verschenen [B] en [C]. De Inspecteur heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en ingebracht.

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende is enig aandeelhouder van de in Curaçao gevestigde vennootschap [AH] NV (hierna: [AH] NV).

2.2

Verder houdt belanghebbende middellijk alle aandelen in de in Aruba gevestigde vennootschap [PAC] NV (hierna: [PAC] NV).

2.3

Belanghebbende is voorts directeur-enig aandeelhouder van de in Aruba gevestigde pensioenvennootschap [ZB] NV.

2.4

In 2004 is belanghebbende ter financiering van zijn woning aan [adres] een lening aangegaan bij [AH] NV. Op 1 juli 2011 heeft belanghebbende de economische eigendom van de woning verkocht aan [PAC] NV voor Afl. 750.000. [PAC] NV is de koopsom aan belanghebbende schuldig gebleven.

2.5

Belanghebbende heeft in februari 2011 een woning gekocht aan de [adres 2] voor Afl. 1.305.000. De koopsom is volledig gefinancierd met een hypothecaire geldlening bij [bank] NV tegen een rente van 6% per jaar. Het recht van (eerste) hypotheek is verstrekt ten bedrage van Afl. 1.950.000. De schuld aan [bank] NV is in 2014 volledig afgelost.

2.6

Belanghebbende is voor de financiering van de renovatie van de woning aan de [adres 2] een lening in rekening-courant aangegaan bij [PAC] NV ten bedrage van maximaal Afl. 1.200.000. Deze leningsovereenkomst is op 14 oktober 2011 schriftelijk vastgelegd. Daarbij is geen looptijd of aflossingsschema afgesproken, is geen (hypothecaire) zekerheid gesteld en is een rente van 6,75% overeengekomen. Wel is overeengekomen dat belanghebbende op eerste verzoek van [PAC] NV zal meewerken aan het vestigen van een tweede hypotheekrecht op de woning. Bovendien is overeengekomen dat belanghebbende geen (tweede) hypotheek op de woning zal vestigen ten behoeve van een derde.

2.7

Eind 2012 bedraagt de schuld in rekening-courant aan [PAC] NV Afl. 1.022.125. Vanaf 2014 heeft deze schuld Afl. 1.848.772 bedragen. Op deze schuld is in 2018 een bedrag van Afl. 200.000 afgelost (zie 2.11) en is in 2020 het restant afgelost met de (vordering van de schuldig gebleven) dividenduitkering van Afl. 2.000.000 van [AH] (zie 2.12).

2.8

De waarde van de woning aan de [adres 2] is op 23 februari 2012 – de renovatie was nagenoeg afgerond – getaxeerd op Afl. 2.700.000.

2.9

In 2013 is de bij [ZB] NV opgebouwde pensioenaanspraak van belanghebbende ten bedrage van Afl. 4.279.069 deels afgekocht voor een bedrag van Afl. 2.350.000.

2.10

De waarde van de woning aan de [adres 2] is op 8 juni 2020 getaxeerd op USD 1.920.000 (Afl. 3.456.000).

2.11 [

AH] NV heeft op 21 december 2018 een dividend uitgekeerd aan belanghebbende van Afl. 200.000. Belanghebbende heeft dit bedrag aangewend om zijn rekening-courantschuld aan [PAC] NV (gedeeltelijk) terug te betalen (zie 2.7).

2.12 [

AH] NV heeft op 11 maart 2020 een dividend uitgekeerd aan belanghebbende van Afl. 2.000.000. Belanghebbende heeft dit bedrag deels aangewend om zijn rekening-courantschuld aan [PAC] NV terug te betalen (zie 2.7).

2.13

De echtgenote van belanghebbende is in het onderhavige jaar lid van de Staten van Aruba. Op grond van artikel 19 Landsverordening voorzieningen politieke ambtsdragers (LVPA) is op haar bezoldiging een bedrag ingehouden van in totaal Afl. 10.646.

3 GESCHIL

3.1

In geschil is of de Inspecteur het belastbaar inkomen tot het juiste bedrag heeft vastgesteld. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend.

3.2

De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat de rentebetaling aan [AH] NV van Afl. 10.117 niet als eigenwoningrente in aftrek kan komen. De Inspecteur heeft een aftrek van Afl. 5.000 toegestaan ter zake van consumptieve rente (artikel 16, lid 1, letter c LIB).

3.3

Verder stelt de Inspecteur zich – bij wijze van interne compensatie – op het standpunt dat de door [PAC] NV aan belanghebbende verstrekte lening in rekening-courant ten bedrag van Afl. 1.022.125 niet zal worden afgelost, en derhalve als een onttrekking moet worden aangemerkt die als (verkapte) winstuitdeling aan belanghebbende ten goede is gekomen. In dat geval kan ook de rentebetaling aan [PAC] NV van Afl. 67.546 niet in aftrek worden gebracht. Belanghebbende is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.

3.4

Tussen partijen is voor onderhavige procedure niet in geschil dat de inhouding (van 8%) bij belanghebbendes echtgenote (zie 2.13), tot een bedrag van Afl. 10.000 in aftrek komt als persoonlijke last. Verder is de correctie ter zake van de aan [Insurance] betaalde premie van Afl. 5.664, niet langer in geschil.

3.5

Belanghebbende concludeert tot vernietiging dan wel vermindering van de aanslag tot een belastbaar inkomen van Afl. 281.937. De Inspecteur concludeert tot vermindering van de aanslag tot een belastbaar inkomen van Afl. 1.378.121, waarvan een bedrag van Afl. 1.022.125 belast naar een tarief van 25%.

4 OVERWEGINGEN

Beroep niet-tijdig beslissen op bezwaar

4.1

Belanghebbende heeft op 28 oktober 2019 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op het bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2012. Hangende onderhavige beroepsprocedure heeft de Inspecteur op 28 oktober 2019 alsnog een (reële) uitspraak gedaan op het bezwaar. Belanghebbende heeft derhalve geen belang meer bij dit beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Dit beroep is mitsdien niet-ontvankelijk.

4.2

Het door belanghebbende ingestelde beroep van 28 oktober 2019 wordt ook geacht te zijn gericht tegen de (reële) uitspraak op bezwaar van 28 oktober 2019 (vgl. GEA Curaçao 11 september 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:238). Ook deze uitspraak is dus onderwerp van onderhavige procedure. Bovendien heeft belanghebbende op 22 november 2019 tijdig een beroepschrift ingediend tegen de (reële) uitspraak op bezwaar van 28 oktober 2019.

Aanslagtermijn

4.3

Artikel 10, lid 5, Algemene landsverordening belastingen (ALB) bepaalt dat, indien een aangifte is ingediend, de bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt na verloop van vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Ingevolge artikel 9, lid 2, ALB wordt deze aanslagtermijn verlengd met de duur waarvoor uitstel voor het indienen van de aangifte is verleend. Dit uitstel moet duidelijk kenbaar zijn verleend (vgl. HR 18 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2484; HR 29 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5295).

4.4

Vaststaat dat belanghebbendes naam is vermeld op een uitstellijst van 30 augustus 2012 die zijn gemachtigde bij de Inspecteur heeft ingediend, dat daarbij is verzocht uitstel te verlenen tot 2 januari 2013 voor het indienen van de aangiften inkomstenbelasting 2012, dat de Inspecteur door middel van vinkjes achter de namen – waaronder die van belanghebbende – heeft aangegeven welke belastingplichtigen in aanmerking komen voor uitstel en dat deze afgevinkte uitstellijst aan de gemachtigde is teruggestuurd. Daarmee is het voor belanghebbendes gemachtigde volstrekt duidelijk geweest dat voor het doen van aangifte inkomstenbelasting 2012 vier maanden uitstel is verleend, zodat ook de termijn waarbinnen de aanslag kan worden vastgesteld met vier maanden, dus tot 30 april 2018, is verlengd. De aanslag inkomstenbelasting 2012 is opgelegd op 27 april 2018. Deze aanslag is derhalve tijdig opgelegd.

Persoonlijke lasten: Renteaftrek eigen woning [AH] NV

4.5

Ingevolge artikel 16, lid 1, letter g, ten eerste, Landsverordening inkomstenbelasting (hierna: LIB), zijn als persoonlijke lasten aftrekbaar de rente van schulden en kosten van geldlening aangegaan ter verwerving, onderhoud of verbetering van de eigen woning die de belastingplichtige tot hoofdverblijf dient.

4.6

Belanghebbende is in 2004 een lening aangegaan bij [AH] NV. Deze lening heeft belanghebbende gebruikt ter financiering van zijn woning aan [adres]. Op 1 juli 2011 heeft belanghebbende de woning verkocht aan [PAC] NV.

4.7

Belanghebbende heeft voor het jaar 2012 een rentebetaling van Afl. 10.117 aan [AH] NV in aftrek gebracht. De Inspecteur heeft deze aftrek gecorrigeerd omdat de woning reeds medio 2011 is verkocht en mitsdien geen sprake kan zijn van rentekosten voor een geldlening ter zake van een eigen woning. De Inspecteur heeft een aftrek van Afl. 5.000 toegestaan ter zake van consumptieve rente (artikel 16, lid 1, letter c LIB).

4.8

Belanghebbende betoogt dat op 11 juli 2012 zijn eigenwoningschuld aan [bank] BV ter zake van zijn woning aan de [adres 2] voor een bedrag van Afl. 300.000 is afgelost door [AH] NV, waardoor laatstgenoemde vennootschap een vordering van Afl. 300.000 heeft verkregen op belanghebbende. Volgens belanghebbende dient deze bij [AH] NV afgesloten lening ter (gedeeltelijke) herfinanciering van de bestaande eigenwoninglening bij [bank] BV, zodat ook de rente ter zake van de schuld aan [AH] NV in aftrek komt als eigenwoningrente (vgl. HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1780).

4.9

De Inspecteur betwist dat sprake is van een herfinanciering van een eigenwoninglening. Hij wijst in dat verband op het bankafschrift waaruit blijkt dat niet [AH] NV maar belanghebbende zelf een bedrag van Afl. 300.000 heeft afgelost.

4.10

De herfinanciering van de eigenwoningschuld – dat wil zeggen: de verwerving, het onderhoud of de verbetering van de eigen woning is aanvankelijk voldaan uit een lening en deze wordt na verloop van tijd vervangen door of omgezet in een nieuwe lening – behoeft niet in de weg te staan aan het aanmerken van de later afgesloten lening als een eigenwoningschuld (vgl. HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1780).

4.11

De belastingplichtige heeft in de regel de bewijslast voor de feiten die tot een verlaging van de verschuldigde belasting leiden. Dit brengt mee dat belanghebbende

feiten aannemelijk dient te maken die meebrengen dat sprake is van een gedeeltelijke herfinanciering bij [AH] NV van de bestaande eigenwoninglening bij [bank] NV. Naar het oordeel van het Gerecht heeft belanghebbende op generlei wijze onderbouwd – bijvoorbeeld met een overeenkomst of een jaarrekening – dat sprake is van een herfinanciering, zodat belanghebbende niet is geslaagd in zijn bewijslast. De Inspecteur heeft daarom terecht de renteaftrek beperkt tot een bedrag van Afl. 5000 voor consumptieve rente.

Winstuitdeling [PAC] lening

4.12

Indien een vennootschap aan haar aandeelhouder een lening verstrekt waarvan aanstonds aannemelijk is dat deze niet kan of zal worden afgelost, moet deze lening worden aangemerkt als een onttrekking. Het bedrag van de lening heeft dan immers het vermogen van de vennootschap definitief verlaten (vgl. HR 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4761).

4.13

Voor het in aanmerking nemen van een onttrekking, zal de inspecteur feiten en omstandigheden aannemelijk moeten maken waaruit volgt dat deze lening niet kan of zal worden afgelost en de vennootschap en aandeelhouder zich daarvan bewust waren of hadden moeten zijn (vgl. HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:645). Deze bewijslastverdeling brengt mee dat indien er twijfel bestaat over het door de Inspecteur gestelde, dit ten nadele werkt van de Inspecteur.

4.14

Van de hiervoor genoemde situatie moet worden onderscheiden het geval waarin een vennootschap aan haar aandeelhouder een geldlening verstrekt (zonder dat op dat moment aannemelijk is dat de lening niet kan of zal worden afgelost) waarbij geen rente kan worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest eenzelfde lening te verstrekken aan de aandeelhouder, onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden. In een dergelijk geval moet worden verondersteld dat bij die leningverstrekking door de vennootschap een debiteurenrisico wordt gelopen dat deze derde niet zou hebben genomen (een zogeheten onzakelijke lening). Alsdan moet ervan worden uitgegaan dat de betrokken vennootschap dit risico heeft aanvaard met de bedoeling het belang van haar aandeelhouder te dienen. Dit brengt mee dat een eventueel verlies op de geldlening niet op de winst van de vennootschap in mindering kan worden gebracht (vgl. HR 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN3442; HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:645).

4.15

Belanghebbende is voor de financiering van de renovatie van de woning aan de [adres 2] een lening in rekening-courant aangegaan bij [PAC] NV ten bedrage van maximaal Afl. 1.200.000. Daarbij is geen looptijd of aflossingsschema afgesproken, is geen (hypothecaire) zekerheid gesteld en is een rente van 6,75% overeengekomen (zie 2.6). Eind 2012 bedroeg de schuld in rekening-courant Afl. 1.022.125.

4.16

De Inspecteur heeft het standpunt ingenomen dat belanghebbende van de geldlening een bedrag van Afl. 1.022.125 als winstuitdeling aan [PAC] NV heeft onttrokken. In dat verband heeft de Inspecteur aangevoerd dat bij het verstrekken van deze gelden aanstonds duidelijk was dat belanghebbende deze lening niet zal aflossen, zodat deze lening als onttrekking moet worden aangemerkt. De Inspecteur heeft desgevraagd verklaard dat belanghebbende gelet op zijn financiële situatie zeer wel in staat is de verstrekte lening af te lossen, maar dat hij dat evenwel niet zal doen.

4.17

Feiten en omstandigheden van latere jaren kunnen licht werpen op de vraag of in de betreffende jaren (2011 en 2012) aanstonds duidelijk was dat belanghebbende de verstrekte gelden niet zal terugbetalen. Reeds gelet op de omstandigheden dat belanghebbende in 2018 een bedrag van Afl. 200.000 heeft afgelost en in 2020 het restant van de schuld volledig heeft terugbetaald (zie 2.7), acht het Gerecht niet aannemelijk dat aanstonds duidelijk was dat belanghebbende de verstrekte gelden niet zou terugbetalen. De Inspecteur is daarom niet geslaagd in zijn bewijslast. De door de Inspecteur voorgestane correctie ter zake van de winstuitdeling van Afl. 1.022.125 dient derhalve te vervallen.

4.18

Gelet op het vorenstaande behoeft het betoog van belanghebbende dat interne compensatie in dit geval geen toepassing kan vinden door het onzorgvuldig handelen van de Inspecteur, geen behandeling.

4.19

Nu de geldlening van [PAC] NV niet als een onttrekking kan worden aangemerkt, betwist de Inspecteur niet langer dat belanghebbende de rentebetaling van Afl. 67.546 aan [PAC] NV in aftrek kan brengen.

Slotsom

4.20

Gelet op het vorenstaande dient de aanslag als volgt te worden verminderd:

Loon [PAC] NV

552.055

Verwervingskosten

-/- 1.500

Bijdrage pensioenfonds

-/- 100.000

450.555

Winstuitdeling [PAC]

0

Persoonlijke lasten:

- Rente eigen woning [bank]

-/- 67.047

- Rente [AH] NV

-/- 5.000

- Rente eigen woning [PAC] NV

-/- 67.546

- Rente credit card CMB

0

- Premie [Insurance]

0

- Verplichte bijdrage echtgenote

-/- 10.000

- Premie AOV/AWW echtgenote

-/- 2.602

- Premie AZV echtgenote

-/- 2.210

-/- 154.405

Buitengewone lasten

-/- 6.200

Kinderaftrek

-/- 1.500

Belastbaar inkomen

288.450

5 PROCESKOSTEN

5.1

Het Gerecht ziet geen aanleiding om de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten. Een medewerker van het eigen kantoor van belanghebbende heeft hem in deze procedure bijgestaan, zodat geen sprake is geweest van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (vgl. HR 13 september 2019, nr. 18/03131, ECLI:NL:HR:2019:1319; GEA Aruba 18 september 2019, ECLI:NL:OGEAA:2019:596).

5.2

Wel dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 4, Landsverordening beroep in belastingzaken, het betaalde griffierecht van Afl. 25 aan belanghebbende te vergoeden.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk,

- verklaart het beroep tegen de (reële) uitspraak op bezwaar gegrond,

- vernietigt de uitspraak op bezwaar,

- vermindert de aanslag tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van Afl. 288.450, en

- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van Afl. 25 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en is uitgesproken op 6 november 2020, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.C.M.J. Bucx.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffieAUA@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: Afl. 75

- personenvennootschappen en rechtspersonen: Afl. 300