Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:447

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-11-2020
Datum publicatie
17-11-2020
Zaaknummer
380 van 2020 en 444 van 2020 (gevoegde strafzaken)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal van een laptop uit een woning door middel van verbreking. Medeplegen van brandstichting op de openbare weg, waardoor gevaar is veroorzaakt voor de woningen alsmede de goederen in de naastgelegen woningen. Toegewezen schadevergoeding van Afl. 1.271,37 (laptop rekening houdend met afschrijving voor elektronica). Het meer gevorderde ontzegd. GS 12 maanden, met aftrek voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummers: P-2020/05525 en P-2020/07080

Zaaknummers: 380 van 2020 en 444 van 2020

Uitspraak: 4 november 2020 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de gevoegde strafzaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2020. De verdachte is verschenen, bijgestaan door haar raadsman, mr. A.S. Kock (in beide zaken met bovenvermelde parketnummers), advocaat in Aruba. De zaken onder bovenvermelde parketnummers zijn ter terechtzitting gevoegd.

De benadeelde partij [benadeelde partij], heeft zich, bij monde van haar gemachtigde [gemachtigde] (zijnde haar zoon), ter terechtzitting in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie, mr. W.E.M. van Erp, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het in de zaak met parketnummer [zaak A] (hierna: zaak A) en het primair in de zaak met parketnummer [zaak B] (hierna: zaak B) ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden, met aftrek van voorarrest.

Haar vordering behelst voorts de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij (rekening houdend met afschrijving van twee jaar) en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de hem tenlastegelegde feiten.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

Zaak A

dat hij op of omstreeks 8 maart 2020 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning of op een bij een woning behorend besloten erf, te weten [adres], terwijl verdachte opzettelijk en wederrechtelijk in die woning/op dat erf, in gebruik bij [benadeelde partij] en/of een ander, vertoefde, heeft weggenomen een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het/de weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel(s):

(artikel 2:290 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht)

Zaak B

Primair:

dat zij op of omstreeks 13 april 2020 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft/hebben gesticht, midden op straat in de Caya Sint Maarten ter hoogte van de woningen [adres] en [adres], door open vuur in aanraking te brengen met een stoel en/of sofa, een vuilnisbak, paletten en takken, althans brandbare stoffen, ten gevolge waarvan deze goederen, althans brandbare stoffen, geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de woning [adres] en de woning [adres] en de andere nabij gelegen woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

(artikel 2:98 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair:

dat zij op of omstreeks 13 april 2020 in Aruba, zonder vergunning van de Minister van Justitie en Publieke Werken of een door hem aangewezen ambtenaar, op of aan de openbare weg, de Caya Sint Maarten ter hoogte van de woningen [adres] en [adres], vuur heeft aangelegd en/of heeft gehad;

(artikel 14 van de Algemene politieverordening)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in zaak A en in zaak B primair is ten laste gelegd, met dien verstande:

Zaak A

dat hijzij op of omstreeks 8 maart 2020 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning of op een bij een woning behorend besloten erf, te weten [adres], terwijl verdachte opzettelijk en wederrechtelijk in die woning/op dat erf, in gebruik bij [benadeelde partij] en/of een ander, vertoefde, heeft weggenomen een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het/de weg te nemen goed(eren) onder zijnhaar bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel(s):.

Zaak B

Primair:

dat zij op of omstreeks 13 april 2020 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft/hebben gesticht, midden op straat in de Caya Sint Maarten ter hoogte van de woningen [adres] en [adres], door open vuur in aanraking te brengen met een stoel en/of sofa, een vuilnisbak, paletten en takken, althans met brandbare stoffen, ten gevolge waarvan brand is ontstaan en deze goederen, althans brandbare stoffen, geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de woning [adres] en, de woning [adres] en de zich andere nabij gelegen die woningen bevindende woningen en/of, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Zaak A

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Aruba.

* De eigen waarneming van de rechter ter terechtzitting van 14 oktober 2020, op grond van de zich in het dossier bevindende en ter terechtzitting getoonde beelden:

De rechter neemt het volgende waar.

Te zien zijn beelden waar een persoon het erf oploopt, de woning binnengaat, uit beeld blijft, dan weer tevoorschijn komt op het erf van de woning en bij het verlaten van de woning een witte tas in de handen heeft.

* Een proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij] d.d. 8 maart 2020 (bijlage 1), voor zover inhoudende, als verklaring van de aangeefster [benadeelde partij], -zakelijk weergegeven-:

Mijn zoon (het Gerecht begrijpt dat hiermee [gemachtigde] wordt bedoeld) is eigenaar van de woning van perceel [adres]. Mijn zoon woont niet in de woning, maar heeft zijn goederen in de woning. Heden 8 maart 2020 omstreeks 12:00 uur kwam ik bij de woning om het raam van de voordeur te maken (naar het Gerecht begrijpt: “dicht” te maken) zodat onbekenden niet in de woning konden komen. Alles was in orde. Ik ging weg en kwam om 15:00 uur terug en zag dat onbekenden de shutter van het raam van de voordeur hadden losgehaald. De onbekenden zijn in de woning gekomen. Ik controleerde de woning en zag dat alles overhoop lag en dat de laptop, die in de kast lag, door de onbekenden was weggenomen.

Onderzoek plaatsdelict:

Los halen van de shutter van het raam van de voordeur.

* Een proces-verbaal van bevinding van videobeelden d.d. 20 maart 2020 (bijlage 2 met bijlage), voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Feiten of omstandigheden

Op 8 maart 2020 omstreeks deed de vrouw genaamd [benadeelde partij] aangifte van diefstal door middel van braak gepleegd in haar woning gelegen te [adres]. Onbekenden verschaften zich de toegang tot de woning door een aantal glazen ‘shutters’ van de voordeur te verwijderen. Vanuit de woning werd een laptop weggenomen.

Verloop onderzoek

Bij een ingesteld onderzoek in de onmiddellijke nabijheid van bovenvermelde woning bleek, dat het gebouw van het bedrijf [bedrijf] gevestigd te [adres], voorzien is van beveiligingscamera’s.

Met een machtiging afgegeven door de officier van justitie mr. MOLLE werden de beelden van het bedrijf [bedrijf] gevorderd en gekregen.

Op 12 maart 2020 heb ik deze beelden bekeken. Linksboven in het midden van bedoelde videobeeld is het tijdstip en datum weergegeven. De tijdstip en datum zijn niet de werkelijke tijd en datum.

Bedoelde videobeelden zijn van beveiligingscamera’s van verschillende invalshoeken. Tijdens het bekijken van het videobeeld zag ik het volgende:

Record-0007-0D57-20000105140000-20005145239.avi

16:30

Een persoon van donker huidskleur loopt in zuidelijke richting gekleed in rood shirt, zwarte korte broek met in zijn rechter hand een fles, in zijn linker hand een fles en een witte plastic zak.

Op het moment dat bedoelde persoon dichter bij de beveiligingscamera aankomt lopen, herken ik bedoelde persoon als zijnde voor mij welbekende recidivist en drugsgebruiker genaamd:

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats], op [geboortedatum],

zonder beroep (werkloos) en zonder vaste woon en/of verblijfplaats.

18:05

[verdachte] loopt naar de erfopening van de woning alwaar er bedoelde inbraak is gepleegd. [verdachte] blijft hierna voor de erfopening rond te loeren.

23:37

[verdachte] loopt naar de woning/winkelpand naast de woning alwaar werd ingebroken en verder naar de voordeur hiervan. [verdachte] blijft even daar staan.

25:00

[verdachte] loopt het erf af en loopt vervolgens naar de woning alwaar werd ingebroken. Zij loopt naar het voorporch toe en gaat bij de voordeur staan waarvan de shutters werd verwijderd.

27:44

[verdachte] dringt bedoelde woning via de rechter voordeur binnen.

40:50

[verdachte] verlaat de woning via een opening van de voordeur en blijft even op de voorporch staan.

41:54

[verdachte] verlaat het erf van bedoelde woning met een grote witte plastic zak in haar hand.

43:01

[verdachte] loopt keert terug naar het erf en pakt een witte zak via de opening in de voordeur en verlaat weer het erf.

Record-0007-0D55-20000105140000-2000010514851.avi

49:20

Met de twee witte zakken in handen loopt [verdachte] in de zuidelijke richting over het Caya Dick Cooper.

* Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 14 mei 2020 (bijlage 7 met bijlage), voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte [verdachte], -zakelijk weergegeven-:

Alvorens het verhoor, werden de relevante videobeelden omtrent de inbraak in het perceel [adres], d.d. 8 maart 2020, opgenomen door de beveiligingscamera’s van het bedrijf [bedrijf], aan de verdachte [verdachte] getoond.

Ik herken mezelf in de videobeelden. Ik ben de persoon gekleed in het rode shirt met korte donkerkleurige broek. Ik was inderdaad bij de woning van de oude vrouw gegaan.

Zaak B

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.2

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijs-middelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Aruba.

* Een proces-verbaal van aangifte [aangever] d.d. 13 april 2020 (bijlage 1), voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [aangever], -zakelijk weergegeven-:

Ik ben werkzaam als bevelvoerder bij de brandweerpost te Sint Nicolaas en in die hoedanigheid ben ik bevoegd om aangifte te doen van alle ongeregeldheden die zich ten nadele van het dienst voordoen. Heden 13 april 2020 werden wij door de Centrale Meldkamer gedirigeerd naar het basketbalveld gelegen in de Village in verband met een brand. Wij zijn om 19:58 ter plaatse aangekomen. De brandweerwagen werd geparkeerd drie huizen voor het veld in de Caya Sint Maarten. Ik zag dat er paletten midden op de weg geplaatst waren en in brand waren gestoken.

* Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juli 2020 (bijlage 10 met bijlagen), voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisanten, -zakelijk weergegeven-:

Op 13 april 2020 omstreeks 19:45 uur vernam ik, [verbalisant], telefonisch van de centrale meldkamer van het Korps Politie Aruba, dat op de Caya Sint Maarten ter hoogte van de “Basketball Court” in de Village men midden op die weg een brand zou hebben aangestoken en dat dit gevaar zou kunnen opleveren voor de nabijgelegen woningen.

Onmiddellijk na deze melding begaven wij, verbalisant, ons naar genoemde plaats om een onderzoek in te stellen. Daar constateerden wij dat de brand al door het personeel van de brandweer geblust was.

De situatie zoals deze door ons, verbalisanten, ter plaatse werd aangetroffen, was als volgt:

De Caya Sint Maarten is een smalle eenrichtingsstraat van ongeveer 3.48 meter breed. Er zijn huizen opgetrokken aan beide kanten van deze weg. Aan de zuidzijde van de weg zijn de huizen op een afstand van ongeveer 3.90 meter van de berm opgetrokken terwijl aan de noordzijde van de weg huizen op een afstand van ongeveer 4.70 (naar het Gerecht begrijpt: 4.70 meter) zijn opgetrokken. De voordeur van bijna alle huizen op de Caya Sint Maarten grenzen aan het trottoir of worden aan de trottoirzijde open gemaakt. Deze huizen zijn dicht op elkaar gebouwd.

Midden op straat tussen de percelen Caya Sint Maarten [huisnummer] en [huisnummer] zagen wij smeulende brandresten. Bij onderzoek aan de brandresten bleek dat deze de resten waren van houten paletten, matrassen en andere brandbaar materiaal. Bleek dat men voornoemde voorwerpen midden op de weg had geplaatst en in brand gestoken. Aan het brandsporenbeeld zagen wij dat de brand hevig had gelaaid, waardoor gemeen -en levensgevaar viel te duchten voor de nabij zijnde woningen en de bewoners daarvan.

* Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 23 april 2020 (bijlage 7), voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige], -zakelijk weergegeven-:

Ik hoorde de vrouw genaamd [verdachte] zeggen dat zij de brand heeft gesticht. Het is ook te vermelden dat [verdachte] een brandwondje op haar nek heeft opgelopen.

* Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 29 mei 2020 (bijlage 9), voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige], -zakelijk weergegeven-:

Bij het basketbalveld gekomen zag ik dat men een grote drum dat men in het verleden als een soort vuilnisdrum (naar het Gerecht begrijpt: vuilnisbak) gebruikte naast het basketbalveld in brand had gestoken. Ik weet niet wie de drum daar in brand had gestoken. Er waren veel jongens aanwezig. Terwijl ik bezig was met het interview, zag ik dat verschillende jongens houten pallets op de openbare weg plaatsen en deze in brandstichten.

* Een proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] d.d. 22 april 2020 (bijlage 37), voor zover inhoudende, als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte], -zakelijk weergegeven-:

Ik moet aan u verklaren dat ik in mijn mobiele telefoon enkele video-opname heb van personen die voorwerpen in de brand hadden gegooid om het vuur te laten blijven branden. Ik kan mij nu herinneren dat [verdachte] een van hen was die een pallet in de brand had gegooid. Verder herinner ik mij nu dat de jongen genaamd “[bijnaam]”, wie ik in mijn eerder afgelegde verklaring had genoemd, ook samen met een andere jongen een pallet in de brand had gegooid.

* Een proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] d.d. 29 april 2020 (bijlage 50), voor zover inhoudende, als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte], -zakelijk weergegeven-:

De personen die ik herkende, die op dat moment in de buurt van de brand waren, zijn [omstander], [omstander], [omstander], [omstander], [omstander] en [voornaam verdachte] (het Gerecht begrijpt dat hiermee de verdachte [verdachte] wordt bedoeld). Ik zag verder dat [medeverdachte], [medeverdachte] en [verdachte] spullen in het vuur gooiden. Er waren ook andere jongens die spullen in het vuur gooiden.

* Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 12 mei 2020 (bijlage 76), voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte [verdachte], -zakelijk weergegeven-:

Jullie stellen mij op de hoogte, dat ik verdacht wordt van brandstichting gepleegd op 13 april in de omgeving van het basketbalveld in de Village te Sint Nicolaas.

Over dit incident heb ik het volgende te verklaren.

Op die bewuste dag liep ik na 19:00 uur in de omgeving van het basketbalveld gelegen in de Village. Tevens zag ik dat een groep jongens die in de Village wonen, een kleine houten sofa in brand trachtten te steken. De sofa was midden op de weg geplaatst naast het basketbalveld. Naast de sofa lagen er ook paletten en vuilnisbakken. Het lukte de jongens de sofa niet in brand te steken. Ik liep naar de sofa toe en trachtte de sofa met mijn aansteker in brand te steken.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Zaak A

Diefstal in een woning, door iemand die artikel 2:65 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba heeft overtreden, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking,

strafbaar gesteld bij artikel 2:290 juncto artikel 2:289, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Zaak B

Primair: Medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is,

strafbaar gesteld bij artikel 2:98, aanhef en onder a, juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straffen wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een laptop uit een woning door middel van verbreking. Dergelijke feiten veroorzaken niet alleen materiële en financiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat vreemden in hun woning zijn geweest en hun persoonlijke bezittingen hebben doorzocht.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan medeplegen van brandstichting op de openbare weg, waardoor gevaar is veroorzaakt voor de woningen alsmede de goederen in de naastgelegen woningen. Het gevaarzettende karakter van het handelen van de verdachte en haar medeverdachten is groot geweest nu de plaats delict (in casu Caya Sint Maarten) een smalle eenrichtingsstraat is waarbij de huizen dicht op elkaar zijn gebouwd. Vuur is onvoorspelbaar en kan zich zeer snel verspreiden indien het niet tijdig wordt geblust. Het is een geluk dat de brand wel tijdig is ontdekt.

Het Gerecht acht de door de verdachte gepleegde feiten ernstig.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

De verdachte is, zo blijkt uit haar uittreksel uit het justitieel documentatieregister, eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke vermogensdelicten. Bovendien liep de verdachte ten tijde van het plegen van de onderhavig feiten in een tweetal proeftijden3. Dat heeft de verdachte er niet van weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Schadevergoeding

Zaak A

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft, bij monde van haar gemachtigde [gemachtigde] (zijnde haar zoon), een vordering tot schadevergoeding ingediend tegen de verdachte. Deze bedraagt Afl. 2.780,-. Bestaande uit Afl. 2.724,- aan materiële schade en Afl. 56,- voor verlet -en reiskostenvergoeding.

De raadsman heeft betoogd dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, dient te worden afgewezen.

Gelet op de door de benadeelde partij overgelegde factuur van 14 augustus 2017 is de nieuwwaarde van de laptop van de laptop Afl. 2.118,95. Op het moment dat de laptop gestolen werd, was deze twee (2) jaar oud. Uitgaande van de gebruikelijke afschrijving voor elektronica van 20% per jaar bedraagt de waarde van de laptop ten tijde van het strafbare feit Afl. 2.118,95 – Afl. 847,584, hetgeen neerkomt op een bedrag van Afl. 1.271,37.

De hoogte van de schade is, gelet op de overgelegde factuur en een afschrijving in aanmerking nemende, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van Afl. 1.271,37. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba aan de verdachte op te leggen.

Het meer gevorderde dient de benadeelde partij als onvoldoende onderbouwd te worden ontzegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62 en 1:78 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A ten laste gelegde feit alsmede het primair in zaak B ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis (in zaak A) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij] in zaak A geleden schade toe tot een bedrag van Afl. 1.271,37 (zegge: duizendtwee-honderdeenenzeventig gulden en zevenendertig cent), en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Afl. 1.271,37 (zegge: duizendtweehonderdeenenzeventig gulden en zevenendertig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door vijfentwintig (25) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan een benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan een benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Soffers, bijgestaan door mw. M.E. Kelly, (zittingsgriffier), en op 4 november 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba (Woning Inbraken Team) d.d. 17 juni 2020, geregistreerd onder proces-verbaalnummer [procesverbaalnummer] en de onderzoeksnaam “[onderzoeksnaam]”.

2 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba (Divisie Algemene Recherche) d.d. 10 juli 2020, geregistreerd onder proces-verbaalnummer [procesverbaalnummer].

3 Vonnis met parketnummer [parketnummer A], vonnis met parketnummer [parketnummer B] alsmede de verlenging van de proeftijd van het voorwaardelijk opgelegd bij dat gewezen vonnis.

4 ((20% x 2)/100%) x Afl. 2.118,95