Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:406

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
21-10-2020
Zaaknummer
AUA202001560
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Ontruiming. Erfrecht. Uiterste wil erflater. Avondklok.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF Actueel 2020/345
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 9 september 2020

Behorend bij K.G. nr. AUA202001560

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

Eiseres,

wonende in Aruba,

hierna ook te noemen: eiseres,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

tegen:

Gedaagde,

wonende in Aruba,

hierna ook te noemen: gedaagde,

gemachtigden: de advocaten mrs. G. de Hoogd en J.F.M. Zara.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 1 juli 2020;

- de brief met producties van eiseres, ingediend op 13 augustus 2020;

- de brief met producties van gedaagde, ingediend op 13 augustus 2020;

- de pleitaantekeningen van partijen;

- de behandeling ter zitting op 14 augustus 2020, waarbij partijen in persoon en bijgestaan door hun gemachtigden zijn verschenen.

1.2

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [

naam erflater] (hierna: erflater) is op 9 maart 2020 overleden. Op het moment van zijn overlijden was hij eigenaar van het perceel met de daarop bevindende woning gelegen te [adres] (hierna: de woning).

2.2

Op het moment van zijn overlijden had erflater een affectieve relatie met gedaagde en woonde hij met haar samen in de woning.

2.3

Eiseres is een nichtje van erflater.

2.4

Erflater en gedaagde hebben op 24 mei 2018 een samenlevingsovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst staat, voor zover van belang:

(…) De comparanten verklaarden: dat tussen hen sedert zestien mei tweeduizend zestien (16-05-2016) een affectieve relatie bestaat (…).

2.5

In het testament van 22 augustus 2019 van erflater, opgesteld door de notaris H.M. Rodriguez-Taekema, is bepaald dat erflater eiseres als enige erfgename aanwijst.

2.6

Bij brief van 20 maart 2020 heeft eiseres gedaagde gesommeerd om uiterlijk op 1 april 2020 de woning te ontruimen.

2.7

Bij brief van 27 maart 2020 bericht gedaagde aan eiseres dat zij bereid is vrijwillig de woning te ontruimen, maar dat zij gelet op de samenlevingsovereenkomst met erflater en op grond van de redelijkheid en billijkheid een periode van zes maanden nodig heeft om de woning te ontruimen.

2.8

Bij brief van 13 mei 2020 bericht eiseres aan gedaagde dat zij bereid is gedaagde tot 1 juni 2020 de tijd te geven om de woning te ontruimen en stelt eiseres gedaagde aansprakelijk voor alle utiliteitskosten zolang zij in de woning verblijft.

2.9

De verklaring van erfrecht van 28 mei 2020, afgegeven door de notaris H.M. Rodriguez-Taekema, bevestigt hetgeen in zijn testament van 22 augustus 2019 staat.

2.10

In de verklaring van de getuige [naam getuige], welke door notaris mr. M.J.C. Tromp op 11 juni 2020 is gelegaliseerd, staat, voor zover van belang (hierna: de verklaring van [naam getuige]:

Ami [naam getuige] (…) den mi funsion di enfermero na e Hospital Dr. Horacio E. Oduber. E dia 6 di maart di anja 2020, aproximadamente na 9or di mainta [naam erflater], a pidimi pa scribí un carta pe, pa e duna su partner pa asina e partner por regla un asunto pe. Den e carta e meneer a pedimi pa escribe lo siguiente: Esnan conserni, ami [naam erflater], pa motive di malesa no por hasi sierto cos, mita duna mi pareja senjora [gedaagde] tur autorisashon pa asina regla asunto di cas I auto… Mi no ker pa mi famia intermedia den mi asuntonan, pa esey mi kier laga e cas I auto pa mi pareja… mi a usa e enfermero [naam getuige] pa como testigo…saludos cordia… **Firma**

Un biaha mas ami [naam getuige]. Ta laga den constancia cu e [naam erflater], a usami como intermediario pa e redacta e carta aki espresando su mes su ultimo fe publico cu pa motivo di malesa e no por regla asuntonan legal pa lo cual mi ta declara cu esaki ta e verdad I ami ta keda como testigo (…).

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiseres vordert dat het gerecht, bij vonnis in kort geding en uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde veroordeelt om onmiddellijk dan wel binnen twee weken na datum van dit vonnis de woning te ontruimen, op straffe van een dwangsom en gedaagde veroordeelt om alle utiliteitsrekeningen ten name van erflater te betalen over de periode dat gedaagde woonachtig is in de woning en ter zekerheid daarvan een bedrag van Afl. 2.000,- betaalt aan eiseres, met veroordeling van gedaagde tot betaling van de proceskosten.

3.2

Eiseres grondt de vordering erop dat gedaagde zonder recht of titel gebruik maakt van de woning.

3.3

Gedaagde voert verweer en verzoekt het gerecht - uitvoerbaar bij voorraad - eiseres niet ontvankelijk te verklaren althans de vordering af te wijzen, met veroordeling van eiseres tot betaling van de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Naar het oordeel van het gerecht heeft eiseres voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een belang heeft bij haar vordering en dat dat belang ook spoedeisend is. Zij heeft gesteld dat zij de woning voor dringend eigen gebruik nodig heeft. Daartoe heeft zij, onweersproken, gesteld dat zij thans in een trailerwoning van familieleden woont en dat deze niet geschikt is voor de ziekte (ziekte van Still) waar zij aan lijdt. Verder heeft zij daartoe aangevoerd dat zij ook haar dochter in de woning kan opvangen. De dochter van eiseres heeft thans geen baan, woont bij haar schoonouders in een stressvolle situatie en ook de gezondheid van de dochter lijdt eronder, aldus eiseres. Volgens eiseres kan zij haar dochter niet opvangen in de trailerwoning waar zij thans woont. Ook deze stellingen van eiseres heeft gedaagde niet betwist. Dat erflater hypothetisch gezien langer had kunnen leven waardoor eiseres in voornoemde trailerwoning had moeten blijven wonen en haar dochter niet zou kunnen opvangen, brengt niet mee dat eiseres geen spoedeisend belang heeft om de woning voor dringend eigen gebruik over te nemen die na een woningaanpassing beter geschikt is voor haar ziekte.

4.2

De vraag die voorligt is of vooruitlopend op het oordeel van de bodemrechter voldoende aannemelijk is dat gedaagde de woning dient te ontruimen.

4.3

Gedaagde heeft als verweer aangevoerd dat hetgeen in het testament van erflater is vastgelegd niet zijn uiterste wil is. Dit verweer wordt verworpen. Met eiseres is het gerecht voorshands van oordeel dat de verklaring van [naam getuige] niet aangemerkt kan worden als een herroeping van de uiterste wil van erflater. Ingevolge artikel 4:1018 BW kan een uiterste wil immers alleen worden herroepen bij een latere uiterste wilsbeschikking of bij een bijzondere notariële akte waarbij de erflater de gehele of gedeeltelijke intrekking van zijn vroegere uiterste wil te kennen geeft. De door de notaris gelegaliseerde verklaring van [naam getuige] voldoet daaraan niet, mede gezien het bepaalde in artikel 4:957 BW. Dit heeft tot gevolg dat de verklaring van [naam getuige] geen erfrechtelijke betekenis heeft. Ook de overige door gedaagde in het geding gebrachte verklaringen kunnen geen inbreuk maken op de uiterste wil zoals die door erflater in zijn testament tot uitdrukking is gebracht. Voorshands moet er daarom van worden uitgegaan dat erflater met het testament rechtsgeldig over zijn nalatenschap heeft beschikt.

4.4

Verder heeft gedaagde als verweer aangevoerd dat zij recht heeft om de woning te blijven gebruiken op grond van het bestaan van een natuurlijke verbintenis tussen erflater en gedaagde, waardoor na het overlijden van erflater, deze is omgezet in een rechtens afdwingbare verbintenis jegens eiseres als enige erfgename. Ook dit verweer wordt verworpen. De “liefdesnest-jurisprudentie”, waar dit verweer uit voortvloeit en waar gedaagde naar verwijst, is - wat daar ook van zij - in het onderhavige geval niet van toepassing. De affectieve relatie van erflater met gedaagde was voor erflater niet een buitenechtelijke relatie, zoals wel het geval was in de rechtspraak waarnaar gedaagde verwijst.

4.5

Gelet op het bovenstaande zal het gerecht uitgaan van de uiterste wil van erflater zoals opgenomen in het testament waarbij hij eiseres als enige erflater heeft aangewezen. Eiseres is om die reden de enige rechthebbende op de woning. De conclusie luidt voorshands dat gedaagde thans zonder recht of titel in de woning verblijft. Dit betekent dat de vordering tot ontruiming voor toewijzing gereed ligt. Ook de overige door gedaagde aangehaalde uitspraken leiden niet tot een ander oordeel.

4.6

Bij het vaststellen van een termijn voor de ontruiming moet wel in acht worden genomen, zoals van de zijde van gedaagde terecht is betoogd, dat gedaagde op grond van een affectieve relatie met erflater de afgelopen jaren in de woning heeft gewoond en dat zij na het overlijden van de erflater een redelijke termijn moet krijgen om een andere woning te vinden. Nu (i) erflater is overleden op 9 maart 2020 en gedaagde kort na dat moment ermee bekend is geworden dat zij de woning zal moeten verlaten, nu zij (ii) niet heeft betwist dat zij onderdak kan krijgen bij familie en nu (iii) eiseres voldoende spoedeisend belang heeft om de woning te kunnen betrekken, zal het gerecht de ontruimingstermijn bepalen op acht weken na betekening van dit vonnis. De titel tot ontruiming van het gehuurde mag niet ten uitvoer worden gelegd, gedurende een periode dat er van overheidswege in het kader van de volksgezondheid noodvrijheidsbeperkende maatregelen gelden in de zin van ‘shelter in place’ en/of een avondklok (‘toque de keda’). Het Gerecht zal aldus bepalen. De omstandigheid dat de hiervoor bedoelde maatregelen (die aan ontruiming in de weg staan) gelden, brengt op zichzelf niet mee dat de door het gerecht gestelde termijn van ontruiming niet doorloopt.

4.7

Eiseres vordert verder nog betaling van gedaagde van alle utiliteitskosten ten name van erflater voor de periode dat gedaagde woonachtig is in de woning en ter zekerheid daarvan een bedrag van Afl. 2.000,- betaalt aan eiseres. Gedaagde heeft hiertegen ter zitting aangevoerd dat zij alle uitliteitskosten van de woning heeft betaald. Eiseres heeft hierop aangegeven dat zij enkel een factuur van erfpacht van erflater heeft ontvangen. Nu niet gebleken is dat gedaagde de utiliteitskosten onbetaald heeft gelaten en er geen risico dreigt dat gedaagde deze ook niet zal voldoen gedurende de periode dat zij nog in de woning verblijft, is deze vordering niet voldoende aannemelijk geworden. Dit deel van de vordering zal derhalve worden afgewezen.

4.8

Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, zal het gerecht de proceskosten compenseren in dier voege dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

5 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- veroordeelt gedaagde om binnen vier weken na betekening van deze uitspraak de woning te [adres] te verlaten en te ontruimen met medeneming van alle aan haar toebehorende goederen;

- bepaalt dat voormelde ontruimingstitel niet ten uitvoer mag worden gelegd en niet door gedaagde nageleefd hoeft te worden indien en voor zover er in Aruba van overheidswege in het kader van de volksgezondheid noodvrijheidsbeperkende maatregelen gelden in de zin van ‘shelter in place’ en/of een avondklok (‘toque de keda’);

- compenseert de kosten van de procedure in dier voege dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 september 2020 in aanwezigheid van de griffier.