Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:356

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
20-08-2020
Datum publicatie
24-09-2020
Zaaknummer
AUA202001709
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Het Gerecht acht het voldoende aannemelijk dat gedaagde in strijd handelt met zijn toezegging die hij heeft gedaan ter zitting van 27 december 2017 waarop de kortgedingrechter de daarop betrekking hebbende vordering van eiseres tot betaling van de woonlasten toen wegens het ontbreken van belang heeft afgewezen. De bewering van gedaagde dat hij thans minder geld verdient, geeft hem naar het oordeel van het Gerecht geen recht om zonder wijzigingsprocedure zich niet aan zijn toezegging te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 20 augustus 2020

Behorend bij AUA202001709 KG

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[Eiseres],

te Aruba,

EISERES, hierna ook te noemen: [eiseres],

gemachtigde: mr. D.L. Emerencia,

tegen:

[Gedaagde],

te Aruba,

GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. D.M. Canwood.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 20 juli 2020;

- de mail van 20 juli 2020 inhoudende een akte van eiswijziging zijdens [eiseres];

- de mail van 5 augustus 2020 met producties zijdens [eiseres];

- de producties zijdens [gedaagde], ingediend op 5 augustus 2020;

- de additionele producties zijdens [gedaagde], ingediend op 6 januari 2020;

- de pleitaantekeningen van partijen;

- de mondelinge behandeling op 6 augustus 2020.

1.2

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Partijen hebben 18 jaar een affectieve relatie gehad. Partijen hebben een minderjarig kind.

2.2

Eiseres en de minderjarige wonen in de woning van gedaagde te [adres] (hierna te noemen: de woning).

2.2

Bij vonnis van dit Gerecht van 10 januari 2018 (AUA201703396) heeft dit Gerecht onder meer overwogen dat vaststaat dat gedaagde de woonlasten van de woning van eiseres en de aflossingen op haar auto voldeed en zou blijven voldoen. De vorderingen die op vergoeding van deze kosten betrekking hadden, zijn om die reden in het vonnis afgewezen.

2.3

Geen van beide partijen zijn in hoger beroep gegaan tegen voornoemd vonnis.

2.4

Gedaagde heeft de elektra en het watergeld niet meer betaald.

2.5

Op 16 juli 2020 heeft ELMAR de elektra van de woning afgesloten.

2.6

Op 20 juli 2020 heeft WEB de wateraansluiting van de woning afgesloten.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiseres vordert -na eiswijziging- bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

a. a) gedaagde te bevelen binnen 4 uur na het hier te wijzen vonnis de elektriciteit en de watervoorziening van het adres [adres] weer aan te doen sluiten en aangesloten te houden, onder verbeurte van een dwangsom van Afl. 500,- per dag of dagdeel dat gedaagde nalaat aan dit vonnis te voldoen;

b) te bepalen dat gedaagde, conform zijn toezegging aan dit Gerecht, vastgelegd in het vonnis van 10 januari 2018, de vaste woonlasten (elektra, water, gas, internet, septic) van de woning gelegen te [adres] tijdig zal voldoen en blijven voldoen in ieder geval tot in de tussen partijen lopende bodemprocedure eventueel anders zal worden bepaald;

c) elk andere door het Gerecht in goede justitie te vermenen beslissing;

d) gedaagde te veroordelen in de proceskosten.

3.2

Eiseres legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. Gedaagde heeft tijdens de behandeling van de zaak AUA201703396 toegezegd dat hij de vaste woonlasten zal blijven voldoen. Gedaagde dient die toezegging na te komen. Door dit niet te doen verwijt eiseres gedaagde dat hij wanprestatie pleegt dan wel jegens haar onrechtmatig handelt.

3.3

Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3.4

Het Gerecht zal hierna, waar nodig, nader op de standpunten van partijen ingaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

De spoedeisendheid van de gevraagde voorziening volgt uit de aard van de vordering.

4.2

In deze procedure moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten, zonder nader onderzoek, worden beoordeeld of de vordering in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat vooruitlopend daarop toewijzing van de gevraagde voorziening gerechtvaardigd is.

4.3

Tussen partijen staat voorshands vast dat gedaagde voor de rechter in de zaak met nummer AUA201703396 heeft toegezegd dat hij de vaste woonlasten van eiseres zal blijven voldoen. Gedaagde heeft niet betwist dat hij de elektriciteitsrekening en het watergeld van de woning niet meer heeft betaald, waardoor ELMAR de elektriciteit en WEB de wateraansluiting heeft afgesloten.

4.4

Gelet op het voorgaande acht het Gerecht voldoende aannemelijk dat gedaagde in strijd handelt met zijn toezegging die hij heeft gedaan ter zitting van 27 december 2017 waarop de kortgedingrechter de daarop betrekking hebbende vordering van eiseres tot betaling van de woonlasten toen wegens het ontbreken van belang heeft afgewezen. De bewering van gedaagde dat hij thans minder geld verdient, geeft hem naar het oordeel van het Gerecht geen recht om zonder wijzigingsprocedure zich niet aan zijn toezegging te houden. Daarom zullen de vorderingen worden toegewezen als nagemeld.

4.5

De gevorderde termijn 4 vier uur na betekenis van dit vonnis binnen welke gedaagde ervoor moet zorgen dat ELMAR en WEB tot heraansluiting overgaan is erg kort en zal daarom worden bepaald op twee dagen na de betekening van dit vonnis.

4.6

Nu er niet zonder meer van kan worden uitgegaan dat gedaagde zich aan het bevel tot het weer doen sluiten van de elektriciteitsvoorziening en wateraansluiting zal houden, wordt de gevorderde dwangsom toegewezen.

4.7

Gelet op de aard van de procedure en de relatie tussen partijen, ziet het Gerecht aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

beveelt gedaagde om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de elektriciteit en de watervoorziening van het adres [adres] weer aan te doen sluiten en aangesloten te houden, op straffe van een dwangsom van Afl. 500,- voor elke dag of deel daarvan dat gedaagde hieraan niet voldoet, zulks met een maximum van Afl. 10.000,-;

bepaalt gedaagde, conform zijn toezegging vastgelegd in het vonnis van 10 januari 2018, de vaste woonlasten (elektra, water, gas, internet, septic) van de woning gelegen te Montane 28 I tijdig te voldoen en te blijven voldoen tot in de tussen partijen lopende bodemprocedure anders zal worden beslist;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Keltjens, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag, 20 augustus 2020 in aanwezigheid van de griffier.