Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:274

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
26-06-2020
Datum publicatie
10-07-2020
Zaaknummer
451 van 2020
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkrachting, ontucht met iemand die in staat van bewusteloosheid verkeert, ontucht met zijn minderjarig kind en kinderporno

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2019/05613

Zaaknummer: 451 van 2020

Uitspraak: 26 juni 2020 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in Aruba, thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 juni 2020. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.F.K.J. Lejuez advocaat in Aruba.

De gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft namens haar ter terechtzitting een vordering tot schadevergoeding ingediend.

De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien (10) jaren, met aftrek van voorarrest.

Haar vordering behelst voorts de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen mobiele telefoon.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 30 mei 2019 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, [slachtoffer 1] door geweld of een of meer andere feitelijkheden of en/of bedreiging met geweld of een of meer feitelijkheden heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, immers

- heeft hij (onverhoeds) de slaapkamer betreden waarin die [slachtoffer 1] geslachtsgemeenschap had met zijn mededader en/of zijn zoon;

- heeft hij (vervolgens) (onverhoeds) aan een of meer tenen van die gelikt;

- heeft hij (vervolgens) (onverhoeds) naakt (wederom) die slaapkamer betreden;

- heeft hij (vervolgens) zijn mond tegen de mond van die [slachtoffer 1] gedrukt en/of haar op het bed geduwd;

- heeft hij (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij sinds zij vijftien jaar oud was van haar hield;

- heeft hij (vervolgens) voormelde [slachtoffer 1] boos en/of intimiderend aangekeken toen zij hem aangaf dat zij niet wilde;

- is zijn mededader en/of zijn zoon (vervolgens) dichtbij die [slachtoffer 1] gaan staan en heeft hij haar boos en/of intimiderend aangekeken;

- heeft zijn mededader en/of zijn zoon (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat zijn stiefvader al in het verleden aanwezig was terwijl zijn vader en hij vleselijk gemeenschap met een andere vrouw hielden en/of heeft hij haar woorden van gelijke aard en/of strekking toegevoegd;

- heeft hij (vervolgens) in het bijzijn van die [slachtoffer 1] aan zijn mededader en/of zijn zoon gevraagd of hij een condoom had;

- heeft hij (vervolgens) die [slachtoffer 1] boos en/of intimiderend aangekeken;

- heeft hij (vervolgens) in het bijzijn van die [slachtoffer 1] aan zijn mededader en/of zoon gevraagd of hij vleselijke gemeenschap met die [slachtoffer 1] kon hebben;

- heeft zijn mededader en/of zijn zoon (vervolgens) daarop geantwoord "doe maar" en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;

- heeft hij (vervolgens) die [slachtoffer 1] een of meermalen op/in/aan haar hals, borst, tepels en/of lichaam gezoend, gezogen en/of gelikt;

- heeft hij (vervolgens) die [slachtoffer 1] op een boze en/of intimiderende wijze verzocht en/of opgedragen om op het bed te gaan liggen;

- heeft hij (vervolgens) een of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en/of gestoken;

- is hij (vervolgens) op die [slachtoffer 1] gaan liggen;

- heeft hij (vervolgens) een of meermalen zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en/of gestoken;

- heeft zijn mededader en/of zijn zoon (vervolgens) de hand van die [slachtoffer 1] genomen en deze op zijn geslachtsdeel gelegd;

en heeft/hebben hij en/of zijn mededader en/of zijn zoon (aldus) een zodanig (be)dreigende situatie doen ontstaan en/of in het leven geroepen dat die [slachtoffer 1] zich niet, althans onvoldoende aan voormelde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken;

[Sr art. 2:197]

2.

hij in of omstreeks de maand februari 2019 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met [slachtoffer 2] van wie hij en/of zijn mededader wisten dat zij in staat van bewusteloosheid en/of verminderd bewustzijn verkeerde dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen en/of kenbaar te maken en/of daartegen weerstand te bieden,

een of meer handelingen heeft gepleegd die (mede) bestonden uit het binnendringen van haar lichaam, namelijk het steken en/of brengen en/of houden van zijn en/of hun penis in de vagina van die [slachtoffer 2];

[Sr art. 2:198]

3.

hij op 11 november 2018 te Aruba ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, namelijk [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum]), door zijn penis in de mond van die [slachtoffer 3] te brengen en/of te houden;

[Sr art. 2:208]

4.

hij op een of meer momenten in of omstreeks de periode van 1 oktober 2018 tot en met 30 november 2018 te Aruba (telkens) een of meer afbeeldingen van een seksuele gedraging en/of van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, (schijnbaar) was betrokken,

heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad, welke seksuele gedraging en/of seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het geheel en/of gedeeltelijk naakt laten poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (namelijk zijn minderjarige dochter [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum]), waarbij nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of de billen van deze persoon in beeld worden gebracht (foto's van 16 oktober 2018 te 10:26 PM, 10:10 PM, 10:11 PM en/of 10:12 PM en/of van 11 november 2018 te 7:02 PM);

en/of

het steken, brengen en/of houden van een penis in de mond van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (namelijk zijn minderjarige dochter [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum]).

[Sr art. 2:196 jo 2:210]

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op of omstreeks 30 mei 2019 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, [slachtoffer 1]door geweld of een of meer andere feitelijkheden of en/of bedreiging met geweld of een of meer feitelijkheden heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, immers

- heeft hij (onverhoeds) de slaapkamer betreden waarin die [slachtoffer 1] geslachtsgemeenschap had met zijn mededader en/of zijn zoon;

- heeft hij (vervolgens) (onverhoeds) aan een of meer de tenen van die [slachtoffer 1] gelikt;

- heeft hij (vervolgens) (onverhoeds) naakt (wederom) die slaapkamer betreden;

- heeft hij (vervolgens) zijn mond tegen de mond van die [slachtoffer 1] gedrukt en/of haar op het bed geduwd;

- heeft hij (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij sinds zij vijftien jaar oud was van haar hield;

- heeft hij (vervolgens) voormelde [slachtoffer 1] boos en/of intimiderend aangekeken toen zij hem aangaf dat zij niet wilde;

- is zijn mededader en/of zijn zoon (vervolgens) dichtbij die [slachtoffer 1] gaan staan en heeft hij haar boos en/of intimiderend aangekeken;

- heeft zijn mededader en/of zijn zoon (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat zijn stiefvader al in het verleden aanwezig was terwijl zijn vader en hij vleselijk gemeenschap met een andere vrouw hielden en/of heeft hij haar woorden van gelijke aard en/of strekking toegevoegd;

- heeft hij (vervolgens) in het bijzijn van die [slachtoffer 1] aan zijn mededader en/of zijn zoon gevraagd of hij een condoom had;

- heeft hij (vervolgens) die [slachtoffer 1] boos en/of intimiderend aangekeken;

- heeft hij (vervolgens) in het bijzijn van die [slachtoffer 1] aan zijn mededader en/of zoon gevraagd of hij vleselijke gemeenschap met die [slachtoffer 1] kon hebben;

- heeft zijn mededader en/of zijn zoon (vervolgens) daarop geantwoord "doe maar" en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;

- heeft hij (vervolgens) die [slachtoffer 1] een of meermalen op/in/aan haar hals, borst, tepels en/of lichaam gezoend, gezogen en/of gelikt;

- heeft hij (vervolgens) die [slachtoffer 1] op een boze en/of intimiderende wijze verzocht en/of opgedragen om op het bed te gaan liggen;

- heeft hij (vervolgens) een of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en/of gestoken;

- is hij (vervolgens) op die [slachtoffer 1] gaan liggen;

- heeft hij (vervolgens) een of meermalen zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en/of gestoken;

- heeft zijn mededader en/of zijn zoon (vervolgens) de hand van die [slachtoffer 1] genomen en deze op zijn geslachtsdeel gelegd;

en heeft/hebben hij en/of zijn mededader en/of zijn zoon (aldus) een zodanig (be)dreigende situatie doen ontstaan en/of in het leven geroepen dat die [slachtoffer 1] zich niet, althans onvoldoende aan voormelde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken;

2.

hij in of omstreeks de maand februari 2019 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met [slachtoffer 2] van wie hij en/of zijn mededader wisten dat zij in staat van bewusteloosheid en/of verminderd bewustzijn verkeerde dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen en/of kenbaar te maken en/of daartegen weerstand te bieden,

een of meer handelingen heeft gepleegd die (mede) bestonden uit het binnendringen van haar lichaam, namelijk het steken en/of brengen en/of houden van zijn en/of hun penis in de vagina van die [slachtoffer 2];

3.

hij op 11 november 2018 te Aruba ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, namelijk [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum]), door zijn penis in de mond van die[slachtoffer 3] te brengen en/of te houden;

4.

hij op een of meer momenten in of omstreeks de periode van 1 oktober 2018 tot en met 30 november 2018 te Aruba (telkens) een of meer afbeeldingen van een seksuele gedraging en/of van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, (schijnbaar) was betrokken,

heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad, welke seksuele gedraging en/of seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het geheel en/of gedeeltelijk naakt laten poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (namelijk zijn minderjarige dochter [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum]), waarbij nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of de billen van deze persoon in beeld worden gebracht (foto's van 16 oktober 2018 te 10:26 PM, 10:10 PM, 10:11 PM en/of 10:12 PM en/of van 11 november 2018 te 7:02 PM);

en/of

het steken, brengen en/of houden van een penis in de mond van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (namelijk zijn minderjarige dochter [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum]).

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde feite, de verkrachting, dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte bekent vleselijk gemeenschap te hebben gehad met de aangeefster, maar dat dit vrijwillig was en dat er geen sprake was van dwang. De verklaring van de aangeefster dat de seks niet vrijwillig was, maar dat sprake was van verkrachting, dient niet te worden gevolgd. De verklaring van de aangeefster wordt niet ondersteund door ander bewijs, aldus de raadsman.

Het Gerecht stelt vast dat de aangeefster, tegenover verschillende personen, steeds consistent en gedetailleerd heeft verklaard over de verkrachting door de verdachte. Bepaalde bijzondere details in haar verklaring worden bevestigd door ander bewijsmateriaal. Zo heeft de aangeefster verklaard dat de verdachte die bewuste avond twee keer naar het tankstation Essoville is gegaan, allereerst om een ijsje en daarna om condooms te kopen. De videobeelden van het tankstation Essoville bevestigen deze verklaring. Ook heeft de aangeefster verklaard dat de verdachte die bewuste avond zijn telefoon pakte en een video liet zien waarop te zien was dat de verdachte en zijn zoon seks hadden met dezelfde vrouw. Een dergelijke video is aangetroffen op de telefoon van de verdachte.

Daarnaast bevat het dossier voldoende ander bewijsmateriaal dat steun biedt voor de verklaring van de aangeefster. De aangeefster heeft verklaard dat zij de ochtend na de verkrachting een bericht aan een vriend [vriend] heeft gestuurd om bij haar thuis te komen. Toen de getuige [vriend] daar aankwam was ze helemaal overstuur. [vriend] verklaarde dat toen hij de aangeefster zag, hij meteen merkte dat er iets mis was met haar. De aangeefster kon amper praten en zat de hele tijd te huilen. Op een gegeven moment vertelde de aangeefster aan hem dat zij door de vader van de jongeman seksueel was misbruikt. [vriend] heeft verder tegenover de politie verklaard dat de aangeefster de hele tijd tussendoor huilde. Ook de moeder van de aangeefster heeft verklaard dat de aangeefster begon te huilen toen de aangeefster tegen haar vertelde over hetgeen met haar die bewuste avond was gebeurd.

Naar het oordeel van het Gerecht bieden de door deze getuigen geconstateerde emotionele toestand, waarin de aangeefster zich bevond kort na de gebeurtenis, voldoende steun voor haar verklaring dat zij door de verdachte tegen haar wil is verkracht.

De aangeefster heeft consistent en gedetailleerd verklaard en haar verklaring wordt bevestigd en ondersteund door ander bewijsmateriaal. Al het bovenstaande in aanmerking nemend, ziet het Gerecht geen aanleiding om aan de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster te twijfelen.

De verdachte heeft daarentegen wisselend en tegenstrijdig verklaard. In zijn eerste verklaring ontkent hij dat hij die bewuste avond in het appartement van zijn zoon is geweest en seks met de aangeefster heeft gehad. Nadat de verdachte werd geconfronteerd met de videobeelden van het tankstation Essoville, heeft hij zijn verklaring gewijzigd en heeft hij verklaard dat hij wel in het appartement van zijn zoon was en dat hij inderdaad seks heeft gehad met de aangeefster, maar dat de seks vrijwillig was. Het Gerecht hecht, gelet op het voorgaande, geen geloof aan de verklaring van de verdachte, voor zover die inhoudt dat de seks met de aangeefster vrijwillig was.

Het Gerecht acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem het ten laste gelegde verkrachting.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1.Verkrachting, strafbaar gesteld bij artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

2. Met iemand die in staat van bewusteloosheid of onmacht verkeert, buiten echt ontuchtige handelingen plegen, tezamen en in vereniging, strafbaar gesteld bij artikel 2:198 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

3. Ontucht plegen met zijn minderjarig kind, strafbaar gesteld bij artikel 2:208 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

4. Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden strafbaar gesteld bij artikel 2:196 jo 2:210 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van de vriendin van zijn thans overleden zoon. De verdachte heeft geslachtsgemeenschap met het slachtoffer gehad, terwijl zij zei en duidelijk maakte dat zij dat niet wilde. Het slachtoffer werd meermalen aan haar hals, borst, tepels en lichaam gezoend, gezogen en gelikt. De verdachte heeft het slachtoffer met zijn vingers en zijn penis in haar vagina gepenetreerd. Ondanks dat het slachtoffer zei dat zij niet wilde, bleef de verdachte doorgaan. Hij heeft hiermee uitsluitend aan zijn eigen gerief gedacht en heeft de gevoelens van het slachtoffer hierbij compleet veronachtzaamd. De verdachte heeft voorts samen met zijn zoons seks gehad met zijn echtgenote, terwijl zij bewusteloos op bed lag. Ook heeft de verdachte ontuchtige handelingen gepleegd met zijn minderjarige dochter en heeft pornografische afbeeldingen van zijn minderjarige dochter gemaakt en in bezit gehad.

De verdachte heeft op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van de vriendin van zijn overleden zoon, zijn echtgenote en zijn minderjarige dochter geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat feiten als de onderhavige vaak langdurige en ernstige schade kunnen toebrengen aan de geestelijke gezondheid van de slachtoffers. Dergelijk misbruik heeft veelal langdurige gevolgen voor het slachtoffer, omdat er sprake is van ernstige schending van de integriteit van het lichaam van het slachtoffer. Bovendien is er kans op een scheefgroei in de psychoseksuele ontwikkeling bij het slachtoffer en kan het vertrouwen in de medemens ernstig verstoord raken. Voorts neemt het Gerecht het de verdachte in het bijzonder kwalijk dat hij het vertrouwen dat een kind in haar vader heeft op een manier als bewezenverklaard heeft geschaad. Hierdoor heeft de verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist.

Naar het oordeel van het Gerecht kan, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

De verdachte is, zo blijkt uit zijn uittreksel uit het justitieel documentatieregister, niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor een misdrijf.

Het Gerecht heeft acht geslagen op de psychologisch rapporten van 12 juli 2019 en 16 april 2020 en het psychiatrisch rapport van 24 januari 2020, betreffende de verdachte. Hieruit komt naar voren dat de verdachte als gevolg van een lichte verstandelijke beperking verminderd in staat is om complexe interpersoonlijke relaties op juiste wijze in te schatten. De verdachte is op grond hiervan verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De kans op recidive is gemiddeld tot bovengemiddeld, aldus psycholoog Wichard en psychiater Heijtel. Het Gerecht neemt deze conclusies over en maakt deze tot de zijne.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Onttrekking aan het verkeer

De mobiele telefoon van het merk Samsung model J7 Neo voorzien van het serienummer RV8K21SQFPN en een gebruikte condoom zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Het betreft voorwerpen met betrekking tot welke het onder 1 dan wel 4 bewezen verklaarde is begaan en ongecontroleerd bezit in strijd is met het algemeen belang. Het Gerecht zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer.

Teruggave aan rechthebbende

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven tablet/mobiele telefoon van het merk Samsung model SM-T231 voorzien van het serienummer R52H20418RH zal worden teruggegeven aan [slachtoffer 1] zijnde degene die blijkens het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt Afl. 7.916,77 aan materiële schade en Afl. 25.000,- aan immateriële schade.

De verdediging heeft de vordering niet betwist. De vordering zal derhalve voor wat betreft de materiële schadevergoeding geheel tot een bedrag van Afl. 7.916,77 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente. Met betrekking tot de immateriële schadevergoeding overweegt het Gerecht als volgt. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij immateriële schade als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van Afl. 5.000,-. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het Gerecht is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor beslissing in de strafzaak. De benadeelde partij kan daarom in zoverre niet worden ontvangen en dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:74, 1:75 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de zes (6) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon van het merk Samsung model J7 Neo en gebruikte condoom;

gelast de teruggave van de tablet/mobiele telefoon van het merk Samsung model SM-T231 aan [slachtoffer 1];

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade toe tot een bedrag van Afl. 12.916,77,- (zegge: twaalfduizend negenhonderd en zestien gulden en zevenenzeventig cent) en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S. Verheijen, bijgestaan door mw. M. V. Alvarez, (zittingsgriffier), en op 26 juni 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

uitspraakgriffier: