Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:256

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-06-2020
Datum publicatie
19-06-2020
Zaaknummer
170 van 2020
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba heeft verdachte voor het deelnemen aan een criminele organisatie veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2019/05764

Zaaknummer: 170 van 2020

Uitspraak: 4 juni 2020 Verstek

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], zonder bekende woon en/of verblijfsplaats.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2020. De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen. De raadsman van de verdachte, mr. V.A.V. Carlo, advocaat in Aruba, was ter terechtzitting aanwezig en heeft namens de verdachte verdediging gevoerd. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

De officier van justitie, mr. W.V. Gerretschen, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 8 mei 2019 te Aruba heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit haar, [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven (namelijk valsheid in geschrift, computervredebreuk, mensensmokkel, ambtelijke omkoping en/of misbruik van functie).

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 8 mei 2019 te Aruba heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit haar, [medeverdachte 1], en [medeverdachte 2] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven (namelijk valsheid in geschrift, computervredebreuk, mensensmokkel, ambtelijke omkoping en/of misbruik van functie).

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

Bewijsoverwegingen

Deelneming criminele organisatie

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde deelneming aan criminele organisatie zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe - samengevat - aangevoerd dat de gedragingen van de verdachte, in casu het verstrekken van informatie aan de vreemdelingen, niet voldoen aan de voorwaarden van de onderhavige delictsomschrijving.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Het Gerecht stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van deelname aan een criminele organisatie sprake moet zijn van een organisatie met het oogmerk het plegen van misdrijven en dat de verdachte aan die organisatie heeft deelgenomen. Voor een criminele organisatie moet er sprake zijn van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen twee of meer personen. Voor de deelneming is van belang dat betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en dat hij een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Deelneming impliceert opzet, dat wil zeggen dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen concludeert het Gerecht dat de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] tezamen en in vereniging een duurzaam gestructureerd samenwerkingsverband hebben gevormd. De organisatie heeft in ieder geval van januari 2019 tot en met 8 mei 2019 gefunctioneerd en had dan ook een duurzaam karakter. De verdachten hebben verschillende activiteiten verricht, die naar het oordeel van het Gerecht gericht waren op het plegen van valsheid in geschrift, computervredebreuk, mensensmokkel, ambtelijke omkoping en misbruik van functie. Zo hebben de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 2] verklaard dat zij in opdracht van de medeverdachte [medeverdachte 1] op zoek naar klanten waren, die [medeverdachte 1] tegen betaling van een geldbedrag van 1200 dollars van verblijfsdocumenten kon voorzien. De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft daarnaast verklaard dat zij met de vreemdelingen heeft onderhandeld, aan hen valse verblijfsdocumenten heeft overhandigd en geld heeft geïnd.

Binnen het samenwerkingsverband was er ook sprake van een zekere hiërarchie waarbij de medeverdachte [medeverdachte 1] aan de verdachte, alsmede de medeverdachte [medeverdachte 2] instructies gaf en taken opdroeg, die vervolgens door hen werden uitgevoerd.

Op grond van voorgaande feiten en omstandigheden, in onderling verband beschouwd, concludeert het Gerecht dat voldoende vast is komen te staan dat er sprake is van een duurzaam en structureel samenwerkingsverband tussen de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met het oogmerk het plegen van misdrijven, te weten valsheid in geschrift, computervredebreuk, mensensmokkel, ambtelijke omkoping en misbruik van functie.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven,

strafbaar gesteld bij artikel 2:79, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straffen wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het deelnemen aan een criminele organisatie. Tussen de verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is sprake geweest van een duurzaam en structureel samenwerkingsverband met het oogmerk het plegen van misdrijven, te weten valsheid in geschrift, computervredebreuk, mensensmokkel, ambtelijke omkoping en misbruik van functie. Binnen dit samenwerkingsverband legde de verdachte contacten met (andere) illegale vreemdelingen, die tegen betaling door de medeverdachte [medeverdachte 1] (immigratieambtenaar) voorzien werden van valse verblijfsdocumenten danwel in- en uitreisgegevens, waarmee legaal verblijf kon worden voorgewend.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te noemen gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie is gevorderd, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op artikel 1:62 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de acht (8) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela, bijgestaan door mw. M.E. Kelly, en op 4 juni 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

uitspraakgriffier: