Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:255

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-06-2020
Datum publicatie
19-06-2020
Zaaknummer
13 van 2020
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba heeft verdachte voor het deelnemen aan een criminele organisatie veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen, waarvan 189 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast is de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2019/07618

Zaaknummer: 13 van 2020

Uitspraak: 4 juni 2020 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2020. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvouw, mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena, advocaat in Aruba.

De officier van justitie, mr. W.V. Gerretschen, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden met aftrek van voorarrest.

Zijn vordering behelst voorts de teruggave aan de rechthebbende van de onder de verdachte inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals die zijn aangeduid op het aan dit vonnis gehechte requisitoir.

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 3 juli 2019 te Aruba heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, [medeverdachte] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven (namelijk valsheid in geschrift, computervredebreuk, mensensmokkel, ambtelijke omkoping en/of misbruik van functie).

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 20189 tot en met 3 juli 2019 te Aruba heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, en [medeverdachte] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven (namelijk valsheid in geschrift, computervredebreuk, mensensmokkel, ambtelijke omkoping en/of misbruik van functie).

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde deelneming aan criminele organisatie zal worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe - samengevat - aangevoerd dat de gedragingen van de verdachte niet voldoen aan de voorwaarden van de onderhavige delictsomschrijving.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Het Gerecht stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van deelname aan een criminele organisatie sprake moet zijn van een organisatie met het oogmerk het plegen van misdrijven en dat de verdachte aan die organisatie heeft deelgenomen. Voor een criminele organisatie moet er sprake zijn van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen twee of meer personen. Voor de deelneming is van belang dat betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en dat hij een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Deelneming impliceert opzet, dat wil zeggen dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen concludeert het Gerecht dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] tezamen en in vereniging een duurzaam gestructureerd samenwerkingsverband hebben gevormd. De organisatie heeft in ieder geval van januari 2019 tot en met 3 juli 2019 gefunctioneerd en had dan ook een duurzaam karakter. De verdachten hebben verschillende activiteiten verricht, die naar het oordeel van het Gerecht gericht waren op het plegen van mensensmokkel, ambtelijke omkoping en misbruik van functie. Zo blijkt uit de verklaringen van de medeverdachte [medeverdachte] en van de verdachte, alsmede de tapgesprekken, dat de verdachte contacten legde met illegale vreemdelingen, die tegen betaling door de medeverdachte [medeverdachte] (immigratieambtenaar), in strijd met de geldende wettelijke regels dan wel beleidsregels, werden toegelaten tot Aruba danwel voorzien werden van vals opgemaakte entreekaarten en in- of uitreisstempels in hun paspoorten, waarmee legaal verblijf kon worden voorgewend.

De verdachte fungeerde als tussenpersoon tussen de medeverdachte [medeverdachte] en de illegale vreemdelingen, door onder meer aan die vreemdelingen informatie te verstrekken omtrent de prijs en de documenten die zij aan de medeverdachte [medeverdachte] moesten verschaffen voor het regelen van hun verblijf alhier in Aruba.

Binnen het samenwerkingsverband was er ook sprake van een zekere hiërarchie waarbij de medeverdachte [medeverdachte] aan de verdachte instructies gaf en taken opdroeg, die vervolgens door hem werden uitgevoerd.

Op grond van voorgaande feiten en omstandigheden, in onderling verband beschouwd, concludeert het Gerecht dat voldoende vast is komen te staan dat er sprake is van een duurzaam en structureel samenwerkingsverband tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] met het oogmerk het plegen van misdrijven, te weten mensensmokkel, ambtelijke omkoping en misbruik van functie.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven,

strafbaar gesteld bij artikel 2:79, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straffen wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het deelnemen aan een criminele organisatie. Tussen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is sprake geweest van een duurzaam en structureel samenwerkingsverband met het oogmerk het plegen van misdrijven, te weten mensensmokkel, ambtelijke omkoping en misbruik van functie. Binnen dit samenwerkingsverband legde de verdachte contacten met (andere) illegale vreemdelingen, die tegen betaling door de medeverdachte [medeverdachte] (immigratieambtenaar) werden toegelaten tot Aruba danwel voorzien werden van vals opgemaakte entreekaarten en in- of uitreisstempels in hun paspoorten, waarmee legaal verblijf kon worden voorgewend. De verdachte heeft door zo te handelen uit winstbejag misbruik gemaakt van de kennelijk grote wens van deze personen om in Aruba te verblijven, terwijl dit op legale wijze voor hen niet mogelijk was.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te noemen gevangenisstraf en taakstraf passend en geboden is. Het Gerecht zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Het voorwaardelijke strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

In beslag genomen voorwerpen

De in beslag genomen voorwerpen, zoals die zijn aangeduid in het door de officier van justitie overgelegde requisitoir, zijn reeds teruggegeven, zodat het Gerecht hierover geen beslissing hoeft te nemen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:45 en 1:62 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tweehonderdveertig (240) dagen;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf, groot honderdnegenentachtig (189) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee (2) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van tweehonderdenveertig (240) uren, te voltooien binnen één jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis, indien niet naar behoren verricht te vervangen door honderdentwintig (120) dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela, bijgestaan door mw. M.E. Kelly, en op 4 juni 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

uitspraakgriffier: