Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:254

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-06-2020
Datum publicatie
19-06-2020
Zaaknummer
171 van 2020
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba heeft verdachte voor het deelnemen aan een criminele organisatie veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2019/05765

Zaaknummer: 171 van 2020

Uitspraak: 4 juni 2020 Verstek

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], zonder bekende woon en/of verblijfsplaats.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2020.

De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen. De raadsman van de verdachte, mr. V.A.V. Carlo, occuperende voor mr. D.G. Illes, advocaten in Aruba, was ter terechtzitting aanwezig en heeft namens de verdachte verdediging gevoerd. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

De officier van justitie, mr. W.V. Gerretschen, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden met aftrek van voorarrest.

Zijn vordering behelst voorts de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen valse vergunning tot tijdelijk verblijf ten name van de verdachte. Tevens is de teruggave gevorderd van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven witte enveloppe inhoudende elf (11) simkaarten aan de rechthebbende.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 8 mei 2019 te Aruba heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit haar, [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven (namelijk valsheid in geschrift, computervredebreuk, mensensmokkel, ambtelijke omkoping en/of misbruik van functie).

3 Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 8 mei 2019 te Aruba heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit haar, [medeverdachte 1], en [medeverdachte 2] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven (namelijk valsheid in geschrift, computervredebreuk, mensensmokkel, ambtelijke omkoping en/of misbruik van functie).

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

6 Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

7 Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven,

strafbaar gesteld bij artikel 2:79, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

8 Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

9 Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straffen wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het deelnemen aan een criminele organisatie. Tussen de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is sprake geweest van een duurzaam en structureel samenwerkingsverband met het oogmerk het plegen van misdrijven, te weten valsheid in geschrift, computervredebreuk, mensensmokkel, ambtelijke omkoping en misbruik van functie. Binnen dit samenwerkingsverband legde de verdachte contacten met (andere) illegale vreemdelingen, die tegen betaling door de medeverdachte [medeverdachte 1] (immigratieambtenaar) voorzien werden van valse verblijfsdocumenten danwel in- en uitreisgegevens, waarmee legaal verblijf kon worden voorgewend.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te noemen gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie is gevorderd, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

10 In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

A. Onttrekking aan het verkeer

De onder de verdachte in beslag genomen valse vergunning tot tijdelijk verblijf ten name van de verdachte is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het betreft een voorwerp met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan. Het ongecontroleerde bezit van het voorwerp is bovendien in strijd met de wet. Het Gerecht zal het dan ook onttrekken aan het verkeer.

B. Teruggave aan de verdachte

De onder de verdachte in beslag genomen kleine witte enveloppe inhoudende elf (11) simkaarten behoort toe aan de verdachte. Het Gerecht zal de teruggave daarvan aan de verdachte gelasten, nu dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:74 en 1:75 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de (8) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in rubriek 10A genoemde voorwerp;

gelast de teruggave aan de verdachte van het in rubriek 10B genoemde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela, bijgestaan door mw. M.E. Kelly, en op 4 juni 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

uitspraakgriffier: