Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:143

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
21-04-2020
Datum publicatie
30-04-2020
Zaaknummer
AUA202000413
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, voorlopige toevertrouwing minderjarige

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 21 april 2020.

behorend bij E.J. nr. AUA202000413

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op vordering van

HET OPENBAAR MINISTERIE,

in Aruba,

vertegenwoordigd door de officier van justitie,

om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing aan de voogdijraad

van de minderjarigen:

[naam minderjarige 1],

geboren op [geboortedatum] in Aruba, en

[naam minderjarige 2],

geboren op [geboortedatum] in Aruba,

van wie de ouders zijn:

[naam moeder], de moeder,

wonende in Aruba, en

[naam vader], de vader,

wonende in Aruba.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

- de vordering ingediend op 7 februari 2020,

- de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 24 maart 2020, alwaar zijn verschenen de moeder in persoon, en voor de Voogdijraad, de raadsonderzoeker mevrouw [naam raadsonderzoeker]. De officier van justitie, mr. [naam officier], was telefonisch aanwezig tijdens de zitting. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

De minderjarigen zijn geboren uit de affectieve relatie tussen de ouders en zijn door de vader erkend. De moeder oefent van rechtswege het ouderlijk gezag over de minderjarigen alleen uit.

2.2

Op 24 januari 2020 heeft het openbaar ministerie de minderjarigen aan het gezag van de moeder onttrokken en voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd.

3 DE BEOORDELING

3.1

Op grond van feiten die tot ontzetting of ontheffing van een ouder kunnen leiden, kan het openbaar ministerie, indien het dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, het kind aan het gezag van de ouder(s) onttrekken en alsdan voorlopig aan de voogdijraad toevertrouwen. De toevertrouwing vervalt indien het openbaar ministerie niet binnen veertien dagen van de rechter haar bekrachtiging heeft gevorderd.

3.2

De bekrachtiging is tijdig gevorderd, zodat de toevertrouwing nog van kracht is.

3.3

Ingevolge artikel 1:272, derde lid van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter, indien de bekrachtiging tijdig is gevorderd, hetzij de teruggave van het kind aan zijn ouders bevelen, hetzij een van de beschikkingen geven, bedoeld in artikel 1:271 BW. Artikel 1:271 BW bepaalt dat de rechter, indien hij dat in het belang van het kind noodzakelijk acht, een ouder wiens ontzetting verzocht is of ontheffing, in een van de gevallen genoemd in artikel 1:268 tweede lid BW, hangende het onderzoek geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag over een of meer van zijn kinderen kan schorsen. Ingevolge het vierde lid vertrouwt de rechter het kind voorlopig toe aan de voogdijraad, indien de schorsing beide ouders betreft of een ouder die het gezag alleen uitoefent.

3.4

Uit voornoemde bepalingen vloeit voort dat de voorlopige maatregel slechts kan worden genomen indien zich een situatie voordoet die het noodzakelijk maakt dat er met spoed wordt ingegrepen in het ouderlijk gezag. Ter beoordeling ligt dan voor de vraag of in dit geval sprake is van feiten die tot ontzetting of ontheffing van de moeder kunnen leiden, en die het noodzakelijk maken dat zij voorlopig geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag over haar kinderen wordt geschorst.

3.5

Bij de beoordeling neemt het gerecht het volgende in aanmerking.

3.5.1

Uit het overgelegde Voorlopige Toevertrouwingsrapport en het Bekrachtigingsrapport van de Voogdijraad, kan het volgende worden afgeleid.

De moeder staat al enige tijd onder medische behandeling vanwege zware depressie en persoonlijkheidsstoornissen. Op 24 januari 2020 hebben hulpverleners van de SPD tijdens een huisbezoek geconstateerd dat de moeder in een zeer zorgelijke medische situatie verkeerde, en dat de minderjarigen al maanden niet naar school gingen. Bovendien waren er klachten dat de minderjarigen verwaarloosd werden en dat de thuissituatie onhygiƫnisch en niet adequaat zou zijn. De moeder was op dat moment niet voor rede vatbaar, zodat de Voogdijraad een spoedbeschermingsmaatregel heeft verzocht. De minderjarigen zijn vervolgens bij de vader geplaatst.

De Voogdijraad heeft geconcludeerd dat er sprake is van onmiddellijke bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarigen, en dat de moeder op dit moment niet in staat is om in het belang van de minderjarigen te handelen. Zij heeft altijd voor de minderjarigen gezorgd en wil alles doen om hen terug te krijgen. Zij aanvaardt hulp en is medicatietrouw, maar is angstig en nog niet stabiel om omgang met de minderjarigen te hebben of de algehele zorg van de minderjarigen op zich te nemen. Zij heeft inzicht in haar eigen behoeftes maar kan zich moeilijk inleven in die van de minderjarigen. Zij kan door haar angst haar behoeftes niet scheiden van die van de minderjarigen. Het gebrek aan adequaat uitgevoerde opvoedingstaken en verzorgingstaken, en de psychische gesteldheid van de moeder hebben geleid tot grove verwaarlozing van de verzorging en opvoeding en een bedreigde ontwikkeling van de minderjarigen. De Voogdijraad adviseert om voorlopige toevertrouwing van de minderjarigen voor de duur van zes maanden.

3.5.2

Ter zitting heeft de moeder naar voren gebracht dat zij twee weken opgenomen is geweest in Respaldo en afgelopen dinsdag met goedkeuring van de psychiater naar huis mocht. Zij voelt zich nu beter. Inmiddels is ze ingetrokken bij haar vader, maar in die woning is geen ruimte voor de minderjarigen, zodat zij voorlopig niet bij haar kunnen komen wonen.

3.6

Gelet hierop en op het verhandelde ter zitting is het gerecht van oordeel dat de door de wet aangegeven gronden voor de voorlopige maatregel aannemelijk zijn geworden en dat het in het belang van de minderjarigen is dat de moeder hangende het onderzoek ter zake van het verzoek om ontheffing van de moeder uit het ouderlijk gezag, geheel in de uitoefening van het gezag over hen wordt geschorst.

3.7

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

4 DE BESLISSING

Het gerecht:

schorst de moeder uit het gezag welke zij heeft over de minderjarigen:

[naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in Aruba, en

[naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in Aruba,

vertrouwt de minderjarigen voorlopig toe aan de Voogdijraad,

bepaalt dat deze toevertrouwing van kracht zal blijven totdat omtrent de ontheffing bij gewijsde is beslist,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter, en wordt geacht in het openbaar te zijn uitgesproken ter zitting van dinsdag 21 april 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.