Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:115

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
06-03-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
366 van 2019
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Feit: Doodslag. De verdachte heeft met kracht de keel van het slachtoffer (zijn ex-partner) dichtgeknepen en dichtgeknepen gehouden totdat haar bewustzijn zodanig verminderde dat zij geen weerstand tegen de handeling van de verdachte meer kon bieden. Het slachtoffer is als gevolg van het heftig dichtknijpen van de keel ( wurging) komen te overlijden.(Voorwaardelijk) opzetverweer verworpen.

Het Gerecht legt een gevangenisstraf op van 12 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: P-2019/03749

Zaaknummer: 366 van 2019

Uitspraak: 6 maart 2020 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1966 , in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres]

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 februari 2020. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. J.M.R.F. Scheper, advocaat in Aruba.

De gemachtigde van de benadeelde partij, [gemachtigde], heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie mr. W.V. Gerretschen, heeft vrijspraak gevorderd van hetgeen verdachte primair ten laste is gelegd. De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het Gerecht het subsidiair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren, met aftrek van voorarrest. Zijn vordering behelst voorts de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen mes, alsmede de teruggave van de overige in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte en aan de erven van het slachtoffer. Tevens vordert de officier van justitie de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

Dat hij op of omstreeks 23 april 2019 te Aruba [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door

- de keel en/of hals van die [slachtoffer] (met kracht en/of enige tijd) dicht te knijpen en/of dicht te drukken en/of

- ( fors) ander geweld op die [slachtoffer] uit te oefenen.

(artikel 2:262 van het Wetboek van Strafrecht)

Althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt

Dat hij op of omstreeks 23 juli 2019 te Aruba

[slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door

- de keel en/of hals van die [slachtoffer] (met kracht en/of enige tijd) dicht te knijpen en/of dicht te drukken en/of

- ( fors) ander geweld op die [slachtoffer] uit te oefenen.

(artikel 2:259 van het Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit (moord)

Het Gerecht is, overeenkomstig de standpunten van de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte met ‘voorbedachten rade’ handelde en zich daarbij schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde.

Het Gerecht zal de verdachte dan ook vrijspreken van het primair ten laste

gelegde.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Dat hij op of omstreeks 23 april 2019 te Aruba

[slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door

- de keel en/of hals van die [slachtoffer] (met kracht en/of enige tijd) dicht te knijpen en/of dicht te drukken en/of

-(fors) ander geweld op die Kock uit te oefenen.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Aruba.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit betrekking hebben.

1. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, [verdachte] van 23

april 2019, genummerd als bijlage 2.2.4, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte -zakelijk weergegeven-:

Ik noem mijn vrouw [slachtoffer] maar eigenlijk heet zij [slachtoffer]. Op 23 april 2019 had ik [slachtoffer] van achteren vastgepakt en mijn linkerarm om haar keel gedaan. Ik hield mijn linkerarm vast met mijn rechterhand en zette druk op de keel van [slachtoffer]. Op een gegeven moment vielen [slachtoffer] en ik van het bed af, maar ik bleef [slachtoffer] in de houdgreep vasthouden. Mijn kinderen begonnen te huilen en ik voelde dat [slachtoffer] op mijn arm tikte. Mijn dochter riep tegen mij om [slachtoffer] los te laten omdat [slachtoffer] begon te schuimen uit haar mond.

2. Het proces-verbaal van verhoor getuige, [dochter verdachte en slachtoffer] van 23 april 2019, genummerd als bijlage 5.7, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte -zakelijk weergegeven-:

Ik ging op 23 april 20192naar de slaapkamer van mijn moeder. Ik zag dat mijn vader, [verdachte], mijn moeder aan het wurgen was. Ik probeerde zijn hand los te maken maar ik kon het niet doen. Het was moeilijk. Ik zei tegen hem dat als hij haar zou los laten dat ik meer van hem zou houden. Hij zei tegen mij: “als jij stopt met huilen, zal ik haar los laten”. En toen stopte ik met huilen maar hij had haar niet los gelaten.3 Mijn moeder bewoog niet. Zij ademde niet.4

3. Een geschrift, te weten een rapport van autopsie, opgemaakt en ondertekend door de patholoog , R.O. Gogorza, betreffende een op 24 april 2019 verrichtte obductie van [slachtoffer], voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Cause of death: Strangulation (Throttling)

Mechanism of death: Asphyxia

Neck: There is a geographic array of variable size, dark purple, circular skin defects (bruises) which extend an area of 10 x 10 cm, along the right jawline done to the right (predominantly) and left aspects of the neck stopping approximately on the supra-sternal region.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het dossier geen wettig en overtuigend bewijs bevat waaruit kan worden geconcludeerd dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de dood van het slachtoffer.

Primair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er sprake is van een crime passionelle. De verdachte heeft het ten laste gelegde niet opzettelijk begaan. Bij hem ontbrak ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan.

Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat onder omstandigheden het dichtknijpen van de keel dodelijk letsel tot gevolg kan hebben, maar dat dit niet automatisch het geval is. Zij voert daartoe aan dat op basis van de inhoud van het strafdossier, noch uit de rapportage van de patholoog, vaststaat hoe lang de verdachte de keel van het slachtoffer heeft dichtgeknepen en dat derhalve niet is komen vast te staan dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer door zijn handelen is komen te overlijden.

Het Gerecht stelt op grond van de hiervoor gegeven bewijsmiddelen vast dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag.

Het primaire verweer van de raadsvrouw wordt door het Gerecht verworpen. Niet aannemelijk is geworden dat bij de verdachte ieder inzicht in de draagwijdte en de gevolgen van zijn handelen ontbrak. Uit het door de psycholoog S. Wichard opgemaakte rapportage volgt dat de verdachte volledig toerekeningsvatbaar is, nu door de psycholoog geen aanwijzingen zijn gevonden die duiden op een ontwikkelings- of persoonlijkheidsstoornis noch dat er sprake zou zijn van middelenafhankelijkheid. Het Gerecht neemt deze conclusie over en maakt die tot de zijne. Gelet hierop is, naar het oordeel van het Gerecht, derhalve geen grond aanwezig om de ten laste gelegde doodslag niet aan de verdachte toe te rekenen.

Het door de raadsvrouw subsidiair aangevoerde verweer wordt eveneens verworpen. Uit de verklaringen van de verdachte en van zijn dochter, alsmede uit de rapportage van de patholoog, maakt het Gerecht op dat de verdachte gedurende een langere periode en met forse kracht de keel van het slachtoffer heeft dichtgeknepen. Het Gerecht verwijst daartoe naar de rapportage van de patholoog van 24 april 2019 waaruit blijkt dat het slachtoffer grote blauwe plekken op beide zijden van haar nek heeft. Bij afwezigheid van een andere verklaring, gaat het Gerecht ervan uit dat deze blauwe plekken zijn veroorzaakt doordat de verdachte met forse kracht de keel van het slachtoffer heeft dichtgeknepen.

De verdachte heeft zelf verklaard dat hij de keel van het slachtoffer heeft dichtgeknepen en dichtgeknepen heeft gehouden totdat het slachtoffer uit haar mond begon te schuimen. Hieruit volgt naar het oordeel van het Gerecht dat de verdachte gedurende langere tijd de keel van het slachtoffer heeft dichtgeknepen. Dit kan ook worden afgeleid uit de verklaring van zijn dochter die heeft verklaard dat zij de verdachte gevraagd heeft te stoppen en verdachtes handen van haar moeders keel trachtte weg te halen, maar dat de verdachte is doorgegaan met het wurgen van het slachtoffer. Vorenstaande verklaringen vinden verder steun in objectief bewijsmateriaal, te weten de in het rapport van de patholoog van 24 april 2019 opgenomen bevindingen, waarin wordt geconcludeerd dat het overlijden van het slachtoffer is veroorzaakt door zuurstofgebrek als gevolg van het heftig dichtknijpen van de keel (wurging).

Gelet op de bevindingen van de patholoog, de verklaringen van de dochter van het slachtoffer en van de verdachte concludeert het Gerecht dat de verdachte met kracht de keel van het slachtoffer heeft dichtgeknepen en dichtgeknepen heeft gehouden totdat haar bewustzijn zodanig verminderde dat zij geen weerstand tegen de handeling van de verdachte meer kon bieden.

Naar het oordeel van het Gerecht heeft de verdachte wel degelijk de bedoeling gehad om het slachtoffer te doden en is aldus het (volle) opzet op het beroven van het leven van het slachtoffer bewezen.

Nu het Gerecht opzet bewezen acht, komt het Gerecht niet toe aan het toetsen van de vraag of er sprake is (geweest) van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Subsidiair: Doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 2:259 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het Gerecht heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het doden van zijn (ex)partner en moeder van zijn twee jonge kinderen. De verdachte heeft, omdat hij niet kon verkroppen dat zij contact had met een andere man, het slachtoffer in haar eigen huis gedood. Dit heeft hij op brute en heftige wijze gedaan. Terwijl het slachtoffer nietsvermoedend in haar eigen huis was, heeft de verdachte haar in haar slaapkamer gewurgd, terwijl hun toen nog maar vijfjarig zoontje en tienjarig dochtertje in de woning aanwezig waren en de wurging van hun moeder voor hun ogen zagen gebeuren. De verdachte is, ondanks de smeekbedes van zijn dochter om te stoppen, doorgegaan met het dichtknijpen van de keel van het slachtoffer totdat zij niet meer reageerde. Vervolgens heeft de verdachte de woning verlaten en de kinderen alleen achtergelaten bij het slachtoffer. Hiermee heeft hij het slachtoffer - een jonge vrouw van 33 jaar - haar kostbaarste bezit te weten het leven dat nog voor haar lag, ontnomen. De verdachte heeft met zijn handelen een onomkeerbaar verlies teweeggebracht en groot leed toegebracht aan de nabestaanden, onder wie haar twee jonge kinderen. Dat deze gebeurtenis een diepe en blijvende impact op het leven van de nabestaanden heeft en zal hebben, blijkt ook uit de emotionele reacties van de familieleden van het slachtoffer ter terechtzitting. De jonge kinderen van het slachtoffer zullen moeten leven met deze traumatische gebeurtenis in de wetenschap dat hun vader hiervoor verantwoordelijk is. Het Gerecht rekent dit verdachte zwaar aan.

Doodslag is één van de ernstigste misdrijven die het Wetboek van Strafrecht van Aruba kent. Door een dergelijk delict wordt de rechtsorde zeer ernstig geschokt. Feiten als de onderhavige brengen ook in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving met zich mee.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte is, zo blijkt uit een uittreksel uit het justitieel documentatieregister, niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor een soortgelijk misdrijf.

Het Gerecht heeft kennis genomen van het (hierboven reeds aangehaalde) psychologisch onderzoek van 16 november 2019 opgemaakt door S. Wichard (psycholoog). Hierin rapporteert de psycholoog onder meer dat er in het onderzoek geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen die duiden op een ontwikkelings- of persoonlijkheidsstoornis bij de verdachte noch op middelenafhankelijkheid. Hoewel de verdachte beschikt over een laag intelligentieniveau, lijkt hij goed te beseffen wat wel en niet aanvaardbaar is in de maatschappij en welk gedrag wel of niet strafbaar is. De verdachte wordt dan ook volledig toerekeningsvatbaar geacht. Wel kenmerkt de persoonlijkheid van de verdachte zich door enkele kwetsbaarheden, zo beschikt de verdachte over een beneden gemiddeld empathische instelling, lijkt hij zijn emoties in lage mate onder controle te hebben en heeft hij snel last van stemmingswisselingen. De kans op recidive wordt als bovengemiddeld ingeschat.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Het inbeslaggenomen mes is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Het mes behoort toe aan de verdachte en is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.

Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen mobiele telefoon, daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.

De in beslag genomen mobiele telefoon [merk, model] zal worden teruggegeven aan de erven van het slachtoffer, zijnde degenen die blijkens het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als rechthebbenden kunnen worden aangemerkt.

Schadevergoeding

De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt Afl. 15.841,00,-

De verdediging heeft de gevorderde begrafeniskosten niet betwist. Voor het overige heeft de verdediging de vordering betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes subsidiair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde

bedrag van Afl. 7048,00,- bestaande uit begrafeniskosten en kosten aanschaf inrichting kinderkamer, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het Gerecht is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor beslissing in de strafzaak. De benadeelde partij kan daarom [in zoverre] niet worden ontvangen en dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba aan de verdachte op te leggen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2019 tot aan de dag van de voldoening.

Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Voorts wordt bepaald dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:74, 1:75 en 1:78 juncto 1:58 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de twaalf [12] jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven mes;

gelast de teruggave van de mobiele telefoon aan de verdachte;

gelast de teruggave van de mobiele telefoon [merk, model] aan de erven van het slachtoffer;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade toe tot een bedrag van Afl. 7048,00,- (zegge: zevenduizendachtenveertig florin);

verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Afl. 7048,00,- (zegge: zevenduizendachtenveertig florin), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door honderdveertig (140) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2019 tot aan de dag van de voldoening;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Soffers, bijgestaan door mr. A. Reppas, (zittingsgriffier), en op 6 maart 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

De zittingsgriffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

uitspraakgriffier:

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie [naam divisie], d.d. 19 juli 2019, geregistreerd onder proces-verbaalnummer A- 97 en de onderzoeksnaam [onderzoeksnaam].

2 Pagina 10, bijlage 5.7

3 Pagina 11, bijlage 5.7

4 Pagina 53, bijlage 5.7