Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2020:108

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
10-03-2020
Datum publicatie
08-04-2020
Zaaknummer
AUA201903119
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ontzetting ouders uit het ouderlijk gezag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 10 maart 2020

Behorend bij EJ nr. AUA201903119

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van:

DE VOOGDIJRAAD,

kantoorhoudend in Aruba,

VERZOEKER,

vertegenwoordigd,

tegen

[Moeder], de moeder,

wonende in Aruba, en geregistreerd op het adres [adres],

en

[Vader], de vader,

wonende in Aruba, en geregistreerd op het adres [adres],

niet verschenen.

Belanghebbenden:

[Minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba,

[Minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba,

de minderjarigen,

[Grootmoeder], grootmoeder aan moederszijde, tevens de voorgestelde voogdes.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 12 september 2019;

  • -

    de mondeling behandeling ter zitting met gesloten deuren van 19 november 2019, waar zijn verschenen de heer [voogdijraad medewerker 1] en mevrouw mr. [voogdijraad medewerker 2] voor de Voogdijraad. De ouders hebben geen verweerschrift ingediend en zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. De rechter heeft de behandeling vervolgens aangehouden tot een andere datum, en de wederoproeping van de ouders gelast,

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 28 januari 2020, waar zijn verschenen mevrouw [voogdijraad medewerker 3] voor de Voogdijraad, en de grootmoeder aan moederszijde, tevens voorgestelde voogdes in persoon. De ouders zijn wederom niet verschenen en hebben ook niets van zich laten horen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

De minderjarigen zijn geboren uit het huwelijk tussen de ouders. De ouders zijn van elkaar gescheiden. Bij beschikking van dit gerecht van 20 juni 2016 (EJ nr. 1309 van 2016) is bepaald dat zij gezamenlijk belast blijven met het gezag over de minderjarigen.

2.2

Het openbaar ministerie heeft de minderjarigen op 15 november 2018 aan het gezag van de ouders onttrokken en voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd. Bij beschikking van dit gerecht van 29 januari 2019 (EJ nr. AUA201803838) zijn de ouders geschorst uit het gezag welke zij over de minderjarigen hebben en zijn de minderjarigen voor de duur van drie maanden aan de Voogdijraad toevertrouwd.

2.3

De minderjarigen verblijven vanaf 15 november 2018 bij de grootmoeder aan moederszijde.

3 HET VERZOEK

3.1

Het verzoek strekt tot ontzetting van de ouders uit het ouderlijk gezag over de minderjarigen met benoeming van de grootmoeder aan moederszijde tot voogdes over de minderjarigen.

3.2

Ter onderbouwing van dit verzoek heeft de Voogdijraad aangevoerd, dat uit het door hem gedane onderzoek is gebleken dat de ouders kampen met verslavingsproblematiek (drugs en/of alcohol), dat de minderjarigen jarenlang zijn blootgesteld aan huiselijk geweld, dat de moeder en haar huidige partner in een gesloten auto marihuana rookten in bijzijn van de minderjarigen, dat de vader marihuana rookte en alcohol dronk in bijzijn van de minderjarigen, dat de ouders onvoldoende inzicht hebben in wat de minderjarigen nodig hebben en weinig tot geen motivatie hebben om hierin verandering te brengen omdat zij niet inzien dat zij de oorzaak zijn van de problemen, en dat de ouders de minderjarigen geen stabiele en veilige omgeving kunnen bieden.

De ouders staan niet open voor hulp en zijn niet begeleidbaar. De moeder heeft tijdens het onderzoek aan de raadsonderzoeker te kennen gegeven dat zij wenst dat de minderjarigen bij haar moeder verblijven omdat zij niet in staat is om voor hen te zorgen. Geen van beide ouders beschikt over adequate huisvesting: vanwege onbetaald gebleven rekeningen is zowel water als stroom bij de woning afgesloten. De vader is bij zijn moeder ingetrokken, en heeft in het afgelopen jaar negen maanden lang in de gevangenis gezeten; de moeder woont bij haar huidige partner, die een bekende is van politie en justitie.

Wat betreft de minderjarigen schrijft de Voogdijraad, dat beiden hebben aangegeven erg bang te zijn om terug te gaan naar de moeder, en dat zij kampen met veel onrust, angst, boosheid en agressie. Zij voelen zich prettig en veilig bij de grootmoeder aan moederszijde, en het gaat nu veel beter op school. De grootmoeder aan moederszijde heeft hen aangemeld bij een psycholoog voor traumabehandeling.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het verzoek tot ontzetting is gebaseerd op artikel 1:269 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW). Deze maatregel is de zwaarste en de meest infamerende van de bestaande kinderbeschermingsmaatregelen. Door middel van deze kinderbeschermingsmaatregel kan immers een einde worden gemaakt aan het ouderlijk gezag als sprake is van moedwillig plichtsverzuim of onwaardigheid de taak als opvoeder te vervullen. De ontzetting heeft derhalve een onterend en verwijtend karakter. Op grond van het eerste lid geldt dat de ontzetting in het belang van het kind noodzakelijk moet zijn. Daarnaast dient voor de ontzetting een grond te bestaan.

4.2.1

De ouders zijn tot tweemaal toe opgeroepen te verschijnen ter zitting om hun mening over het verzoek kenbaar te maken. Van deze hen geboden gelegenheid hebben zij geen gebruik gemaakt. Nu zij ook geen verweerschrift hebben ingediend, zal het gerecht aannemen dat zij geen verweer wensen te voeren tegen het verzoek om hen uit het gezag te ontzetten.

4.2.2

De grootmoeder aan moederszijde heeft ter zitting aangevoerd, dat de vader, nadat hij uit de gevangenis was ontslagen, zich niet meer om de minderjarigen heeft bekommerd, en dat de moeder al jarenlang en nog steeds drugs gebruikt en een zwerversbestaan leidt.

4.3

Het gerecht is gelet op het rapport van de Voogdijraad en het ter zitting besprokene van oordeel dat het in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is dat de ouders uit het ouderlijk gezag over hen worden ontzet, om reden van grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van de minderjarigen en slecht levensgedrag van de ouders. De ouders hebben immers hun plicht als gezagsdragers moedwillig geschonden, door de minderjarigen langdurig bloot te stellen aan huiselijk geweld en drugsgebruik. Verder heeft geen van beiden een vaste baan of adequate huisvesting, zodat zij niet kunnen voorzien in de meest basale behoeften van de minderjarigen.

4.4

In het gezag over de minderjarige dient dan te worden voorzien. De grootmoeder aan moederszijde is bereid de voogdij over de minderjarige te aanvaarden. Nu de minderjarigen al enige tijd bij haar wonen en door haar worden verzorgd en opgevoed, zij zich daar prettig en veilig voelen, en overigens niet is gebleken van bezwaren hiertegen, zal het gerecht het verzoek van de Voogdijraad om haar tot voogd te benoemen, toewijzen.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

ontzet de ouders [moeder] en [vader] uit het ouderlijk gezag over de minderjarigen:

- [ Minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba, en

- [ Minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba,

benoemt de grootmoeder aan moederszijde, [grootmoeder], tot voogdes over de minderjarigen,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag, 10 maart 2020, in tegenwoordigheid van de griffier.