Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:839

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-01-2019
Datum publicatie
10-02-2020
Zaaknummer
AUA201800900
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Tussenvonnis. Verdeling. Comparitie van partijen gelast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 22 januari 2019

Behorend bij AUA201800900

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[naam eiser]

wonend in Aruba,

eiser, hierna te noemen: de man,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes,

tegen:

[naam gedaagde],

wonend in Aruba,

gedaagde, hierna te noemen: de vrouw,

gemachtigde: de advocaat mr. J.M.R.F. Scheper.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;

- de akte uitlating producties van de zijde van de man.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Partijen zijn op 22 mei 2014 in algehele goederengemeenschap gehuwd.

2.2

Bij beschikking van 22 mei 2017, E.J. 129 van 2017, is de echtscheiding uitgesproken en de verdeling van de gemeenschap waarin partijen zijn gehuwd bevolen.

2.3

Op 23 mei 2017 heeft Pro Q Engineering N.V. een taxatierapport opgemaakt van de echtelijke woning [adres woning]. De vrije marktwaarde is getaxeerd op Afl. 345.000,-.

3 DE VORDERING EN HET VERWEER

3.1

De man vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de verdeling te gelasten zoals voorgesteld in het bij het inleidende verzoekschrift gevoegde voorstel en te bepalen dat ingeval de vrouw weigert mee te werken, dit vonnis in de plaats komt van eventuele noodzakelijke akten, en dat de opgemaakte akte(n) rechtsgeldig in de daartoe bestemde registers worden ingeschreven.

3.2

Aan deze vordering legt de man samengevat het volgende ten grondslag.

De huwelijkse goederen gemeenschap omvat de navolgende goederen:

Activa

A. de woning te [adres woning], met een vrije verkoopwaarde van Afl. 345.000;

B. de eenmanszaak “[naam eenmanszaak]”, geschatte waarde inclusief goodwill per eind december 2016 Afl. 72.500,-;

C. een [auto 1], bouwjaar 2012;

D. een [auto 2], bouwjaar 2016;

E. aanspraken uit hoofde van het vonnis van het Gerecht van 28 juni 2016, E.J. 1196 van 2015;

F. opgebouwd pensioen aan de zijde van de man;

G. een eventuele belastingteruggave.

Passiva

A. de hypothecaire lening bij Arubabank N.V., saldo per 3 augustus 2017 Afl. 242.736,49;

B. de autolening bij CMB voor de aanschaf van de Toyota;

C. de autolening bij Super Car Rental voor de aanschaf van de Kia;

D. de creditcardschuld van elk der partijen;

De man wil de woning en de hypothecaire geldlening toebedeeld krijgen tegen de marktwaarde, toebedeling van de eenmanszaak aan de vrouw, toebedeling van de Toyota en de daarvoor afgesloten autolening aan de man en toebedeling van de Kia aan de vrouw. Verder stelt de man voor dat ieder der partijen de eigen creditcard en de daarbij behorende schuld behoudt, dat te ontvangen betalingen uit hoofde van voormeld vonnis en teruggave van belastinggelden tussen partijen verdeeld worden, en dat de vrouw bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de man aanspraak zal maken op het haar toekomende deel van zijn pensioen.

3.3

De vrouw voert hiertegen verweer. De vrouw verzoekt een redelijke gebruikersvergoeding vast te stellen voor de periode waarin de man in de woning woont. Verder betwist zij de door de man gestelde waarde van de eenmanszaak. Ook voert zij aan dat zij de KIA niet meer in eigendom heeft, omdat zij niet aan haar afbetalingsverplichtingen heeft kunnen voldoen. Voor het overige komt het verweer bij de beoordeling aan de orde.

4 DE BEOORDELING

4.1

Partijen zijn het over een aantal zaken volledig, dan wel in hoofdlijnen eens. Het voornaamste punt van geschil tussen partijen is de waardering van de eenmanszaak “[naam eenmanszaak]” (hierna: de eenmanszaak; zie hierover hierna onder 4.4 en verder).

Onder deze omstandigheden vindt het Gerecht het zinvol om met partijen te bespreken of een minnelijke regeling van (een deel van) het geschil mogelijk is. Verder heeft het Gerecht, ook over de zaken waarover partijen het in hoofdlijnen eens zijn, nadere inlichtingen nodig om een verdeling te kunnen vaststellen. Daarom zal hierna een comparitie gelast worden, waarop partijen in persoon moeten komen. In de overwegingen hierna wordt weergegeven over welke zaken partijen het (in hoofdlijnen) eens zijn, over welke zaken tussen partijen nog een geschil bestaat en welke inlichtingen van partijen voor het Gerecht nodig zijn.

4.2

Over de hierna onder 4.2.2 tot en met 4.2.6 vermelde zaken zijn partijen het in beginsel eens.

4.2.2 [

[auto 1]

Toebedeling van deze auto en de daarvoor afgesloten lening bij de CMB aan de man.

4.2.3

Creditcards

Iedere partij behoudt zijn eigen creditcard en de daarbij behorende schulden, zonder dat partijen op dit punt iets van elkaar te vorderen hebben.

4.2.4

Pensioenaanspraken

Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de man, zal de vrouw betaling ontvangen van het deel van de opgebouwde pensioenrechten van de man waar zij aanspraak op heeft. De vrouw heeft geen pensioenrechten opgebouwd waarop de man aanspraak maakt.

4.2.5

Geldvordering

Bij vonnis van 28 juni 2016, E.J. 1196 van 2015, heeft het Gerecht NCC Network B.V. veroordeeld tot betaling van een bedrag van Afl. 6.663,50, te vermeerderen met de wettelijke rente, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf 3 december 2014 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald, van Afl. 4.846,50 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2015, en van Afl. 5.050,50. Indien dit bedrag aan de vrouw wordt uitbetaald, is zij gehouden de helft daarvan aan de man te betalen.

4.2.6

Belastingteruggave

Belastingteruggaven over de periode waarin partijen gehuwd waren worden tussen partijen verdeeld.

4.3

Over de hierna onder 4.3.1 tot en met 4.3.4 vermelde zaken zijn partijen het in hoofdlijnen eens. Om ter zake een verdeling vast te stellen, behoeft het Gerecht evenwel nadere inlichtingen.

4.3.1

Woning en hypotheek

Voorop wordt gesteld dat de peildatum van de omvang van een te verdelen gemeenschap de datum van ontbinding van de gemeenschap is, derhalve de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Dit betekent dat inkomsten, aflossingen en stortingen gedaan vóór deze datum worden geacht te zijn ontvangen ten bate of te zijn gedaan ten laste van de gemeenschap. Bij het vaststellen van de peildatum voor de waarde van de tot de huwelijksgemeenschap behorende goederen geldt als hoofdregel de waarde ten tijde van de feitelijke verdeling. Dit is slechts anders indien partijen een andere datum zijn overeengekomen of als op grond van de redelijkheid en billijkheid een andere datum moet gelden.

4.3.2

Partijen zijn het erover eens dat de woning en de daarbij behorende hypothecaire lening worden toebedeeld aan de man, tegen de marktwaarde van de woning van op 23 mei 2017 van Afl. 345.000,-.

4.3.3

Verder is tussen partijen niet in geschil dat de man met ingang van april 2017 alleen in de woning woont, dat partijen tot en met augustus 2017 gezamenlijk hebben bijgedragen aan de aflossingen op de hypotheek en dat met ingang van september 2017 alleen de man aflossingen op de hypotheek doet.

Partijen houdt evenwel verdeeld of en in hoeverre de man aan de vrouw een gebruiksvergoeding schuldig is en of en in hoeverre de vrouw de man de helft van de door hem betaalde eigenaarslasten dient te vergoeden. Hierover kunnen partijen zich tijdens de comparitie uitlaten. Daarbij dienen partijen zich ook uit te laten over de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Verder heeft het Gerecht ter zake nadere inlichtingen nodig, te weten een opgave van de hypothecaire schuld op de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers en op de datum van dit vonnis, door de meest gerede partij over te leggen.

4.3.4

Lijfsieraden

Partijen zijn het eens over toebedeling van haar trouwring aan de vrouw en dat dit, voor zover de ring in het bezit is van de vrouw, dient te geschieden zonder verrekening van de waarde daarvan. De vraag of de ring in het bezit is van de vrouw houdt partijen verdeeld. Ook over de gevolgen van de door partijen ter zake over en weer ingenomen stellingen voor een verdeling krijgen partijen de gelegenheid zich ter comparitie uit te laten.

4.4

De eenmanszaak

Partijen zijn het in beginsel eens over toebedeling van de eenmanszaak aan de vrouw. Het geschil op dit punt spitst zich in het bijzonder toe op de waardering daarvan.

4.4.1

De man stelt dat de eenmanszaak per 31 december 2016 een waarde had van Afl. 72.500,-. Hij verwijst in dit verband naar het door [naam taxateur] opgestelde jaarverslag over de jaren 2015 en 2016.

4.4.2

De vrouw stelt dat de waarde van de eenmanszaak per 31 december 2016 Afl. 68.162,- negatief bedroeg. Zij verwijst in dit verband naar de brief van voornoemde [naam taxateur] van 24 augustus 2017, waarin hij te kennen geeft dat en waarom de waarde van de eenmanszaak per 31 december 2016 Afl. 68.162,- negatief bedroeg. In dit verband geeft [naam taxateur] over het bedrag dat onder de post “current account management” als vaste activa in het jaarverslag is opgenomen de volgende toelichting:

“Dit bedrag is gedurende die twee jaren door de echtpaar voor hun privézaken gebruikt. Het zijn privé posten (kwitanties) en geldopname die gedurende het jaar op deze rekening zijn geboekt. Het bedrijf had geen bankrekening en alles was contant geregeld. Bij het einde van de boekjaar geeft het kasrekening aan dat een bedrag feitelijk in de kassa moet zijn, maar dat was niet het geval, dus om dit post recht te trekken is het geldsom die niet aanwezig was op hun rekening geboekt. Uiteindelijk zijn ze verantwoordelijk.”

4.4.3

Het Gerecht overweegt als volgt. Zoals hiervoor onder 4.3.1 is overwogen, geldt bij het vaststellen van de peildatum voor de waarde van de tot de huwelijksgemeenschap behorende goederen als hoofdregel de waarde ten tijde van de feitelijke verdeling. Dit is slechts anders indien partijen een andere datum zijn overeengekomen of als op grond van de redelijkheid en billijkheid een andere datum moet gelden. Uit de stellingen van partijen over en weer valt af te leiden dat partijen ten aanzien van de eenmanszaak kennelijk de datum van 31 december 2016 zijn overeengekomen als peildatum. Verder heeft de man niet gemotiveerd betwist dat het bedrag van Afl. 186.906,-, geboekt onder de post “current account management” de som bedraagt van opnames, uitgaven en kosten, gedaan en gemaakt door partijen gedurende hun huwelijk. Ook heeft hij te kennen gegeven bereid te zijn de helft van de schulden aan de desbetreffende schuldeisers te voldoen, op het moment dat die vorderingen opeisbaar zijn. Onder deze omstandigheden vindt het Gerecht het ook in zoverre zinvol om met partijen ter comparitie te bespreken of zij ten aanzien van de eenmanszaak tot overeenstemming kunnen komen. Daartoe heeft het Gerecht de volgende inlichtingen nodig, te ontvangen van de meest gerede partij, te weten een opgave van de activa en passiva van de eenmanszaak op de datum van dit vonnis, en indien van toepassing, een overzicht van betalingen op de schulden sinds 31 december 2016.

4.5

De partij die is verhinderd om op de hierna te bepalen datum en tijdstip ter zitting te verschijnen, dient binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis per brief de rechter om uitstel te verzoeken. Bij het verzoek om uitstel moeten ook de verhinderdata worden opgegeven van alle partijen en hun gemachtigden gedurende de drie komende maanden. Indien niet binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis om uitstel is verzocht, zal nog slechts uitstel worden verleend in geval van overmacht. In dat geval dient de partij die wegens overmacht is verhinderd te verschijnen, onmiddellijk na het intreden daarvan per brief de rechter gemotiveerd om uitstel te verzoeken.

4.6

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 DE BESLISSING

De rechter in dit Gerecht:

gelast een verschijning van partijen voor het geven van inlichtingen en/of treffen van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. M.E.B. de Haseth, rechter, op dinsdag 17 maart 2020 om 14.00 uur in het in Aruba te J.G. Emanstraat nr. 51 gelegen gerechtsgebouw;

bepaalt dat de partijen dan in persoon aanwezig moeten zijn, desgewenst met gemachtigden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 januari 2020 in aanwezigheid van de griffier.