Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:731

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
18-10-2019
Datum publicatie
15-11-2019
Zaaknummer
AUA201803443
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende stelt dat hij recht heeft op teruggaaf van invoerrechten omdat de door hem ingevoerde airco’s voldoen aan het vereiste energieverbruik voor de toepassing van het verlaagd tarief. Dit blijkt uit de overgelegde certificaten. Volgens de Inspecteur heeft belanghebbende niet aangetoond dat de airco’s voldoen aan het vereiste energieverbruik. De bewijslast voor de toepassing van het lage tarief van invoerrechten ligt op belanghebbende. Het Gerecht acht belanghebbende in zijn bewijslast geslaagd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 18 oktober 2019

BBZ nr. AUA201803443

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening beroep in belastingzaken van:

X INC. , gevestigd in Aruba,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN, zetelend in Aruba,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Belanghebbende heeft op 25 september 2015 aangifte ten invoer gedaan voor een partij ‘inverter split system airco’s’ (hierna: airco’s). Ter zake van de invoer heeft belanghebbende een bedrag van Afl. 12.966, 25 aan invoerrechten betaald. Op 13 april 2016 heeft belanghebbende een verzoek om teruggaaf gedaan voor betaalde invoerrechten ten bedrage van Afl. 9.937,25. Dit verzoek is door de Inspecteur bij brief van 3 mei 2017 afgewezen.

1.2

Daartegen heeft belanghebbende op 31 mei 2017 bezwaar gemaakt.

1.3

De Inspecteur heeft op 1 oktober 2018 uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar afgewezen.

1.4

Belanghebbende is op 29 oktober 2018 in beroep gekomen tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Afl. 150.

1.5

De Inspecteur heeft op 4 januari 2019 een verweerschrift met producties ingediend.

1.6

Belanghebbende heeft op 11 maart 2019 nadere stukken ingediend. Hiervan is een afschrift naar de Inspecteur gestuurd.

1.7

Partijen zijn opgeroepen tot het bijwonen van een zitting op 21 maart 2019. Namens belanghebbende zijn verschenen mr. A en B. Namens de Inspecteur zijn mr. C en D MSc verschenen. Partijen hebben een pleitnota overgelegd.

1.8

De zitting is geschorst om belanghebbende de gelegenheid te geven nader bewijs te overleggen over het energieverbruik van de airco’s. Belanghebbende heeft op 3 april 2019 en 12 september 2019 stukken overgelegd. De Inspecteur heeft op 10 april 2019 een stuk overgelegd. De stukken zijn telkens naar de wederpartij gestuurd.

1.9

De zitting is op 12 september 2019 hervat. Namens belanghebbende zijn verschenen mr. A, B. Namens de Inspecteur zijn verschenen mr. C en D MSc.

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende heeft aangifte ten invoer gedaan voor een partij airco’s van het merk York. Daarbij is een beroep gedaan op de toepassing van het zogenoemde begunstigend beleid van 28 juni 2013. Volgens dit beleid wordt onder bepaalde voorwaarden het tarief van 2% (in plaats van 22%) toegepast voor de invoer van energiezuinige producten. Bij de aangifte is een ‘High Efficiency Certification’ (hierna: certificaat) van INTERTEK overgelegd en daarna een certificaat van FIDE.

2.2

Bij controle van de aangifte en de daarbij behorende bescheiden heeft de douane zich op het standpunt gesteld dat volgens het certificaat een aantal airco’s niet aan de voorwaarden voldoet om met het tarief van 2% invoerrechten te worden ingevoerd. Het gaat om de airco’s van het soort YJHJXC024BAR-FX en YHJYC024BAR-AZ. Volgens de douane was de Energy Efficiency Ratio (hierna: EER) van deze airco’s vermeld op het certificaat, niet 12 maar 11.323 EER. Deze airco’s zijn met toepassing van het tarief van 22% ingevoerd en met betaling van Afl. 9.937,25.

3 GESCHIL EN STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

In geschil is op belanghebbende recht heeft op teruggaaf van invoerrechten ten bedrage van Afl. 9.937,25, hetgeen belanghebbende bevestigend en de Inspecteur ontkennend beantwoordt.

3.2

Belanghebbende stelt dat hij recht heeft op teruggaaf van invoerrechten omdat de airco’s wel voldoen aan het vereiste energieverbruik. Dit blijkt, aldus belanghebbende, uit de overgelegde certificaten. Volgens de Inspecteur heeft belanghebbende niet aangetoond dat de airco’s voldoen aan het vereiste energieverbruik EER voor de toepassing van het verlaagd tarief.

4 BEOORDELING VAN HET GESCHIL

4.1

Het begunstigend beleid luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“AANKONDIGING BEGUNSTIGEND BELEID

(…)

Vooruitlopend op de behandeling van de wetsvoorstellen die zijn opgesteld naar aanleiding van het getekende protocol inzake belastingen d.d. 9 november 2012 is het wenselijk dat de voorzieningen reeds beschikbaar zullen zijn voor de lokale bevolking evenals voor mogelijke in Aruba geïnteresseerde investeerders.

(…)

Op grond van het voorgaande keur ik goed, dat vooruitlopend op de invoering van de voorgestelde wijzigingen in de (…) Landsverordening tarief van invoerrechten, de hieronder genoemde onderdelen reeds van kracht zullen zijn met ingang van de datum van ondertekening en publicatie van deze aankondiging, tenzij anders bepaald in dit begunstigend beleid.

(…)

Invoerrechten verlaging voor energiezuinige producten naar 2%

Naar aanleiding van de presentatie van de door mij ingestelde werkgroep aan de aircohandelaren d.d. 1 maart 2013, de vergadering van 13 maart 2013 tussen vertegenwoordigers van de Sociale Dialoog, de werkgroep en mij, en de vergadering van 21 maart 2013 tussen de vertegenwoordigers van de Sociale Dialoog en de werkgroep, heb ik besloten om voor de toepassing van het lagere tarief van 2% de volgende voorwaarden te stellen. Het onderstaande geldt in principe vanaf 1 januari 2013.

I. Inverter Airco’s

 Energy efficiency ratio

• M.i.v. 1 januari 2013:

≥SEER 14,5 of EER (Btu/Whr) 12 of ΩΩR (Watt/Watt)3,5

• M.i.v. 1 januari 2014:

≥EER (Btu/Whr)12 of ΩΩR (Watt/Watt)3,5

 Kwalificerende certificaten

Een certificaat waaruit de energy efficiency ratio duidelijk blijkt. ”

4.2

Vooropgesteld wordt dat belanghebbende de bewijslast heeft voor de toepassing van het lage tarief van invoerrechten. Belanghebbende heeft als bewijs dat de airco’s voldoen aan het vereiste energieverbruik bij invoer een certificaat van INTERTEK overgelegd en een certificaat van FIDE. Het Gerecht is het met de Inspecteur eens dat met het eerste certificaat, het bewijs dat het energieverbruik voor de airco’s voldoet aan de vereiste EER niet is geleverd. Met betrekking tot het certificaat van FIDE stelt de Inspecteur zich op het standpunt dat volgens dit certificaat de airco’s wel aan het vereiste energieverbruik voldoen, doch dat het certificaat geen kwalificerend certificaat is. Daarvan is enkel sprake als het certificaat afkomstig is van een onafhankelijke internationale instantie die de efficiëntie van de airco’s meet. Nu het certificaat afkomstig is van de vertegenwoordiger van het airco-merk ‘York’, is aldus de Inspecteur geen sprake van een onafhankelijke instantie. Dat het certificaat afkomstig moet zijn van een onafhankelijke internationale instantie baseert de Inspecteur op hetgeen is vermeld in de nota van toelichting op het landsbesluit ter wijziging van de tarieven van invoerrechten voor energiezuinige producten.

4.3

Voormelde landsbesluit is niet van kracht. Naar het Gerecht begrijpt is dit ook niet op korte termijn te verwachten. Voor de toepassing van het verlaagd tarief zijn de voorwaarden vermeld in het begunstigend beleid daarom doorslaggevend. Volgens het begunstigend beleid moet de airco een energieverbruik (EER) hebben van 12 of hoger en dit moet blijken uit een kwalificerend certificaat. Volgens het begunstigend beleid is een kwalificerend certificaat, een certificaat waaruit het energieverbruik duidelijk blijkt. Het Gerecht overweegt dat nu het begunstigend beleid niet als eis stelt dat het certificaat van een onafhankelijke internationale instantie moet komen, dit ook niet als voorwaarde kan worden gesteld door de Inspecteur. De Inspecteur erkent dat volgens het certificaat van FIDE de airco’s voldoen aan het vereiste energieverbruik zoals is bepaald in het begunstigend beleid. Gelet op het voorgaande acht het Gerecht belanghebbende in zijn bewijslast geslaagd. Het Gerecht merkt op dat bovendien niet gezegd kan worden dat het certificaat niet afkomstig is van een onafhankelijke organisatie. Het certificaat is immers onder de licentie, derhalve met toestemming van de onafhankelijke organisatie FIDE, afgegeven. Het gelijk is derhalve aan belanghebbende.

4.4

Gelet op het voorgaande dient het beroep gegrond te worden verklaard.

5 PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

5.1

Ingevolge artikel 15, lid 1 van de Landsverordening beroep in belastingzaken (LBB) worden de kosten vergoed die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De regels over de (hoogte van de) vergoeding zijn neergelegd in het Landsbesluit proceskostenvergoeding in belastingzaken.

5.2

In artikel 1 van dit Landsbesluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde verleende beroepsmatige bijstand. Deze kosten kunnen worden berekend op Afl. 1.750 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor een nadere zitting, waarde per punt Afl. 700, wegingsfactor 1). Verder dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 4, LBB, het betaalde griffierecht van Afl. 150 aan belanghebbende te vergoeden.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    bepaalt dat aan belanghebbende teruggaaf moet worden verleend van Afl. 9.937,25,

  • -

    veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van Afl. 1.750; en

  • -

    draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van Afl. 150 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 oktober 2019, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro.

De griffier, De rechter is buiten staat de uitspraak te ondertekenen.

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: belastinggriffie@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

-natuurlijke personen: Afl. 75

-personenvennootschappen en rechtspersonen: Afl. 300