Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:716

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
29-10-2019
Datum publicatie
08-11-2019
Zaaknummer
AUA201901856
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, gezamenlijk gezag, omgangsregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 29 oktober 2019

Behorend bij EJ nr. AUA201901856

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[naam vader] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

tegen

[naam moeder] ,

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson.

Belanghebbenden:

[naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in Aruba,

[naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in Aruba,

de minderjarigen.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 4 juni 2019,

  • -

    het verhoor van de minderjarige [naam minderjarige 1] op 16 september 2019,

  • -

    de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 17 september 2019, in aanwezigheid van partijen in persoon en bijgestaan door hun gemachtigden, en de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, mevrouw [mevrouw A].

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

De minderjarigen voornoemd zijn geboren uit de affectieve relatie tussen de vader en de moeder. Zij zijn door de vader erkend.

De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarigen alleen uit.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot wijziging van het gezag, in die zin dat de vader gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarigen wordt belast. Het verzoek strekt voorts tot het vaststellen van een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen.

4 DE BEOORDELING

Gezag

4.1

Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BW). Artikel 1:253c lid 1 BW biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken om hem in plaats van de moeder met het gezag over het kind te belasten. Uit de jurisprudentie (vgl. HR 27 mei 2005, NJ 2005, 485) volgt dat dit artikel in overeenstemming met artikel 6 lid 1 EVRM aldus moet worden uitgelegd, dat de vader niet alleen om toekenning van eenhoofdig, maar ook van gezamenlijk gezag over het kind kan verzoeken, en dat art. 1:253e BW aldus moet worden uitgelegd dat, indien het verzoek van de vader ingevolge art. 1:253c lid 1 BW tot toekenning van gezamenlijk gezag over het kind wordt ingewilligd, dit tot gevolg heeft dat, indien de moeder het gezag tot dusverre alleen uitoefende, zij dit voortaan gezamenlijk met de vader uitoefent.

Indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, wordt het verzoek slechts afgewezen indien de rechter dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt (lid 2).

4.2

De moeder heeft met het verzoek ingestemd. Het gerecht is van oordeel dat deze gezagsvoorziening in het belang is van de minderjarigen en zal dit verzoek derhalve toewijzen.

Omgang

4.3

De minderjarigen en de vader hebben recht op omgang met elkaar. Een goede omgang tussen hen is in het belang van de minderjarigen.

4.4

Het gerecht acht de hierna vastgestelde omgangsregeling, gelet op het verhandelde ter zitting en het minderjarigenverhoor, in het belang van de minderjarigen.

4.5

Het staat partijen vrij onderling afwijkende afspraken te maken over de omgangsregeling en behoren dat in sommige gevallen (mede gelet op de wensen van de minderjarigen) zelfs te doen.

4.6

In de aard van de procedure ziet het gerecht aanleiding om de kosten van deze procedure te compenseren tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

bepaalt dat de vader, [naam vader], voortaan gezamenlijk met de moeder, [naam moeder], het gezag over [naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in Aruba en [naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in Aruba, zal uitoefenen,

bepaalt de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen als volgt:

- op maandag;

- op woensdag;

- op donderdag als vader het weekend niet heeft,

- op vrijdag als vader het weekend heeft,

- om het weekend, in onderling overleg tussen de ouders,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 29 oktober 2019 in aanwezigheid van de griffier.