Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2019:683

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
15-10-2019
Datum publicatie
25-10-2019
Zaaknummer
AUA201901198
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel – ej - kinderalimentatie verwekker

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 15 oktober 2019

behorend bij EJ nr. AUA201901198

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de alimentatiezaak tussen

DE VOOGDIJRAAD,

kantoorhoudend in Aruba,

VERZOEKER,

vertegenwoordigd,

en

[verweerder],

wonende in Aruba, [adres],

VERWEERDER, hierna te noemen de man,

procederend in persoon.

Belanghebbende:

[naam moeder], de moeder.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 11 april 2019;

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 20 augustus 2019, waar zijn verschenen [namen raadsonderzoekers] namens de Voogdijraad, de moeder in persoon en de man in persoon.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

Uit de moeder is op [geboortedatum] de thans nog minderjarige [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige), in Aruba geboren.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Het verzoek strekt tot het veroordelen van de man tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 200,- ingaande 1 april 2019 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige.

Daartoe wordt gesteld dat hij de verwekker is van de minderjarige en dat hij voldoende inkomen uit arbeid geniet.

3.2

De man heeft verweer gevoerd en daartoe het volgende aangevoerd.

De minderjarige is geboren uit een kortstondige affaire tussen hem en de moeder. Hij wilde het kind niet en heeft dat destijds duidelijk gemaakt aan de moeder. Zij heeft toen gezegd dat zij de verantwoordelijkheid voor het kind zou dragen. Zij heeft in haar eentje besloten het kind te krijgen en nu moet hij boeten. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen, en vanwege deze zaak vertrouwt zijn echtgenote hem niet meer. De moeder valt hem steeds lastig en achtervolgt hem. Zij heeft een paar weken geleden ook zijn echtgenote fysiek aangevallen. Hij wil niets met de moeder of de minderjarige te maken hebben. Hij wil ook niets betalen.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Ingevolge artikel 1:394 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) is de verwekker van een kind dat alleen een moeder heeft, als ware hij ouder verplicht tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. Artikel 1:406 lid 1 BWA bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.

4.2

De man heeft niet, althans onvoldoende weersproken dat hij de verwekker van de minderjarige is, zodat het gerecht ervan uit zal gaan dat hij verwekker is van de minderjarige en als zodanig verplicht tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige.

4.3

Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de man. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.

4.4

De kosten van verzorging en opvoeding

De moeder heeft de kosten van de minderjarige bepaald op Afl. 400,-. De man heeft deze kosten niet weersproken, zodat het gerecht ervan uit zal gaan dat de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige maandelijks Afl. 400,- bedragen.

4.5

De draagkracht van de moeder

4.5.1

Uit de door de moeder overgelegde loonstroken blijkt dat zij een gemiddeld netto-maandloon heeft van Afl. 1.453,50.

4.5.2

Wat betreft de lasten houdt het gerecht rekening met een bedrag van Afl. 1.000,- aan -kort gezegd- eigen levensonderhoud en huur.

4.5.3

Uit het vorenstaande volgt dat de moeder maandelijks een bedrag overhoudt van ca. Afl. 450,- waarmee zij aan haar verplichting om te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, dient te voldoen.

4.6

De draagkracht van de man

4.6.1

Uit de door de man overgelegde loonstroken blijkt dat hij een gemiddeld netto-maandloon heeft van Afl. 2.148,05.

4.6.2

Wat betreft de lasten houdt het gerecht rekening met een bedrag van Afl. 462,50 aan huurkosten (zijnde de helft van de huurkosten, nu de man samenwoont met zijn echtgenote die geacht moet worden voor de helft bij te dragen in deze kosten) en Afl. 459,- aan aflossing van een autolening.

4.6.3

Dit betekent dat de vader maandelijks een bedrag overhoudt van afgerond Afl. 1.226,-, waarvan hij moet voorzien in zijn eigen levensonderhoud en die van zijn gezin (het gemeenschappelijk huishouden) en in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Aangenomen moet worden dat de echtgenote bijdraagt in de kosten van het gemeenschappelijk huishouden.

4.7

Gelet op wat partijen hebben aangevoerd, hun draagkracht en op de behoefte van de minderjarige acht het gerecht een door de man te betalen bijdrage van Afl. 150,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De ingangsdatum van de bijdrage zal worden bepaald op 1 september 2019.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

bepaalt de bijdrage van [verweerder] in de kosten van verzorging en opvoeding van [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba, uit de vrouw [naam moeder] op Afl. 150,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen, met ingang van 1 september 2019,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

wijst af het anders of meer verzochte.

Aldus gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van 15 oktober 2019 in aanwezigheid van de griffier.